zondag 22 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - Russlan And Ludmilla (Overture) / Orchestra Of Mariinsky Theatre

Een paar dagen geleden Mijn Russische Geschiedenis. De kunst van het koken in drie generaties vrouwen van Anya von Bremzen uitgelezen. Anaya von Bremzen (Moskou, 1963) emigreerde in 1974 samen met haar moeder naar de Verenigde Staten en brak daar een pianostudie aan de New Yorkse Juilliard School af om vervolgens "een van de meest getalenteerde food writers" (achterflap) te worden.

Dat boek gaat dus vooral over koken. En natuurlijk over de Russische geschiedenis. Mooi boek, nu in de ramsj verkrijgbaar. (Bij de recepten achterin heb ik eerlijk gezegd mijn twijfels). In de winkel van de Amsterdamse Hermitage zag ik gisteren de oorspronkelijke Engelse editie liggen.

Hoewel ze dus aanvankelijk pianiste wilde worden, komt er in het boek nauwelijks muziek voor. Als ik het me goed herinner, komt Sjostakovitsj een keer terloops langs.

Maar daar in de Hermitage, waar nu de Hollandse meesters uit Sint Petersburg zijn te bewonderen, was ik weer in mijn gedachten in Moskou en Sint Petersburg. En vanochtend zit er Russische muziek in mijn hoofd.

Dus we gaan even naar de vader van de Russische muziek, de componist Michail Glinka (1804-1857). Hier is de ouverture tot zijn opera Roeslan en Ljoedmila, waarvan de eerste versie op 9 december 1842 in het Mariinski Theater in Sint Petersburg in première ging.

Nu uitgevoerd door het Orkest van het Mariinksi Theater onder leiding van Valery Gergiev. Lekker tempo.



donderdag 19 oktober 2017

Eindelijk meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de Utrechtse wijken?

De Utrechtse Internet Courant (DUIC) bericht over het Concept Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2017 dat door Wethouder Jeroen Kreijkamp van Economie en Financiën werd gepresenteerd.

Uiteraard is daarin aandacht voor de concentratie van de horeca in de binnenstad, waardoor daar de leefbaarheid voor bewoners in gevaar komt. Maar de tegenhanger daarvan is dat de wijken vaak alleen maar woonbuurten zijn. En juist daar zouden meer horecagelegenheden de belangrijke sociale functie van ontmoetingsplekken kunnen vervullen.

De gemeente ziet dat probleem en wil er wat aan doen. Dat betekent dat er in het Ontwikkelingskader een "Profiel Wijkhoreca" is toegevoegd. Daarover is te lezen:
Met dit profiel wordt de wijkfunctie versterkt. Utrechters kunnen in hun eigen wijk een hapje eten, in hoekpanden, losstaande panden of panden die grenzen aan andere retailpanden die geen woningen zijn, indien dit past bij de leefbaarheid in de omgeving. Buurtgenoten komen elkaar daar tegen. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de wijk. Voor ouderen kan een kopje koffie in de wijk reden zijn om er even uit te gaan. En een open, naar buiten-gerichte en gastvrije onderneming zorgt voor meer sociale controle en toezicht op straat.
Prima. Want we weten dat processen van schaalvergroting, ruimtelijke concentratie en functiescheiding (wonen - werken - winkelen) woonbuurten hebben gecreëerd zonder ontmoetingsplekken. En dat zou heel goed te maken kunnen hebben met de toename van eenzaamheid. Zie Steeds minder ontmoetingsplekken door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie en De onvervulde behoefte aan ontmoetingsplekken en sociale contacten.

Hoe krijgen we meer horeca in de wijken? In dat Ontwikkelingskader lees je daarover:
Uit eten en drinken in de wijk is een trend die de afgelopen jaren sterk in opkomst is en dat ook de komende jaren zal zijn. De sociale functie die een horecagelegenheid in de wijk kan hebben, speelt daarbij een belangrijke rol. De relatie en verbondenheid met de bewoners in de wijk is dan ook van groot belang - het grootste gedeelte van de gasten komen dan ook uit de eigen wijk. Ook kan horeca de leegstand van andere retailpanden (detailhandel, diensten) tegen gaan.
Tegelijk heeft het vestigen van horeca in de wijken vaak veel voeten in de aarde, vooral als het om horeca D1 gaat. Deze horecacategorie biedt onbeperkte openingstijden en dat kan tot hinder leiden. Dit leidt bij de vergunningaanvraag voor nieuwe locaties tot veel discussie en vaak tot verhindering van de komst van een restaurant in de wijk. En dit terwijl er een algemeen besef is dat de nachtelijke openstelling voor restaurants niet of zelden voorkomen.
Anderzijds geldt voor de D2 horecacategorie de winkelsluitingstijd van 22.00. Dit betekent dat de gasten dan ook daadwerkelijk het horecapand moeten hebben verlaten. Vaak biedt dit de ondernemer net te weinig tijd om 's avonds nog een maaltijd te kunnen serveren. Voor de buurtfunctie en een goede bedrijfsvoering is dit wel gewenst.
Om tegemoet te komen aan zowel de bezwaren van wijkbewoners bij nieuwe D1 horecalocaties enerzijds en te vroege sluitingstijden van de daghoreca D2 anderzijds, is een nieuwe categorie D3 toegevoegd waarbij de horecagelegenheid tot 23.00 uur open kan blijven.  
Dat lijkt een prima en concrete stap in de goede richting.

Alleen, je vraagt je af, want zo ingewikkeld is die stap niet, had dit niet veel eerder kunnen worden bedacht?

Want dat voornemen om te zorgen voor meer horeca in de wijken, dat was er ook al in 2012. Toen schreef ik daarover het bericht Meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de wijken - gemeente Utrecht.

Moest daar nu zo nodig vijf jaar over worden nagedacht?

woensdag 18 oktober 2017

Achter "Eigen volk eerst" gaat "Ik eerst" schuil - De Sociale Dominantie Oriëntatie en egoïsme gaan samen

Mensen met een hoge score op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) hebben sterk de neiging om de sociale wereld te zien als een statushiërarchie van groepen. In dat beeld behoren zij zelf tot de groep die bovenaan staat en dus superieur is aan alle anderen. Je SDO is hoger naarmate je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Je komt hogere scores op die SDO vooral tegen bij stemmers op rechts-extremistische partijen, zoals in Nederland bij PVV-stemmers. Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment.

De nieuwe studie More for Us or More for Me? Social Dominance as Parochial Egoism stelt de vraag aan de orde hoe je dat superioriteitsgevoel ten opzichte van de eigen groep (zoals "Eigen volk eerst") moet duiden. Gaat de neerbuigendheid en vijandigheid tegenover andere groepen juist samen met meer solidariteit en generositeit ten opzichte van leden van de eigen groep? Als dat zo zou zijn, dan kun je denken dat degenen met een hoge SDO even pro-sociaal zijn als anderen, maar dat bij hen die pro-socialiteit meer geconcentreerd is binnen de eigen groep.

Maar het zou ook kunnen zijn dat die SDO samengaat met een hoge individuele dominantie oriëntatie. Anders gezegd, binnen die eigen groep beschouwt iemand met een hoge SDO zichzelf als superieur aan anderen en is hij niet solidair maar integendeel egoïstisch. Het gaat dan dus om het willen overheersen, over andere groepen en over andere leden van de eigen groep. En het gaat om een algemene vijandigheidstrek, vijandig tegenover andere groepen en tegenover andere leden van de eigen groep.

Voor dat laatste zijn er al wel aanwijzingen. Want we weten al dat een hoge SDO-score samengaat met meer narcisme, Machiavellianisme en zelfverheffing en met minder empathie en altruïsme.

De resultaten van dit nieuwe onderzoek versterken deze aanwijzingen. In drie experimenten konden leden van een meerderheidsgroep (blanken in de V.S., Christenen in de V.S., Joden in Israël) keuzes maken tussen samenwerken met alleen leden van de eigen groep, met de eigen groep en met leden van de minderheidsgroep (zwarten in de V.S, Moslims in de V.S., Arabieren in Israël) en egoïstisch niet-samenwerken. Het ging steeds om keuzes in het kader van een zogenaamd meer-persoonsgevangendilemma. (Volg de link voor uitleg daarover.) Als de keuzes gemaakt waren, werd bij iedereen de SDO-test afgenomen.

Het bleek toen dat degenen met een hogere SDO-score zoals verwacht minder bereid waren om samen te werken met de minderheidsgroep. Dus inderdaad "Eigen volk eerst". Waren ze dan juist meer bereid om met de eigen groep samen te werken? Nee, dat bleek niet het geval. Met betrekking tot de eigen groep waren ze net zo egoïstisch of coöperatief als degenen met een lagere SDO. Update. Anders en misschien duidelijker gezegd: hun weerzin tegen samenwerking met leden van de minderheidsgroep werd niet gecompenseerd door hun grotere bereidheid om met leden van de eigen groep samen te werken.

Conclusie van de onderzoekers:
These findings shed new light on the claim that individuals higher in SDO view the world as a competitive jungle governed by “ruthless, amoral struggle for resources and power in which might is right and winning is everything” (Duckitt, Wagner, du Plessis, & Birum, 2002, p. 92). Specifically, they show that, at the intergroup level, these perceptions fuel ideological support of intergroup hierarchy, while at the intragroup level, they seem to fuel behavioral selfishness. The covariation of these ideological and behavioral tendencies gives rise to the pattern we labeled parochial egoism.

dinsdag 17 oktober 2017

In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten.

We kunnen er niet om heen: het functioneren van een democratie is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de media. Dat blijkt te gelden voor sociale media, nu we steeds meer aanwijzingen krijgen voor Russische inmenging via Facebook in de Amerikaanse verkiezingen ten nadele van Hilary Clinton en ten gunste van Donald Trump.

Maar het geldt ook voor de massamedia, dus voor televisie, radio en kranten. Zie het bericht Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen.

Eerder dit jaar was er ook het onderzoek Bias in Cable News: Persuasion and Polarization, dat een inschatting maakt van de invloed van Fox News Channel op het stemgedrag van de Amerikanen. Fox is, sinds 1996,  het televisienetwerk van de mediamagnaat Rupert Murdoch, die de Republikeinse partij openlijk ondersteunt.

De onderzoekers voerden een inhoudsanalyse uit van de nieuwsprogramma's van Fox (en van CNN en MSBNC) en komen inderdaad tot de conclusie dat het "nieuws" van Fox eenzijdig en partijdig is, dat wil zeggen sterk in het voordeel van de Republikeinse partij en van Donald Trump gebracht wordt.

En dat blijkt het verwachte en door Murdoch gewilde effect te hebben gehad. Het kijken naar Fox heeft in toenemende mate bijgedragen aan het percentage Republikeinse kiezers, van 0.46 procentpunt in 2000 tot 6.34 procentpunt in 2008.

Die invloed zal er zeker ook geweest zijn op de verkiezing van Donald Trump. Denk aan de banden die Trump en Murdoch onderhouden: Donald Trump en Rupert Murdoch: Inside the Billionaire Bromance.

In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten.

zondag 15 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - Nashville Jam "Worried Man Blues"

De tekst kan ik niet goed volgen, maar de titel sprak me om een of andere reden aan. Update. Even gegoogeld en de tekst gevonden. Hij staat hieronder. De muziek is van niemand minder dan Woody Guthrie!

En ja, zo nu en dan moet ik wat Americana luisteren. Een min of meer geheime liefde.



Worried Man Blues
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
I went across the river and I laid down to sleep
I went across the river and I laid down to sleep
I went across the river and I laid down to sleep
When I woke up, I had shackles on my feet
Twenty-one links of chain around my leg
Twenty-one links of chain around my leg
Twenty-one links of chain around my leg
And on each link, is initial of my name
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
I asked that judge, what's gonna be my fine
I asked the judge, tell me, what's gonna be my fine
I asked the judge, tell me, what's gonna be my fine
Twenty one years on the Rocky Mountain Line
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years and I still got ninety-nine
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
Tell 'em t'was me and I done been here and gone
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
Songwriters: A.P. Carter

vrijdag 13 oktober 2017

Als je hoort dat anderen minder vlees zijn gaan eten, ga je zelf ook minder vlees eten

Mensen zijn sterk sociaal beïnvloedbaar. Dat wil zeggen dat ze sterk geneigd zijn om te doen wat ze anderen zien doen.

Daardoor kan een gedrag dat negatieve gevolgen heeft en dat we dus eigenlijk minder zouden moeten doen, blijven voortbestaan als het nu eenmaal veel voorkomt.

Neem al dat gedrag dat slecht is voor het milieu. Zoals het eten van veel vlees. Vlees is met het toenemen van de welvaart gedurende de vorige eeuw een vast en groot bestanddeel geworden van ons dieet. Maar het is steeds duidelijker geworden dat we daarmee een aanzienlijke bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Bovendien zijn er gezondheidsredenen om minder vlees te eten.

Toch is de vleesconsumptie nog steeds aanzienlijk. De informatievoorziening over de negatieve effecten van vlees eten is er wel, maar lijkt weinig invloed te hebben. Mensen lijken meer beïnvloed te worden door de zogenaamde descriptieve norm: de informatie over hoeveel anderen vlees eten. Zolang vlees eten zo veel voorkomt, "normaal is", zijn er maar weinig die hun eetgedrag veranderen.

Ook al weten ze dat veel vlees eten eigenlijk niet goed is. In termen van de focus theory of norms van Robert Cialdini en anderen: descriptieve informatie (over wat anderen doen) heeft vaak meer effect dan normatieve informatie (over wat goed is om te doen). Denk in dit verband (omgekeerd) ook aan de aanstekelijkheid van pro-sociaal gedrag, zoals in de berichten De kracht van "wat anderen doen" en Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk - Nieuwe aanwijzingen.

Hoe kun je dan in een toestand waarin iedereen doet wat eigenlijk niet zou moeten, mensen toch overhalen om hun gedrag te veranderen? Dat was de vraag die de onderzoekers zich stelden in de studie Dynamic Norms Promote Sustainable Behavior, Even if It Is Counternormative. In een reeks van experimenten gingen ze na of het helpt als je mensen vertelt hoeveel anderen ertoe zijn overgegaan om hun gedrag te veranderen.

Hun redenering was dat mensen die verandering gaan zien als een voorbode van wat in de toekomst normaal zal zijn. En dat ze door het voorbeeld dat anderen geven een minder hoge drempel ervaren om zelf hun gedrag te veranderen.

De uitkomsten van die experimenten komen met deze gedachtegang overeen. Zo is er het experiment waarbij bezoekers van een universiteitscafetaria die in de rij staan voor de lunch kort werden geïnterviewd, zogenaamd over consumentenvoorkeuren. Daarbij kregen ze oftewel te horen dat 30 procent  probeert minder vlees te eten oftewel dat 30 procent in de laatste vijf jaar is begonnen met te proberen minder vlees te eten. (Daarnaast was er nog een controlegroep die iets anders te horen kreeg.)

De onderzoekers konden vervolgens nagaan wat iedereen voor lunch ging gebruiken en in het bijzonder wie een vegetarische lunch nam. De resultaten zie je hieronder.


Degenen die te horen hadden gekregen dat 30 procent was begonnen met minder vlees te gaan eten (rechterstaafje) namen significant meer een vegetarische lunch dan de andere twee groepen.

Dat laat dus zien hoe je kunt ontsnappen uit zo'n toestand waarin iedereen doet wat je eigenlijk niet zou moeten doen. Maak vooral goed bekend hoeveel anderen, als er zulke voorlopers zijn, al hun gedrag hebben veranderd.

donderdag 12 oktober 2017

Alleen in landen met minder sociale zekerheid maakte de Crisis jongeren competitiever en minder universalistisch

We wisten al dat mensen door het ervaren van een economische crisis onzekerder worden en daardoor minder vrijgevig. Zie Economische crises maken mensen onzeker en daardoor minder vrijgevig.

Er is nu nieuw onderzoek dat ons inzicht in dit verband vergroot. Het gaat om de studie Changes in Young Europeans’ Values During the Global Financial Crisis, waarin werd nagegaan wat de uitwerking is geweest van de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 op wat Europese jongeren in het leven belangrijk vinden.

Bij wat mensen in het leven belangrijk vinden, gaat het om de tien fundamentele waarden van de sociaal-psycholoog Shalom Schwartz (zie ook het bericht Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid).

Hier staan die waarden opgesomd, met in de tweede kolom de bijbehorende doelen. (Volg de link in de vorige zin voor het plaatje waarin hun onderlinge samenhang in een cirkel is afgebeeld.)


De onderzoekers analyseerden de data voor de groep 16- tot 35-jarigen van de zeven tweejaarlijkse rondes (2002 - 2014) van de European Social Survey met representatieve steekproeven van 16 Europese landen. Daarbij waren ze erin geïnteresseerd of het wat zou uitmaken of er in een land een meer of juist minder ontwikkelde verzorgingsstaat is. Ze gebruikten daarvoor de OECD-index voor de omvang van de sociale zekerheidsuitgaven.

Wat me in de resultaten in het bijzonder opviel is dat na de Grote Financiële Crisis in landen met minder sociale zekerheid de jongeren minder universalistisch werden, zeg maar, minder pro-sociaal voor anderen in het algemeen. Terwijl je het tegenovergestelde ziet gebeuren in landen met meer sociale zekerheid.

Dit komt overeen met het gegeven dat onzekerheid mensen minder vrijgevig maakt. Dat ging overigens samen met een toename van de bereidheid om je naasten bij te staan (Benevolence), die juist in landen met meer sociale zekerheid groter was. Dat laatste lijkt te bevestigen dat de verzorgingsstaat en onderlinge hulpverlening samen op gaan.

Dat de jongeren juist in landen met minder sociale zekerheid minder universalistisch werden zou eraan kunnen liggen dat ze meer bedreigingen gingen zien en dat daardoor de waarden van de statuscompetitie (Achievement en Power) in belang toenamen. Want dat laatste was inderdaad het geval en precies alleen in de landen met minder sociale zekerheid.

Zo krijg je een goed inzicht in het belang van de verzorgingsstaat voor het tegengaan van de negatieve effecten van financiële crises. Crises kunnen zich nu eenmaal voordoen en ze hebben negatieve gevolgen voor wat mensen in het leven belangrijk vinden. De verzorgingsstaat is ervoor bedoeld om die gevolgen tegen te gaan en dat blijkt te werken.

dinsdag 10 oktober 2017

De neoliberale overheid neemt je je waardigheid af

Macron wil in Frankrijk voor elkaar krijgen wat in Duitsland en Nederland, met steun en zelfs enthousiasme van de sociaal-democraten, al gelukt is: het neoliberaal "hervormen" van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, zodanig dat het de pechvogels die op een uitkering zijn aangewezen zo moeilijk mogelijk wordt gemaakt.

De neoliberale overheid is er immers niet meer om volledige werkgelegenheid na te streven. In de plaats daarvan is er de individuele verantwoordelijkheid gekomen voor je eigen employability. Jij moet ervoor zorgen dat je voor een werkgever aantrekkelijk genoeg bent. Jij moet bereid zijn om een rotbaan te accepteren. Als je nog steeds geen werk hebt gevonden, dan heb je je eisen nog niet genoeg naar beneden bijgesteld.

En dus maakt die neoliberale overheid je het leven zuur zolang je nog op een uitkering bent aangewezen. Zolang je "uit de staatsruif eet". Dan vertrouwt die overheid er niet meer op dat jij het recht op bijstand waard bent. En wordt er van jou een tegenprestatie verlangd. Een stap terug naar de tijd van voor 1965, het jaar waarin de Bijstandswet werd ingevoerd. Van genade naar recht, verklaarde de toenmalige minister van Sociale Zaken, Marga Klompé. Nu heeft de politiek vrijwel eendrachtig besloten dat er weer iets terug moet keren van die "genade".

Dat er boosheid doorklinkt in de alinea's hierboven, ja, dat klopt. Het is dezelfde boosheid die door klonk in Zijn we vergeten dat de verzorgingsstaat er vooral ook is om machtsongelijkheid tegen te gaan? en Mensenrechten van bijstandsgerechtigden geschonden?

En het is de boosheid die weer werd opgeroepen door het ontroerende verhaal over de toestand in Duitsland van Anna Mayr op ZeitCampus: Nichtwähler. Hartz IV nimmt dir deine Würde. De journaliste Anna Mayr vertelt daarin hoe ze opgroeide in een gezin dat langdurig op een uitkering (Hartz IV) is aangewezen. En ze vertelt hoe ze zo goed kan begrijpen dat haar ouders tot het grote leger van de niet-stemmers gingen behoren:
Hartz IV garantiert das Allermindeste: eine Wohnung von 89 Quadratmetern für eine Familie mit fünf Kindern. Etwa 250 Euro pro Kind pro Monat, davon sind ungefähr 1,50 Euro für Bildung eingerechnet. Hartz IV garantiert aber eben nicht, dass man dazugehört. Wenn du kein Geld hast, kannst du nämlich abends nicht in Kneipen gehen oder tagsüber ins Café, du kannst deinen Freunden keine Geburtstagsgeschenke machen oder Smalltalk über tolle Urlaubsziele führen. Hartz IV haut dich aus allem raus. Es nimmt dir erst deine Würde, weil du jemanden um Geld bitten musst – den Staat, um ganz genau zu sein: das Jobcenter.
Dann nimmt es dir dein Selbstbewusstsein. Und das führt dazu, dass du keine Chance mehr hast, rauszukommen. Spätestens dann gibst du dich auf. So ist es bei meinen Eltern. Und deshalb gehen meine Eltern nicht wählen. Weil sie sich daran gewöhnt haben, zu schweigen. (....)
Ich sehe es inzwischen so: Je mehr Geld man hat, desto einfacher ist es, sich als Teil dieser Gesellschaft zu fühlen. Wer mehr verdient, hat auch auf dem Wahlzettel mehr Auswahl. Man kann die FDP wählen, wenn man weniger Steuern zahlen will. Oder die CDU, wenn man will, dass alles so bleibt, wie es ist. Oder die Grünen, wenn man zwar viel Geld hat, aber ein schlechtes Gewissen dabei. Oder die AfD, wenn man denkt, die Flüchtlinge sind an allem schuld. Meine Mutter hingegen kann sich auf dem Wahlzettel zwischen den Parteien entscheiden, die Hartz IV eingeführt haben und denen, die es nicht wieder abschaffen wollen. 
Laat die laatste zin even op je inwerken.

maandag 9 oktober 2017

Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen

We moeten het onder ogen zien: de democratie kan ook gevaarlijke en psychische gestoorde figuren aan de macht brengen. We hebben dat eerder, in de jaren 30 van de vorige eeuw in Weimar-Duitsland zien gebeuren, toen Adolf Hitler via verkiezingen aan de macht kwam en vervolgens alle democratische organen en instituties buiten werking stelde, omdat ze in de weg stonden van zijn ongebreideld narcisme.

Nu zien we onder onze ogen gebeuren hoe Donald Trump President is geworden van het machtigste land ter wereld. En hoe hij als een gestoorde narcist om zich heen mept, zonder blijk te geven van  enig besef van de grondwettelijke restricties die aan zijn ambt zijn gesteld.

De grote vraag is nu hoe zich dat verder zal ontwikkelen. Zullen de in de Amerikaanse democratie ingebouwde tegenkrachten wel sterk genoeg zijn om deze kwaadaardige egoïst in toom te houden? Je houdt je hart vast.

Dat doen ook de 27 psychiaters en andere deskundigen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg die hebben meegewerkt aan het, opmerkelijk snel uitgebrachte, boek The Dangerous Case of Donald Trump.

Het zijn niet de minsten die er aan hebben meegewerkt. Volg de link en blader door secties van het boek en door de inhoudsopgave.

Dat zo een boek kan verschijnen, stemt tot enig optimisme. Bedenk dat een soortgelijke publicatie over Erdogan in Turkije waarschijnlijk niet het licht zou zien, net zomin als dat in Rusland over Putin zou kunnen. En denk aan de boekenkasten vol met analyses-achteraf van de persoon Adolf Hitler en zijn omgeving, die dus inderdaad te laat verschenen.

Salon had een paar weken terug dit interview met de psycho-historicus Robert J. Lifton, die het boek voorzag van het voorwoord: The dangerous case of Donald Trump: Robert Jay Lifton and Bill Moyers on “A Duty to Warn”. Een citaat:
We have a duty to warn on an individual basis if we are treating someone who may be dangerous to herself or to others — a duty to warn people who are in danger from that person. We feel it’s our duty to warn the country about the danger of this president. If we think we have learned something about Donald Trump and his psychology that is dangerous to the country, yes, we have an obligation to say so. That’s why Judith Herman and I wrote our letter to The New York Times. We argue that Trump’s difficult relationship to reality and his inability to respond in an evenhanded way to a crisis renders him unfit to be president, and we asked our elected representative to take steps to remove him from the presidency.
En:
What we put forward as self-evident and normal may be deeply dangerous and destructive. I came to that idea in my work on the psychology of Nazi doctors — and I’m not equating anybody with Nazi doctors, but it’s the principle that prevails — and also with American psychologists who became architects of CIA torture during the Iraq War era. These are forms of malignant normality. For example, Donald Trump lies repeatedly. We may come to see a president as liar as normal. He also makes bombastic statements about nuclear weapons, for instance, which can then be seen as somehow normal. In other words, his behavior as president, with all those who defend his behavior in the administration, becomes a norm. We have to contest it, because it is malignant normality. For the contributors to this book, this means striving to be witnessing professionals, confronting the malignancy and making it known.

zondag 8 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - CLIFFORD CURZON SPIELT DIE LETZTE KLAVIERSONATE VON FRANZ SCHUBERT D 960

Ik luisterde een paar dagen geleden met een half oor naar Podium op Radio 4, toen Hans Haffmans in de rubriek Gouwe Ouwe Clifford Curzon (1907-1982) Schubert liet spelen..

O ja, dacht ik, ik moet weer eens naar Clifford Curzon luisteren. Ik zette mijn koptelefoon op en liet de Impromptus en de Moments Musicaux voorbijkomen. En wist toen weer meteen dat je Schubert niet mooier kunt spelen dan Curzon doet.

En ik vroeg me af of er eigenlijk ook beeldmateriaal van hem is. En ja, natuurlijk is dat er. Hier speelt hij de laatste pianosonate (D960) van Schubert. Mooier en indringender dan die toch ook geweldige uitvoeringen door Paul Lewis en Alfred Brendel.



woensdag 4 oktober 2017

Over Las Vegas. En over hoe de Republikeinen een eind maakten aan het onderzoek naar de effecten van wapenwetgeving

Update. Over het idiote wettelijk verbod dat in de V.S. bestaat op het financieren van onderzoek naar het verband tussen wapenbezit en geweld, w.o zelfmoorden, schrijft nu ook de redactie van The Lancet. Zie Gun deaths and the gun control debate in the USA. De laatste alinea:
The legal restriction on funding gun violence research is one of the most objectionable aspects of the already entirely objectionable gun control debate in the USA. In the wake of Las Vegas, policy makers and gun control advocates should be looking strongly at rescinding the abhorrent and nonsensical legal restrictions that keep the USA ignorant of the true toll of its gun violence.
Nu we weer zijn geconfronteerd met een massale schietpartij (mass shooting), nu in Las Vegas, waar de 64-jarige Stephen Paddock vanuit een hotelsuite erop los schoot in het publiek van een openluchtconcert, dringt zich opnieuw de vraag op wat de sociale wetenschappen te bieden hebben om dit gruwelijke gedrag te verklaren.

Eerder stond ik stil bij wat we menen te weten over de meer algemeen-maatschappelijke achtergronden van massale schietpartijen. Zie
In ongeveer dezelfde lijn is er nu naar aanleiding van Las Vegas de bijdrage van Raj Persaud en Adrian Furnham: Inside the Mind of the Mass Shooter.

Maar een belangrijk deel van de verklaring heeft natuurlijk ook te maken met de beschikbaarheid van wapens. De Verenigde Staten neemt wat dat wapenbezit betreft een unieke en treurige positie in. (Ook al was er in 2013 het bericht dat het wapenbezit leek af te nemen.)

Dat juist in de V.S. massale schietpartijen zo veel voorkomen, zal er mee samenhangen dat wapens zo gemakkelijk te krijgen zijn. Als je landen vergelijkt, dan dringt zich de samenhang tussen wapenbezit en moord- en doodslag met gebruikmaking van een wapen wel heel erg op. Werp maar even een blik op U.S. Gun Policy: Global Comparisons van Jonathan Masters.

En bedenk dat in Australië na invoering van strengere regels voor wapenbezit, met de mogelijkheid om wapens in te leveren (waardoor meer dan een miljoen wapens konden worden vernietigd), het aantal wapengerelateerde moorden met meer dan de helft daalde. En nee, de andersoortige geweldsmisdrijven namen niet toe, maar juist ook af. Zie Too Soon For Gun Control, Trump? As Australians, Our Experience Begs to Differ.

Ik was op zoek naar empirisch onderzoek naar de effecten van wapenwetgeving en kwam eigenlijk alleen bij studies terecht uit begin jaren 90 van de vorige eeuw of nog ouder.

En ik wist niet wat ik daar van moest denken. Tot ik even later dit bericht uit de Washington Post van vandaag voorbij zag komen: Why gun violence research has been shut down for 20 years.

Onderzoek naar de effecten van strengere wapenwetten is in de V.S. rond 1996 tot stilstand gekomen. In dat jaar dreigde het door de Republikeinen gedomineerde Congres, onder druk van de National Rifle Association, de financiering van de Centers for Disease Control and Prevention te beëindigen als ze door zouden gaan met onderzoek naar de effecten van wapencontrole. Tegelijkertijd stopte het Ministerie van Justitie met de financiering van zulk onderzoek. De geldkranen werden afgeknepen.

De Republikeinen hebben niet zoveel met wetenschappelijk onderzoek. Klimaatverandering? Willen we liever niets over weten. Gunstige economische effecten van immigratie? Oren dicht.

dinsdag 3 oktober 2017

Ongelijkheid, bestedingscascades, schulden, de Grote Crisis en verstandige linkse regeringen

Inkomensongelijkheid wakkert de vraag naar positionele goederen aan. Met de aanschaf van een positioneel goed  (of statusgoed) laat je zien welke positie je inneemt in de statushiërarchie. Dat betekent dat statusgoederen schaars zijn en voor de meesten te duur.

De rijkaards aan de top kunnen zich een duur huis op een dure locatie veroorloven. Voor de iets minder rijken wordt daardoor een duur huis op een dure locatie aantrekkelijk om ook aan te schaffen. Ze zullen daar iets minder goed in slagen, maar lokken daardoor wel hetzelfde gedrag uit bij de nog iets minder rijken. En zo gaat dat door tot in de lagere regionen van de inkomenspiramide.

Zulke "bestedingscascades" vormen een mechanisme dat uitlokt tot geld lenen. Zoals in de vorm van hypotheken, studieleningen en consumptief krediet. De banken en andere kredietverschaffers komen daar natuurlijk graag aan tegemoet. Sterker, ze worden erdoor geprikkeld om bij de politiek deregulering van hun sector te bepleiten. Zodat ze meer hun gang kunnen gaan.

Daarmee kom je dus op de gedachte dat de toename van inkomensongelijkheid heeft bijgedragen tot de toename van de private schulden en uiteindelijk tot de kwetsbaarheid van het financiële systeem en het uitbreken van de Grote Financiële Crisis van 2008-2010.

Dat fenomeen van ongelijkheid die uitlokt tot een "positionele competitie" (of statuscompetitie door middel van consumptie) is al langer geleden beschreven door Fred Hirsch (Social Limits to Growth, 1977) en door Robert Frank (Choosing the Right Pond: Human Behavior and the Quest forStatus, 1985).

Het verbaast niet dat hun werk opnieuw in de belangstelling komt te staan. Zo is er nu de studie Taking Credit: Redistribution and Borrowing in an Age of Economic Polarization van John S. Ahlquist en Ben W. Ansell.

Zij analyseren de data van 18 OECD-landen over de periode 1980-2010. En komen na veel rekenwerk tot een duidelijke conclusie. Het samengaan van toegenomen inkomensongelijkheid en het optreden van de Grote Crisis was geen toeval. En de tussenliggende factor was de door die ongelijkheid uitgelokte toename van private schulden.

Maar wat vinden ze ook? Dat geldt niet voor alle landen in gelijke mate. Landen waarin gedurende langere perioden linkse partijen in de regering zaten, bleken in staat om door herverdelingsbeleid (via belastingen en andere regelingen) dit noodlottige mechanisme te voorkomen. In hun woorden:
rising income inequality and the global financial crisis were perhaps the two biggest economic stories of the first decade of the twenty-first century. We argue that their joint emergence was not a coincidence, but neither was it inevitable. In fact, greater levels of borrowing appear closely related to changes in income inequality, but only in those countries where left-wing government is less frequent. We interpret this finding as reflecting long-run, systematic, and partisan differences in redistributive efforts. Redistribution, in turn, dampens the positional consumption incentives produced by stagnant real wages at the middle and bottom of the income distribution, and by rising incomes at the top. Thus, in countries with histories of left-wing government and substantial redistribution, rising inequality failed to produce an associated surge in borrowing. In countries where both left-wing government and redistribution were less prevalent, inequality and credit rose together.
Dat linkse beleid van herverdeling was dus buitengewoon verstandig. Merkwaardig toch dat mensen na de Grote Crisis zo massaal op rechtse partijen zijn gaan stemmen.

maandag 2 oktober 2017

Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Donderdag a.s. geef ik onder de titel Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? een presentatie op het Jaarcongres van het Trendbureau Overijssel in Deventer.

Zie hier het programma, de locatie en mogelijkheid tot aanmelden: JAARCONGRES 2017.

En bekijk hier de powerpoint.

Samenvatting
Terwijl een gevoel van bestaanszekerheid een fundamentele behoefte is, is de bestaansonzekerheid de laatste decennia toegenomen. Er zijn aanwijzingen voor de negatieve gevolgen daarvan, zowel op het persoonlijke vlak als op het vlak van de maatschappelijke verhoudingen. De oorzaken van deze ontwikkeling zijn voor een flink deel toe te schrijven aan in het verleden gemaakte politieke keuzes. Dat wijst op de wenselijkheid van een politieke herbezinning.
De presentatie is een uitwerking van en vervolg op het Essay De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding, dat als hoofdstuk is opgenomen in het boek dat donderdag gepresenteerd wordt.
Update. Hoofdstuk 3 in: Hans Peter Benschop (red.), Nieuwe tegenstellingen. Wat doen we ermee? Den Haag: Boom bestuurskunde.

zondag 1 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - - Torino - Barbara Hannigan soprano-direttore

De sopraan-dirigent Barbara Hannigan reist de wereld rond en maakt furore. Der Spiegel is juichend over haar optreden eergisteren in Hamburg, in de première van La nuova Euridice secondo Rilke van de Italiaanse componist Salvatore Scirarrino: Happy Birthday mit Hannigan. Zie hier haar overvolle agenda voor dit seizoen.

In 2014 was ik onder de indruk van haar optreden in de Zaterdagmatinee in het Concertgebouw:
Muziek voor de zondagochtend - Barbara Hannigan & GSO - Three Mozart Arias

Die combinatie van zingen en dirigeren is verrassend en voor zover ik weet niet eerder geprobeerd. Maar als je het een keer meemaakt, dan ben je meteen overtuigd. 

Althans, dat was ik. Dit filmpje is gewijd aan een optreden in Turijn in 2016. Een van de zure reacties is: "Disgusting". En een ander is van oordeel dat het niet mogelijk is om twee dingen tegelijk goed te doen.

Oordeel zelf.

vrijdag 29 september 2017

Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort

Hoe het met de euro verder zal gaan, na de Franse en de Duitse verkiezingen, wie zal het zeggen? 

Maar terugkijkend op de geschiedenis ervan tot nu toe, blijft het verbazen hoe de politieke leiders zo volhard hebben en volharden in een beleid dat de economische handboeken negeert en dat doordrenkt is van de ideologie van neo- en ordo-liberalisme. Die volharding kan je op de gedachte brengen dat de euro door een soort sekte geregeerd wordt. Zie nog eens, uit 2015 al weer, Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af (met vier links).

Nu vragen Matthias Matthijs en Mark Blyth zich eveneens af hoe het kan dat een groep politici zo lang blijft volharden in een fout, irrationeel, beleid. Zie When Is It Rational to Learn the Wrong Lessons? Technocratic Authority, Social Learning, and Euro Fragility.

Ze geven een fraaie beschrijving en analyse van de geschiedenis van het eurozonebeleid en komen tot de conclusie dat de institutionele opzet van de euro, in het bijzonder het bestaan van een bovennationaal, slecht democratisch onderbouwd, beleidsveld, dat sekte-achtige (mijn woord) en irrationele beleid bevorderde.

Want wat is het geval? Al die politici in die bovennationale organen ontberen een rechtstreekse band met kiezers tegenover wie ze zich dienen te verantwoorden. Waar moeten ze zich dan door laten leiden? Wat geeft hen houvast?

Welnu, dat zijn de afgesproken regels. De afspraken die zijn gemaakt en de pacten die zijn gesloten. Er kan geen plaats zijn voor bovengeordende overwegingen die ertoe aanzetten om die regels te veranderen. Daardoor komt een irrationeel proces in gang, waarin de regels voorrang krijgen boven de uiteindelijke doelen.

Een omgeving waarin de juristen van het Duitse ministerie van Financiën, met Schäuble voorop, zich thuis voelden als een vis in het water. En een omgeving die wel moest leiden tot een botsing met de macro-econoom en kortstondige Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis, die zich als enige wel oriënteerde op die uiteindelijke doelen. Lees Adults in the Room. My Battle With Europe's Deep Establishment voor een enerverend verslag van die clash.

Het is een fraaie analyse die Matthijs en Blyth geven. Een democratisch tekort als voorwaarde voor sekte-achtig volharden in slecht economisch beleid. Een analyse die verplichte kost zou behoren te zijn in de Brusselse en Frankfurtse burelen. Ik citeer tot slot drie alinea's uit hun conclusies:
Our answer is that non-sovereigns with sovereign responsibilities, but without sovereign capacities, must rule by appeal to authority. In the case of the EU governors, that authority is drawn from adherence to a set of ideas and institutional rules that, while irrational for the crisis environment in which they are employed, are the only ones such actors can draw upon to maintain their authority when under pressure since they have no democratic mandate to actually change policy.
While the overall policy response to the euro crisis was very much driven by the Eurozone member-state leaders, particularly by German chancellor Angela Merkel and her Finance Minister Wolfgang Schäuble, such that technocrats in both the Commission and the ECB took their cues from their “paymasters” in Berlin, that does not detract from the fact that those technocrats derived their legitimacy and authority from following and implementing the rules they were instructed to follow—whether they truly believed in those rules or not. Lacking democratic legitimacy themselves, they had very little choice in not doing so. In contrast, among national leaders, the appeal to such rules allowed them to expand their claims to authority beyond their electorate, into the institutions of supranational governance. Without appeal to such ideas, their authority, like their capacity, would stop at the border.
Seen in this way, “doubling down” on bad policy, as the EU has repeatedly done since 2010, is neither irrational nor purely ideological. Instead, as Keynes said about the adherence to deflation in the 1930s, it is locally rational but globally irrational. And as long as authority is produced and contested via appeal to these ordo- and neo-liberal ideas, and through reconstructed readings of past events, a rather unbalanced and ineffective macroeconomic policy mix will be the result. Just how long Europe can stand this policy mix remains an open question. But what our analysis suggests is that so long as the answer is framed in ordoliberal terms, those in authority will not be compelled to give an alternative answer.

dinsdag 26 september 2017

Is de paniek over de extra miljarden voor de langdurige ouderenzorg wel gerechtvaardigd?

In de politiek en de media is er paniek ontstaan over de extra miljarden die naar de langdurige ouderenzorg moeten. Zie Frank Hendrickx daarover in De Volkskrant: Miljarden voor ouderenzorg. Het perfecte politieke misdrijf.

De paniek berust erop dat de politici, misschien met uitzondering van de Staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn, zulke hoge bedragen niet hadden zien aankomen.

Want wat is het geval? Al in 2013 heeft de volksvertegenwoordiging geoordeeld dat de vereiste kwaliteit van de langdurige ouderenzorg door het van de politiek onafhankelijke Zorginstituut dient te worden vastgesteld. Dat is wettelijk vastgelegd in een wijziging van de Wet Cliëntenrechten Zorg.

Welnu, het Zorginstituut heeft zijn werk gedaan, het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg opgesteld en opgenomen in het Register van het Zorginstituut, waarmee de wettelijke basis is verzekerd. Waarna de Nederlandse Zorgautoriteit, en daarna nog eens het CPB, zijn gaan berekenen wat de kosten zullen zijn van het verhogen van de kwaliteit van de zorg tot het vereiste wettelijke niveau.

En toen kwam de paniek, want "men" schrikt van de hoogte van dat bedrag. Als Van Rijn inderdaad wist wat hij deed, dan is dat volgens Hendrickx "het perfecte politieke misdrijf".

Maar er zijn goede redenen om hier heel anders naar te kijken. Misschien zou de paniek veel meer moeten gaan over hoe belabberd die langdurige ouderenzorg tot nu toe kennelijk geweest is. Die vele miljarden die nu nodig zijn, die hadden al veel eerder op de begroting behoren te staan. Dat onze langdurige ouderenzorg al die tijd ver beneden de maat van veiligheid en waardigheid is gebleven, komt nu kennelijk "officieel" aan het licht.

Opvallend dat ik van die paniek in de politiek en de media niets merk.

maandag 25 september 2017

Grootouderschapsverlof maakt samenleving kindvriendelijker en is goed voor kinderen

In het Belgische parlement is vorige week een wetsvoorstel ingediend om een grootouderschapsverlof in te voeren voor werkende grootouders. Zie Krijgen werkende opa's en oma's in België straks grootouderverlof?

Dat is om allerlei redenen een goed initiatief. Door demografische ontwikkelingen zijn grootouders gemiddeld jonger geworden. En leven ze langer. Waardoor ze meer beschikbaar zouden kunnen zijn om te helpen bij het grootbrengen van de kleinkinderen.

Die hulp blijkt heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Gezinnen zijn behoorlijk sociaal geïsoleerd geraakt, waardoor elke hulp die er nog wel kan zijn, belangrijk is. Het blijkt dat jonge stellen eerder (nog) een kind "nemen" als grootouderhulp aanwezig is. En het blijkt dat die hulp goed is voor hoe kinderen zich sociaal ontwikkelen. Kijk eens naar de eerdere berichten op dit blog over het belang van grootouders.

zondag 24 september 2017

Zondagochtendmuziek - Monteverdi - Vox Luminis en Capriccio Stravagante - Festival Oude Muziek...

Net terug uit Italië, waar we in Turijn, Bergamo en Brescia ronddwaalden. Maar natuurlijk ook een paar dagen naar Venetië. En daar waren de gedachten ook weer even bij Claudio Monteverdi, die daar van 1613 tot zijn dood in 1643 als kapelmeester van de San Marco werkte.

Speciaal voor de uitvoering in de San Marco componeerde hij het Selva morale e spirituale. Hier in een wel heel mooie uitvoering door Vox Luminis o.l.v. Lionel Meunier en het Capriccio Stravagante Renaissance Orchestra o.l.v. Skip Sempé, tijdens het Festival Oude Muziek 2016 in Utrecht. Doe je ogen dicht en verplaats je in gedachten naar Venetië en naar de San Marco.

vrijdag 22 september 2017

Over de schaamte en het liegen van rechts-extremisten

In ons denken en onze emoties over het publieke domein zijn we ambivalent tussen onze morele intuïties van het gemeenschapsgedrag en van het statushiërarchiegedrag.

Het linkse politieke denken sluit meer aan bij de gemeenschapsintuïties en het rechtse politieke denken meer bij de intuïties van de statuscompetitie en de statushiërarchie. Zie voor meer over dit onderscheid hier Jonathan Haidt (Morele intuïties in het persoonlijke en onpersoonlijke domein) en hier George Lakoff (George Lakoff over morele intuïties in de politiek en over Trump. En over de Dual-Mode theorie).

Die ambivalentie houdt in dat we individueel en met zijn allen vrij gemakkelijk heen en weer schuiven tussen een meer linkse of een meer rechtse positie in het politieke spectrum. Want over het publieke domein zijn we altijd veel slechter geïnformeerd dan over het persoonlijke domein, het domein van de contacten met familie en vrienden.

Daardoor kunnen kleine veranderingen in de informatie die we toegediend krijgen, grote veranderingen in ons denken tot gevolg hebben. Nog afgezien van het fake-nieuws waaraan we bloot kunnen staan. Bovendien maakt onzekerheid ons sterk sociaal beïnvloedbaar. Als we het niet zo goed weten, laten we ons meer leiden door informatie over wat anderen denken en doen.

Zo kan het gebeuren dat je in een tijd leefde waarin iedereen zich afvroeg: "Ben ik wel links genoeg?" Maar ook kun je een tijd meemaken, zoals nu, dat iedereen zich zorgen maakt of hij wel rechts genoeg is.

Die verschuiving naar rechts en zelfs naar rechts-extremisme speelt zich zowel in Europa als in de Verenigde Staten af. En is in de Verenigde Staten sterk verbonden met wat er nu al decennia met de Republikeinse partij aan de hand is.

Die Grand Old Party (GOP) heeft zich uit het politieke midden verwijderd, is steeds extremere rechtse posities gaan innemen en is nu, met Donald Trump als president, aan de macht.

Die ruk naar rechts van wat ooit een middenpartij was, werd al in 2004 gedetailleerd beschreven door Charles Tiefer in Veering Right. How the Bush Administration Subverts the Law for Conservative Causes. En in 2006 was er al deze mooie analyse door insider John Dean, ooit adviseur van President Nixon: Conservatives Without Conscience.

Wat we nu meemaken, een extreem-rechtse partij aan de macht, is natuurlijk allereerst een pijnlijk, maar daarnaast ook een fascinerend verschijnsel. Want hoe zet je je rabiate ideologie om in beleid? Hoe verkoop je je anti-overheidsideologie, die de overheid alleen maar als probleem ziet in plaats van als ook een bron van oplossingen? Hoe breng je aan de man dat je niet wilt dat de rijken meebetalen aan de armen en niet wilt dat de gezonden meebetalen aan de zieken? Dat je een maatschappij wilt waarin alles draait om competitie? En waarin de winnaars niet worden lastig gevallen?

Het fascinerende aan wat we nu zien gebeuren is dat de Republikeinen zich lijken te schamen voor de werkelijke aard van hun bedoelingen. Want alleen zo kun je verklaren dat ze onwaarheden verspreiden, ja, zeg maar, liegen, over wat de werkelijke effecten zijn van hun voorstellen.

Zoals over hun pogingen om Obamacare van tafel te vegen en zogenaamd te vervangen door "iets beters". Zie vandaag Paul Krugman daarover: Cruelty, Incompetence and Lies.

Hun weerzin tegen het hele idee van een collectieve ziektekostenverzekering is groot. Als iemand ziek wordt en de rekeningen niet kan betalen, jammer dan. Waarom zou een gezond en rijk iemand daaraan moeten meebetalen?

Maar zelfs bij zulke extremisten is er kennelijk nog iets aanwezig van die gemeenschapsintuïties, dat maakt dat ze niet openlijk voor die weerzin durven uit te komen. Er is, gelukkig!, nog iets van schaamte aanwezig. Vandaar dat liegen.

woensdag 30 augustus 2017

Onderbreking

De activiteit op dit blog wordt voor enkele weken onderbroken.

Maar volg het nieuws van de interessante blogs van "Mijn lijst met blogs" in de rechterkolom. Zoals de blogs van
  • Paul Krugman, 
  • Bill Mitchell, 
  • econoblog 101, 
  • Real-World Economics Review Blog, 
  • Bradford DeLong, 
  • Mark Thoma (Economists' View), 
  • Chris Dillow (Stumbling and Mumbling), 
  • The Evolution Institute, 
  • Simon Wren-Lewis (Mainly Macro), 
  • Yanis Varoufakis, 
  • George Lakoff en 
  • Thomas Piketty.
Mijn activiteit op twitter (https://twitter.com/henkdevo) gaat min of meer gewoon door.

dinsdag 22 augustus 2017

Is het verdringen van het doodsbesef een sociaal proces? - VPRO Zomergasten in 5 minuten: Frans de Waal

Ik was niet in de gelegenheid om de aflevering van Zomergasten met Frans de Waal in zijn geheel live te zien. Ik ga nog naar Uitzendinggemist. Het filmpje hieronder geeft een ultrakorte samenvatting, waarin het o.a. gaat over Donald Trump als alfa-man en (slechte) leider.



In het (laatste) gedeelte, dat ik wel zag, komt een ontroerende scène voor waarin Jan van Hooff afscheid neemt van chimpansee Mama, die stervende is. Mama speelde heel lang een centrale rol in de chimpansee-kolonie van Burgers Dierenpark in Arnhem. Frans de Waal schrijft over haar in Chimpansee politiek. Macht en seks bij mensapen:
Mama neemt in de groep een centrale plaats in. Ze zorgt voor stabiliteit en verzoening. Bovendien is ze de leidster van de gezamenlijke vrouwelijke macht. Geen van de mannen kan om haar heen.
In die scène gaat Jan van Hooff de kooi binnen waarin Mama op haar sterfbed ligt, streelt hij haar en buigt hij zich over haar heen. De communicatie die dan plaatsvindt, is heel ontroerend. Je kunt die scène ook hier bekijken: Jan van Hooff visits chimpanzee "Mama", 59 yrs old and very sick.

In het gesprek met Frans de Waal komt de vraag op of chimpansees het doodsbesef kennen. Frans zegt daarover dat ze duidelijk wel het besef van sterfelijkheid hebben als een ander lid van de groep overlijdt. Maar of ze ook de notie kennen dat hun eigen leven eindig is, en of ze daar bij stil staan, dat weten we eigenlijk niet.

Maar wij mensen dan? Ja, wij "weten dat", maar wat betekent dat? In de uitzending zijn Frans en Janine het erover eens dat wij het besef van onze eigen sterfelijkheid "voor ons uit schuiven" en "verdringen".

En dat is natuurlijk zo. Maar waaruit bestaat dat verschil met de chimpansees dan precies, vroeg ik me af.

Omdat wij over grotere cognitieve vermogens beschikken, die we gedurende het opgroeien ontwikkelen, komt er onvermijdelijk ergens in onze vroege jeugd, nadat ons zelfbewustzijn is ontwikkeld, het moment dat we er voor het eerst bij stilstaan dat we ooit zullen doodgaan. Dat dan ons leven is afgelopen.

Ik heb daar zelf een levendige herinnering aan. Ik beleefde het als een soort paniekaanval. Misschien gebeurt dat bij iedereen, want evolutionair gezien zijn we er eigenlijk alleen op voorbereid om te overleven.

Maar ik herinner me ook dat ik daar met niemand over sprak. Ik denk dat ik vermoedde dat ik de enige was die bij dat probleem van het doodgaan stilstond en zich daar druk over maakte. Wat me ertoe aanzette om daar dan maar mee op te houden.

Zou het zo zijn dat het verdringen van het doodsbesef een bij uitstek sociaal proces is? Iedereen weet het wel, maar niemand heeft het erover. Waardoor het gewone leven zijn loop kan hebben.

En zo lossen we samen het probleem op waar onze cognitieve vermogens ons, als een vervelend neveneffect, mee hebben opgezadeld: het besef van onze sterfelijkheid.

Zie hier mijn eerdere berichten achter het label Frans de Waal.

vrijdag 18 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk zicht op intimiderend en narcistisch leiderschap - en dus op Donald Trump

Doordat we nu wel, en in de jaren 30 van de vorige eeuw nog niet, te rade kunnen gaan bij de sociale wetenschappen, zijn we nu beter in staat om het zo sterk opkomende rechts-extremisme en de oorzaken daarvan te begrijpen. Zie ook het vorige bericht: Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen.

Een boeiende bijdrage in dat verband is Dan P. McAdams' analyse van het leiderschap van Trump: The Appeal of the Primal Leader: Human Evolutionand Donald J. Trump. Daarover zo meteen meer.

Diezelfde McAdams schreef vorig jaar in de juni-aflevering van The Atlantic deze vooruitziende analyse: The Mind of Donald Trump. Uitgaande van Trumps persoonlijkheidseigenschappen komt hij tot deze "voorspelling" van wat zijn presidentschap zou gaan betekenen:
In sum, Donald Trump’s basic personality traits suggest a presidency that could be highly combustible. One possible yield is an energetic, activist president who has a less than cordial relationship with the truth. He could be a daring and ruthlessly aggressive decision maker who desperately desires to create the strongest, tallest, shiniest, and most awesome result—and who never thinks twice about the collateral damage he will leave behind. Tough. Bellicose. Threatening. Explosive.
Er zijn wel eens voorspellingen geweest die slechter uitkwamen.

En hij besluit zijn analyse met:
Who, really, is Donald Trump? What’s behind the actor’s mask? I can discern little more than narcissistic motivations and a complementary personal narrative about winning at any cost. It is as if Trump has invested so much of himself in developing and refining his socially dominant role that he has nothing left over to create a meaningful story for his life, or for the nation. It is always Donald Trump playing Donald Trump, fighting to win, but never knowing why.
Maar nu terug naar dat recente artikel over Trumps leiderschap. Daarin gaat het over de twee soorten leiderschap die we in het menselijk sociale en maatschappelijk leven kennen: dat van het prestige en dat van het intimideren en domineren.

Het leiderschap op basis van prestige behoort bij wat ik de sociale vorm van de morele gemeenschap noemde (Over de coöperatieve zorg voor kinderen in de evolutie van zoogdieren en van mensen). Die menselijke gemeenschap is gebaseerd op egalitaire verhoudingen, op samenwerking en op overdracht van kennis en informatie (cultuur dus). Dat laatste opent de weg voor een vorm van leiderschap, want de een weet meer dan de ander en is dus een belangrijker bron van expertise en wijsheid.

Zo iemand krijgt prestige toegekend door anderen. Hijzelf kan dat niet opeisen, laat staan afdwingen. Maar belangrijker: daartoe is hij (of zij) ook helemaal niet gemotiveerd. Want alles staat in het teken van het gemeenschappelijke belang en het bewaren van de harmonie.

Daartegenover staat het leiderschap op basis van dominantie. We zitten dan in de sociale vorm van de statushiërarchie. Zie ook Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan.

Voor het karakteriseren van het dominantieleiderschap grijpt McAdams terug op het eerste boek van Frans de Waal (Chimpanzee Politics), waarin De Waal de statushiërarchie en de strijd om status in de groep chimpansees in Burgers Dierenpark beschrijft. Het is de evolutionair oudste vorm van leiderschap, die echter bij mensen nog gemakkelijk de kop kan opsteken.

En dat laatste is het geval als het om de persoon Trump gaat en om wat hij nastreeft. Kortheidshalve citeer ik maar even McAdams:
Like the alpha male of a chimpanzee colony, Trump leads (and inspires) through intimidation, bluster, and threat, and through the establishment of short-term, opportunistic relationships with other high-status agents. Whereas domain-specific expertise confers status in the prestige paradigm, dominant leaders derogate expertise in order to establish a direct, authoritarian connection to their constituency. Trump’s leadership style derives readily from his personality makeup, which entails a combustible temperament mixture of high extraversion and low agreeableness, a motivational agenda centered on extreme narcissism, and an internalized life story that tracks the exploits of an intrepid warrior who must forever fight to win in a Hobbesian world of carnage.
En daar is eigenlijk het meeste wel mee gezegd. Het zou goed zijn als journalisten in hun berichtgeving over de strapatsen van Trump wat meer blijk gaven van inzicht in het soort leiderschap waar we hier mee te maken hebben.

Dat geldt trouwens algemener. Trump is een extreem geval van leiderschapsgedrag dat we natuurlijk veel meer om ons heen zien.

donderdag 17 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen

De recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten wijzen nog maar weer eens op de opvallende overeenkomsten tussen wat we nu meemaken en dat wat zich afspeelde in Duitsland in de jaren 30 van de vorige eeuw. Bij die overeenkomsten stond ik eerder stil in het bericht Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Maar er is natuurlijk ook een belangrijk verschil. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden zich de sociale wetenschappen en die kunnen ons nu bijstaan in het begrijpen van wat er gaande is. Die ontwikkeling was trouwens voor een groot deel juist in gang gezet door de motivatie om de vreselijke gebeurtenissen te begrijpen die zich in nazi-Duitsland en in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld.

Wat hebben die sociale wetenschappen te bieden om nu het verschijnsel-Trump (dat ook de morele teloorgang en radicalisering van de Republikeinse partij omvat) en meer in het algemeen de opkomst van het rechts-extremisme te begrijpen en te verklaren?

Ik moet dan allereerst denken aan het onderzoek dat de toename van rechts-extremistische opvattingen in verband brengt met de toename van bestaansonzekerheid. Zie mijn laatste bericht daarover: Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme en volg de links daarin naar vorige berichten.

Dat onderzoek was er in de jaren 30 van de vorige eeuw niet en is er nu wel. En het valt te hopen dat de eruit voortkomende inzichten snel tot de politiek en het beleid doordringen en benut gaan worden.

Maar er is meer. Zo is er dit mooie overzicht dat Thomas Pettigrew opstelde van onderzoek dat kan helpen bij het begrijpen van de Amerikanen die op Trump stemden: Social Psychological Perspectives on Trump Supporters.

Pettigrew, een wel heel gerenommeerd sociaal-psycholoog, ordent dat onderzoek in de vier thema's:
  • Authoritarianism and Social Dominance Orientation (SDO)
  • Prejudice
  • Intergroup contact
  • Relative Deprivation
Het onderzoek dat ik noemde naar de rol van bestaansonzekerheid valt onder het thema van de relatieve deprivatie.

Het eerste thema slaat op al dat onderzoek dat geprobeerd heeft om het persoonlijkheidssyndroom te karakteriseren van mensen die bij uitstek vatbaar zijn voor autoritaire en rechts-extremistische opvattingen. Dat onderzoek begon ooit, kort na de Tweede Wereldoorlog, met The Authoritarian Personality van Adorno en anderen (volg de link voor de uitgebreide Wikipedia-pagina).

Zie voor die Sociale Dominantie Oriëntatie mijn eerdere berichten daarover, zoals Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentimentPVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands".

Die twee andere thema's, vooroordeel en intergroepscontact, hangen nauw met elkaar samen. Ze slaan op het probleem dat we in onze huidige maatschappij in onderlinge afhankelijkheid staan tot vreemden en leden van andere groepen die we niet persoonlijk kennen. Dat informatietekort leidt ertoe dat zich gemakkelijk, meestal negatieve, vooroordelen ontwikkelen, die in het dagelijks leven en in de politiek vervelende gevolgen kunnen hebben. Onderzoek wijst erop dat vooroordelen kunnen worden verminderd door een toename van onderling contact (de sociale contact-hypothese) en daarmee van onderlinge vertrouwdheid. Zie bijvoorbeeld Meer empathie bij toenemende vertrouwdheid: nieuwe aanwijzing.

Een andere recent verschenen interessante sociaalwetenschappelijke bijdrage is The Appeal of the Primal Leader: Human Evolution and Donald J. Trump van Dan McAdams. Maar daarover een volgende keer.

zondag 13 augustus 2017

Zondagochtendmuziek - Billie Holiday - Strange Fruit

We leven in een tijd waarin je met huivering constateert dat Strange Fruit, in 1937 onder pseudoniem geschreven door de communistische onderwijzer van Joodse afkomst uit The Bronx, Abel Meeropol, en bekend geworden door Billy Holiday, een actuele lading krijgt.

Lees ook even de eerste reactie, van Shea Layton:
Listening to this song should be a piece of every high schooler's history course at some point. 
En huiver bij de twee commentaren daarop die verwijzen naar de gebeurtenissen gisteren in Charlottesville.

vrijdag 11 augustus 2017

Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme

We zijn zo'n 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog getuige van een golf van opkomend rechts-extremisme. Die golf bestaat er niet alleen uit dat rechts-extremistische partijen tot het politieke landschap zijn gaan behoren, maar ook uit het naar rechts opschuiven van middenpartijen.

Dat is eigenlijk niet een verrassende ontwikkeling. Want we hebben een grote financiële crisis achter de rug en onderzoek wijst uit dat in de periode 1870-2014 zulke crises steevast gepaard zijn gegaan met een opleving van rechts-extremisme. Zie Meer rechts-extremisme na financiële crises - niet na economische crises.

Alles wijst erop dat dit verband veroorzaakt wordt door de door zulke crises aangewakkerde bestaansonzekerheid. In een kapitalistische maatschappij zijn we voor ons bestaan afhankelijk van inkomen uit arbeid en een financiële crisis doet zekerheden over geld en werk wankelen.

Rechts-extremistische partijen profiteren van die toegenomen bestaansonzekerheid door succesvol naar vermeende "vijanden" of zelfs "vijanden van het volk" te wijzen. Dat zijn interne vijanden: de "politiek-correcte elites", de minderheden en de uitkeringstrekkers, en de externe: de vluchtelingen en de migranten.

De aanwijzingen voor het verband tussen bestaanszekerheid en rechts-extremistische opvattingen stapelen zich op. Zie Beleid dat bestaansonzekerheid zaait, oogst rechts-extremisme, Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment en Meer over baanonzekerheid en rechts-extremisme.

Daar is nu onderzoek in Duitsland bijgekomen naar de kenmerken van mensen met sympathie voor de rechts-populistische partij AfD: Einstellung und sozialeLebenslageEine Spurensuche nach Gründen fürrechtspopulistische Orientierung,auch unter Gewerkschaftsmitgliedern. Een mooie samenvatting geeft de powerpoint van de presentatie op de persconferentie: WER WÄHLTRECHTSPOPULISTEN?

Op grond van een online vragenlijst onder een representatieve steekproef van tegen de 5000 inwoners van Duitsland komen de onderzoekers tot de conclusie dat het niet zozeer de objectieve economische positie is die de sympathie voor de AfD verklaart, maar veeleer de angst voor sociale daling (statusangst), die weer blijkt samen te hangen met de indruk dat men er in vergelijking met de eigen ouders op achteruit is gegaan. Daar komen grotere zorgen bij over de eigen toekomstige financiële positie en die van de kinderen.

Die onzekerheid gaat bovendien samen met meer egoïsme, minder vertrouwen in anderen, een autoritair wereldbeeld en een anti-vreemdelingensentiment.

Het is helaas een bekend en vertrouwd beeld dat naar voren komt. Hoog tijd dat politici er meer van doordrongen raken hoe belangrijk bestaanszekerheid als beleidsdoelstelling is.

donderdag 10 augustus 2017

Meer pro-sociaal gedrag door kunstbeoefening en kunstbezoek

Zou het kunnen zijn dat je je door kunst meer verbonden voelt met anderen? En dat je daardoor pro-socialer bent?

Ik heb soms dat gevoel van verbondenheid als ik met kunst in aanraking kom. Het kan zomaar de kop op steken als ik naar Beethoven (of Schubert) luister. Het is misschien in de eerste plaats een gevoel van verwantschap met de componist toen hij de muziek schreef. Hij moet er zelf een gevoel (van schoonheid, van helderheid, van volmaaktheid) bij hebben gehad en ik denk dat ik als luisteraar in dat gevoel deel.

Dat geeft een gevoelde verbondenheid met de persoon Beethoven. Maar doordat ik weet dat veel anderen ook van die muziek houden, breiden die verbondenheid en verwantschap zich ook uit tot die anderen.

Ik had dezelfde ervaring toen ik vorige week in het Kröller-Müller Museum de schilderijen Le bateau-atelier van Claude Monet en Il vient de loin van Paul Gabriel bekeek.

Ik voelde een verwantschap met de makers, kennelijk omdat datgene wat zij hadden uitgekozen om te schilderen mij zo raakte. En ik meende me verbonden te voelen met al die anderen die deze schilderijen weten te waarderen.

Verder dacht ik eigenlijk niet.

Maar dat veranderde toen ik gisteren de studie The Arts as a Catalyst for Human Prosociality and Cooperation voorbij zag komen.

Want daarin laten de onderzoekers, Julie Van de Vyver en Dominic Abrams, met gebruikmaking van de longitudinale dataset Understanding Society zien dat kunstbeoefening en kunstbezoek bevorderlijk zijn voor pro-sociaal gedrag (deelname aan vrijwilligerswerk en donaties aan goede doelen).

Omdat dezelfde mensen in verschillende jaren werden ondervraagd, konden ze aannemelijk maken dat het ook echt om een oorzakelijk verband gaat: door meer kunst op een bepaald tijdstip meer pro-sociaal gedrag later. Temeer omdat ze voor allerlei andere factoren die voor beide van belang zouden kunnen zijn, zoals geslacht, inkomen, opleiding, regio en persoonlijkheid, konden controleren.

Update. Je zou nog kunnen denken dat het verband eraan ligt dat mensen die meer buitenshuis actief zijn, zoals in de vorm van kunstbeoefening en -bezoek, ook meer doen aan pro-sociale activiteiten. Maar dan zou dat ook moeten gelden voor een andere activiteit buitenshuis, sportbeoefening, en dat blijkt niet het geval te zijn.

Dus ging ik denken dat kunst misschien niet alleen zo'n gevoel van verbondenheid kan opwekken, maar misschien daarmee ook het pro-sociale gedrag kan bevorderen dat uit dat gevoel voortvloeit.

We leven nu eenmaal in een maatschappij waarin gevoelens van verbondenheid niet als vanzelfsprekend bestaan. En in diezelfde maatschappij is er een hang naar kunst, naar kunstbeoefening en naar kunstdeelname.

Misschien komt dus die vraag naar kunst voort uit die maar gebrekkig vervulde behoefte aan verbondenheid. En draagt kunst daardoor bij aan pro-sociaal gedrag.

Lijkt me trouwens ook een belangrijk inzicht voor de politiek.

dinsdag 8 augustus 2017

Meer over baanonzekerheid en rechts-extremisme

Ik was op zoek naar meer onderzoek naar het verband tussen bestaansonzekerheid en het hebben van rechts-extremistische opvattingen (zie eerder: Beleid dat bestaansonzekerheid zaait, oogst rechts-extremisme).

En ik kwam terecht bij het vorig jaar al verschenen, maar niet eerder opgemerkte Baanonzekerheid en sympathie voor extreemrechtse partijen.

De Vlaamse onderzoekers Dave Stynen en Hans De Witte laten daarin, aan de hand van een niet-representatieve steekproef (oververtegenwoordiging van jongeren en ouderen en van hoogopgeleiden), zien dat de ervaren baanonzekerheid samenhangt met de mate van sympathie voor het extreem-rechtse Vlaams Belang (in vergelijking met de mate van sympathie voor andere partijen.

Bovendien kunnen ze laten zien langs welke weg dat verband tot stand komt. Je ziet verwachte en gevonden verbanden afgebeeld in het plaatje.

Die statusangst slaat op de bezorgdheid over de eigen financiële toekomst en over de status van de buurt en alledaags racisme op het zich cultureel en economisch bedreigd voelen door migranten.

Een en ander pleit ervoor om niet alleen meer aandacht te hebben voor de negatieve gezondheidseffecten van de flexibele arbeidsmarkt en van de daaruit voortkomende baanonzekerheid, maar ook voor de vervelende politieke gevolgen.

maandag 7 augustus 2017

Deregulering en zelfverrijking in de financiële sector

Vaak spreekt een plaatje boekdelen. Thomas Philippon en Ariell Resheff onderzochten de ontwikkelingen van de beloningen in de financiële sector in de Verenigde Staten: Wages and Human Capital in the U.S. Finance Industry: 1909–2006. Met de bedoeling om na te gaan in hoeverre de veranderingen in de hoogte van die beloningen, in vergelijking met de beloningen in de rest van het bedrijfsleven, uit reguliere economische factoren verklaard kunnen worden. Denk aan factoren als vereiste opleiding en vereiste vaardigheden.

Eenvoudig gezegd is hun conclusie dat een flink deel van die verklaring gezocht moet worden in veranderingen in de mate waarin de financiële sector onderhevig is aan regulering. In het plaatje zie je de ontwikkeling van de relatieve beloningshoogte (blauwe lijn) en de mate van (de-)regulering (rode lijn). Denk bij die regulering aan regels omtrent de scheiding van commerciële banken en investeringsbanken en van banken en verzekeringsmaatschappijen, aan restricties van het werkgebied van banken en aan regels omtrent renteplafonds.



Zie hoe de beloningshoogte sterk reageert op verandering in de mate van regulering. Nadat in de jaren 30 meer werd gereguleerd, zoals met de invoering van de Glass-Steagall Act, die speculatieve activiteiten aan banden legde, namen ook de relatieve beloningen met enige vertraging sterk af. Er begon een tot 1980 durende periode van regulering en lagere, normale en economische te verklaren, beloningen.

Maar toen met de opkomst van het neoliberalisme de gedachte postvatte dat deregulering veel beter zou zijn (laat de markt zijn weldadige werk doen!), waardoor o.a. die Glass-Steagall Act weer werd ingetrokken, keerden ook de excessieve beloningen terug.

En dat werkt door tot vandaag de dag. De vraag is dus of de lessen uit dit plaatje nog wel zullen worden geleerd. Zoals de les dat bonussen in de financiële sector gewoon een slecht idee is. Philippon en Resheff daarover:
regarding earnings profiles, we find that the finance wage bill could be significantly reduced if incentives were the same as in the rest of the private sector. One challenge for future research is to understand why today’s finance industry requires higher powered incentives than other industries and than the finance industry of the 1960s.
Anders gezegd, dat uitgerekend bankiers zo nodig met bonussen moeten worden verleid om hun werk goed te doen, dat valt niet goed te begrijpen.

De bredere les is dat mensen, ook als ze bij een bank werken, best bereid zijn om hun morele intuïties te volgen en zich maatschappelijk verantwoordelijk te gedragen, als ze maar door regels en wetten eraan worden herinnerd dat zulks van hen verwacht wordt.

Maar als dat laatste niet gebeurt, dan is zelfverrijking op grote schaal het gevolg. Scroll even door de berichten op dit blog waarin dat woord zelfverrijking voorkomt.

zondag 6 augustus 2017

Zondagochtendmuziek - Bach, Busoni - Chaconne in D minor BWV 1004 - Helene Grimaud (piano)

Hélène Grimaud speelt een Busoni-bewerking van het laatste deel van een Partita voor vioolsolo van Bach.

Intrigerend omdat dit werk kennelijk uiterst moeilijk is om uit te voeren ("terrifyingly difficult", "have you SEEN the score?"). En intrigerend vanwege de controverses over de kwaliteit ervan, d.w.z. van de bewerking. Lees de commentaren op YouTube. De een vindt het om te huilen zo mooi en de ander is van mening dat Busoni het origineel als een slager heeft behandeld. Zelf vind ik het meer intrigerend dan mooi.



donderdag 3 augustus 2017

Economische crises maken mensen onzeker en daardoor minder vrijgevig

Volgens het onderzoek Geven in Nederland worden Nederlanders al geruime tijd minder vrijgevig. Dat wil zeggen dat ze minder van hun inkomen besteden aan goede doelen. Werd in 1999 nog 0,96 procent van het bruto binnenlands product besteed aan filantropie, in 2015 was dat gedaald naar 0,77 procent. Zie het bericht Nederlanders geven steeds minder uit aan goede doelen op NRC.nl eerder dit jaar.

Als mogelijke verklaringen geeft de onderzoeker, René Bekkers, de ontkerkelijking en de volgens hem algehele achteruitgang van pro-sociaal gedrag onder de bevolking.

Maar het zou kunnen zijn dat je de verklaring deels ook moet zoeken in de economie. Want volgens het onderzoek The Great Recession and charitable giving heeft de Grote Crisis van 2008-2010 een scherpe daling van de donaties aan goede doelen met zich mee gebracht.

Je zou denken dat die daling is toe te schrijven aan de inkomensachteruitgang die velen door die crisis hebben moeten lijden, zoals door werkloosheid.

Maar dat blijkt niet het geval. Ook als je voor inkomensveranderingen controleert, wordt er minder aan goede doelen gegeven.

Dat pleit er voor dat het de algehele onzekerheid is als gevolg van de crisis die maakt dat mensen minder vrijgevig worden.

Dat zou er mee overeenkomen dat mensen meer pro-sociaal gedrag vertonen als ze zich veilig voelen. Denk in dat verband ook aan de veiligheid en bestaanszekerheid die de verzorgingsstaat verschaft, waardoor onderlinge hulpverlening juist wordt aangewakkerd.

Bestaanszekerheid is nu eenmaal een basale menselijke behoefte. Als die wordt aangetast, heeft dat vervelende gevolgen.

In dezelfde lijn liggen de aanwijzingen dat mensen in tijden van economische crises meer geneigd zijn om op rechts-extremistische partijen te stemmen.

dinsdag 1 augustus 2017

Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?

Dat wij groepsdieren zijn, wil zeggen dat we er als gevolg van onze evolutionaire geschiedenis op zijn ingesteld om op te groeien en ons te bewegen in een groep van vertrouwde anderen.

In zo'n groep werken we samen en delen we de beschikbare middelen. En hebben we een gezamenlijke geschiedenis, die eraan bijdraagt dat we de onderlinge relaties als vanzelfsprekend accepteren. Daardoor is de onderlinge (status-)competitie afwezig of neemt hij onschuldige vormen aan, zoals die van spel en wat we tegenwoordig sport noemen. Wat de ruimte creëert om jezelf te kunnen zijn, want je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Er zijn redenen om te denken dat het leven in zo'n groep van vertrouwde anderen het zinvolle leven is. Zie Gedachten over de positieve gezondheidseffecten van een zinvol leven.

Maar in onze huidige maatschappij is zo'n groep van vertrouwde anderen (familie, vrienden) er nog maar beperkt. Niet alleen is hij voor de meesten van ons nog maar klein van omvang (vandaar de problemen van het sociale isolement van gezinnen en van eenzaamheid), maar ook hebben we daarnaast contacten met anderen met wie we niet of veel minder vertrouwd zijn. Dat zijn de vluchtige contacten of "zwakke bindingen" of "kennissen".

We weten al dat je veel van die vluchtige contacten kunt hebben, terwijl je toch eenzaam bent. Wat eenzaamheid betreft, kunnen we dus het gemis aan die vertrouwde contacten niet compenseren door vluchtige contacten.

Maar het is ingewikkeld, want toch blijken die vluchtige contacten iets toe te voegen aan ons geluksgevoel. Mij lijkt dat je dat moet opvatten als een aanwijzing dat voor de meesten van ons die kring van vertrouwde anderen te klein is. We zoeken naar meer en vinden dat een beetje door die contacten aan de rand van onze groep.

Maar je zou verwachten dat we de voorkeur geven aan de omgang met die vertrouwde contacten. Omdat we daarin meer ons zelf kunnen zijn.

En precies dat komt uit het nieuwe onderzoek Hedonic Benefits of Close and Distant Interaction Partners: The Mediating Roles of Social Approval and Authenticity.

Het onderzoek werd uitgevoerd met behulp van de Experience Sampling Method, die inhield dat een groep van 178 studenten gedurende twee weken vier maal per dag op toevallige tijdstippen een mail ontvingen met een kort vragenlijstje over de laatste interactie die ze daar voor gehad hadden en over hoe goed of slecht ze zich voelden. Dat laatste gebeurde met behulp van de Positive and Negative Affect Schedule .Zo ontstond een bestand van bijna 7000 korte verslagen van sociale interacties. (Natuurlijk had je liever een bredere groep gehad dan alleen studenten.)

De onderzoekers konden vervolgens laten zien dat de studenten zich beter hadden gevoeld in contacten met vertrouwde anderen dan in vluchtige contacten.

En waardoor voelden ze zich beter? Doordat ze meer het gevoel hadden te worden geaccepteerd (meer gerespecteerd worden, aardiger gevonden worden) en meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn (trouw aan zichzelf, niet beïnvloed, trouw aan eigen principes en waarden).

Ook een klein en beperkt onderzoekje kan dus zomaar uitwijzen dat wij nog steeds die sociale diersoort zijn die zich graag omgeven voelt door vertrouwde anderen.

zondag 30 juli 2017

Zondagochtendmuziek - The Art of Listening - Music Documentary (2017)

Nog niet helemaal bekeken - waar haal je de tijd vandaan? -, maar dit is een prachtige, een uur en een kwartier durende film van Michael Coleman en Emmanuel Moran over "de kunst van het luisteren", maar eigenlijk over de kunst van het opnemen en weergeven van muziek:
about the journey music takes to reach a listener’s ear, from the intent of an instrument maker and composer, to the producers and engineers who capture and preserve an artist’s voice. This journey is narrated by intimate conversations with artists, engineers and producers about the philosophy of their work and the intent behind each musical note they create.
This film is an invitation for music fans to rediscover the intricacies and details available in the sounds of their favorite recordings. The Art of Listening is the beginning of a conversation of how the quality of our listening experiences define the medium.
Kijk zo nu en dan een stukje.