Posts tonen met het label complementaire munten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label complementaire munten. Alle posts tonen

woensdag 29 augustus 2012

Zelf-organisatie: Time Banks en lokale munten in Spanje, Italië en Griekenland - Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (11)

De Wall Street Journal wijdt een artikel aan de bloei van Time Banks en complementaire munten in Spanje, Italië en Griekenland. Zie de link onderaan dit bericht. Eerder schreef ik over Time Banks en LETS:
Het zijn lokale netwerken van mensen die iets voor elkaar doen buiten het officiële geldstelsel om. Iedereen brengt uren hulp in en ontvangt uren hulp. Het verschil met informele hulpnetwerken, zoals tussen familie en vrienden, is dat er enige organisatie aan te pas komt. Het feit dat ze bestaan wijst er op dat in veel buurten mensen bereid zijn iets voor elkaar te doen en dat het voor het effectueren van die bereidheid nodig kan zijn om die mensen bij elkaar te brengen. Er is met andere woorden vaak een informatietekort. Mevrouw X is niet meer goed ter been en zou graag hulp hebben bij het boodschappen doen. Of zou gewoon wel graag eens het huis uit willen. Meneer Y woont een straat verder, heeft tijd en een auto en zou graag iets voor iemand doen. Maar mevrouw X en meneer Y kennen elkaar niet. En daardoor komt iets niet tot stand wat de sociale leefbaarheid van de buurt zou verhogen. Wat de buurt een beetje een gemeenschap, een dorp, zou maken.
En eerder schreef ik over complementaire munten dat die
mogelijk maken dat allerlei binnenlandse transacties die nu niet plaats vinden doordat de geldhoeveelheid (in euro's) in is gezakt, weer kunnen worden gesloten en uitgevoerd. De Grieken hebben veel geld (in euro's) verloren, maar hebben nu net zo veel tijd als eerder. Door de drachme als complementaire munt in te voeren is het beter mogelijk om al die tijd productief voor elkaar aan te wenden. Het zou de welvaart van de Grieken verhogen.
Time Banks en complementaire munten zijn interessant als voorbeelden van zelf-organisatie. En het is interessant dat ze opkomen als zowel de markt als de overheid tekortschieten in het verschaffen van bestaanszekerheid. Mensen benutten dan weer meer de mogelijkheden die de persoonlijke, onderlinge afhankelijkheid naar boven brengt. Als er te weinig geld is, doordat de markt geen banen verschaft en doordat de overheid een bezuinigingsbeleid voert, dan kunnen we altijd nog elkaar een handje helpen. Goed om te zien dat de menselijke natuur zo in elkaar zit dat die mogelijkheden worden onderkend.

dinsdag 22 mei 2012

De drachme naast de euro in Griekenland duikt weer op

Daar is ineens weer de gedachte terug dat Griekenland naast de euro een parallelle munt zou moeten invoeren. Nu naar voren gebracht door de chef-econoom van de Deutsche Bank, die hem de Geuro zou willen noemen. Zie de link onderaan dit bericht. En zie ook mijn eerdere bericht daarover. Naast de voordelen er van die ik daar noemde, noemt de econoom ook het voordeel dat de export goedkoper zal worden. Maar zie ook Barry Eichengreen, die het een slecht idee vindt.

We zijn kennelijk in de eurozone op zo onbekend terrein terecht gekomen dat het lijkt alsof we in een dichte mist onze weg moeten vinden.
Geuro: Deutsche-Bank-Experte fordert Parallelwährung für Griechenland - SPIEGEL ONLINE:

'via Blog this'

dinsdag 13 maart 2012

Barry Eichengreen wijst complementaire munten af

Barry Eichengreen is, aan het eind van dit interview (zie link hieronder), negatief over de voordelen van invoering van complementaire munten. Zie ook mijn vorige bericht daarover. Hij denkt dat de parallelle invoering van de drachme in Griekenland meteen tot een run op de banken en tot een chaos zou leiden met niet te overziene gevolgen. Het schijnt dat het in Argentinië in 2001 geprobeerd is. Enkele provincies gaven parallelle munten uit. Maar volgens hem heeft dat de financiële crisis daar toen versneld en niet verhinderd.

Zijn argumenten komen niet goed, eigenlijk helemaal niet, over het voetlicht. Toch eens proberen om die argumenten te vinden.

«Gold ist ein barbarisches Relikt» - News Wirtschaft: Konjunktur - bazonline.ch:

'via Blog this'

maandag 12 maart 2012

Nog een pleidooi voor complementaire munten in Griekenland en andere landen in nood

Trond Andresen houdt een mooi beargumenteerd pleidooi voor de invoering van complementaire munten in Griekenland, Spanje, Portugal, Italië, Ierland en de Baltische staten. Het zou in die landen binnenlandse transacties makkelijker mogelijk maken, die nu minder tot stand komen door geldgebrek. In zijn versie zou de munt door een vereniging moeten worden uitgegeven, die de munt uitgeeft aan leden of aan hen die lid worden. Het complementaire stelsel zou geen biljetten en munten nodig hebben, want alle transacties kunnen via het mobiele telefoonnetwerk afgehandeld worden. Een variant zou zijn dat de overheid zelf op deze wijze een "officiële noodmunt" uitgeeft, wat het mogelijk zou maken om belastingen te heffen.

Zie ook het eerdere pleidooi van James Skinner, waar ik hier over berichtte.

Update. Via de site van het Informatieplatform voor Complementaire Munten kwam ik terecht bij dit bericht uit de New York Times, waaruit blijkt dat er in Griekenland, met steun van de regering die er een non-profit status aan heeft toegekend, op veel plaatsen al lokale complementaire munten in werking zijn.

woensdag 29 februari 2012

Waarom niet de drachme én de euro in Griekenland?

James Skinner (zie link onderaan dit bericht): Griekenland kan morgen de drachme invoeren, niet in plaats van, maar naast de euro. Dat zou het mogelijk maken dat allerlei binnenlandse transacties die nu niet plaats vinden doordat de geldhoeveelheid (in euro's) in is gezakt, weer kunnen worden gesloten en uitgevoerd. De Grieken hebben veel geld (in euro's) verloren, maar hebben nu net zo veel tijd als eerder. Door de drachme als complementaire munt in te voeren is het beter mogelijk om al die tijd productief voor elkaar aan te wenden. Het zou de welvaart van de Grieken verhogen. Zie mijn eerdere berichten over LETS en Time Banks, waarvan dit het laatste was. En zie de Nederlandse website over complementaire munten.
James Skinner - A dual-currency solution to the Greek debt crisis | the new economics foundation:

'via Blog this'

maandag 9 januari 2012

Over het genoegen van het om hulp gevraagd worden

In dit bericht meldde ik dat mensen over het algemeen meer bereid zijn om anderen te helpen dan dat die hulp ook echt tot stand komt. Dat lijkt er aan te liggen dat mensen die hulp zouden kunnen gebruiken, het vaak moeilijk vinden om er naar te vragen. En in dit bericht ging ik in op onderzoek waaruit blijkt dat het om hulp vragen tussen vrienden minder moeilijk is dan tussen kennissen. En ik vertelde daarbij dat het om hulp vragen ook heel gebruikelijk is in maatschappijen waarin mensen opgroeien en omgeven blijven door vertrouwde anderen (wat wij "vrienden" noemen). Hulp vragen kan dan eenvoudig de vorm aannemen van aanwezig zijn (dus zonder met zoveel woorden te hoeven vragen).

Je kunt daaruit concluderen dat als we graag zouden willen dat mensen meer hulp uitwisselen, dat het dan belangrijk is om te bevorderen dat mensen elkaar beter kennen. Hoe beter ze elkaar kennen, hoe gemakkelijker het wordt om om hulp te vragen. Daarom moeten alternatieve ruilsystemen, zoals LETS en Time Banks, naast die economische functie van uitwisseling, ook altijd een sociale functie hebben. Als mensen elkaar niet persoonlijk kennen, komt het systeem maar moeilijk op gang.

Er is nu nieuw onderzoek dat laat zien dat het gevraagd worden om hulp ook echt prettig gevonden wordt. Meer in Japan dan in de Verenigde Staten. Het geeft de gevraagde het gevoel dat de vrager de relatie zo close vindt (mijn woordenboek uit 1973 vertaalt close in deze betekenis met "dik" als in "dikke vrienden"; maar klopt mijn indruk dat wij nu meer dat close gebruiken?), dat de hulp wel gevraagd mag worden. Dat dat gevoel prettig is, duidt er op dat wij graag een bevestiging willen van onze vriendschappen. En dat onze vriendschappen dus misschien zelden vanzelfsprekend zijn.

De Japanners hebben een woord voor dat vriendschapssignaal van om hulp vragen: amae. En dat betekent zoiets als: ik ben nu wel vrijpostig, door jou dit te vragen, maar ik weet dat het bij jou wel kan.

Het onderzoek laat trouwens ook zien dat het er wel toe doet hoeveel het kost om de hulp te geven. Maar mij viel vooral op dat het gevoel positief blijft ook als een vriend jou vraagt om drie maanden lang de planten in zijn tuin water te geven. Als een kennis het vraagt, wordt het gevoel negatief bij twee weken of langer.

zondag 13 november 2011

Is er meer hulpbereidheid dan dat er hulp gegeven wordt?

Eerder noemde ik LETS en Time Banks, lokale georganiseerde netwerken van mensen die iets voor elkaar doen zonder dat er officieel geld aan te pas komt, als oplossingen voor een informatietekort. In veel buurten kennen mensen elkaar niet goed en dan kan het gebeuren dat iemand die best een ander met iets zou willen helpen, dat niet doet omdat hij die ander niet kent of niet weet dat hij hulp nodig heeft. LETS of Time Banks kunnen mensen dan bij elkaar brengen.

Maar een bijkomend probleem is dat ook als mensen elkaar wel kennen, degenen die hulp nodig hebben het moeilijk vinden om daarnaar te vragen.

Uit deze studie blijkt dat mensen wel hulp aanbieden, maar niet gemakkelijk om die hulp zouden vragen als ze die zelf nodig hadden.

Bovendien blijkt dat mensen die hulp zouden kunnen geven, de moeilijkheid van het vragen om hulp onderschatten. Daarom hoor je vaak zeggen "Had mij maar gevraagd" als iemand te horen krijgt dat een ander hulp nodig had.

Kortom: ik was eerder met mijn diagnose dat het er alleen om gaat dat mensen elkaar niet (goed genoeg) kennen, te optimistisch. Ook als ze elkaar wel kennen, komt niet alle hulp tot stand die mensen wel zouden willen geven. Omdat die drempel om hulp te vragen vaak te hoog is.

Het zou kunnen dat die LETS en Time Banks ook dat probleem kunnen oplossen. Maar ik weet eigenlijk niet of dat zo is.

donderdag 22 september 2011

LETS en Time Banks (vervolg)

Het opiniestuk van Tina Rosenberg in de New York Times van 15 september over Time Banks (meestal LETS genoemd in Nederland) heeft zoveel reacties gekregen dat er een vervolg op is gekomen.

Even ter herinnering: Time Banks zijn  lokale netwerken van mensen die iets voor elkaar doen buiten het officiële geldstelsel om. Iedereen brengt uren hulp in en ontvangt uren hulp. Het verschil met informele hulpnetwerken, zoals tussen familie en vrienden, is dat er enige organisatie aan te pas komt.

Veel lezers hadden vragen over hoe een Time Bank te beginnen. Tina Rosenberg wijst er op dat het vaak buurtvrijwilligers zijn, al of niet in verenigingsverband, die het initiatief nemen. Maar ze geeft ook voorbeelden van Time Banks die zijn geïnitieerd door gezondheidszorginstellingen (verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, huisartsenpractijken). Die zijn daartoe geïnspireerd door het sterke vermoeden dat deelname er aan gunstige effecten heeft op welbevinden en gezondheid, vooral voor ouderen, mensen met lage inkomens en alleenstaanden.

Mij lijken Time Banks meer in het algemeen een goed middel om de sociale leefbaarheid van buurten te vergroten. Daar profiteert iedereen van, maar in het bijzonder ook opgroeiende kinderen. Als kinderen van nabij zien en meemaken dat mensen "gewoon iets voor elkaar doen", is dat een belangrijke bijdrage tot hun sociale en morele ontwikkeling. Zouden jeugdzorginstellingen, en in het bijzonder de Centra voor Jeugd en Gezin, die immers "de buurten in moeten", zich niet moeten ontwikkelen tot initiatiefnemers voor Time Banks? Zo mogelijk in samenwerking met de buurtvereniging?  Dat is weliswaar niet rechtstreeks gericht op wat ze nu nog vooral zien als hun cliënten (probleemgezinnen), maar het is wel gericht op de omstandigheden die kunnen voorkomen dat probleemgezinnen ontstaan.

vrijdag 16 september 2011

LETS en Time Banks

Dit bericht (zie link hieronder) doet me er aan denken dat Time Banks en in Nederland de LETS (Local Exchange Trading Systems) meer aandacht verdienen dan ze krijgen. Het zijn lokale netwerken van mensen die iets voor elkaar doen buiten het officiële geldstelsel om. Iedereen brengt uren hulp in en ontvangt uren hulp. Het verschil met informele hulpnetwerken, zoals tussen familie en vrienden, is dat er enige organisatie aan te pas komt. Het feit dat ze bestaan wijst er op dat in veel buurten mensen bereid zijn iets voor elkaar te doen en dat het voor het effectueren van die bereidheid nodig kan zijn om die mensen bij elkaar te brengen. Er is met andere woorden vaak een informatietekort. Mevrouw X is niet meer goed ter been en zou graag hulp hebben bij het boodschappen doen. Of zou gewoon wel graag eens het huis uit willen. Meneer Y woont een straat verder, heeft tijd en een auto en zou graag iets voor iemand doen. Maar mevrouw X en meneer Y kennen elkaar niet. En daardoor komt iets niet tot stand wat de sociale leefbaarheid van de buurt zou verhogen. Wat de buurt een beetje een gemeenschap, een dorp, zou maken.

Ik kan het niet goed overzien, maar mijn indruk is dat LETS en Time Banks nog wat in de "alternatieve hoek" zitten. Maar dat is misschien aan het veranderen. Een groot promotor er van is Bernard Lietaer.

Corine Hoeben promoveerde in 2003 op een onderzoek naar LETS in Nederland. (Ik was een van haar begeleiders.)
OPINION   | September 15, 2011
Fixes: Where All Work Is Created Equal
By TINA ROSENBERG
In this time of high unemployment, time banks, which let people exchange skills and services, are more valuable than ever.