Posts tonen met het label countervailing power. Alle posts tonen
Posts tonen met het label countervailing power. Alle posts tonen

dinsdag 27 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 9 - Democratie bedreigd door het Grote Geld; Piketty en Galbraith

We zijn in dit relaas van de mensheidsgeschiedenis aangekomen op een punt dat we met de democratie, de verzorgingsstaat, de gelijkberechtiging en de mensenrechten zich een collectief project zien ontwikkelen dat eruit bestaat de oeroude morele gemeenschapsintuïties in nationale en internationale instituties vorm te geven. Dat project is nog maar kort aan de gang, zeg één of anderhalve eeuw. En nu, in 2018, weten we nog niet goed of het zal slagen.

Omdat we er nog middenin zitten, is het bovendien moeilijk om een goed overzicht te krijgen en te houden van alle ontwikkelingen die zich afspelen en die de uitkomst kunnen beïnvloeden. Aan het eind van het vorige bericht in deze reeks was ik tot de tussentijdse conclusie gekomen dat het goed zou zijn om stil te staan bij het werk van Thomas Piketty (2014) en bij dat van John Kenneth Galbraith (1956).

Bij Piketty's Capital in the Twenty-First Century, omdat daar, in Hoofdstuk 12 (Global Inequality of Wealth in the Twenty-First Century), de extreme concentratie van vermogens en vermogensgroei sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zo goed naar voren komt. Er kwamen meer miljardairs en het aandeel van de miljardairs in het wereldwijde inkomen stegen. De inkomens van de rest bleven daar sterk bij achter.

Ee een flink deel van dat geconcentreerde kapitaal, tenminste 10 procent van het wereld Bruto Nationaal Inkomen, maar waarschijnlijk meer, bevindt zich in belastingparadijzen. Dit is, zo merkt Piketty op, een extreem hoog bedrag, meer dan tweemaal zoveel als de vermogenspositie van de groep rijkste landen (Japan, Europa, Verenigde Staten).

Een wel heel sterke aanwijzing dat er zoiets als het Grote Geld bestaat en dat degenen die dat Grote Geld vergaard en gecumuleerd hebben, er goed in slagen om het aan de belastingheffing te onttrekken. En dus een sterke aanwijzing dat de democratie in gevaar is.

Vandaar dat Piketty tot de conclusie komt dat er een wereldwijde progressieve belastingheffing op kapitaal nodig is om deze zichzelf versterkende kapitaalsaccumulatie een halt toe te roepen. Dat lijkt, zoals hij ook zelf opmerkt, voorlopig een utopisch ideaal. Maar misschien onvermijdelijk in een geglobaliseerde wereld met vrij verkeer van kapitaal.

In dat verband is het voor de hand liggend om het betoog van John Kenneth Galbraith uit de jaren 50 van de vorige eeuw terug in de herinnering te roepen. Dat inhield dat er op markten machtsposities kunnen ontstaan en dat die machtsposities voorafgaand aan de Crash van 1929 in de Verenigde Staten aanzienlijk waren. Uit de Nederlandse vertaling van American Capitalism (mijn Aula-pocket uit 1965):
Hier was een macht die invloed had op de prijzen die de gewone man betaalde, op het loon dat hij ontving; een macht die het formidabelste obstakel naar omvang en ervaring betekende dat een nieuwe onderneming in de weg stond. Wat zou zo'n macht wel niet kunnen aanrichten als de omvangrijke hulpbronnen ervan gebruikt zouden worden voor politieke corruptie en het beïnvloeden van de openbare mening?
Dat bracht Galbraith ertoe om zijn theorie van de tegengestelde machten (countervailing powers) te ontwikkelen. Die dus inhield dat er op markten machten kunnen ontstaan, waar een tegengestelde macht tegenover moet staan om economische schade te voorkomen. Die tegenmacht ontstaat soms vanzelf, maar vaak is daar een helpende hand van de overheid bij nodig. Die dus ook inhield dat je markten niet zomaar aan zichzelf kunt overlaten.

Of de overheid moet zelf die tegenmacht vormen, door een herverdelingsbeleid met progressieve belastingheffing op inkomen en vermogen. En in een geglobaliseerde economie moet dat dus ook een geglobaliseerde belastingheffing zijn.

En zolang die er niet is, ja, dan gaat dat proces van kapitaalsaccumulatie aan de top en stagnatie bij de rest gewoon door. Dat is dus niet alleen economisch schadelijk, maar tegelijk sterk bedreigend voor de democratie.

Denk aan Galbraith: wat zou zo'n macht wel niet kunnen aanrichten?
Lees hier het volgende bericht.

zaterdag 9 november 2013

Is het Onvoorwaardelijk Basis Inkomen het sluitstuk in de opbouw van de verzorgingsstaat?

Dat armoede op zich een oorzaak is van slechter cognitief functioneren en dat armen het geld dat ze krijgen gebruiken om aan de armoede te ontsnappen, zijn extra argumenten die pleiten voor de invoering van een Onvoorwaardelijk Basis Inkomen (OBI). Zie (nog eens) dit bericht. Die mogelijke invoering van het OBI is actueel door het Europese Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen. Zie de website van dat initiatief en de website van de Nederlandse Vereniging Basisinkomen.

Eerlijk gezegd was ik tot voor kort niet op de hoogte van dat Europese Burgerinitiatief. Omdat ik het OBI een intrigerend idee vind, ben ik me er een klein beetje in gaan verdiepen. Al was het maar om de voornaamste argumenten er voor te achterhalen. Ik kwam terecht bij dit artikel (pdf) van Loek Groot (van 1997) en dit inleidende hoofdstuk (pdf) van het boek Basic Income on the Agenda: Policy Objectives and Political Chances (2000) van Loek Groot en Robert van der Veen. Wat leverde dat op?

Het OBI zou best eens een verstandige oplossing kunnen zijn voor de twee grote problemen waar de verzorgingsstaat mee te maken heeft. Het eerste probleem is dat van de armoedeval, waarin we uitkeringstrekkers terecht laten komen. Het aanvaarden van een baan vanuit een uitkeringssituatie levert vaak weinig extra's op en kan zelfs een financiële achteruitgang betekenen. Dat maakt de gemiddelde uitkeringsduur waarschijnlijk langer dan anders het geval was.

En het tweede probleem is dat de verzorgingsstaat nu moeite heeft om grote en langdurige werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te voorkomen. Het marktmechanisme zorgt er niet als vanzelf voor dat iedereen, ook degenen met weinig opleiding en vaardigheden die nodig zijn voor het functioneren in een arbeidsorganisatie, te werk gesteld kan worden. De productiviteit van hun arbeid is zo laag, vaak lager dan de hoogte van het minimumloon, dat er op de arbeidsmarkt weinig vraag naar is. Arbeidsorganisaties en de arbeidsmarkt zijn als moderne uitvindingen niet als vanzelfsprekend voor iedereen geschikte omgevingen om succesvol in te kunnen functioneren. Ook als overheden het doel van volledige werkgelegenheid serieus zouden nastreven, wat ze tegenwoordig nalaten, dan blijft dit een probleem. Oplossingen daarvoor, zoals het quotum arbeidsgehandicapten en de sociale werkplaatsen die binnen het huidige stelsel van de verzorgingsstaat blijven, lijken niet goed te werken.

 Het OBI verschaft voor beide problemen een oplossing. Iedereen (boven de 18) heeft dat basisinkomen en alles wat hij of zij daar bovenop verdient is extra inkomen. Weg armoedeval. En iedereen met een arbeidsproductiviteit die hoger dan nul is, kan profijtelijk worden aangesteld tegen het loon dat met die productiviteit in overeenstemming is. Dat kan dus een laag loon zijn, omdat er al dat basisinkomen is. Daarmee zou ook de werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt verleden tijd zijn.

Oké, maar zo'n basisinkomen zal toch wel veel meer voeten in de aarde hebben? Moeten de belastingen niet verhoogd worden om al dat geld op te brengen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk. Maar daar staan veel besparingen tegenover. Zoals op het verstrekkingen- en controleapparaat van de huidige uitkeringen.

En het basisinkomen vergroot de countervailing power van de werknemers. Je hoeft niet meer elke rotbaan te accepteren als je een inkomen, ook al is dat laag, achter de hand hebt. Dat kan werkgevers er toe brengen zich meer uit eigen beweging in te spannen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Waardoor de arbeidsomstandighedenwetgeving misschien wel overbodig wordt, evenals de omvangrijke organisatie daaromheen.

Ook zou het kunnen dat het basisinkomen mensen in staat stelt om betere afwegingen te maken tussen werk en andere belangrijke bezigheden. Zoals mantelzorg, informele hulpverlening, vrijwilligerswerk en buurt- en andere sociale activiteiten. Die ook heel belangrijk zijn voor het welzijn en de gezondheid van mensen. Als we de participatiemaatschappij willen, dan moeten we misschien wel de verzorgingsstaat vervolmaken door de invoering van een basisinkomen.

Maar het is natuurlijk ook weer niet realistisch om te denken dat je van te voren alle gedragseffecten van die invoering kunt inschatten en modelleren. Dat pleit er voor om te beginnen met experimenten en met een gefaseerde invoering, waardoor je stapsgewijs meer over die effecten te weten komt. Op de website van de vereniging Basisinkomen vind je een uitgewerkt stappenplan.