zondag 17 juni 2018

Zondagochtendmuziek - J.S. Bach Violin Sonatas and Partitas BWV 1001-1006 Menuhin 1973-1975

Ik hoorde bij Klara een mooie nieuwe uitvoering van de vioolsonates en partita's van Bach. Niet onthouden van wie. Maar hier is er wel een heel fraaie, door Yehudi Menuhin, uit 1973-1975. Menuhin nam ze drie keer op. Dit is de laatste en volgens een van de reacties de meest filosofische.

woensdag 13 juni 2018

Alleen bij hogere werkloosheid voelden Witte Amerikanen zich in gemengde buurten meer bedreigd en stemden ze meer op Trump

Komt het populistisch rechts-extremistisch stemmen meer voort uit het zich (cultureel) bedreigd voelen door minderheden en vreemdelingen of meer uit gevoelens van economische bestaansonzekerheid?

Er zijn aanwijzingen dat dit niet een kwestie is van of-of, maar meer van en-en. Zie het bericht
Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en.

Het nieuwe onderzoek The Racial and Economic Context of Trump Support. Evidence for Threat, Identity, and Contact Effects in the 2016 Presidential Election geeft nu een aardig inzicht in de samenhang tussen de twee.

Daaruit komt namelijk naar voren dat Witte, non-Hispanic, Amerikanen bij de verkiezingen van 2016 meer op Trump stemden als ze in een meer etnisch gemengde buurt woonden, een buurt dus met grotere minderheden van Zwarten, Latino's en Aziaten. En dat lag eraan dat ze zichzelf meer een Witte identiteit toekenden.

Je kunt dat zo opvatten dat ze zich meer in hun identiteit bedreigd voelden en dus met een grotere kans op Trump stemden.
Maar dit was minder het geval als ze meer contact hadden met leden van die minderheden. Hoe meer van zulke contacten, hoe geringer de kans op een Trump-stem. Denk aan de contacthypothese.
Maar, en daar gaat het nu om, de onderzoekers keken ook naar de "contextuele variabele" van hoeveel buurtbewoners werkloos waren.

En toen bleek dat het verband tussen die etnische diversiteit en het stemmen op Trump alleen bestond in buurten met een hogere werkloosheid. Bij lage werkloosheid maakte die etnische diversiteit geen verschil meer.

En daarmee zie je de samenhang tussen de twee wel heel duidelijk naar boven komen. Die hogere werkloosheid in de buurt maakt dat mensen zich economisch onzekerder voelen. Zoekend naar een oorzaak voor die grotere onzekerheid valt hun oog in de meer diverse buurten op de aanwezigheid van de minderheden. Waardoor ook hun eigen Witte identiteit voor hen belangrijker werd.

En waardoor ze dus meer ontvankelijk werden voor de racistische retoriek van Presidentskandidaat Donald Trump.

Merk op hoe in deze samenhang de rol van economische bestaansonzekerheid cruciaal is. 

zondag 10 juni 2018

Zondagochtendmuziek - Ry Cooder - The Prodigal Son (Live in studio)

Dit is ook Amerika. Na zes jaar weer een CD van Ry Cooder (1947): The Prodigal Son. Pieter Wijnstekers is er in Heaven juichend over:
een nieuw hoogtepunt in zijn indrukwekkende oeuvre, een plaat die weer eens op alle fronten overtuigt en Ry Cooder opnieuw positioneert als een van de grootste schatbewaarders in de Amerikaanse rootsscene.

donderdag 7 juni 2018

Geen verdringing - Juist meer informele langdurige zorg in landen met uitgebreidere overheidsvoorzieningen voor langdurige zorg

In de discussies over de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving kom je vaak de gedachte tegen dat een uitgebreide en ruimhartige verzorgingsstaat mensen ertoe brengt om zelf minder actief te zijn in de onderlinge hulpverlening. Want: als de overheid het al doet, dan kunnen wij achterover leunen.

In de literatuur staat die gedachte bekend als het crowding out - effect: de formele zorg zou de informele zorg verdringen.

Maar er zijn aanwijzingen voor precies het tegenovergestelde, voor crowding in: het verschijnsel dat formele zorg en informele zorg samen op gaan. Hoe meer formele zorg, hoe meer informele zorg. Zie de berichten op dit blog achter het label crowding-in.

Daar is nu een nieuwe aanwijzing bijgekomen. In de studie How to understand informal caregiving patterns in Europe? The role of formal long-term care provisions and family care norms gaat Ellen Verbakel (Radboud Universiteit Nijmegen) voor 19 Europese landen na hoe de uitgebreidheid van de formele langdurige zorg samenhangt met hoe actief burgers zelf zijn in het verlenen van informele langdurige zorg.

Wat die formele zorg betreft, ging het om een index samengesteld uit het aantal bedden beschikbaar voor langdurige zorg per 1000 inwoners van 65 jaar en ouder, het aantal langdurige zorgverleners per 100 mensen van 65 jaar en ouder, de overheidsuitgaven ten behoeve van langdurige zorg als percentage van het BNP en het aandeel van de bevolking dat langdurige zorg ontvangt. Het ging om gegevens van de OECD.

Wat de informele zorg betreft ging het om gegevens verkregen door middel van de European Social Survey (ESS).

Het blijkt dan dat in landen met uitgebreidere overheidsvoorzieningen voor langdurige zorg juist ook meer informele langdurige zorg wordt gegeven. Met dien verstande dat ze binnen het geheel van die langdurige zorg minder actief zijn in de intensievere vormen van langdurige zorg.

Het achterliggende proces zou wel eens kunnen zijn dat landen verschillen in de mate waarin de bevolking van oordeel is dat zorgbehoeftigen de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Een grotere zorgzaamheid houdt dan zowel in dat mensen zelf meer bereid zijn om zorg te verlenen als dat ze meer stemmen op politieke partijen die een ruimhartig overheidsbeleid voorstaan op het gebied van de (formele) zorg. En een gevolg van dat proces is dat de overheid meer het verlenen van de intensievere vormen van zorg op zich neemt, die de mogelijkheden van de informele hulpverleners al snel te boven gaan.

Verzorgingsstaat en onderlinge hulpverlening is dus niet een kwestie van of-of, maar van en-en.

dinsdag 5 juni 2018

Door meer ongelijkheid meer stress, angststoornissen en psychische problemen - Nieuw boek van Wilkinson en Pickett

Richard Wilkinson en Pickett zijn na hun in 2009 verschenen  The Spirit Level. Why more equal societies almost always do better doorgegaan met hun onderzoek naar de negatieve gevolgen van grote ongelijkheid. Zie het bericht Gezondheid en sociale omgeving (10): de gezondheidsschade van inkomensongelijkheid voor meer over dat boek.

Nu is er van hen een vervolgboek verschenen: The Inner Level. How More Equal Societies Reduce Stress, Restore Sanity and Improve Everyone’s Wellbeing.

The Guardian interviewt de beide onderzoekers. Zie Is rising inequality responsible for greater stress, anxiety and mental illness?

Gevolgd door een excerpt uit het boek dat ingaat op de gevolgen van het opgroeien in armoede voor de onderwijsprestaties van kinderen. Met een plaatje dat laat zien hoe in het Verenigd Koninkrijk het verschil in prestaties tussen kinderen uit de meest gedepriveerde en de minst gedepriveerde gezinnen na het zevende levensjaar sterk toeneemt.


maandag 4 juni 2018

Loont het om aardig te zijn? In een individualistische cultuur niet

Eerder zagen we dat het, althans in de Verenigde Staten, niet loont om aardig te zijn. Zie Aardige mensen verdienen minder. Uit dat bericht:
Aardig zijn (agreeableness) is een van de vijf dimensies van persoonlijkheid waar je mensen op kunt indelen. Aardig zijn betekent dat je gemakkelijk van vertrouwen bent, eerlijk, pro-sociaal, meegaand, bescheiden en zachtaardig. En het is bekend dat aardige mensen een groot belang hechten aan persoonlijke relaties en meer gemotiveerd zijn om relaties in stand te houden, waardoor ze ook door anderen aardiger gevonden worden. Onaardige mensen hoeven nog geen psychopaat te zijn, maar hebben wel vaker de neiging om zich egoïstisch en agressief op te stellen, vooral in conflictsituaties.
Je zou kunnen zeggen dat we er met zijn allen, als maatschappij, belang bij hebben dat er genoeg aardige mensen bestaan. Wat genoeg is, weten we niet. Maar een maatschappij met heel veel onaardige mensen moet een stuk minder aangenaam zijn om in op te groeien en in te leven dan een maatschappij met veel aardige mensen. En je kunt je voorstellen dat al dat onaardige gedrag ook hoge kosten met zich meebrengt, al was het maar doordat er meer middelen verspild worden aan onnodige conflicten.

Dat zou er voor pleiten om aardige mensen beter te belonen dan onaardige mensen.
Maar uit dat onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dus dat zulks daar niet het geval is. Ook als je er rekening mee houdt dat aardige en onaardige mensen verschillende soorten beroepen uitoefenen, met verschillende beloningsniveau's, dan blijft staan dat aardige mensen minder verdienen dan onaardige. (De link naar het onderzoek in dat vorige bericht werkt helaas niet meer. Herstel volgt.)

Nu is er nieuw onderzoek, waarin de Verenigde Staten wordt vergeleken met Japan: Is being agreeable a key to success or failure in the labor market? En daaruit komt naar voren dat voor Japanse mannen geldt dat aardiger zijn juist wel een hoger inkomen oplevert.

Tevens wordt nog eens bevestigd dat het omgekeerde geldt voor de Verenigde Staten, waar aardige mannen minder verdienen.

De onderzoekers brengen het verschil in verband met de de meer individualistische cultuur in de Verenigde Staten en de meer collectivistische cultuur in Japan.

En dat wijst dus op een nadeel van teveel individualisering. De maatschappij wordt er competitiever door en ontmoedigt degenen met een aanleg om aardig te zijn.

zondag 3 juni 2018

Zondagochtendmuziek - Dmitri Shostakovich. Piano Sonata No 2 in B-minor, Op.61. Daria Kovaleva...

Vandaag ben ik 75 geworden. Geboren midden in de Tweede Wereldoorlog. Ik keek wat rond op de Wikepedia-site 1943 in music en zag dat op 6 juni van dat jaar Dimitri Shostakovich in Moskou zijn Pianosonata nr. 2 opus 61 in première bracht. Hij was toen net in Moskou aangekomen vanuit Samara, waar hij verbleef na evacuatie uit het belegerde Leningrad en waar hij deze sonate componeerde.

Het is een minder bekend werk van Shostakovich. Gerard McBurney schrijft erover:
Given the success of his other major piano pieces like the 24 Preludes op.34 and the 24 Preludes and Fugues op.87, it is curious that this Second Sonata has not been taken up by many pianists in our time. Partly this is because, although this music is difficult to play, it is almost entirely undemonstrative, lacking in the more obviously colourful and virtuosic elements that a performer knows will make an impression on an audience. Instead, for much of its three movements it is like a study in greys, internalised, meditative and almost inscrutable. Nonetheless one or two great 20th century players have taken it up, including Maria Yudina and Emil Gilels, and in their performances the piece emerges as impressively deep and thoughtful. This is aristocratic music that contains its meaning within itself and invites the listener to the inside of the musical argument rather than to the surface rhetoric or sound effects.
Verstilde en diepzinnige muziek. Hier uitgevoerd door Daria Kovaleva.

woensdag 30 mei 2018

Is hiërarchie nodig? Vergeet het. Meer hiërarchisch georganiseerde teams presteren slechter - minder goede coördinatie en meer conflicten

De oorspronkelijke menselijke samenlevingsvorm is die van de egalitaire jagers-verzamelaarssgroep, die voor overleving afhankelijk was van samenwerken en delen. Maar met de komst van de landbouwsamenlevingen keerde de evolutionair oudere samenlevingsvorm van de statushiërarchie terug in de mensheidsgeschiedenis, in de vorm van vorstendommen, keizerrijken en dynastieën.

Meer recent zijn daar de met een bepaald doel geconstrueerde, formele organisaties bijgekomen, de overheidsdiensten, de ondernemingen en de non-profit organisaties. Die zijn geconstrueerd en formeel, omdat ze in een juridisch kader zijn ingebed.

Sinds de komst (de uitvinding) van die formele organisaties staan we voor de uitdaging hoe ze het beste gestructureerd kunnen worden. Meer met de egalitaire groep als voorbeeld? Of meer naar het model van de statushiërarchie? Welke vorm werkt beter uit op de prestaties van de organisatie?

Als het gaat om teams binnen die organisaties, geeft de nieuwe studie Why and when hierarchy impacts team effectiveness: A meta-analytic integration daarop een antwoord. De onderzoekers gingen op zoek naar alle relevante onderzoek, waarna 54 studies overbleven, met 86 gevallen waarin een effect van de mate van hiërarchie op prestaties was vastgesteld. Daarvan waren 39 studies gepubliceerd, zeven keer ging het om een ongepubliceerde dissertatie en acht keer betrof het nieuwe, nog ongepubliceerde data. In totaal ging het om 13.914 teams die op hiërarchie en prestaties konden worden vergeleken.

In de theoretische literatuur vind je aan de ene kant het vermoeden dat hiërarchie positief uitwerkt op de prestaties, omdat leiding van bovenaf zou zorgen voor de voor de taakuitoefening benodigde coördinatie.

Maar aan de andere kant is er ook de opvatting dat hiërarchie zorgt voor meer conflicten, doordat teamleden door de ongelijke beloning en verdeling van voordelen onderling gaan concurreren om hogerop te komen. En die onderlinge concurrentie, statuscompetitie, zou afbreuk doen aan de prestaties van het team.

Uit de analyses komt nu naar voren dat er een, weliswaar klein, maar significant negatief verband bestaat tussen de mate van hiërarchie en de prestaties. Hetzelfde geldt voor het verband tussen hiërarchie en de mate van levensvatbaarheid van het team (gemeten aan tevredenheid en betrokkenheid van de teamleden). Meer hiërarchie werkt dus slecht uit voor de prestaties van een team en de tevredenheid en betrokkenheid van de teamleden.

Dat zou er op kunnen wijzen dat het effect van conflicten door hiërarchie dus kennelijk groter is dan het effect van die betere coördinatie door hiërarchie.

Maar het verrassende is dat dat laatste effect helemaal niet blijkt te bestaan, sterker, het is juist omgekeerd: in meer hiërarchische teams werden de taken juist minder goed gecoördineerd dan in de minder hiërarchische teams.

Dat teamleiders zo nodig zijn om het werk goed te coördineren en dat teamleiders zulke goed coördinatoren zijn (en dus beter behoren te worden beloond), dat lijkt dus helemaal niet te kloppen.

Kennelijk verloopt de coördinatie van werkzaamheden beter zonder leiding van bovenaf. Dus als het team meer overeenkomsten vertoont met die egalitaire jagers-verzamelaarsgroep.

maandag 28 mei 2018

Waarom niet dankjewel zeggen niet onbeleefd en onopgevoed is

Bij de bakker krijgen kleine kinderen wel eens een krentenbol en bij de slager wel eens een plakje worst. Je maakt dan eigenlijk altijd mee dat de ouder die daarbij aanwezig is, aan het kind vraagt "Wat zeg je dan?", als het kind niet al uit zichzelf "Dank u wel" heeft gezegd. We vinden dat kinderen moeten leren om dankjewel te zeggen als je iets krijgt of als iemand iets voor je doet.

Maar hoe vaak zeggen we eigenlijk dankjewel in zulke gevallen? En is dat cultuurafhankelijk?

De onderzoekers van de studie Universals and cultural diversity in the expression of gratitude gingen dat na door filmopnames van dagelijkse, informele interacties te analyseren die op acht verschillende plekken op aarde gemaakt waren. Zie het plaatje voor de locaties, met bij elke locatie de betreffende taal die wordt gesproken.


Ze selecteerden alle episodes waarin iemand aan een ander iets vroeg, zoals "Geef je het zout even door?", en inventariseerden of aan het verzoek werd voldaan en of daarop wel of niet met een of andere vorm van dankbetuiging werd gereageerd.

En wat bleek? Bijna altijd werd het verzoek ingewilligd en bijna nooit werd dankjewel gezegd.

Je ziet in het volgende plaatje de verdeling van de percentages dankbetuigingen over de verschillende locaties:


Zijn mensen dan zo onbeleefd en onopgevoed?

Nee natuurlijk. Het elkaar als vanzelfsprekend bijstaan en samenwerken (gemeenschapsgedrag) was een zo essentieel onderdeel van de menselijke sociale evolutie dat wij er over het algemeen nog steeds van uitgaan dat iets voor iemand doen de gewoonste zaak van de wereld is. In die Paleo Sociale Omgeving was helpen, delen en samenwerken de dagelijkse gang van zaken. Dankjewel zeggen zou op die vanzelfsprekendheid juist inbreuk hebben gemaakt.

Daarmee komt overeen dat in de meer geïndividualiseerde West-Europese samenlevingen (Italië en Engeland in het plaatje hierboven), die dus wat de dagelijkse interacties aangaat verder van de Paleo Sociale Omgeving verwijderd zijn, vaker dankjewel wordt gezegd.

Maar zelfs ook daar dus maar weinig.

zondag 27 mei 2018

Zondagochtendmuziek - Olivier Messiaen. Oiseaux exotiques - Ukho Ensemble Kyiv, cond. Luigi Ga...

Ik fietste vorige week over het Groninger Hoge Land en ervoer de onnatuurlijke stilte van de blauwgroene, over-bemeste raaigrasweilanden, zonder noemenswaardig bodemleven, zonder insecten en dus zonder vogels. Slechts hier en daar een weiland met bloeiend gras, zuring en boterbloemen.

De intensieve landbouw, met zijn gebruik van neonicotinoïden, is bezig een ecologische en daardoor op termijn een humanitaire ramp te veroorzaken. Europees zijn nu, te laat, maar dan toch, de neonicotinoïden verboden. Het is hoog tijd voor de grote transitie in de landbouw en voedselvoorziening. Lees Henk Tennekes: “Het gif werkt langzaam, maar het werkt wél” en volg hem op twitter: @tennekes_tox.

Ondertussen gaan we de vogels missen. Vanuit onze stadse achtertuin tel ik nu op zomeravonden met moeite drie of vier zwaluwen. Vijftien jaar geleden waren dat er tientallen.

Daarom nu een ode aan de vogels. En hoe beter dan met Olivier Messiaens Les Oiseaux Exotiques, hier uitgevoerd in 2015 in Kiev.

woensdag 23 mei 2018

Thomas Piketty over Rising Inequality and Globalisation - livestream

Vandaag naar Groningen voor de Maddison Lecture in Economic Growth and Development. Thomas Piketty spreekt, van 15:15 uur tot 17:30 uur, over Rising Inequality and Globalisation.

De livestream is hier te volgen.

donderdag 17 mei 2018

Waarom we zo actief zijn op sociale media - En over hoe de markt inspeelt op onze primaire sociale behoeften

Het CBS publiceert vandaag een aflevering van Statistische Trends over opvattingen over sociale media. Wat valt er zoal op?

87 procent van de ondervraagden (18 jaar of ouder) zijn actief op sociale media. Voor bijna iedereen van deze groep (rond de 90 procent) is de de belangrijkste reden om dat te doen het in contact blijven met anderen.

En dat in contact blijven, dat lukt ook goed. Want ruim 60 procent ervaart een positieve invloed van de activiteit op sociale media op het contact met familie en vrienden (en bijna niemand een negatieve invloed).

Jongeren (18 - 25 jaar) zijn het meest actief op sociale media: ruim 80 procent van hen spendeert er ten minste 1 - 5 uur per dag aan, oplopend tot 10 uur per dag of meer. Onder hen vinden we ook de meesten die zichzelf verslaafd vinden aan sociale media, hoewel dat toch niet meer is dan tegen de 30 procent.

Dat jongeren meer dan ouderen actief zijn, zal eraan liggen dat hun sociale contacten meer in beweging zijn, door gebeurtenissen als veranderen van opleiding, overgang van opleiding naar werk en verlaten van het ouderlijk huis. Daardoor ervaren ze meer sociale vluchtigheid, wat aanzet tot grotere inspanningen om contacten te onderhouden en voor nieuwe contacten open te staan. Zie Over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid. En misschien hebben ze door dat dit de tijd is om vrienden te maken, omdat er later in de levensloop nog maar weinig vrienden bij komen.

Dat de sociale media die belangrijke functie van het in contact blijven met anderen zijn gaan vervullen en dat zoveel mensen er zo snel actief op zijn gaan worden, is wel iets om bij stil te staan.

Want het lijkt erop dat het op de markt komen van deze nieuwe technologie ons in staat stelt om meer dan daarvoor te voldoen aan onze sociale behoeften. Onze 'ouderwetse" behoefte aan het vanzelfsprekende contact met vertrouwde anderen komt door onze leefwijze in het gedrang. We hebben al lang niet meer die fysieke omgeving waarin we onze vertrouwden als onderdeel van onze dagelijkse bezigheden eigenlijk altijd dicht in de buurt hadden.

Maar als groepsdier bij uitstek zijn we nog steeds wel ingesteld op die vanzelfsprekende nabije aanwezigheid van anderen. Daar komt die voortdurende behoefte aan contacten uit voort, die vaak latent is, maar vaak ook manifest, wanneer we ons eenzaam voelen.

En wat is er gebeurd? De markt heeft die behoefte ontdekt en een aanbod aan sociale media ontwikkeld, waar wij geld voor over hebben om er actief op te kunnen zijn. En waar we blootstelling aan reclame en opgeven van onze privacy voor over hebben.

Het is een voorbeeld van die vele gevallen waarin iets dat eerst als vanzelf voortkwam uit onze Primaire Sociale Orde, het domein van de persoonlijke relaties, nu als een "voorziening" tot stand komt via de omweg van de Markt. Dus via de omweg van een commercieel product.
Die hoofdletters slaan op het OMOP-schema, dat onze huidige maatschappij ziet als bestaande uit twee geconstrueerde sociale ordes, Overheid en Organisaties, en twee spontane sociale ordes, Markt en Primaire Sociale Orde. Met die onderscheidingen en de bewegingen en beïnvloedingen tussen die ordes kun je eigenlijk het hele onderzoeksgebied van de sociologie, of breder, van de sociale wetenschap karakteriseren. De Groningse sociologie-opleiding is rond het OMOP-schema opgebouwd. Zie ook Sociale Welvaart.
Vergelijkbaar is de introductie en snelle verspreiding van de televisie als een commercieel product dat ons in staat stelde om een soort pseudo-sociale contacten aan te gaan met televisiepersoonlijkheden (parasociale relaties) als onvolkomen substituut voor de ontbrekende echte contacten. Zie Door toename vrije tijd gingen we vooral meer televisiekijken. En wat deden we met onze sociale contacten?

woensdag 16 mei 2018

De rol van sociale welvaart en van bestaanszekerheid in de Monitor Brede Welvaart 2018 van het CBS is beperkt

Het CBS presenteerde vandaag de Monitor Brede Welvaart 2018. In die Monitor, die bedoeld is als alternatief voor het Bruto Nationaal Product als indicator voor de economische welvaart, gaat het "om zowel de economische als de ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van welvaart". Zie hier mijn eerdere berichten over de notie van het brede welvaartsbegrip:
Het is mooi dat deze monitor er nu is, maar ook als je hem heel welwillend beoordeelt, kom je tot de conclusie dat dit een eerste poging is, die nog op vele punten moet worden verbeterd. Voor een deel ligt dat er natuurlijk aan dat het geheel gebaseerd is op bestaande indicatoren, die bovendien al lang genoeg bestaan om een vergelijking in de tijd te kunnen maken, en die bovendien ook van genoeg andere landen bekend zijn om internationale vergelijking mogelijk te maken. Dat zijn zwaarwegende beperkingen.

Wat mij er bij eerste kennismaking in opviel was dat sociale welvaart en bestaanszekerheid er bekaaid afkomen.

Sociale welvaart, de mate van behoeftebevrediging die voortkomt uit het hebben van persoonlijke relaties waarin mensen om elkaar geven, wordt in de Monitor meegenomen met de indicator "contacten om sociale redenen met vrienden, familie of collega's". 

Het gaat dan om het percentage dat meer dan een keer per maand een ontmoeting heeft. Je komt dan uit op het hoge percentage van 93,5 (in 2016), dat tussen de jaren weinig varieert. Het was beter geweest om de variatie van aantallen ontmoetingen per maand, van dagelijks tot meerdere keren, meer gewicht te geven, door de grens wat minder laag te leggen. En een indicator voor de frequentie van eenzaamheidsgevoelens ontbreekt helaas. Volgens de laatste cijfers (2016) is 33 procent van de volwassen bevolking matig eenzaam en 10 procent ernstig of zeer ernstig eenzaam.

En het viel me op dat een indicator voor de mate van bestaans(on)zekerheid geheel ontbreekt. Zie hier voor het belang daarvan voor de kwaliteit van leven: 

Maar hulde voor het CBS, dat een begin heeft gemaakt met wat zich in de toekomst ongetwijfeld nog verder zal ontwikkelen: het van jaar tot jaar bijhouden van hoe het met mensen gaat, niet alleen wat "het geld", maar ook wat "de rest" betreft. 

maandag 14 mei 2018

Waardoor leden drie van de vier Britten het afgelopen jaar tenminste eenmaal aan overweldigende stress?

Drie van de vier inwoners van Groot-Brittannië geven aan zich in het afgelopen jaar tenminste een maal zo gestresst te hebben gevoeld dat ze zich overweldigd voelden of niet in staat om er het hoofd aan te bieden.

Dat is de uitkomst van een nieuw onderzoek van de Britse Mental Health Foundation onder een representatieve steekproef van 4619 Britten: Stress. Are We Coping?  The Guardian besteedt er vandaag aandacht aan: Three in four Britons felt overwhelmed by stress, survey reveals.

Stress hoeft niet een groot probleem te zijn. We spreken dan over stress Type I, die je helpt om adequaat te reageren op een opduikend probleem. Dus te reageren met een oplossing die de oorzaak van de stress wegneemt.

Maar als stress overweldigend is en je er niet het hoofd aan weet te bieden, dan hebben we het over een langer durende toestand. Dus over chronische stress oftewel stress type II. Zie nog eens Gezondheid en sociale omgeving (8): allostatische belasting en de levensloop.

Dat zoveel mensen last hebben van chronische stress is natuurlijk niet normaal. Het heeft ermee te maken dat we een maatschappij hebben laten ontstaan waarin de uitdagingen van statuscompetitie en eenzaamheid groter zijn dan de meesten van ons aankunnen. Een maatschappij waarin stress toeneemt en daarmee ook de psychische problemen die er het gevolg van zijn. Zie De toename van psychische problemen is een echte toename, niet alleen maar een toename van diagnoses.

Uit dit onderzoek leren we dat de meest genoemde oorzaak van stress eruit bestond dat mensen leden aan chronische ziekten, die op hun beurt vaak weer voortkomen uit eerder ervaren stress. Daarnaast komen werk en het combineren van werk en gezinsleven, financiële problemen, sociale media en maatschappelijk-politieke problemen als oorzaken naar voren. De dieperliggende oorzaken: teveel aan statuscompetitie, vaak gepaard gaande met bestaansonzekerheid, en de (dreiging van)  eenzaamheid, zijn niet moeilijk op te merken.

Met die dieperliggende oorzaken komt overeen dat vrouwen meer stress ervaren dan mannen, want over het algemeen hebben mannen wat minder te lijden van een statuscompetitieve omgeving dan vrouwen. Ook komt ermee overeen dat minderheden en armen meer onder stress te lijden hebben.

En er komt mee overeen dat jongeren meer stress ervaren dan ouderen. Ze moeten nog leren om in die statuscompetitieve maatschappij hun weg te vinden. Daarnaast kan er ook een uitvaleffect optreden: degen die het meeste stress ervaren, worden minder oud.

zondag 13 mei 2018

Zondagochtendmuziek - Grigory Sokolov - Schubert, Klavierstücke No. 1

De Russische meesterpianist Grigory Sokolov kwam op dit blog al een keer voorbij. Vrijdagavond trad hij op in TivoliVredenburg, met voor de pauze drie sonates van Joseph Haydn en na de pauze de Vier Impromptus D935 van Franz Schubert.

De Hertz-zaal zat vol en luisterde ademloos. Na afloop zes toegiften, want noch het publiek, noch Sokolov zelf, kregen er genoeg van.

Hier een optreden uit 2013, met een link naar het volledige recital.

vrijdag 11 mei 2018

De steun voor de democratie is groter dan je zou denken - Neem nu de Verenigde Staten

We maken een tijd mee waarin in het publieke domein het statuscompetitiepatroon lijkt te gaan overheersen over het gemeenschapspatroon. Omdat statuscompetitie en statushiërarchie, als ze vrij baan krijgen, niet zijn te rijmen met fundamentele gelijkheid en mensenrechten, betekent die ontwikkeling dat de democratie in gevaar komt.

Aanwijzingen in die richting dringen zich van dag tot dag op als je het nieuws volgt over landen als de Verenigde Staten, Rusland, Turkije, Hongarije, Polen en Groot-Brittannië. Tot voor kort kon je het idee hebben dat de democratie, na de introductie van het algemeen kiesrecht zo'n honderd jaar geleden, wereldwijd meer en meer zou worden omarmd. Maar als je onder ogen ziet hoe het kapitalisme zich aan het begin van de eenentwintigste eeuw verder heeft ontwikkeld, meet toegenomen ongelijkheid en de terugkeer van economische en financiële crises, ga je je afvragen of kapitalisme en democratie duurzaam met elkaar  zijn te verenigen.

Maar misschien is het goed om onderscheid te maken tussen waar het politieke bedrijf van dag tot dag over gaat en wat de onderliggende opvattingen zijn van het kiezersvolk.

Want kijk nu eens naar de resultaten van dit onderzoek naar de opvattingen van de Amerikaanse kiezers over een van de grote gevaren voor de democratie, de beïnvloeding van de werking van het politieke proces door het Grote Geld: Americans Evaluate Campaign Finance Reform. Een samenvatting van die resultaten vind je hier: Liberals Want to Overturn Citizens United. A New Study Shows Conservatives Do Too. 

Dat met het presidentschap van Donald Trump de Amerikaanse democratie in zo groot gevaar is, kun je moeilijk anders zien dan als een uitkomst van de toegenomen invloed van het Grote Geld op het politieke proces. En een cruciale rol in die toegenomen invloed speelde de Citizens United ruling van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 2010.

Volgens dat besluit, met de kleinst mogelijke meerderheid genomen (5 - 4), mogen grote ondernemingen onbeperkte hoeveelheden geld besteden aan het aanprijzen van politieke partijen en hun kandidaten. Omdat die sommen geld niet direct besteed worden aan de verkiezingscampagnes, zouden ze volgens het Hooggerechtshof niet kunnen leiden tot corruptie of tot de schijn van corruptie.

Uit dat onderzoek blijkt nu dat de Amerikanen in overgrote meerderheid van mening zijn dat dat besluit van het Hooggerechtshof zou moeten worden teruggedraaid. Sterker, 66 procent van de Republikeinen en 85 procent van de Democraten ondersteunen een wijziging van de Grondwet die dat Citizens United besluit onwettig zou maken.

En een meerderheid van 88 procent is er voorstander van om de invloed van de grote donoren op de verkiezingscampagnes terug te dringen.

Dat idee van een democratie als de juiste inrichting van een nationale staat, waarin iedereen meetelt ongeacht inkomen en vermogen, dat is ontegenzeglijk onderdeel van het gemeenschapspatroon, overgeheveld naar het publieke domein. Dat de bescherming van de democratie tegen het Grote Geld zoveel aanhang heeft in een land dat jarenlang overspoeld is met de door datzelfde Grote Geld gefinancierde propaganda, dat geeft een indruk van de kracht van dat gemeenschapspatroon.

En geeft weer wat hoop voor de toekomst van de democratie.

maandag 7 mei 2018

Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en

Update 1. Lees nu ook David Leonhardt: Yes, the Economy Helped Elect Trump.
Update 2. Lees nu ook Robert Reich: How To Stop Trump
Er valt veel voor te zeggen dat de opkomst van het rechts-extreme populisme is veroorzaakt door de toegenomen economische bestaansonzekerheid. Die op zijn beurt het gevolg was van in het verleden gemaakt politieke keuzes, beïnvloed door het om zich geen grijpende neoliberale denken van marktwerking en kleine overheid. Zie de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Toch kom je ook voorstanders tegen van een "culturele verklaring" voor de opkomst van het populisme. Door globalisering en immigratie zouden mensen zich niet zozeer hun economische, maar vooral in hun culturele zekerheden bedreigd zijn gaan voelen. En daardoor zou de culturele behoudzucht (Zwarte Piet, het volkslied, In Rotterdam spreken we Nederlands) en de vijandigheid tegen immigranten van populistische partijen voor vele zo aantrekkelijk zijn geworden.

Het Amerikaanse onderzoek Status threat, not economic hardship, explains the 2016 presidential vote lijkt enige onderbouwing te geven aan deze culturele verklaring. Het gaat om een panelonderzoek, waarin dezelfde mensen zowel in 2012 als in 2016 ondervraagd werden. Zo kon worden nagegaan of het verschuiven van het in 2012 stemmen op Obama naar het in 2016 stemmen op de populist Donald Trump meer werd verklaard door een toename van economische bestaansonzekerheid (inkomensachteruitgang, werkloos worden) dan wel door het zich meer in status bedreigd voelen (gemeten aan een toename in de Sociale Dominantie Oriëntatie en van een negatieve houding tegenover immigratie en internationale handel).

De analyses wijzen dan uit dat er geen verband was tussen de toename van economische bestaansonzekerheid en de verschuiving richting Trump, maar wel een verband met de toename van statusbedreiging. Dus toch "cultuur" en niet "economische bestaansonzekerheid"?

Dat staat nog te bezien. Want bestaansonzekerheid wordt door meer bepaald dan door de eigen inkomensachteruitgang en het zelf werkloos worden. Het gaat ook om baanonzekerheid. En het gaat om jouw inkomen en arbeidsmarktpositie in vergelijking met die van je ouders. Lees ook de reactie op het onderzoek van Andrew J. Cherlin gisteren in de New York Times: You Can’t Separate Money From Culture.

En we weten uit ander onderzoek dat bestaansonzekerheid samenhangt met een hogere score op de Sociale Dominantie Oriëntatie en met meer anti-immigrantensentiment. Het lijkt plausibel dat economische bestaansonzekerheid en statusbedreiging twee kanten zijn van dezelfde medaille. Niet of-of, maar en-en.

Wat ook weer niet wegneemt dat het met de economische verklaring zou zijn overeengekomen als die Amerikanen die inkomensachteruitgang of werkloosheid hadden meegemaakt, meer op Trump waren gaan stemmen.

zondag 29 april 2018

Zondagochtendmuziek - Haydn Symphony No. 80 | Giovanni Antonini | Kammerorchester Basel (Haydn...

Ik ging de symfonieën van Joseph Haydn ooit waarderen door de uitvoeringen van Capella Colononiensis onder leiding van Bruno Weil. Die vind je niet op YouTube.

Maar wel deze eigenlijk net zo sprankelende uitvoeringen door het Kammerorchester Basel onder leiding van Giovanni Antonini. Hier de Symfonie Nr. 80.

zaterdag 28 april 2018

Waarom alle bedrijfskundeopleidingen beter kunnen worden gesloten

Update. Lees nu ook dit kritische onderzoek naar de Nederlandse bacheloropleiding economie: Thinking like an economist? 
Zouden we beter af zijn als minder jongeren economie of bedrijfskunde studeerden? Ik vroeg me dat eerder af in het bericht waarin onderzoek voorbijkwam dat suggereert dat studenten door het volgen van economievakken egoïstischer, hebzuchtiger en oneerlijk worden en meer geneigd tot corruptie en minder bereid tot samenwerken.

In de vakken economie en bedrijfskunde domineert het (neoliberale) marktdenken, dat wil zeggen, het idee dat het marktmechanisme ervoor zou zorgen dat egoïstisch gedrag van iedereen toch tot maatschappelijk wenselijke uitkomsten leidt. Er mankeert nogal wat aan dat idee. De populariteit ervan heeft er zeker aan bijgedragen dat we een Grote Financiële Crisis (kredietcrisis) achter de rug hebben en dat we te maken hebben met een sterk gegroeide bestaansonzekerheid voor velen en een exorbitante rijkdom voor enkelen. Kortom, het marktdenken werkt maatschappelijk ontwrichtend als het te wijd verbreid is.

Het voorstel van Martin Parker gisteren in The Guardian (Why We Should Bulldoze the Business School) gaat verder dan mijn suggestie van vier jaar geleden aan jongeren om een andere studie te kiezen. Martin Parker, die 20 jaar les heeft gegeven aan een bedrijfskunde-opleiding (business school), stelt voor om alle business schools te sluiten.

Zijn hele betoog is lezenswaardig, maar ik sta even stil bij de passage waarin hij uiteenzet wat de verschillende vakken die aan de bedrijfskunde-opleidingen gedoceerd worden, gemeenschappelijk hebben.

Dat is in de eerste plaats de vanzelfsprekendheid dat de kapitalistische ondernemingsvorm staat voor het einde van de geschiedenis. Het staat voor het economische model dat boven alle andere is uitgestegen en dat nu als wetenschap kan worden gepresenteerd, in plaats van als ideologie.

In de tweede plaats de veronderstelling dat alle menselijke gedrag het beste begrepen kan worden als dat van rationele egoïsten. Dat vormt de achterliggende gedachte van de modellen voor de aansturing van menselijk gedrag ten behoeve van het ondernemingsbelang.
Motivating employees, correcting market failures, designing lean management systems or persuading consumers to spend money are all instances of the same sort of problem. The foregrounded interest here is that of the person who wants control, and the people who are the objects of that interest can then be treated as people who can be manipulated.
En in de derde plaats zijn er de universitaire toga's en baretten die het mogelijk maken dit alles te presenteren als wetenschappelijk en dus respectabel.
Because it borrows the gown and mortarboard of the university, and cloaks its knowledge in the apparatus of science – journals, professors, big words – it is relatively easy to imagine that the knowledge the business school sells and the way that it sells it somehow less vulgar and stupid than it really is.
Natuurlijk is er ook binnen de business schools ruimte voor kritische geluiden. En zelfs voor vakken als business ethics en corporate social responsibility. Maar het feit dat die ruimte er is, fungeert meer als window dressing, dan als serieuze hervorming. Dat laatste zou het geval zijn als de oorzaak dat zulke vakken nodig zijn, zou worden aangepakt.

Lees vooral het hele betoog van Martin Parker.

donderdag 26 april 2018

Dreumesen schieten meer te hulp als iemand het goede voorbeeld heeft gegeven

We weten al dat je met pro-sociaal gedrag aan anderen het goede voorbeeld geeft. Pro-sociaal gedrag van de een lokt pro-sociaal gedrag van anderen uit. Zie het laatste bericht daarover: Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk - Nieuwe aanwijzingen.

Het zou kunnen zijn dat het een natuurlijke neiging van mensen is om pro-sociaal gedrag van anderen te imiteren. Een neiging dus om dat pro-sociale gedrag van anderen op te merken en als aanwijzing te zien dat het in de betreffende omstandigheden het juiste gedrag is.

Een aanwijzing in die richting zou zijn dat die neiging al bij heel jonge kinderen valt waar te nemen. Het onderzoek Modeling Prosocial Behavior Increases Helping in 16-Month-Olds verschaft zo een aanwijzing.

Dreumesen van 16 maanden konden iemand helpen die hulp kon gebruiken, in een geval waarin ze vlak daarvoor iemand hadden zien helpen en in een geval waarin iemand wel aanwezig was, maar niet had geholpen. In beide gevallen ging het om het aanreiken van een of meer van 6 voorwerpjes die iemand nodig had om een taak uit te voeren, die daar niet makkelijk zelf bij kon. In het geval dat ze iemand hadden zien helpen, reikten de dreumesen gemiddeld 3,9 voorwerpjes aan en in het andere geval 1,6, een significant verschil.

In het geval dat de persoon die ze konden helpen die hulp niet echt nodig had, omdat de voorwerpjes binnen handbereik lagen, werd minder geholpen, maar wel meer als de dreumesen iemand anders hadden zien helpen. Dat de behoefte aan hulp een rol speelde, geeft aan dat ze niet alleen maar gedrag imiteerden, maar dat het ook echt ging om pro-sociaal gedrag. Zowel het inzicht van de behoefte aan hulp als het goede voorbeeld speelden dus een rol.

Er is natuurlijk al wel meer onderzoek gedaan naar dit zogenaamde observational learning, maar dan ging het vooral om oudere kinderen en om het leren van nieuwe vaardigheden en om agressief gedrag. Denk aan de sociale leertheorie van Albert Bandura.

Ook is er al veel onderzoek naar spontaan helpen door dreumesen, zoals door Warneken en Tomassello (The roots of human altruism).

Dit nieuwe onderzoek is het eerste dat laat zien dat dreumesen zich bij hun pro-sociale gedrag al iets aantrekken van een goed voorbeeld. Het wijst erop dat we bij het grootbrengen van onze kinderen niet teveel alleen maar moeten vertrouwen op de expliciete instructie ("opvoeden"), maar er vooral ook rekening mee moeten houden dat kinderen zich laten leiden door wat anderen daadwerkelijk doen. Dus door wat ze in hun sociale omgeving waarnemen. Denk aan de mythe van de opvoedbaarheid.

zondag 22 april 2018

Zondagochtendpoezie - Wisława Szymborska: Einde en begin

Vanochtend geen muziek, maar poëzie. Fragmenten uit de documentaire over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923 - 2012). Ze kreeg in 1996 de Nobelprijs voor literatuur uitgereikt.

Het Nobelcomité noemde haar de Mozart van de poëzie.

vrijdag 20 april 2018

De actualiteit van een pamflet uit 1848 (het Communistisch Manifest)

We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon bezig is het publieke domein te gaan domineren. Dat houdt in dat "ieder voor zich" de richtlijn wordt voor het handelen in het publieke domein, voor de politiek en het maatschappelijk verkeer. Daarmee gaat samen dat de ongelijkheid sterk toeneemt en dat de democratie in gevaar is. Want hoe ongelijker, hoe groter de invloed van Het Grote Geld op de politieke besluitvorming.

Dat het statuscompetitiepatroon zo domineert, betekent dat dat andere patroon waar mensen individueel en collectief toe in staat zijn, het gemeenschapspatroon, het onderspit delft. De democratie met zijn algemeen kiesrecht en zijn gelijkheidsstreven en de internationale institutionalisering van het idee van mensenrechten zijn pogingen om het gemeenschapspatroon te in wetgeving en verdragen te verwerkelijken. Maar het lijkt erop dat die ontwikkeling, die na de Tweede Wereldoorlog zo hoopvol begon, is overwoekerd door de opkomst van het neoliberale marktdenken en, inderdaad, de ideologie van het "ieder voor zich".

In zekere zin zijn we daarmee terug in de tijd halverwege de negentiende eeuw, toen Karl Marx en Friedrich Engels hun Communistisch Manifest de wereld instuurden. Want dat roemruchte pamflet lijkt ineens weer heel actueel.

Yanis Varoufakis wijst daarop in zijn introductie tot de binnenkort te verschijnen heruitgave ervan. Die introductie kun je nu al, als een long read van The Guardian lezen: Yanis Varoufakis: Marx predicted our present crisis - and Points the way out.

In zijn woorden:
To see beyond the horizon is any manifesto’s ambition. But to succeed as Marx and Engels did in accurately describing an era that would arrive a century-and-a-half in the future, as well as to analyse the contradictions and choices we face today, is truly astounding. In the late 1840s, capitalism was foundering, local, fragmented and timid. And yet Marx and Engels took one long look at it and foresaw our globalised, financialised, iron-clad, all-singing-all-dancing capitalism. This was the creature that came into being after 1991, at the very same moment the establishment was proclaiming the death of Marxism and the end of history.
Boeiende lectuur en, helaas, zeer relevant om het heden te begrijpen. Gezien vanuit de Dual Mode-theorie zijn we op weg naar het evenwicht van het statuscompetitiepatroon en dat is in vergelijking met het evenwicht van het gemeenschapspatroon een sub-optimale toestand. Wat betekent dat het gemeenschapsevenwicht beter tegemoet zou komen aan onze authentieke menselijke behoeften. Zie
Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger.

Varoufakis aan het eind van zijn introductie:
When everything is said and done, then, what is the bottom line of the manifesto? And why should anyone, especially young people today, care about history, politics and the like?
Marx and Engels based their manifesto on a touchingly simple answer: authentic human happiness and the genuine freedom that must accompany it. For them, these are the only things that truly matter. Their manifesto does not rely on strict Germanic invocations of duty, or appeals to historic responsibilities to inspire us to act. It does not moralise, or point its finger. Marx and Engels attempted to overcome the fixations of German moral philosophy and capitalist profit motives, with a rational, yet rousing appeal to the very basics of our shared human nature.
Key to their analysis is the ever-expanding chasm between those who produce and those who own the instruments of production. The problematic nexus of capital and waged labour stops us from enjoying our work and our artefacts, and turns employers and workers, rich and poor, into mindless, quivering pawns who are being quick-marched towards a pointless existence by forces beyond our control.
Al met al zou het kunnen dat nu, ruim honderdvijftig jaar na het Communistisch Manifest, het kapitalisme op zijn laatste benen loopt. Zie hier voor de economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten.

Wat er daarna komt, dat hebben we met zijn allen zelf in de hand.

woensdag 18 april 2018

Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger

Over deze studie naar het verband tussen "cultuur" en "geluk" (The Happy Culture: A Theoretical, Meta-Analytic, and Empirical Review of the Relationship Between Culture and Wealth and Subjective Well-Being)  is van alles te melden, maar voor nu viel mijn oog op dit plaatje:


Afgebeeld is het verband tussen power distance en subjectief welbevinden (geluk of tevredenheid) per land.

Power distance, een van de zes dimensies waarmee Geert Hofstede culturen onderscheidde, slaat op de mate waarin mensen machts- en invloedsverschillen en daarmee gepaard gaande verschillen in privileges als onvermijdelijk accepteren en zich daarbij neerleggen. Een voorbeeld van een stelling waarmee het wordt gemeten is: “Managers should make most decisions without consulting subordinates.” In termen van het op dit blog gangbare onderscheid tussen statuscompetitie en gemeenschap slaat machtsafstand op een hoge mate waarin de statuscompetitie is neergeslagen in een stabiele statushiërarchie.

Je ziet dat het gemiddelde geluk in een land sterk daalt met een toename van zo'n stabiele statushiërarchie. Kijk even naar de plekken van Nederland en Noorwegen links bovenaan en naar die van landen als Turkije en Hongarije rechtsonderaan.

Uit de analyses blijkt ook dat het verband tot stand komt doordat meer machtsafstand (statushiërarchie) samen gaat met meer corruptie en met lagere welvaart (BNP per hoofd van de bevolking).

Het plaatje is een fraaie illustratie van het inzicht van de Dual Mode-theorie dat mensen toegerust zijn met twee, aan elkaar tegengestelde, natuurlijke sociale gedragspatronen, dat van gemeenschapsgedrag en dat van statuscompetitiegedrag, en dat zulks op collectief niveau kan resulteren in een lage mate van statushiërarchie (en meer gemeenschap) of juist in een hoge mate (en weinig gemeenschap). En van het inzicht dat het eerste "evenwicht" meer welzijn (en meer welvaart) verschaft dan het tweede.

dinsdag 17 april 2018

Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen

Nieuw onderzoek bevestigt de vele aanwijzingen voor het verband tussen economische bestaansonzekerheid en het stemmen op rechts-extremistische partijen. Zie voor de al bestaande aanwijzingen de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder de berichten Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling, Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme.

In de nieuwe Zweedse studie Economic Distress and Support for Far-right Parties – Evidence from Sweden laat Sirus Dehdari zien dat 31 procent van de toename van stemmers op de rechts-extremistische Swedish Democrats tussen 2006 en 2010 toegeschreven kan worden aan de toename van ontslagen onder laaggeschoolde, in Zweden geboren, werknemers.

Hij kan dat doen op basis van data over de aantallen ontslagen per kiesdistrict. Zo laat hij ook zien dat het effect onafhankelijk is van hoeveel laaggeschoolde immigranten in een kiesdistrict aanwezig zijn, hoewel het wel sterker is bij een grotere aanwezigheid.

De resultaten wijzen erop dat het vooral de laaggeschoolde werknemers zijn die ertoe neigen om de oorzaken van hun bestaansonzekerheid te zoeken in de toegenomen immigratie. Terwijl het onderzoek er overwegend op wijst dat de economische gevolgen van immigratie neutraal zijn of zelfs positief.

Een en ander zal er mee te maken hebben dat er in het politieke speelveld rechts-extremistische partijen zijn opgedoken die de ontstane kansen hebben aangegrepen en met succes de immigratie-issues zijn gaan uitdragen. Dat in Zweden het anti-immigrantensentiment en de xenofobie niet zijn toegenomen, integendeel juist gestaag zijn afgenomen, wijst erop dat veel van die toegenomen rechts-extremistische stemmen instrumenteel van aard zijn. Laaggeschoolden zijn op zoek naar een oorzaak voor hun precaire situatie en die wordt hen ter rechterzijde aangeboden

Des te opvallender is het onvermogen of de onwil van linkse en centrumpartijen om te wijzen op het gevoerde economische beleid als oorzaak van de toegenomen bestaansonzekerheid onder laaggeschoolden.

zondag 15 april 2018

Zondagochtendmuziek - Mary Gauthier: Iraq

Opnieuw aandacht voor Mary Gauthier. En voor haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads.

Want net bevestigd: Mary Gauthier is dit najaar weer in Nederland. Lees in de laatste Heaven het interview met haar. (Ook een mooi artikel over Chet Baker.)

Op 28 oktober in TivoliVredenburg. En daar zijn Jan en ik natuurlijk bij.

donderdag 12 april 2018

Juist meer pro-sociaal gedrag in en door een meer etnisch diverse omgeving

Update. Lees nu ook Strangers are more likely to come to your help in a racially diverse neighborhood.
Mensen zijn in staat tot pro-sociaal gedrag (gemeenschapsgedrag), maar ook tot egoïstisch of zelfs vijandig gedrag (statuscompetitiegedrag).

Bij de, vaak onbewuste, "keuze" tussen deze twee gedragingen laten mensen zich vaak leiden door welk gedrag ze in hun omgeving zien. Als anderen zich overwegend pro-sociaal gedragen, dan is de omgeving veilig en zijn anderen te vertrouwen en dat maakt de kans op pro-sociaal gedrag groter.

Maar als er aanwijzingen zijn dat anderen vooral uit zijn op hun eigen belang, dan is het uit het oogpunt van zelfbescherming maar beter om dat ook te doen, om te voorkomen dat anderen alleen maar van jou profiteren. Zie de berichten op dit blog over de Dual Mode-theorie, zoals Is de mens van nature goed? Ja. Maar hij is ook van nature slecht. Hij is dus van nature flexibel.

In de ingewikkelde en onoverzichtelijke samenleving waarin wij ons bevinden, is het vaak niet zo duidelijk hoe anderen zich gedragen. Soms krijgen we veel signalen van goedgezindheid van anderen, maar soms ook signalen van juist vijandigheid of egoïsme. Voor de verklaring van verschillen in pro-sociaal gedrag, interpersoneel (tussen mensen) en intrapersoneel (tussen tijdstippen bij dezelfde persoon), kan het dus van belang zijn om te letten op welke signalen er voorafgaand aan dat gedrag overheersten.

De nieuwe studie People in more racially diverse neighborhoods are more prosocial kijkt naar signalen die samenhangen met de mate van etnische diversiteit die mensen om zich heen ervaren. De achterliggende gedachte is dat mensen die meer met etnische diversiteit in aanraking komen, minder negatieve vooroordelen hebben tegenover leden van andere groepen ("buitenstaanders"). (Denk aan de contacthypothese.) Waardoor ze een meer inclusief wereldbeeld hebben kunnen ontwikkelen, dat inhoudt dat anderen zijn te vertrouwen, los van de vraag tot welke etniciteit ze behoren. En als de wereld veilig is en anderen zijn te vertrouwen, dan zul je je eerder pro-sociaal gedragen.

Daartegenover: als je weinig contact hebt gehad met buitenstaanders, dan is de kans op negatieve vooroordelen en wantrouwen groter. Je neemt eerder bedreigingen waar en bent dus meer op je hoede. Met een kleinere kans op pro-sociaal gedrag.

De onderzoekers vergeleken in vier deelstudies mensen die meer of minder ervaringen hadden opgedaan met etnische diversiteit. Door in buurten of postcodegebieden of landen te wonen met een verschillende mate van etnische diversiteit. En toen bleek dat etnische diversiteit samen gaat met meer pro-sociaal gedrag. En in een vijfde studie vergeleken ze proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch diverse wijk te wonen met proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch homogene wijk te wonen. Het bleek toen dat de eersten zich ook voorstelden dat ze zich meer pro-sociaal zouden gedragen en dat dit ermee samenhing dat ze zich meer identificeerden met de gehele mensheid.

Het is een interessant resultaat, dat een beetje optimistisch stemt.

dinsdag 10 april 2018

Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij

Er kwam al eerder op dit blog onderzoek voorbij dat doet vermoeden dat pro-sociaal gedrag een goed gevoel geeft. Zie Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Hoewel mensen dat zelf niet altijd goed doorhebben, volwassenen minder dan kinderen, is het niet heel verrassend. Want wij zijn een sociale diersoort, die in de Paleo Sociale Omgeving succesvol heeft weten te overleven door groepsgewijs samen te werken en te delen. En omdat die periode zo ongeveer 98 procent van het bestaan van de mensheid heeft uitgemaakt, zijn wij erop geselecteerd om ons prettig te voelen als we niet alleen aan onszelf denken, maar ook aan anderen.

Er is nu een overzichtsstudie, met een meta-analyse, verschenen die de aanwijzingen versterkt dat we inderdaad van pro-sociaal gedrag gelukkiger worden: Happy to help? A systematic review and meta-analysis of the effects of performing acts of kindness on the well-being of the actor.

De onderzoekers, met Oliver Scott Curry als eerste auteur, verzamelden 27 experimentele studies, waarin het ging om pro-sociaal gedrag dat ook echt werd uitgevoerd, in plaats van dat proefpersonen zich dat voorstelden. In totaal waren er ruim 4000 proefpersonen, waarvan 35 procent mannen, met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Wat betekent dat de meeste studies onder studenten waren uitgevoerd.

Een voorbeeld van de opzet van zo'n onderzoek is dat de proefpersonen de instructies kregen om gedurende een week elke dag vijf keer iets aardigs te doen voor iemand anders (voor iemand de deur openhouden, een vreemde groeten, iemand helpen met studeren) en daar elke avond verslag van te doen. Een ander voorbeeld is dat de proefpersonen een bedrag aan geld kregen dat ze weg konden geven of voor zichzelf konden houden. In vrijwel alle studies werd de proefpersonen gevraagd hoe gelukkig of tevreden of hoe goed ze zich voelden.

Alles bij elkaar genomen, kwam daar uit dat pro-sociaal gedrag een positief welzijnseffect heeft, dat qua grootte vergelijkbaar is met de effecten van interventies als mindfulness, positive thinking en count your blessings. De onderzoekers daarover:
Together, these results suggest that policy-makers and practitioners are correct to see kindness interventions as effective ways of improving well-being. And they support the general claim that, as social animals, humans possess a range of psychological mechanisms that motivate them to help others, and that they derive satisfaction from doing.

zondag 8 april 2018

Zondagochtendmuziek - Argerich, Freire - Schubert - Rondo in A major, D 951

Gisteren weer eens in het Concertgebouw naar de Matinee geweest. Nelson Freire, die je wel een van de grootste levende pianisten mag noemen, speelde na de pauze het Tweede Pianoconcert van Brahms. Mooi om mee te maken (met dank aan J.en J.).

Freire heeft veel Brahms, Rachmaninoff, Chopin en Liszt op zijn repertoire staan. Over het algemeen niet mijn favoriete pianomuziek. Ik zocht naar iets anders en kwam deze mooie uitvoering tegen, samen met Martha Argerich, van Schuberts Rondo D. 951 voor vier handen. Twee grootheden.

vrijdag 6 april 2018

Zelfverheffing is goed voor je, maar niet als het de narcistische variant is

We leven onder condities van sociale vluchtigheid. Vriendschappen zijn maar weinig stabiel. En daarnaast hebben we vaak wel veel contacten, maar die zijn vluchtig van aard. Dat is een sociale omgeving waarin mensen elkaar niet zo goed kennen, omdat ze niet een lange gemeenschappelijke geschiedenis hebben.

Hoe reageren mensen op sociale vluchtigheid. Enerzijds met pogingen om contacten met anderen aan te gaan en om die te intensiveren. Het gaat er dan om aantrekkelijk te zijn voor anderen, eventueel aantrekkelijker dan je misschien echt bent.

Maar anderzijds lokt sociale vluchtigheid ook gemakkelijk statuscompetitie uit. Anderen zijn tegenstanders in de strijd om status, bewondering en aandacht. In die strijd is het zaak om je sterk en competent voor te doen, sterker en competenter dan je misschien echt bent.

In beide gevallen kan het zijn dat je zelf ook gaat geloven in hoe je je voordoet. Omdat het lastig is altijd iets voor te wenden, ga je zelf geloven in wat je voorwendt te zijn. In de sociaalwetenschappelijke literatuur staat dat bekend als zelfverheffing (self-enhancement). Een extreme variant daarvan, waarbij je jezelf zo verheft dat je op anderen neerkijkt, is narcisme. Zie Narcisten hebben baat bij sociale vluchtigheid.

Is dat verstandig om te doen? In de zin dat je je er beter door voelt?

In zekere zin wel, want je kunt er in de statuscompetitie succes mee hebben. Zelf geloven dat je competent bent, maakt dat je zelfverzekerder overkomt, waardoor anderen gaan geloven dat je ook echt competent bent. Zie Als je maar denkt dat je geweldig bent, dan ga je je zo gedragen dat anderen ook denken dat je geweldig bent.

Maar anderzijds stort je je daarmee in de statuscompetitie en dat levert stress op.

Wat is er bekend over de welzijnseffecten van zelfverheffing? De nieuwe overzichtsstudie Self-Enhancement and Psychological Adjustment: A Meta-Analytic Review geeft daar een antwoord op.

Daaruit komt naar voren dat zelfverheffing goed voor je is in de zin dat je je er beter bij voelt (positive affect) en gelukkiger en tevredener met je leven. De onderzoekers zien dat als een bevestiging van de gedachte dat mensen een fundamentele behoefte hebben om goed over zichzelf te denken.

Maar hoe goed is het om jezelf te verheffen als je ook streeft naar goede relaties met anderen, naar verbondenheid? Als je die verbondenheid met anderen afmeet aan de mate waarin anderen jou waarderen of zich met jou verbonden voelen, dan blijkt dat jouw zelfverheffing, als die meer de kant op gaat van narcisme, juist slecht voor jou uitpakt. Je maakt er geen vrienden mee. Dan gaat het om  de variant van de agentic self-enhancement.

Dat positieve welzijnseffect lijkt dus vooral tot stand te komen door die andere variant van zelfverheffing: jezelf zien als aardiger, warmer, pro-socialer dan je misschien zelf bent (communal self-enhancement).

En dat zou kunnen wijzen op een sociaal selectieproces onder condities van sociale vluchtigheid. Narcistische zelfverheffing leidt er toe dat anderen zich van je afwenden, omdat ze doorhebben dat jij op hen neerkijkt. Daarentegen straal je met pro-sociale zelfverheffing uit dat je verbondenheid met anderen zoekt, waardoor contacten met gelijkgestemde anderen juist gemakkelijk tot stand komen.

woensdag 4 april 2018

Vernederende beoordeling als verschijningsvorm van statushiërarchie

Margriet Oostveen heeft Bijenkorf-verkopers gesproken over de grote rol van klantenbeoordelingen en doet daar in De Volkskrant verslag van. Na een klantencontact moeten verkopers de klant zien te bewegen om een vragenlijstje te beantwoorden en de verkoper een cijfer te geven.
'Je vraagt dan of ze jouw naam willen noemen. En of ze alstublieft een 9 of een 10 willen geven.'
En
'Wie niet zichtbaar negens of tienen binnen harkt, heeft bij zijn eigen beoordelingsgesprek iets uit te leggen.' Ze voelen zich dus gedwongen bij klanten om negens en tienen te bedelen. 'Ontzettend gênant.'
Op basis van die klantenbeoordelingen is er maandelijks een 'tien-minutengesprek' met de direct leidinggevende en daarnaast twee keer per jaar een 'performance management-gesprek' met hoger management. Van de uitslag van al die beoordelingen en gesprekken hangt mede je beloning af. En natuurlijk je kans op verlenging van je tijdelijke aanstelling of, misschien ooit, je vaste aanstelling.

De Bijenkorf liet Margriet Oostveen weten dat dit alles 'tegenwoordig zeer gebruikelijk' is.

En dat klopt. Ik herinner me de verkoper in een telefoonwinkel enkele jaren geleden, die mij uitstekend hielp bij het uitzoeken van een nieuwe telefoon. Het was 's ochtends vroeg, nog rustig in de winkel en we raakten wat aan de praat. Maar wat me opviel was dat hij tot drie, vier keer toe herhaalde dat hij vader was van drie dochters.

Bij het weggaan vroeg hij me of ik op de website van de winkel de klantbeoordeling wilde invullen. Ik begon toen te begrijpen waarom hij dat vaderschap van drie dochters zo benadrukte. Dat goede huisvaderschap diende als tegenwicht, of zelfs als protest, tegen de vernederende positie waarin hij als werknemer terecht was gekomen. Een positie waarin zijn verantwoordelijkheidsgevoel werd ontkend en waarin hij zichzelf bij elk klantcontact opnieuw moest bewijzen. En waarin hij met zijn collega's van dag tot dag moest concurreren, want als hij geen negens of tienen scoorde, dan deden anderen dat wel.

Het is niet een op zichzelf staand verschijnsel. Deze praktijk is mogelijk geworden door de digitalisering, waardoor informatieverzameling goedkoop is geworden.

Maar de achterliggende oorzaak is gelegen in de algehele verzwakking van de positie van de werknemer. En dat proces is begonnen toen onze regeringen het neo-liberalisme gingen omarmen. En daarmee het beleidsdoel van de volledige werkgelegenheid aan de kant zetten. De arbeidsmarkt moest een markt worden als alle andere.

Risico's moesten minder door de werkgever en meer door de werknemer worden gedragen. Flexibilisering en lage lonen zouden goed zijn voor de bedrijven en dus goed voor de economie. Om mensen toch te prikkelen om banen te accepteren, was het nodig om de sociale zekerheid te verschralen. Minder genereuze werkloosheidsuitkeringen en het recht op bijstand afhankelijk van het leveren van een tegenprestatie.

Daarmee werd de deur opengezet voort de vernederingen van de statushiërarchie. Want de machtsongelijkheid werd vergroot. Het bestaan wordt onzekerder en dus wordt je afhankelijker van anderen. Van direct leidinggevenden, die kijken of je wel genoeg negens en tienen haalt. Van werkmeesters, die controleren of je je wel voldoende inzet bij het leveren van die tegenprestatie. Waardoor je ook in concurrentie komt te staan met je collega's en lotgenoten.

En tegenover die afhankelijkheid staat de macht van de bovenliggende partij, die kan worden misbruikt.

We zijn kennelijk vergeten dat die volledige werkgelegenheid, de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat ook bedoeld waren om machtsongelijkheid tegen te gaan. En om rechtszekerheid te garanderen.

Om je heen kijkend, zie je tegenwoordig meer dan goed is de sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

dinsdag 3 april 2018

Les geven aan jongere kinderen draagt bij aan positieve ontwikkeling van adolescenten

Een nadeel van de grote mate waarin we onze kinderen en adolescenten laten opgroeien in leeftijdshomogene groepen is dat we daarmee voor hen een onnatuurlijk sociaal klimaat creëren. En dat heeft het negatieve effect dat pesten erdoor wordt bevorderd. Want we zagen immers dat pesten de helft minder voorkomt op scholen, zoals de Jenaplan-scholen, waar gewerkt wordt met groepen van verschillende leeftijden.

Een verklaring voor dat verschil kan zijn dat in een leeftijdsgemengde groep de oudere kinderen zich als vanzelf wat ontfermen over de jongere kinderen. Die jongere kinderen zien dat gebeuren en nemen dat gemakkelijk als voorbeeld van hoe je je hoort te gedragen.

Wat je daarnaast ook kunt verwachten is dat die ervaring van het zich ontfermen over jongere en kwetsbaardere kinderen bijdraagt aan een positieve sociale ontwikkeling van die adolescenten. Ze ontdekken dat ze met dat bijstaan en helpen van anderen iets goeds doen en dat dat goed voelt. Pro-sociaal gedrag is immers besmettelijk, niet alleen als jet het anderen ziet doen, maar ook als je het zelf doet. Pro-sociaal zijn is een zichzelf versterkend gedrag.

Die verwachting wordt bewaarheid in de nieuwe studie Promoting Positive Youth Development Through Teenagers-as-Teachers Programs. De onderzoekers ondervroegen adolescenten die, als teachers, hadden meegedaan aan een teenagers-as-teachers programma dat was opgezet door de Universiteit van Californië. Jongere kinderen kregen lessen in "science, environment, and gardening".

Het gaat om een zogenaamd kwalitatief onderzoek, wat betekent dat slechts een beperkt aantal adolescenten (32) semi-gestructureerd werd ondervraagd, zonder de pretentie van representativiteit. De resultaten kunnen dus niet worden gegeneraliseerd.

Met dat voorbehoud zijn de resultaten zeker interessant. Want de aanwijzingen zijn dat de ervaring van het lesgeven aan jongere kinderen bijdraagt aan de positieve ontwikkeling. In termen van de Positive Youth Development theorie van Richard M. Lerner kwam uit de interviews naar voren dat de ervaring had bijgedragen aan:
  • hun gevoel van competentie
  • hun zelfvertrouwen
  • hun gevoel van verbondenheid
  • hun persoonlijkheidsontwikkeling
  • de ontwikkeling van empathie en compassie
  • het gevoel iets goeds te (kunnen) doen
Dat ligt dus in de lijn van de gedachte dat een meer natuurlijke sociale omgeving, zoals die van het coöperatief grootbrengen van kinderen (cooperative breeding), nodig is voor een goede sociale, emotionele en morele ontwikkeling.

zondag 1 april 2018

Zondagochtendmuziek - Clara Haskil in recital (1953) Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schuma...

Gistermiddag had Hans Haffmans op Radio 4 in Matinee Café (hier terug te luisteren) een boeiend gesprek met K. Schippers. Die een mooie opname van Morgenrood van Anton de Nobel liet horen. En de wondermooie uitvoering van Beethovens Frühlingsonate door Clara Haskil en Arthur Grumiaux .

Ik werd er door aangezet om op YouTube naar Clara Haskil (1895 - 1960) te gaan zoeken. En ik vond de geluidsopname van dit recital uit 1953.

Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schumann, Debussy, Ravel. Prachtig.

dinsdag 27 maart 2018

Posttraumatische stress in Griekenland als gevolg van het opgelegde bezuinigings- en hervormingsbeleid

Wat heeft het, economisch onzinnige, door de Eurogroep, de informele groep van ministers van Financiën onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, aan Griekenland opgelegde bezuinigings- en "hervormings"beleid onder de Griekse bevolking aangericht?

Een geheel van maatregelen dat er o.a. op neerkwam dat het gemiddelde huishoudinkomen ontleend aan arbeid en pensioen met 40 procent daalde, dat de werkloosheid toenam tot 27 procent (56 procent onder 18-25 jarigen) en dat de uitgaven ten behoeve van de gezondheids- en de sociale zorg met rond de helft afnamen.

Enig inzicht in hoe traumatisch een en ander voor de Grieken moet zijn geweest, geeft de nieuwe studie Posttraumatic Stress During the Greek Economic Crisis: Is There Evidence for Mass Traumatization?

Antignonos Sochos, onderzoeker van de Universiteit van Bedfordshire in Engeland, analyseerde interviewgegevens die door een getrainde onderzoeksassistent verzameld waren in een arbeiders- en lagere middenklassewijk van Athene. Het ging om interviews met 1208 personen, vrijwel gelijk verdeeld over mannen en vrouwen.

Onderdeel van het interview was een vragenlijst waarin naar symptomen van posttraumatische stress werd gevraagd (de Impact of Events Scale—Revised).  Volg de link voor de lijst met vragen en de onderverdeling in subschalen.

Daaruit kwam naar voren dat bijna 60 procent van de ondervraagden leden aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. De symptomen waren ernstiger bij degenen die de zorg voor anderen hadden, bij vrouwen en ouderen en bij lageropgeleiden.

Het gaat hier niet om een representatieve steekproef, maar toch, ter vergelijking: als er geen sprake is van traumatisering, dan komen ernstige symptomen voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking. In ander onderzoek aangetroffen percentages bij getraumatiseerde groepen liggen tussen de 25 en 75 procent. Een onderzoek met een iets andere vragenlijst onder slachtoffers van de bekende Ponzi fraude van Bernie Madoff leverde op dat 56 procent leed aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. Vergelijkbaar dus met het Griekse percentage.

Bernie Madoff zit nu zoals bekend voor de rest van zijn leven in de gevangenis.

Nee, de leden van die Eurogroep zitten niet in de gevangenis. Integendeel, Jeroen Dijsselbloem heeft nog steeds een goede pers.


zondag 25 maart 2018

Zondagochtendmuziek - Prazak Quartet & Zemlinsky Quartet : Dimitri Shostakovich String octet...

Een mooi jeugdwerk van Dmitri Shostakovich: het Strijkoctet opus 11. Ook wel bekend als Two Pieces for String Octet. Met een groot contract tussen het romantische eerste deel (Prelude) en het spookachtige (?) tweede deel (Scherzo).

Uitgevoerd door het Prazak Quartet en het Zemlinsky Quartet gecombineerd.

vrijdag 23 maart 2018

Hoeveel tijd "kost" het om goede vrienden te worden? En waarover heb je het dan? - Vrienden worden is vertrouwd worden met elkaar

Hoe maak je nieuwe vrienden? Hoeveel tijd moet je daarvoor samen doorbrengen, wat doe je in die tijd en waarover praat je?

Je kunt dat onderzoeken bij mensen die nog niet zo lang geleden verhuisd zijn en bij eerstejaarsstudenten. Dat gebeurde in de studie How many hours does it take to make a friend?

Het deelonderzoekje naar die eerstejaarsstudenten was longitudinaal, wat wil zeggen dat de studenten na 3, 6 en 9 weken na het begin van de colleges ondervraagd werden.

Het bleek dat de samen doorgebrachte tijd voorspellend was voor of iemand een goede vriend was geworden. Tussen 6 en 9 weken verdubbelde de samen doorgebrachte tijd met "vage vrienden", die daardoor "vrienden" werden. Eveneens verdubbelde de samen doorgebrachte tijd met "vrienden", die daardoor "goede of beste vrienden" werden. Dat ging ten koste van de tijd die werd doorgebracht met medestudenten die in mate van vriendschap gelijk bleven.

De samen doorgebrachte tijd maakte vooral verschil als hij werd besteed aan zaken als bijpraten, elkaar op de hoogte houden van wat je gedaan hebt sinds de vorige ontmoeting, praten over serieuzere zaken waarbij je allebei aan het woord komt en het maken van grappen en samen plezier hebben. En je ziet dat bij degenen waarbij die vriendschap niet toenam, de tijd besteed aan small talk (praten over koetjes en kalfjes) juist toenam. Met vrienden praat je over meer dan koetjes en kalfjes.

Het zijn geen opzienbarende resultaten. Maar wat je er wel van leert, is dat waarover je met elkaar praat als je vrienden wordt, datgene is wat de wederzijdse vertrouwdheid doet toenemen. Het gaat bij vriendschap om vertrouwdheid. En die groeit als je elkaar bij praat over wat er gebeurd is en wat je deed toen je ergens anders was. Die sociale leemtes tussen ontmoetingen, die moeten worden opgevuld. En natuurlijk schep je ook die vertrouwdheid door het niet alleen over koetjes en kalfjes te hebben, maar ook echt over wat serieuzere zaken, waarbij je elkaar aan het woord laat.

Bij het maken van nieuwe vrienden gaat het dus kennelijk om het "zo snel mogelijk" die toestand van onderlinge vertrouwdheid tot stand te brengen, waar we als een sociale diersoort altijd naar op zoek zijn. Lees nog eens: Draait alles om vertrouwdheid?

dinsdag 20 maart 2018

De afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou wel wat meer aandacht mogen krijgen - Ook van het CBS

Het CBS heeft nieuwe projecties gemaakt van de levensverwachting in 2014. Zie Steeds langer leven zonder beperkingen. Volgens die projecties zullen "we" in 2040 zowel een langere levensverwachting hebben zonder fysieke beperkingen als in een als goed ervaren gezondheid.

Goed nieuws dus.

Maar hoe zat dat ook al weer met die levensverwachting zonder chronische ziekten? Want de cijfers wijzen erop dat die ontwikkeling juist ongunstig is. Zie mijn bericht uit 2014: Is het CBS (we leven langer in goede gezondheid) te optimistisch? Waarom chronische ziekten weggelaten? en dit bericht uit 2012: We leven langer. Maar ook langer met meer stress?

Dat die ontwikkeling ongunstig is, kun je gemakkelijk aflezen uit deze tabel op Statline: Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. Daaruit blijkt dat de cijfers voor de periode 1981 - 2016 voor de levensverwachting zonder chronische ziekten als enige van de zes indicatoren een dalend verloop hebben. Voor mannen van 65 jaar daalde het aantal te verwachten levensjaren zonder chronische ziekten van 6,9 in 1981 naar 4,1 in 2016. En voor vrouwen van dezelfde leeftijd van 7,4 in 1981 naar 3,4 in 2016.

Wat daarvan te denken? Enerzijds kun je denken dat die toename van chronische ziekten te maken heeft met de toegenomen screening en veranderde diagnostische criteria. Het CBS wijst daarop en ik maakte daar hier melding van.

Maar het lijkt anderzijds onwaarschijnlijk dat de toename uitsluitend daaraan is toe te schrijven. Want die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten gaat gestaag, van jaar tot jaar, door en dat zal niet het geval zijn met de toename van de screening en de verandering van de diagnostiek.

Bovendien: er zijn goede redenen om van een echte toename van chronische ziekten te spreken. Veel van die chronische ziekten komen voort uit chronische ontstekingsprocessen, die samenhangen met stress oftewel de type II allostatische belasting.

En we weten dat de aard van de sociale omgeving van mensen daarin een belangrijke rol spelen. Als mensen die omgeving als minder veilig ervaren, doordat ze eenzaam zijn of doordat ze verwikkeld zijn in negatieve en competitieve interacties, dan werkt dat stressverhogend. Zie de berichten op dit blog achter het label stress, in het bijzonder De weg van eenzaamheid en sociale stress via verhoogde ontstekingsactiviteit naar gezondheidsproblemen en Prestatiedruk, competitie, stress en ziek worden. Over de amygdala en het voortdurend alert moeten zijn.

En het zou wel eens kunnen zijn dat onze sociale omgeving in de afgelopen decennia minder gunstig is geworden. Eenzaamheid zou kunnen zijn toegenomen. En op de arbeidsmarkt heeft de toegenomen flexibilisering aanwijsbaar negatieve gezondheidseffecten die verlopen via toegenomen stress.

Die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou dus best wel wat meer aandacht mogen krijgen. ook van het CBS.

maandag 19 maart 2018

Hoe zal het met het presidentschap van Trump aflopen? En hoe met de narcist Trump?

In verschillende landen waarvan je dacht dat de democratie vanzelfsprekend zou zijn of in ieder geval op brede steun zou kunnen rekenen, is hij in gevaar. Denk aan Polen en Hongarije. In Oostenrijk is een rechts-extremistische partij deel gaan uitmaken van de regering. In Duitsland is zo'n partij sterk vertegenwoordigd in de Bondsdag. In Groot-Brittannië is een rechtse club aan de macht met steun van de door Rupert Murdoch beheerste media en van Russische oligarchen.

Maar bij uitstek spannend is hoe het in de Verenigde Staten met de democratie zal aflopen. En dat is dezelfde vraag als hoe het met de regering-Trump zal aflopen.

Want met de narcist Trump aan de macht, wordt de democratie wel heel concreet bedreigd. Niet alleen vanwege de manier waarop hij aan de macht is gekomen, waarover we van dag tot dag meer aan de weet komen. Maar ook vanwege de manier waarop hij het presidentschap vervult. Of beter, waarop hij de grondwettelijke beperkingen van dat ambt voortdurend overschrijdt.

Dat hij dat laatste doet, kan geen verrassing zijn voor wie beseft wat dat extreme narcisme inhoudt waaraan Trump lijdt. Een narcist is eigenlijk niet in staat om een functie of een ambt te bekleden, omdat die altijd ingebed is in een institutioneel arrangement van regels en beperkingen. Zoals het arrangement van de scheiding der machten in een democratie. Een volbloed narcist zoals Trump is, vindt het onverdraaglijk dat zijn macht en handelingsvrijheid door zulke instituties begrensd zijn.

Ga even terug in de geschiedenis, naar die andere extreme narcist, Adolf Hitler, die nadat hij aan de macht was gekomen, binnen de kortste keren de democratie afschafte en verving door een nationale statushiërarchie, met hemzelf als persoon aan top. Dat hij zich ook maar iets zou behoren aan te trekken van buiten hemzelf gelegen beperkingen en dus niet uitsluitend zou kunnen varen op zijn eigen intuïtieve oordelen en oprispingen, was voor hem onverdraaglijk.

Ik moest daaraan denken bij het lezen van de berichten die ons bereiken over hoe de toestand in het Witte Huis in Washington zich ontwikkelt.

De teneur daarvan is dat Trump nu in een fase is beland waarin hij zijn adviseurs heeft weggestuurd of heeft zien vertrekken. En waarin hij in zijn toch altijd al aanwezige overtuiging kan zijn versterkt dat hij maar het beste op zijn eigen intuïties en ingevingen kan vertrouwen. Gisteren wees Maggie Haberman daarop: Newly Emboldened, Trump Says What He Really Feels. En vandaag Daniel W. Drezner: Why Donald Trump feels invincible.

En dat maakt het spannend hoe het met het presidentschap van Trump zal aflopen. Want het lijkt wel heel waarschijnlijk dat het onderzoek van de speciale aanklager Robert Mueller iets zal opleveren dat niet meer te verenigen is met een voortzetting van dit presidentschap. Of dat zal verlopen via een impeachment of via een rechterlijke uitspraak, wie zal het zeggen?

Maar net zoals de narcist Hitler van geen ophouden wist en ook in het zicht van de nederlaag tot de laatste man wilde laten doorvechten, is het ook moeilijk voorstelbaar dat de narcist Trump zich zal kunnen neerleggen bij wat hem nu te wachten staat.

Hij zal er door worden aangetast in zijn grandioze zelfbeeld. Hoe hij dat zal oplossen? Ik ben er niet gerust op.

zondag 18 maart 2018

Zondagochtendmuziek - J.S. Bach: St John Passion, BWV 245 - Bach Collegium Japan, Masaaki Suzu...

Woensdagavond waren we in de tot de nok toe gevulde Grote Zaal van TivoliVredenburg aanwezig bij de prachtige uitvoering van Bachs Johannes Passie door Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor. onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Er zijn wat sceptische geluiden over de eigenzinnige interpretatie van Reinbert de Leeuw en ik ben niet genoeg muzikaal geschoold om over de uitvoeringspraktijk een afgewogen oordeel te kunnen hebben. Maar het was een indringende belevenis om mee te maken, die mij na afloop dan weer stil en dan weer enthousiast achterliet. Je kunt het concert, dat door Radio 4 werd uitgezonden, hier nog terugluisteren.

In de geheel herziene en aangevulde editie van Maarten 't Harts Johan Sebastian Bach, zegt Maarten over de Johannes-Passion:
Het is een magistrale compositie, feller, bewogener, geconcentreerder, dramatischer dan de Matthäus. Bovendien bevat de Johannes-Passion dat onvergankelijke, tere Arioso 'Betrachte, meine Seel', mit ängstlichem Vergnügen'. Zoiets wonderbaarlijks vind je zelfs in de Matthäus niet, noch in enige cantate.


Over deze uitvoering, door het Bach Collegium Japan onder leiding van Masaaki Suzuki, bestaat geen enkele scepsis. Mooier kan eigenlijk niet.

vrijdag 16 maart 2018

Hoe ons streven naar economische welvaart ten koste kan gaan van onze sociale welvaart - en van ons geluk

De nieuwe studie Consume More, Work Longer, and Be Unhappy: Possible Social Roots of Economic Crisis?, die ik net onder ogen kreeg, gaat in op de ingewikkelde relatie tussen economische welvaart en sociale welvaart

Denk bij economische welvaart aan de behoeftebevrediging die je ontleent aan goederen waarvan de waarde in geld is uit te drukken. En denk bij sociale welvaart aan de behoefte bevrediging die ontstaat door het hebben van persoonlijke relaties met anderen die "om elkaar geven".

De onderzoekers laten zich inspireren door het werk van Karl Polanyi (The Great Transformation, 1944) en Fred Hirsch (Social Limits to Growth, 1977). Zie ook het bericht Is groei BBP een noodzakelijke voorwaarde voor groei Brede Welvaart? 

Ze gaan na welke aanwijzingen er zijn voor het vermoeden dat de groei van economische welvaart, via de toename van ongelijkheid, kan leiden tot een afname van sociale welvaart en daarmee tot een afname van welbevinden (geluk). En voor het vermoeden dat mensen die afname van geluk proberen te compenseren door meer te gaan consumeren en dus meer uren te gaan werken en meer geld te lenen. Waardoor weer meer economische welvaart en weer minder sociale welvaart. Een paradoxaal zichzelf versterkend proces dus, dat mensen steeds maar ongelukkiger maakt.

Globaal gezien zijn de aanwijzingen voor deze vermoedens sterker voor de Verenigde Staten dan voor de meeste Europese landen, met uitzondering van Groot-Brittannië.

Ik ga er nog preciezer naar kijken en kom er nog een keer op terug. Boeiend, omdat het in dezelfde lijn ligt als mijn Geld en 'de rest'. Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid uit 2003. Waarin geld stond voor economische welvaart en 'de rest' voor sociale welvaart.