woensdag 19 september 2018

Door anderen te helpen voel je je beter - Want het verhoogt je gevoel van competentie

Mensen zijn zo fundamenteel sociaal dat het iets doen voor anderen voldoening verschaft. Zie het bericht Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij. Pro-sociaal gedrag was in het verleden zo belangrijk voor overleving, omdat het samenwerken en delen mogelijk maakte, dat er een selectieproces moet hebben plaatsgevonden op de eigenschap om je er beter door te voelen iemand anders bij te staan.

De nieuwe studie Daily Ups and Downs. An Event-Sampling Study of the Mediated Moderation of Prosocial Engagement on Well-Being vertelt iets meer over de aard van dat verband tussen pro-sociaal gedrag en voldoening.

De onderzoekers vroegen de deelnemers aan het onderzoek (383 volwassenen) om een app op hun telefoon te downloaden, die hen gedurende twee weken vier maal per dag vroeg om een kort vragenlijstje te beantwoorden over of ze in de afgelopen uren iets voor iemand anders hadden gedaan en over hoe gelukkig en hoe vitaal ze zich voelden. (Vitaliteit slaat op het zogenaamde eudaimonisch welzijn.) Ook werd hen gevraagd hoe competent, hoe autonoom en hoe verbonden met anderen ze zich voelden (de drie doelen van de zelfbeschikkingstheorie).

Het bleek toen inderdaad dat mensen zich beter (gelukkiger en vitaler) gingen voelen nadat ze in de afgelopen uren meer iets voor een ander of anderen hadden gedaan. En het bleek dat dit er vooral aan lag dat het gevoel van competentie, het gevoel controle te hebben over je lot, werd verhoogd, vooral in die gevallen waarin mensen zich daarvoor weinig competent voelden.

Het is natuurlijk maar een onderzoekje. Maar het geeft toch te denken dat mensen zich door anderen te helpen competenter gaan voelen en niet, zoals je op het eerste gezicht zou verwachten, meer verbonden met anderen.

Ik kwam op de gedachte dat de evolutie kennelijk zo "slim" is geweest om ons gevoel van controle te hebben over ons leven mede afhankelijk te maken van hoeveel we voor anderen doen. Dat kun je wel fundamenteel sociaal noemen.

maandag 17 september 2018

Persoonlijkheid en empathie in de politiek - Meer empathie, sympathie en compassie bij politiek links dan bij politiek rechts

In onze tegenwoordige maatschappij, waarin we naast de kleine kring van vertrouwde anderen ook het veelomvattende sociale domein kennen van onpersoonlijke, anonieme contacten en zelfs van vreemden waarover we alleen indirect informatie hebben, is er veel ruimte voor de ontwikkeling van een breed scala aan persoonlijkheidsverschillen. Die verschillen blijken in kaart te kunnen worden gebracht met de dimensies van de zogenaamde Big Five:
  • Openheid versus geslotenheid (open staan voor nieuwe ervaringen tegenover conservatief en traditioneel)
  • Nauwkeurigheid/zorgvuldigheid versus slordigheid
  • Extraversie/sociabiliteit versus introversie/terughoudendheid
  • Vriendelijkheid versus egoïstisch/koud/wantrouwend
  • Emotionele stabiliteit versus snel ongerust en angstig zijn
We zagen eerder dat er in een eenvoudiger en kleinschaliger samenleving eerder een Big Two bestaat: persoonlijkheidsverschillen zijn gereduceerd tot verschillen in pro-socialiteit (hoe hulpvaardig je bent) en in ijver (hoeveel je je inspant voor het collectief). Die twee samengenomen overlappen nogal met de vierde dimensie van de Big Five: of je vriendelijk bent tegenover anderen of daarentegen egoïstisch, koud en wantrouwend. In termen die op dit blog vaak terugkomen: of je meer gemeenschapsgedrag vertoont of daarentegen meer statuscompetitiegedrag.

Een sociaalwetenschappelijk onderzoeksthema is hoe persoonlijkheidsverschillen in de tegenwoordige maatschappij uitwerken op politiek-ideologische houdingen. 

Zo weten we uit onderzoek dat het onderscheid tussen politiek links (liberal) en politiek rechts (conservative) sterk samenvalt met dat onderscheid tussen gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag. Mensen die centrum-links stemmen, scoren hoger op vriendelijkheid dan mensen die centrum-rechts stemmen en wat waarden betreft, staan ze meer voor gelijkheid en zorg voor zwakkeren.

Uit de nieuwe studie Are Liberals and Conservatives Equally Motivated to Feel Empathy Toward Others? blijkt nu dat dit onderscheid overeenkomt met het verschil in de mate van empathie die mensen voelen voor anderen. Het onderzoek werd uitgevoerd in de Verenigde Staten, Israël en Duitsland en laat zien dat mensen die zichzelf meer politiek links positioneren meer gemotiveerd zijn om empathie, sympathie en compassie met anderen te voelen dan mensen die zichzelf meer politiek rechts positioneren. 

Ook ging links zijn gepaard met een grotere bereidheid om hulp te verlenen dan rechts zijn. Wat weer geheel verklaard werd door dat verschil in empathie, sympathie en compassie.

Kortom: persoonlijkheidsverschillen hebben hele reële uitwerkingen op politieke houdingen.

zondag 16 september 2018

Zondagochtendmuziek - Le trompettiste Roy Hargrove au festival Jazz en Tête

Gedurende onze rondreis door het noordoosten van de Verenigde Staten (vandaar de inactiviteit op dit blog de afgelopen weken) belandden we in New York in de jazzclub Blue Note, waar het Roy Hargrove Quintet optrad. Geweldig om mee te maken. En om op de plek te zijn waar zo vele jazzlegendes hebben opgetreden.

Dit is een optreden van het kwintet vorig jaar op het Festival Jazz en Tête in Clermond-Ferrand.

woensdag 12 september 2018

Meisjes meer gericht op gelijkheid dan jongens - En over de evolutionaire achtergrond daarvan

Van de twee sociale gedragspatronen waar mensen, afhankelijk van de aard van hun sociale omgeving, gemakkelijk toe over gaan, statuscompetitiegedrag en gemeenschapsgedrag, is het patroon van het statuscompetitiegedrag evolutionair gezien het oudste. Reptielen kenden en kennen eigenlijk alleen het statuscompetitiepatroon.

Met de komst van zoogdieren ging broedzorg en zorg voor nakomelingen deel uitmaken van het sociale gedragsrepertoire. Dat hield noodzakelijkerwijs in dat als de situatie daarom vroeg de neiging tot statuscompetitie moest worden uitgeschakeld. Of, zoals Henry en Wang het in 1998 uitdrukten, het ancient self preservatiev behavior moest plaatsmaken voor het nieuwe zoogdierpatroon van het species preservative behavior, dat parental care, nursing, social interaction, pair bonding and mutual defense omvatte. Hier de link naar het betreffende artikel: Effects of early stress on adult affiliative behavior, dat ik kort geleden weer eens onder ogen kreeg. Terzijde: broedzorg bij vogels is een ander verhaal.

Een en ander houdt in dat ons vermogen tot pro-sociaal gedrag, ook tegenover niet-verwanten, zich in de loop van de verdere menselijke evolutie heeft uitgebreid tot de bredere kring van vertrouwde anderen en zelfs vreemden. Je kunt je voorstellen dat verwantschapsherkenning niet altijd perfect was en dat het pro-sociale gedrag ten opzichte van niet-verwanten evolutionair versterkt kan worden. Denk aan wederkerigheidsaltruïsme of zelfs groepsaltruïsme.

Dat wijst erop dat de oorsprong van ons pro-sociale (gemeenschaps-)gedrag ligt in de broedzorg, de zorg voor het nageslacht. En dat doet weer vermoeden dat de selectie op dat nieuwe gemeenschapsgedrag voor vrouwen sterker is geweest dan voor mannen. Mannen kennen ook de neiging tot zorg, maar het effect van het daarin tekort schieten op de overleving van de kinderen is vaak geringer.

Dat zou dus betekenen dat mannen nog meer dat oude statuscompetitiegedrag vertonen en dat je bij vrouwen meer dan bij mannen het gemeenschapsgedrag aantreft. Het bestaan van gender stereotypes komt daarmee overeen. Mannen zijn volgens die typering meer competitief en gericht op hiërarchie en vrouwen meer op gelijkheid en goede onderlinge verhoudingen.

In de nieuwe studie Gender Differences in Egalitarian Behavior and Attitudes in Early Childhood vind je referenties naar onderzoekingen die in deze richting wijzen.

Terwijl de studie zelf laat zien dat deze verschillen al kunnen worden aangetroffen bij twee- tot vijf jaar jonge kinderen. In twee onderzoeken, uitgevoerd in de Verenigde Staten en in Frans-Canada, waren meisjes meer egalitair in hun verdelingen (van stickers) over anderen dan jongens.

vrijdag 17 augustus 2018

Narcisten kijken neer op anderen, behalve als die ook narcist zijn

Narcisten weten van zichzelf dat ze narcistisch zijn. En zien dat niet als een probleem.

En omdat ze narcisten zijn, voelen ze zich hoog verheven boven anderen. En kijken dus op anderen neer.

Maar kijken ze ook neer op andere narcisten?

Nee, dat blijkt niet zo te zijn. Althans, de studie Narcissists Stand United. Grandiose and Vulnerable Narcissists Agree That Others’ Narcissism Is Less Repulsive verschaft aanwijzingen in die richting.

De onderzoekers laten dat zien voor een onderzoeksgroep van studenten. Degenen die hoger scoorden op narcisme oordeelden positiever over een fictieve persoon die zich meer narcistisch gedroeg. Het waren in het bijzonder de grandioze narcisten (arrogant, opschepperig, hoogmoedig) die neerkeken op niet-narcistisch gedrag, maar integendeel juist waardering hadden voor narcistisch gedrag.

Dit in tegenstelling tot de niet-narcisten, die niet-narcistisch gedrag hoger waardeerden en narcistisch gedrag afkeurden.

Dat al die narcistische, en dus autoritaire, leiders die we tegenwoordig zo veel in het nieuws tegenkomen (Trump, Erdogan, Orbán, Kim Jong-un, Putin), elkaar kennelijk weten te waarderen, is daar dus geheel mee in overeenstemming.
Hoort Vladimir Putin wel thuis in dat rijtje narcisten, vroeg ik me af. Is hij niet meer een leider die de verheerlijking van zijn persoon strategisch gebruikt? Moeilijk te zeggen, maar aanwijzingen voor narcisme vind je hier: Vladimir Putin, Narcissist? How the psychology of narcissism might offer insight on the Russian leader. En hier: The Danger That Lurks Inside Vladimir Putin's Brain. Contempt is key to Putin's troubling psychological profile.

zondag 12 augustus 2018

Zondagochtendmuziek - Beethoven - Piano Sonata No.29, Op.106 "Hammerklavier" - Wilhelm Kempff ...

Ik ben al een poos op Spotify de uitvoering door Wilhelm Kempff (1895 - 1991) van de Pianosonate's van Beethoven aan het beluisteren. En ontdek nu pas dat Kempff nog in de 19-e eeuw geboren is en flink oud is geworden.

Zijn uitvoeringen van Beetoven staan erom bekend dat hij een gematigd tempo kiest. Niet dat overdreven langzame of snelle, dat al gauw pedant overkomt. Dat verklaart misschien waarom het beluisteren zoveel voldoening geeft. Hij moet eens voor Jean Sibelius het langzame deel van deze "Hammerklavier" sonate hebben voorgespeeld, waarna Sibelius moet hebben uitgeroepen: "You did not play that as a pianist but rather as a human being."

Hier dus die "Hammerklavier" sonate, opgenomen in 1964.

donderdag 9 augustus 2018

Statusvertoon en vriendschap verdragen elkaar slecht - Maar dat hebben we slecht door als we vriendschap zoeken

Mensen brengen al heel lang niet meer hun hele leven door in de groep van vertrouwde anderen, zoals dat het geval was in de Paleo Sociale Omgeving van de jagers-verzamelaars. Naast het gemeenschapsdomein van familie en vrienden, kennen we ook het domein van de statuscompetitie en statushiërarchie. Bovendien is dat gemeenschapsdomein vaak maar klein en precair, vandaar dat eenzaamheid een maatschappelijk probleem is.

Anders gezegd, we leven in een maatschappij met een grote mate van sociale vluchtigheid, waarin we ons nogal eens eenzaam voelen en waarin we best wel meer vrienden zouden willen.

Maar hoe maak je nieuwe vrienden?

Evolutionair gezien zijn we er niet op geselecteerd om gemakkelijk nieuwe vrienden te maken, want die uitdaging kwam in die Paleo Sociale Omgeving eigenlijk niet voor. Vrienden had je en het ging erom die te houden, niet om nieuwe vrienden te maken.

Je moet het nu dus zelf maar zien uit te vinden. En omdat je zowel gemeenschap als statuscompetitie om je heen ziet, kan het zijn dat je die twee door elkaar haalt. En dan op het idee komt om door statusvertoon te proberen om vrienden te maken.

Dat die vergissing veel gemaakt wordt, blijkt uit de nieuwe studie The Status Signals Paradox.

De onderzoekers lieten in vijf deelstudies mensen kiezen tussen het wel of niet met statusvertoon te proberen om nieuwe vrienden te maken. Het ging er dan bijvoorbeeld om of je met een dure of een middenklasse auto zou arriveren of dat je een duur merkhorloge of een gewoon horloge zou dragen of een duur merk T-shirt aan zou trekken of een gewoon Walmart T-shirt.

Steeds bleek dat significant meer mensen kozen voor het statusvertoon. Ze verwachten dus daarmee succesvoller te zijn in het maken van vrienden. Anderen zouden hen aantrekkelijker vinden als mogelijke nieuwe vriend.

Maar of dat laatste zo was, werd ook vastgesteld door mensen te vragen naar wie ze als mogelijke vriend aantrekkelijker zouden vinden. En daaruit bleek dat degenen met statusvertoon juist minder positief werden beoordeeld. Er bestaat dus inderdaad een Status Signalen Paradox.

Kennelijk is het zo dat als we op zoek zijn naar vriendschap, maar die dus nog niet hebben gevonden, we dat statuscompetitiepatroon dat ook in ons zit, niet gemakkelijk buiten werking kunnen stellen.

Misschien dat we bang zijn om toch in een statusstrijd terecht te komen en dan willen we maar liever goed voor de dag komen.

Maar die angst maakt de kans op vriendschap dus juist kleiner.

dinsdag 7 augustus 2018

Over sociale zeepbellen en dat je die soms aan kleine dingen kunt herkennen - Zoals aan een passage uit Zomergasten

De aanleiding tot dit bericht is een passage uit Zomergasten van afgelopen zondag. Maar dat blijkt pas aan het eind. Even doorlezen dus.
Het publieke domein is een zo recent verschijnsel in de mensheidsgeschiedenis dat je er niet op kunt vertrouwen dat wij er goed op zijn ingesteld om het te doorgronden en er goed geïnformeerde keuzes in te maken.

Verreweg het grootste deel van het mensheidsbestaan, ruwweg 98 procent, brachten mensen hun leven door in een groep waarin op basis van persoonlijke relaties gedeeld werd en werd samengewerkt. Iedereen werd als onderdeel van de dagelijkse gang van zaken ruimschoots geïnformeerd over wat er in de groep (en in de fysieke omgeving) aan de hand was.

Vergeleken daarmee is het bestaan van het hedendaagse, publieke domein er de oorzaak van dat we altijd een fundamenteel informatietekort hebben. In het bericht Vooroordelen, vuistregels, sociale zeepbellen en ideologieën. Zullen we ooit het publieke domein onder de knie krijgen? omschreef ik dat als volgt:
We leven in een maatschappij met een omvangrijk publiek domein. Dat is het sociale domein dat bestaat uit alle mensen, relaties, omstandigheden en gebeurtenissen waar we geen directe, op persoonlijke ervaringen berustende kennis van hebben. In vergelijking met het persoonlijke domein, dat van de familie en vrienden waarmee we een persoonlijke geschiedenis delen, is onze relatie met het publieke domein er een van een fundamenteel informatietekort. Vrijwel alles wat we weten of menen te weten, hebben we van horen zeggen. Sommigen van ons doen hun best om dat informatietekort te verminderen. Ze lezen kranten, ze raadplegen boeken en internet en ze volgen het (sociaalwetenschappelijk) onderzoek. Maar verreweg de meesten maken zich afhankelijk van wat ze zoal horen en onder ogen krijgen bij hun dagelijkse bezigheden die op andere zaken gericht zijn.
Omdat dat publieke domein ons op allerlei manieren wel raakt en omdat ons welzijn sterk afhankelijk is van wat er zich daar afspeelt, voelen we wel de noodzaak om ons er oordelen over te vormen. Al was maar omdat de politiek er onderdeel van is en we dus van tijd tot tijd onze stem kunnen uitbrengen.

Dat informatietekort zorgt er dan voor dat er gemakkelijk sociale zeepbellen ontstaan. In het bericht
Sociale zeepbellen in economie en politiek kom je daarover deze alinea tegen:
Sociale zeepbellen ontstaan als mensen slecht geïnformeerd zijn over zaken waar ze over moeten beslissen en zich dan vooral laten leiden door wat anderen doen. Het begin van een zeepbel kan heel nietig en onbeduidend zijn. Van al die slecht geïnformeerden zijn er sommigen die een bepaalde overtuiging hebben en daar, onterecht, zo zeker van zijn, dat ze die uitdragen. Anderen raken daarvan onder de indruk en nemen die overtuiging over, waardoor nog weer anderen er ook mee in aanraking komen. Dat versterkt de eersten in hun overtuiging waardoor ze die nog meer uitdragen. Het zo in stand gezette groeiproces dijt snel uit en zo ontstaat een zeepbel, een wijdverbreide overtuiging die weinig met de werkelijkheid te maken hoeft te hebben.
Het bestaan van sociale zeepbellen is dus inherent aan het soort maatschappij waarin wij leven, want dan informatietekort zal er altijd zijn. Media zouden op de wereld moeten zijn om dat tekort zo klein mogelijk te houden, maar dat is helaas niet altijd het geval. Wat misschien ook weer een gevolg is van een sociale zeepbel, de gedachte namelijk dat je de media wel aan de markt, en dus aan het Grote Geld, kunt overlaten.

Hoewel sociale zeepbellen dus veel voorkomen, worden ze niet altijd opgemerkt. Dat kan eraan liggen dat sommigen zich in een van de bestaande zeepbellen bevinden en van andere geen weet hebben. En misschien merk je ze eerder op als je ouder bent geworden, want dat maakt de kans groter dat je al enkele aan je voorbij hebt zien gaan.

Nu is het natuurlijk niet zo dat alle zeepbellen gelijkwaardig zijn. Sommige hebben meer contact met de werkelijkheid dan andere. Zo meen ik dat de zeepbel die in de politiek van na de Tweede Wereldoorlog heerste en inhield dat je als overheid moet streven naar bestaanszekerheid voor je burgers en dat je de ongelijkheid binnen de perken moet houden, meer contact had met de werkelijkheid dan de neo-liberale zeepbel die na de jaren 70 opkwam en waar we nu nog steeds onder lijden. De ene zeepbel kan een achteruitgang zijn vergeleken met een andere. Denk aan het bericht Zullen we weer terug kunnen keren op het pad van de vooruitgang?

Dit alles bedacht ik me toen ik ik terugdacht aan een passage in het programma Zomergasten waarin Louis van Gaal gast was. Het was maar een stukje van misschien een halve minuut, dat me aan het denken zette. Van Gaal vertelde over het tragische overlijden van zijn eerste vrouw, bij wie alvleesklierkanker werd vastgesteld. De artsen, zo vertelde hij, als ik me goed herinner tot twee keer toe, deden, "omdat ik Louis van Gaal ben", extra hun best. Meer dus dan ze bij iemand anders gedaan hadden.

En dat bleef dus bij mij hangen. Want ik verwachtte eigenlijk van hemzelf of van gastvrouw Janine Abbring iets te horen in de trant van: eigenlijk hoort dat natuurlijk niet. Want laten we wel wezen, je mag nog zo beroemd zijn of nog zoveel geld hebben, maar het hoort niet dat artsen zich daardoor meer voor jou inspannen dan voor iemand anders. 

Maar dat hoorde ik dus niet. 

En ik dacht bij mezelf: ook aan kleine dingen, die in een gesprek voorbijkomen en waarop niet wordt gereageerd, kun je een sociale zeepbel herkennen. In dit geval dus de zeepbel dat ongelijkheid in het publieke domein helemaal niet zo verkeerd is en dat ongelijke behandeling er nu eenmaal bij hoort. (Dat Van Gaal die extra inspanningen voor zijn vrouw accepteerde, valt natuurlijk goed te begrijpen.)

Ik kan dat natuurlijk niet hard maken, maar ik stel me voor dat zo'n passage in een televisieprogramma van veertig of vijftig jaar geleden anders was verlopen. Iemand had het belangrijk gevonden om toch even te wijzen op het ongepaste van ongelijke behandeling.

maandag 6 augustus 2018

Hoe de Britse Conservatieven door bezuinigingen de bestaansonzekerheid en daarmee de steun voor Brexit vergrootten

Doordat regeringen met bezuinigingen meenden te moeten reageren op de Grote Financiële Crisis, vergrootten ze de bestaansonzekerheid van grote delen van hun bevolkingen.

Sociaalwetenschappelijk waren de gevolgen daarvan te voorspellen: maatschappelijke tegenstellingen werden aangewakkerd. Zie Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en volg de link in dat bericht naar de powerpoint.

Daarin zie je hoe de politiek, trouwens ook al voorafgaand aan de Grote Financiële Crisis, de bestaansonzekerheid vergrootte en hoe daarmee de tegenstelling tussen de sterkeren en de zwakkeren en tussen eigen volk en vreemden werd aangewakkerd. Anders gezegd, hoe het rechts-extremisme in de kaart werd gespeeld.

De nieuwe studie Did Austerity Cause Brexit? laat nu zien dat het bezuinigingsbeleid van de Britse Conservatieve regering in dezelfde lijn heeft bijgedragen aan de steun voor Brexit.

Het blijkt dat de steun voor Brexit, die voor een groot deel voortkwam uit de tegenstand tegen het vrije verkeer van personen in de Europese Unie, zoals tot uiting komend in het stemmen op UKIP en het stemmen voor Leave bij het referendum in 2016, groter was bij personen en in gebieden die zwaarder werden getroffen door de bezuinigingen op de verzorgingsstaat en de sociale zekerheid.

Terzijde: denk ook even aan de mogelijke link tussen dat bezuinigingsbeleid en de sterke toename van (het gebruik van) voedselbanken in Groot-Brittannië en aan dit bericht in The Guardian van een paar dagen geleden: Revealed: ministers' plan to research effect of policies on food bank use.

De resultaten van het onderzoek maken het waarschijnlijk dat zonder die bezuinigingen de Britten bij het referendum in meerderheid voor Remain hadden gestemd.

vrijdag 3 augustus 2018

Zullen we weer terug kunnen keren op het pad van de vooruitgang?

De menselijke geschiedenis is er niet een van alleen maar vooruitgang. Neem nu die twee heel verstandige inzichten die na de Tweede Wereldoorlog om zich heen grepen: het belang van bestaanszekerheid en het belang van het tegengaan van te grote ongelijkheid. Inzichten die werden omgezet in wetgeving en internationale verdragen. Denk aan de sociale zekerheid van de verzorgingsstaat, aan de herverdeling door middel van sterk progressieve belastingheffing en aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948).

Dat waren ontwikkelingen die vooruitgang genoemd kunnen worden, omdat ze uitingen waren van het overheersen van de menselijke gemeenschapsintuïties over de daaraan tegengestelde intuïties van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

Maar nu, in 2018, kun je niet anders dan concluderen dat er zo ongeveer sinds 1970 stappen zijn teruggezet. Het neo-liberale marktdenken greep om zich heen. Toenemende ongelijkheid zou geen probleem zijn. De verzorgingsstaat moest worden afgebroken, om mensen meer voor zichzelf te laten zorgen. Bestaansonzekerheid was juist goed, want zorgde immers voor de nodige prikkels om zich in te spannen.

En we zien de negatieve gevolgen om ons heen. Toenemende ongelijkheid lijkt een zichzelf versterkend proces. Bestaansonzekerheid neemt toe. De extreem rijken en de grote ondernemingen gebruiken hun middelen om de democratie en de media te beïnvloeden in een hun welgevallige richting. Het door de toegenomen bestaansonzekerheid gegroeide maatschappelijk ongenoegen wordt met succes omgebogen in vijandigheid ten opzichte van vreemdelingen, immigranten, vluchtelingen en uitkeringstrekkers.

Rechts-extremisme en populisme ("de anderen" zijn de boosdoeners) grijpen om zich heen. Narcisten aan de macht maken gebruik van de hen geboden kansen om de vrije pers en de democratische procedures van de scheiding der machten om zeep te helpen..

Van dag tot dag denk je: zullen de krachten van de democratie en de gelijke rechten, dus van de gemeenschapsintuïties, sterk genoeg zijn om de ontwikkelingen te keren? Zodat we weer terug kunnen keren op het pad van de vooruitgang?