Posts tonen met het label schaamte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaamte. Alle posts tonen

woensdag 30 oktober 2019

Een extreme vorm van het najagen van status, namelijk van het onvermogen om anderen te zien als gelijken

Psychotherapeut Harper West, co-auteur van het boek The Dangerous Case of Donald Trump, waar het over ging in het bericht Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen, bespreekt het boek Disordered Minds. How Dangerous Personalities Are Destroying Democracy van Ian Hughes, die ook meewerkte aan dat eerdergenoemde boek.

In de reacties van psychologen, psychiaters en psychotherapeuten op het verschijnsel Donald Trump gaat het natuurlijk eerst en vooral over een bepaald persoonlijkheidstype, dat van de narcistische paranoïde sociopaat. Zeg maar, de extreme narcist.

Maar als het gaat over het gedrag van die extreme narcist in de sfeer van de persoonlijke relaties en in de sfeer van de democratische politiek, dan hebben we het over een sociaalwetenschappelijk thema.

Dat boek van Hughes gaat over Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot en dus over de vreselijke en grootschalige ellende die door narcistische sociopaten kan worden aangericht als ze in een nationale staat aan de macht komen.

Maar hetzelfde gebeurt, natuurlijk op een compleet andere schaal, als een narcist in de sfeer van persoonlijke relaties anderen aan zich weet te binden.

Harper West analyseert de narcist als iemand die de emotie van de schaamte niet kan tolereren en die dat probleem oplost door altijd anderen de schuld te geven. We hebben te maken met Other-Blamers, die
over-react to any threat to their self-worth with fear, leading to excessive worry that others might criticize them. They imagine others are after them (paranoia), and they lash out with blame-shifting attacks, even to the point of sadism, violence and abuse (sociopathic). They can also create a larger-than-life, charismatic persona to dominate others, place themselves above the law, and grab for power (narcissistic). (...)
Other-Blamers insist on being right, and can never accept they are wrong, can never apologize and dismiss those who challenge them in any way.
Sociaalwetenschappelijk gezien gaat het dan om een extreme vorm van het najagen van status, namelijk van het onvermogen om anderen te zien als gelijken. Gelijken zouden jou immers kunnen bekritiseren en dat moet ten koste van alles worden voorkomen. Dus hoor jij, als enige, de macht te hebben, oftewel in een persoonlijke relatie oftewel in een nationale statushiërarchie.

En je bent dus noch in staat om te functioneren in een persoonlijke relatie op basis van gelijkheid noch in een democratie, die immers ook is gebaseerd op gelijke rechten.

Maar daarbovenop ben je niet in staat om buiten jouzelf een werkelijkheid te accepteren die jou zou kunnen tegenspreken. De gedachte daaraan, dat je ongelijk zou moeten bekennen, is onverdraaglijk. Dus zet je altijd de werkelijkheid naar jouw hand. Er kan geen objectieve waarheid meer bestaan.

Vandaar dat, zoals Harper West beschrijft, slachtoffers van narcisten in de sfeer van de persoonlijke relaties, aan zichzelf gaan twijfelen en het gevoel krijgen gek te worden:
New patients of mine often report feeling “crazy” in their relationships, a sure sign that I am dealing with the victim of Other-Blamer abuse.
En vandaar dat je een gevoel van gekte kan bekruipen als je volgt hoe de extreme narcist Donald Trump in zijn rol als president van de Verenigde Staten omgaat met de werkelijkheid. En hoe zijn volgelingen daarin meegaan.

Maar uiteindelijk is er natuurlijk wel die werkelijkheid. Waar ook de machtigste narcistische dictator of dictator-in-spe ooit tegenaan loopt.

Dat kan eindigen in een massale destructie, zoals in het geval van Hitler, die vond dat het hele Duitse volk samen met hem moest ondergaan. Want als Other-Blamer kon hij niet anders dan dat volk er de schuld van geven dat hij gefaald had. Zijn volk had hem verraden.

De herinnering daaraan maakt het, zacht gezegd, spannend hoe Donald Trump zal reageren als het een keer zover is dat hij de werkelijkheid niet langer naar zijn hand kan zetten.

vrijdag 1 juni 2012

Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (6): De anderen, die zijn er altijd. De fictie van het sociale vacuüm

Ben je goedgeefser (pro-socialer) als je zelf bepaalt hoeveel jezelf krijgt en hoeveel een ander of als je alleen maar een oordeel geeft over een verdeling over jezelf en een ander? In sociaal-psychologisch onderzoek zijn beide manieren gebruikt om te meten hoe pro-sociaal mensen zijn en hoe veel waarde ze hechten aan gelijkheid. En daarbij is waarschijnlijk vaak aangenomen dat de manier van meten voor de uitkomsten geen verschil uitmaakt. Maar uit deze studie (link naar het manuscript; vorig jaar gepubliceerd) blijkt dat het wel degelijk verschil maakt.

De Israëlische onderzoekers lieten proefpersonen een taak uitvoeren waarvoor ze 10 Shekel als  beloning kregen.

Vervolgens moesten ze in het ene geval beslissen of "een andere persoon" voor diezelfde taak ook 10 Shekel kreeg of 20 Shekel.

En in het andere geval moesten ze aangeven bij welke beloning voor die andere persoon ze zich het meest tevreden zouden voelen, 10 Shekel of 20 Shekel.

Het blijkt dan dat mensen in het eerste geval goedgeefser (royaler, pro-socialer) zijn dan in het tweede geval. Als jezelf bepaalt wat er gebeurt, dan bedeel je de ander royaler dan wat overeenkomt met waar je het meest tevreden over zou zijn. Wat je tevredenheid betreft, denk je misschien meer in de richting van een gelijke verdeling (allebei 10 Shekel). Maar als jij bepaalt, dan is de kans groter dat je de ander 20 Shekel gunt, twee keer zoveel als wat jij zelf krijgt.

Hoe kan dat? Mijn idee is dat dit er mee te maken heeft dat pro-sociaal gedrag een collectieve prestatie is. Met andere woorden: de beslissing om meer of minder goedgeefs te zijn, neem je nooit in een sociaal vacuüm. Ook niet als je in een sociaal-psychologisch laboratorium te horen krijgt dat jouw gedrag volstrekt anoniem blijft en dat je die andere persoon nooit te zien krijgt en hij/zij jou niet. Je hebt onvermijdelijk gedachten in je hoofd over wat anderen zouden doen, over wat je zou behoren te doen en over hoe anderen op jouw gedrag zouden reageren als ze er weet van hadden.

Anders gezegd, we hebben een geweten en dat is niet iets puur individueels. En dat geweten speelt meer op als we zelf verantwoordelijkheid dragen. Stel dat iemand te weten krijgt dat ik de ander niet die 20 Shekel heb gegund, terwijl ik daar zelf niet slechter van werd, zal mij dat niet worden aangerekend? Hoor ik al een fictief iemand "egoïst" zeggen? Zou je je dan niet schamen?

Maar daartegenover voel ik me veel vrijer om te laten blijken dat ik met een gelijke verdeling (allebei 10 Shekel) het meest tevreden zou zijn. Die voorkeur mag je hebben. Als je maar tegelijk, als het op jouw gedrag aankomt, laat blijken dat je goedgeefs bent als de mogelijkheid daartoe bestaat. Juist door je voorkeur voor een gelijke verdeling aan de kant te zetten, laat je je ruimhartigheid zien. Je gunt een ander wat.

Kortom, ondanks die anonimiteit waaronder die proefpersonen konden beslissen, denk ik dat er zulke gedachten of flitsen van gedachten door hun hoofd gingen.

En in mijn hoofd werd ik daarbij denk ik sterk beïnvloed door het boek Moral Origins. The Evolution of Virtue, Altruism, and Shame van Christopher Boehm, waarin ik zo nu en dan aan het lezen ben. Boehm maakt met een schat aan materiaal aannemelijk dat mensen door sociale selectie in het verleden in zekere mate een aangeboren neiging tot goedgeefsheid hebben, maar dat die neiging zonder culturele versterking te zwak blijft om veel effect te hebben. Vandaar dat in alle culturen en religies goedgeefsheid wordt aangemoedigd en egoïsme wordt afgekeurd en gesanctioneerd. En die culturele context is nooit helemaal afwezig, ook niet in die anonieme situatie in het sociaal-psychologische laboratorium.

Ik denk dat de onderzoekers mijn verklaring niet zouden onderschrijven. In het artikel houden ze vast aan de fictie (wat mij betreft) van die volledige anonimiteit. En dus van dat sociale vacuüm, waarin je puur individueel zou beslissen. Maar "de anderen, die zijn er altijd".