Posts tonen met het label Kate Raworth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kate Raworth. Alle posts tonen

dinsdag 20 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 7- En over Edy Korthals Altes

De derde stap in de mensheidsgeschiedenis begon met de Industriële Revolutie en die is nog maar zo kort geleden op de schaal van die gehele geschiedenis dat we er nog middenin zitten en dus nog niet weten waar hij op zal uitlopen. Zie ook het vorige bericht in deze reeks.

In dat vorige bericht sloot ik af met de constatering dat verschillende elementen van die Industriële Revolutie, maar vooral de toename van de vraag naar arbeid en in het bijzonder ook geschoolde arbeid, de aanzet gaven tot democratisering van de nationale staten. De ontwikkelingen brachten een stedelijk proletariaat voort, dat zich gemakkelijker als een maatschappelijke kracht liet organiseren dan de agrarische bevolking. Waardoor belangenbehartigende organisaties ontstonden, zoals vakbonden en socialistische en sociaal-democratische politieke partijen.

Dat streven naar democratisering en gelijkberechtiging kon zo snel de kop opsteken en brede aanhang verwerven doordat de kiemen ervan nog steeds in de menselijke sociale natuur aanwezig waren. De morele jagers-verzamelaarsintuïties die gericht waren op samenwerken en delen, zochten, nu de kansen daartoe zich aandienden, een verwerkelijking in de instituties van het algemeen kiesrecht (begin vorige eeuw) en van de verzorgingsstaat (tweede helft vorige eeuw).

Een en ander ging gepaard met een geweldige wetenschappelijke en technische vooruitgang, verbetering van de gezondheidszorg, intensivering van de landbouw en winning van fossiele energiebronnen.

Nu, in 2018, zijn we op een punt aanbeland, waar twee grote uitdagingen zich aandienen die we het hoofd zullen moeten bieden om zicht te houden op een toekomst van de mensheid:
  • de uitdaging van de onderlinge verhoudingen. Zullen we het met de Industriële Revolutie in het leven geroepen kapitalisme zo kunnen vormgeven dat het blijft voldoen aan onze behoeften aan democratie, gelijkberechtiging en mensenrechten?
  • de uitdaging van onze verhouding tot de aarde. Zullen we met zijn allen (democratie!) in staat zijn om het kapitalisme en onze manier van leven zo om te buigen dat we die kenmerken van Moeder Aarde in stand houden die ons tot nu toe ten dienste hebben gestaan? Anders gezegd: zullen we een circulaire economie tot stand weten te brengen? En zullen we over kunnen gaan op een duurzame landbouw?
Het zich aandienen van deze twee uitdagingen is eigenlijk niet meer te missen. Er zijn er die nog de ogen ervoor willen sluiten, maar dat gaat hen steeds moeilijker af.

In dat verband is het natuurlijk niet toevallig hoe sterk deze twee uitdagingen overeenkomen met de twee eisen waaraan volgens Kate Raworth het vak economie zou moeten voldoen. Enerzijds de eis dat de economie (als een doughnut) naar binnen toe begrensd is door de aard van de menselijke basisbehoeften en naar buiten toe door de eindigheid van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen.

En als je die uitdagingen in je hoofd hebt, dan lees je natuurlijk ook met grote interesse en instemming dat mooie interview dat Fokke Obbema in de Volkskrant had met de 94-jarige oud-diplomaat Edy Korthals Altes: 'De nieuwe mens stemt mij hoopvol'. Ik citeer even zijn antwoord op de vraag wat de zin van ons leven is:
Dat is een grote vraag die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden. Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur.
De liefde voor de mens: de eerste uitdaging, die van de onderlinge verhoudingen. De liefde voor de natuur: de tweede uitdaging, die van onze verhouding tot de aarde.

Korthals Altes denkt dat er "een nieuwe mens" nodig is om die uitdagingen het hoofd te bieden. Als antwoord op de vraag wat hij toekomstige generaties toewenst:
Mensen, besef wat mens-zijn is. (stilte) Want dat is een ongelofelijk wonder en een enorm voorrecht. Dus kom in beweging. Maak er ernst mee. Richt je niet op miljonair worden, maar zet je in voor een nieuwe, rechtvaardige samenleving en een nieuw denken over vrede en veiligheid. Met hart en ziel. De krachten die we zelf in het leven hebben geroepen, zoals ongelijkheid en klimaatverandering, dwingen ons die nieuwe mens te verwezenlijken. Als we dat niet inzien, loopt het vast.
Die nieuwe mens, natuurlijk, die moet er komen. Maar hij is eigenlijk al heel oud, de mens namelijk, die de morele intuïties ontwikkelde om samenwerken en delen mogelijk te maken.

Die moet zich alleen nog wel even instellen op de twee uitdagingen waar we nu tegen aanlopen. Lees hier het volgende bericht.

vrijdag 17 november 2017

Meer over waarom je met financiële prikkels ("incentives") op moet passen

Kate Raworth gaat in hoofdstuk 3 (Nurture Human Nature. From rational economic man to social adaptable humans) van haar boek Doughnut Economics in op aanwijzingen die we hebben dat het economische mensbeeld van "nutsmaximalisering" grote gebreken vertoont.

Daar gaat het bijvoorbeeld over het beroemd geworden onderzoek van Gneezy en Rustichini over de effecten van het invoeren van een boete op het te laat afhalen door ouders van hun kinderen bij de kinderopvang.

De bedoeling daarvan was dat ouders daardoor minder te laat zouden komen. Maar het omgekeerde gebeurde: door de "prijs" op te laat komen, gingen ze het te laat komen beschouwen als een "dienst" die je kon aanschaffen. In plaats van zoals eerst een morele verplichting te voelen om op tijd te zijn.

Boodschap: pas op met (economische) prikkels. Zie nog eens: Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden.

Maar Raworth noemt ook ander onderzoek dat ik nog niet kende. Zo is er de studie Prosocial behavior and incentives: Evidence from field experiments in rural Mexico and Tanzania. De onderzoekers vroegen bewoners van verschillende dorpen in Tanzania of ze dachten dat hun buurman bereid zou zijn om te helpen bij het onderhoud en verzorgen van de beplanting rondom de dorpsschool (gras maaien, bomen planten). (Ze vroegen naar de buurman om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.)

Het bleek toen dat de ingeschatte hulpbereidheid het hoogst was (97%) in het geval van een in het vooruitzicht  gestelde hoge individuele beloning (een evenredig deel van een dagloon). Maar als een beloning helemaal niet werd genoemd, was de ingeschatte hulpbereidheid hoger (82%) dan wanneer een lage beloning (1/5 van dat dagloondeel) in het vooruitzicht werd gesteld (64%).

Het eerste is in overeenstemming met de economische theorie; als je maar genoeg geld biedt, dan willen mensen zich wel ergens voor inspannen. Maar het tweede is dat niet. En dat wijst erop dat de kracht van een, meer of minder normatief aangestuurde, bereidheid tot pro-sociaal gedrag groter kan zijn dan die van een financiële prikkel.

Daarnaast werd mensen ook gevraagd om daadwerkelijk mee te helpen. Ook weer onder verschillende condities, waaronder een hoge of een lage individuele beloning en geen beloning.

Op de dag dat het werk moest gebeuren, kwam iedereen opdagen. De verschillen in beloningen hadden dus geen enkel effect. Een econoom zou dat vreemd vinden, want die zou verwachten dat mensen meer zouden komen opdagen als er geld zou zijn te verdienen.

Maar interessant was vooral ook dat na afloop degenen zonder beloning (of met een collectieve beloning in de vorm van een donatie aan de school) veel tevredener waren met wat ze gedaan hadden dan degenen die een individuele beloning hadden gekregen. Van de laatste groep voelde meer dan de helft zich ongelukkig, tegenover 4% van degenen zonder beloning en 6% van degenen met de donatie voor de school.

Ook waren degenen zonder beloning veel meer bereid om in de toekomst vaker mee te helpen.

Dat komt ermee overeen dat pro-sociaal gedrag bijdraagt tot geluksgevoelens. Zie Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Voor een econoom is dat niet zo goed te snappen.

donderdag 2 november 2017

Doughnut Economics. Over Kate Raworth, Herman Daly en de economie

Aan het lezen in Doughnut Economics. Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist van Kate Raworth.  Het boek krijgt terecht veel aandacht (zie hier haar optreden in Buitenhof) en de Nederlandse vertaling is in de maak.

Dat die aandacht er is, stemt tot grote tevredenheid. Want zo heel nieuw zijn de ideeën van Kate Raworth nu ook weer niet, terwijl ze wel van groot en actueel belang zijn. Zij is daar zichzelf terdege van bewust, want ze laat niet na om voorlopers naar voren te halen.

Een van die voorlopers is Herman E. Daly, die al in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw pleitte voor een manier van economisch denken waarin wel rekening wordt gehouden met de effecten op milieu en gemeenschap.

Raworth pleit voor een economie die als een donut naar binnen en naar buiten begrensd is.

Naar binnen door de basisbehoeften van mensen, waaronder de sociale behoeften, als uitgangspunt te nemen. Bedenk dat in het gangbare economische denken "behoeften"worden weggezet als "psychologisch". Economen willen over die behoeften niet nadenken en hebben het over (gebleken) voorkeuren.

En naar buiten door zich er rekenschap van te geven dat de aarde en dus de fysieke bronnen eindig zijn.

Ik bedacht me dat ik For the Common Good. Redirecting the Economy Toward Community, the Environment, and a Sustainable Future van Herman Daly en John B. Cobb, Jr. in de kast heb staan. Het verscheen voor het eerst in 1989, maar ik heb de editie van 1994.

Ik sloeg het even op. In hoofdstuk 1 (The Fallacy of Misplaced Concreteness in Economics and Other Disciplines) lees je hun kritiek op het vak economie. Met die fout van de misplaatste concreetheid (zie ook hier) doelen Daly en Cobb op concrete conclusies trekken uit (altijd onvermijdelijke) abstraheringen zonder zich er rekenschap van te geven dat die abstracties de werkelijkheid geweld aan doen.

Mijn oog viel op deze passage (p. 37), die eigenlijk heel precies en bondig verwoordt wat er schort aan het gangbare economische denken en waarvan het boek van Raworth een fraaie uitwerking is. Hier volgt hij (cursiveringen en alinea's van mij):
What is the set of abstractions that political economy has riveted on economic thought and at which it has come to a self-satisfied halt? One of the most important is the abstraction of a circular flow of national product and income regulated by a perfect competitive market. This is conceived as a mechanic analogy, with motive force provided by individualistic maximization of utility and profit, in abstraction from social community and biophysical interdependence.
 What is emphasized is the optimal allocation of resources that can be shown to result from the mechanical interplay of individual self-interests. What is neglected is the effect of one person's welfare on that of others through bonds of sympathy and human community, and the physical effects of of one person's production and consumption activities on others through bonds of biophysical community.
Mooi! En wat mooi dat Raworth er nu, na al die jaren, zo goed in slaagt om deze ideeën onder de aandacht te brengen.

En ik dacht natuurlijk ook even terug aan mijn eigen "lessen uit het verleden" ten behoeve van de toekomst, waarin het ook ging om die "bonds of sympathy and human community".

Zie Geld en ‘de rest’: Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid, dat in 2003 verscheen in de Sociologische Gids.

En zie in dat verband ook het bericht op dit blog Leert het verleden lessen? En over sociale zeepbellen van eerder dit jaar.