Posts tonen met het label piekeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label piekeren. Alle posts tonen

vrijdag 11 oktober 2019

Afscheid nemen is een uniek menselijke eigenschap en zou te maken kunnen hebben met onze neiging tot piekeren

We nemen afscheid van elkaar als we uit elkaar gaan. We drukken elkaar de hand of omhelzen elkaar. En als we verwachten elkaar binnenkort weer te zien, zeggen we "Tot ziens" of zelfs "Tot gauw".
Klopt mijn indruk dat we tot voor kort ook "Tot ziens" zeiden in de gevallen waarin we die verwachting van elkaar weer te zien niet hadden? Zoals tussen vreemden. Ik zeg in zulke gevallen nog wel eens "Tot ziens", maar hoor dan vaak terug "Prettige dag verder" of een variant daarvan. Tot ziens tussen vreemden is natuurlijk ook wat vreemd en kennelijk zijn we daar met zijn allen mee opgehouden.
Afscheid nemen lijkt een unieke menselijke eigenschap te zijn. Veel dieren kennen wel het elkaar begroeten. Zo wijst de studie "Parting Is Such Sweet Sorrow", But Only For Humans? uit dat in het wild levende chimpansees elkaar wel begroeten na afwezigheid, maar nooit afscheid nemen als ze uit elkaar gaan.

Waarom nemen wij als waarschijnlijk enige diersoort afscheid van elkaar? De onderzoekers suggereren dat het te maken zou kunnen hebben met ons besef van onze eigen dood. Veel dieren kennen wel een doodsbesef, maar dan in de zin dat ze het door hebben als iemand anders is gestorven. Ze lijken niet stil te staan bij hun eigen sterfelijkheid.

Wij wel. Hoewel, we zijn er van op de hoogte, maar we zijn ook vrij goed in het verdringen ervan. Zie Is het verdringen van het doodsbesef een sociaal proces? - VPRO Zomergasten in 5 minuten: Frans de Waal.

Dat altijd deels verdrongen besef van de eigen sterfelijkheid zou er mee te maken kunnen hebben dat we afscheid nemen van elkaar de gewoonste zaak van de wereld vinden. We zullen elkaar immers een poos niet zien en wie weet wat er in die tussentijd allemaal gebeurt. We houden ons bezig met de toekomst en, vaak met hoop op gunstige voorvallen, maar ook vaak met gepieker over mogelijke negatieve gebeurtenissen. Wie weet, wie weet, is dit onze laatste ontmoeting. Dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan en dus omhelzen we elkaar.

Want wij zijn waarschijnlijk ook de enige diersoort die in staat en geneigd is tot piekeren. Tot getob over de toekomst. Piekeren en afscheid nemen horen misschien wel bij elkaar.

donderdag 24 mei 2012

Succesvol ouder worden en omgaan met emoties

Nieuw onderzoek (fulltext achter de poort) wijst er op dat we met het succesvol ouder worden beter leren om met onze emoties om te gaan.

De onderzoekers lieten drie groepen proefpersonen, gezonde jongeren, gezonde ouderen en depressieve ouderen, keuzes maken die winst, maar ook verlies konden opleveren. Ze zagen op het computerscherm acht doosjes op een rij, die ze van links naar rechts konden openen. Elk doosje bevatte een opbrengst, behalve een per toeval bepaald doosje waarin een duiveltje bleek te zitten. Als je dat doosje opende, gingen alle tot dan toe verkregen opbrengsten verloren. Dat is natuurlijk spijtig en de onderzoekers gingen na hoe sterk mensen spijt en boosheid ervoeren en hoe ze reageerden.

In eerder onderzoek was gevonden dat jongeren, en niet ouderen, op spijt reageerden met in de volgende ronde meer risico te nemen. Dus met langer doorgaan doosjes te openen, met het steeds toenemende risico om een duiveltje te treffen. Omdat de plek van het duiveltje voor elke ronde opnieuw per toeval werd bepaald, en de proefpersonen hier van op de hoogte waren, kun je deze reactie opvatten als door emoties van spijt en boosheid gedreven. In feite werd de kans op spijt in de volgende ronde er door vergroot. Als je je minder door de spijt laat leiden, dan geef je er blijk van in te zien dat je na elke ronde met een schone lei begint. En ouderen geven dus meer blijk van dat besef dan jongeren.

In dit nieuwe onderzoek werd ook een groep depressieve ouderen onderzocht en het bleek dat die vergelijkbaar reageerden als jongeren. Dat is er een aanwijzing voor dat succesvol ouder worden, in plaats van depressief ouder worden, gepaard gaat met een betere beheersing van emoties. Dit bleek ook uit de waarden van fysiologische stressmetingen tijdens het onderzoek: bij de depressieve ouderen (en bij de jongeren) namen de huidgeleiding en hartslag toe en bij de gezonde ouderen niet. En uit fMRI onderzoek bleek dat vooral bij gezonde ouderen het hersengebied van de anterior cingulate cortex werd geactiveerd. En daarvan is bekend dat het een rol speelt in de cognitieve beheersing van emoties en in het aandacht geven aan positieve gebeurtenissen, zeg maar, optimisme. Gezonde ouderen zouden daardoor beter in staat zijn om de oorzaak van mislukkingen niet alleen maar bij zichzelf te zoeken, beter dan jongeren en depressieve ouderen.

De onderzoekers speculeren dat het verschil tussen gezonde jongeren en gezonde ouderen adaptief is. In de zin dat jongeren nog een lang leven voor de boeg hebben en zich dus maar beter veel van mislukkingen kunnen aantrekken. Als je nog veel tijd te gaan hebt, dan "loont het" om je over je eigen gedrag zorgen te maken en te piekeren. Maar als je dat nog steeds doet als je oud bent, dan zou dat geen goede aanpassing zijn aan het kortere perspectief dat je nog voor je hebt. En zou het de kans op ouderdomsdepressie dus vergroten.

Dat kan. Maar het kan ook zijn dat wij in een leefomgeving opgroeien die zo afwijkt van onze natuurlijke leefomgeving dat we een flink deel van onze levensloop nodig hebben om er een goede weg in te vinden. Er is met andere woorden een lang leerproces nodig om onze emotionele reacties goed te leren beheersen, om minder stress te ondervinden en om je gelukkig te voelen en tevreden met je leven te zijn. Zie ook nog eens hier en hier. Als dat zo zou zijn, dan hebben jongeren dus een achterstand in het leerproces van het leven op ouderen.

zaterdag 12 november 2011

Mindfulness, piekeren en moreel handelen

Susan Blackmore beschrijft in Het mysterie van het bewustzijn. Inzicht in het brein door meditatie en mindfulness (Arbeiderspers, 2009) hoe ze zeven weken lang probeerde om mindful de dag door te brengen, dat wil zeggen om steeds "in het huidige moment te blijven". Steeds als ze ging nadenken over wat ze gedaan had en of dat wel goed was en over wat ze nog moest doen en of dat wel zou lukken, probeerde ze tegen zichzelf te zeggen: Kom terug naar het heden, wees nu hier, laat het gaan. Ze ontdekte dat al die gedachten, dat gepieker, niet nodig waren om haar leven te leiden. Ook ontdekte ze dat het eigenlijk altijd goed voelde om in het huidige moment te zijn. Ik schrijf een stukje over (p. 18-19):
Het meteen loslaten van wat je zojuist hebt gedaan, werkt enorm bevrijdend, maar is in onze traditie tamelijk zorgwekkend. Van nature ben je bang dat je vreemd gedrag vertoont, jezelf voor schut zet, een te groot risico neemt of, nog verontrustender, geen enkel moreel besef hebt. Vreemd genoeg leek die vrees onterecht. Integendeel: het lichaam bleef nuttige en verstandige dingen doen, blijkbaar zonder al het getob dat mij zo essentieel leek. (...) Handelen in het nu en dan doorgaan lijkt misschien op het mijden van verantwoordelijkheid, maar ondertussen blijf je gewoon verantwoord handelen.
Het is alleen maar de ervaring van Susan Blackmore, maar het bevestigt het sociaalwetenschappelijke inzicht dat ons moreel handelen berust op goeddeels onbewuste, dat wil zeggen, niet verstandelijk beredeneerde, morele intuïties. Gepieker zal soms wel eens goed zijn, maar een voorwaarde voor moreel handelen is het waarschijnlijk niet.

zondag 6 november 2011

Lage status, armoede, piekeren en chronische stress

Toen ik dit bericht schreef, over lage status die aanzet tot piekeren en daardoor bijdraagt tot gezondheidsproblemen, moest ik denken aan een studie van een paar jaar geleden over het verband tussen sociaal-economische status en schoolprestaties en de rol die stress daarin speelt. Na wat zoeken in mijn Reference Manager bleek het om Childhood poverty, chronic stress, and adult working memory van Gary W. Evans en Michelle A. Schamberg te gaan.

Deze auteurs onderzoeken het verband tussen armoede in de jeugd en de prestaties op een test voor werkgeheugen. (Een goed werkgeheugen, hoeveel je op korte termijn kunt onthouden, is zoals bekend bevorderlijk voor schoolprestaties.) En ze gaan na in hoeverre dit verband tot stand komt door de mate van stress die met armoede gepaard zou gaan. Het blijkt dan dat hoe langer iemand vanaf de geboorte in armoede heeft doorgebracht, hoe slechter het werkgeheugen op zeventien-jarige leeftijd.

Wat maakt dat de duur van armoede het werkgeheugen lijkt te verminderen? Daar geeft de rol van stress enig inzicht in. Bij diezelfde zeventien-jarigen was ook, toen ze negen en dertien jaar waren, de mate van chronische stress gemeten oftewel de mate van allostatische belasting ("chronic wear and tear caused by the mobilization of resources to meet changing environmental exigencies"). Die werd berekend als een samenstelling van een aantal fysiologische maten (diastolische en systolische bloeddruk, nachtelijke epinephrine, norepinephrine, cortisol en de Body Mass Index).

Het blijkt dan dat degenen die langer in armoede hadden doorgebracht, meer last hadden van chronische stress. En het meer last hebben gehad van chronische stress vermindert ook het werkgeheugen. Het verband tussen armoede en werkgeheugen bleek te verdwijnen als je rekening houdt met die chronische stress.

Dit betekent dat het niet de armoede op zich is die leidt tot een minder goed werkgeheugen (en tot lagere schoolprestaties die daarmee samenhangen), maar de mate van stress die met armoede gepaard gaat. Daarbij moeten we bedenken dat het onderzoek werd gedaan in de Verenigde Staten. Het gaat dus over armoede in een overigens rijk land. Anders gezegd, over de gevolgen van het innemen van een lage sociaal-economische positie in een statushiërarchie waarin hoge status met grote rijkdom gepaard gaat.

Dat gepieker en die chronische stress zouden wel eens naar een zelfde onderliggende mechanisme kunnen verwijzen.

zaterdag 5 november 2011

Verband tussen lage status en slechte gezondheid kan met piekeren te maken hebben

Het is al langer bekend dat een lage sociale status gepaard gaat met gezondheidsproblemen. Ook is bekend dat een slechte gezondheid niet alleen een oorzaak is van die lage status, maar dat lage status ook een oorzaak is van gezondheidsproblemen. Dat laatste komt weer niet alleen doordat een lage status samengaat met een laag inkomen, onverzekerd zijn tegen ziektekosten en slechte levensomstandigheden. Er zijn aanwijzingen dat het gevoel in een statushiërarchie onderaan te staan, negatieve gezondheidseffecten heeft.

Nieuw onderzoek geeft inzicht in een mogelijke achtergrond van dit verband. Het zou er aan kunnen liggen dat het besef een lage status in te nemen er toe leidt dat mensen daarover gaan piekeren. Onderzoekers noemen dat ruminative coping, het steeds maar stilstaan bij de oorzaken, gevolgen en symptomen van je lot. En het is bekend dat dit soort gepieker niet goed is voor je gezondheid. Je gaat er slecht van slapen, hebt meer kans op hart- en vaatproblemen en op ontstekingen.

In deze nieuwe studie is dit experimenteel onderzocht, door de ene helft van de proefpersonen (zoals meestal: studenten) te vragen zich voor te stellen dat ze in de toekomst een reünie van studiegenoten bezoeken en dat blijkt dat ze daar vergeleken met de anderen een lage status hebben. De andere helft werd gevraagd zich een hoge status voor te stellen. Vervolgens werd hen gevraagd om zich voor te stellen dat ze de dag na de reünie een dagboek bij hielden en op te schrijven wat ze daarin zouden noteren over hoe ze zich voelden, wat ze deden en wat ze dachten. Die zogenaamde dagboekaantekeningen werden gecodeerd voor de mate waarin ze aanwijzingen leverden voor de aanwezigheid van gepieker. Dat gebeurde door getrainde beoordelaars die niet waren ingelicht over de bedoeling van het onderzoek.

Het bleek dat degenen die zich een toekomstige lage sociale status voorstelden meer piekerden dan degenen die zich een hoge status voorstelden. Dat lag er overigens niet aan dat degenen die zich een lage status voorstelden negatievere gevoelens hadden dan de anderen.

Het is opvallend dat een zo eenvoudige en op het oog niet ingrijpende manipulatie, het je alleen maar voorstellen dat je een lage status hebt, al leidt tot een hoger niveau van piekeren.