donderdag 14 december 2017

De mythe van de opvoedbaarheid in de media

Omdat gezinnen in de maatschappij waarin wij met zijn allen zijn terechtgekomen, historisch gezien sterk sociaal geïsoleerd zijn, zijn we gaan denken dat de sociale en morele ontwikkeling van kinderen bovenal plaats vindt in het gezin en door de opvoeding door de ouders.

Ik ben dat  ooit de mythe van de opvoedbaarheid gaan noemen. Zie de blogberichten achter dat label, maar in het bijzonder Moreel besef en de "fallacy of misplaced concreteness": opvoeders en God, Jeugdzorg en de taaie mythe van de opvoedbaarheid, De hechtingstheorie van Bowlby en de mythe van de opvoedbaarheid en Nieuwe aanwijzingen voor het misverstand opvoeding en de de mythe van de opvoedbaarheid.

Dat te grote en zelfs exclusieve belang van de opvoeding door de ouders voor hoe kinderen zich ontwikkelen, is in strijd met wat we weten over de rol van de genetische component en van de sociale omgeving rondom het gezin, die van de grootouders, familie, buurt, school en peer group, media en maatschappij.

De mythe heeft vervelende gevolgen. We maken in het jeugdbeleid teveel uitsluitend de opvoeding door ouders verantwoordelijk voor hoe het met de kinderen gaat. Denk aan al die "opvoedinterventies": Over de niet werkende opvoedinterventies en de mythe van de opvoedbaarheid. Dat is niet goed voor de kinderen. Maar ook niet voor de ouders, die er onzeker door worden en ten onrechte gaan denken dat ze falen als iets misgaat of ten onrechte zichzelf op de borst kloppen als het goed gaat.

Maar klopt het wel dat die mythe van de opvoedbaarheid zo wijdverbreid is? Ik meen weliswaar het overal te zien, maar is er ook wetenschappelijk onderzoek?

Ja, ik kwam dit onderzoek uit 2013 tegen: Media representations of early human development: protecting, feeding and loving the developing brain. De onderzoekers voerden een inhoudsanalyse uit op zes Engelse landelijke dagbladen. En komen tot de conclusie dat aandacht voor de rol van erfelijkheid nagenoeg ontbreekt en dat de ouderlijke verantwoordelijkheid allesoverheersend is. In hun woorden:
It is useful to relate the media's absorption with parental influence on neurobiological development to sociological research on the intensification of the parenting role. The analysis revealed that media representations of early neurodevelopment were dominated by demands for parental vigilance against risks, appeals to revert to ‘natural’ ways of nourishing children and calls to apply calculated effort to regulating the parent's emotional life and relationship with their child. All of this resonates with sociological characterisations of the contemporary parenting domain (Furedi, 2001; Hays, 1996; Lee, 2008; Thornton, 2011). Media representations of early child development may reflect and potentially reinforce the social constitution of parenthood as a role that demands total dedication and constant vigilance.

dinsdag 12 december 2017

Voor persoonlijke groei heb je anderen nodig

Als je persoonlijke groei in je leven belangrijk vindt, dan zoek je er naar om nieuwe dingen te leren en om een beter mens te worden. Er zijn aanwijzingen dat een gerichtheid op persoonlijke groei bijdraagt aan een hoger welzijn of zelfs een element van dat welzijn is. Onderzoek van Carol D. Ryff en Corey Lee M. Keyes suggereert dat persoonlijke groei een van de zes facetten is van psychisch welzijn, naast:
  • zelfacceptatie
  • nastreven van goede relaties met anderen
  • een gevoel van autonomie in denken en handelen
  • in staat zijn je weg te vinden in complexe omgevingen met het oog op je persoonlijke doelen en waarden
  • nastreven van zinvolle doelen en een gevoel dat het leven zin heeft
Wat die gerichtheid op persoonlijke groei precies inhoudt, kun je opmaken uit de zeven uitspraken waarmee dat facet meestal wordt gemeten. Je wordt dan gevraagd om aan te geven in hoeverre de uitspraak op jou van toepassing is. Dit zijn ze:
  • (omgekeerd) I gave up trying to make big improvements or changes in my life a long time ago. 
  • For me, life has been a continuous process of learning, changing, and growth. 
  • (omgekeerd) I do not enjoy being in new situations that require me to change my old familiar ways of doing things.
  • I have the sense that I have developed a lot as a person over time.
  • (omgekeerd) When I think about it, I haven't really improved much as a person over the years. 
  • I think it is important to have new experiences that challenge how you think about yourself and the world. 
  • (omgekeerd) I am not interested in activities that will expand my horizons.
Je zou kunnen denken dat persoonlijke groei een strikt individuele kwestie is. Iets van een persoonlijk besluit en van een persoonlijke aanleg.
Maar het nieuwe onderzoek I-Through-We: How Supportive Social Relationships Facilitate Personal Growth doet vermoeden dat mensen meer gericht zijn op persoonlijke groei als ze meer goede relaties hebben met anderen.

In een van de drie deelstudies analyseerden de onderzoekers de gegevens van de bijna 5000 respondenten van de Survey of Midlife Development in the United States. Daaruit komt naar voren dat degenen die zeggen betere, ondersteunende, relaties te hebben met familie en vrienden ook degenen zijn die hoger scoren op persoonlijke groei. Een tussenliggende factor, die de samenhang deels verklaart, blijkt zelfvertrouwen te zijn. Dezelfde resultaten werden gevonden in een studie die in Japan werd uitgevoerd.

Een en ander ligt geheel in de lijn van het inzicht, dat teruggaat tot het werk van John Bowlby, dat een basis van veilige gehechtheid en geborgenheid juist een voorwaarde is voor de motivatie om de wereld te verkennen en jezelf te ontwikkelen. We zagen eerder dat het juist de gemeenschapsmensen (en niet de statuscompetitiemensen) zijn die gericht zijn op zelfontplooiing. 

maandag 11 december 2017

De actualiteit van de jaren 30 bevestigd: meer succes voor de nazi's in kiesdistricten met meer bezuinigingen en lastenverzwaringen

Update. Dit onderzoek krijgt terecht veel aandacht. Nu in Newsweek: RAISING TAXES AND CUTTING SOCIAL PROGRAMS LED TO HITLER AND THE NAZIS, STUDY SAYS
Na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 (de kredietcrisis) raakten de regeringen geobsedeerd door de wens de begrotingstekorten zo snel mogelijk terug te dringen. Dat zou de economie wel gauw weer aanjagen. Dus moest er bezuinigd worden, op de overheidsinvesteringen en de sociale zekerheid, en moesten de lasten verzwaard worden. Na de sociale zeepbellen die de crisis hadden veroorzaakt, heerste er in de kringen van de politici de sociale zeepbel van het bezuinigen. De meeste economen kwamen ertegen  in het geweer, maar de politici meenden beter te weten.

De door die economen voorspelde negatieve gevolgen bleven niet uit: de werkloosheid en de armoede groeiden en de snelle opleving van de economische groei bleef uit. De overheidstekorten namen juist toe of namen veel minder af dan was voorspeld. Zelden is het herstel na een crisis zo langzaam verlopen.

En er werd gewezen op een ander akelig gevolg: net zo als het bezuinigingsbeleid van de regering-Brüning in de jaren 30 van de vorige eeuw in Duitsland had bijgedragen aan de opkomst en het succes van Hitler en zijn nazipartij, nam ook na de Grote Financiële Crisis nu in tal van landen waar werd bezuinigd de aanhang van rechts-extremistische partijen toe.
Denk aan dit bericht uit 2013: Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann). En volg de link naar de powerpoint in het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?
Maar hoe sterk zijn eigenlijk de aanwijzingen dat dat economisch onverstandige en onnodige bezuinigingsbeleid in de jaren 30 bijdroeg aan de opkomst van Hitler?

Een stuk sterker dan ze al waren, door de vandaag verschenen studie AUSTERITY AND THE RISE OF THE NAZI PARTY van Gregori Galofré-Vilà, Christopher M. Meissner, Martin McKee en David Stuckler. 
Ja, dat is dezelfde Martin McKee van Martin McKee over het vergeten belang van verzorgingsstaat en bestaanszekerheid - WRR Lecture 2016: Living on the edge en Martin McKee: toenemende kwetsbaarheid en onzekerheid zijn gevolg van politieke keuzes.
De onderzoekers analyseerden de gegevens over het stemgedrag en over de bezuinigingen, belastingen en de werkloosheid voor de kiesdistricten in Duitsland in de jaren 30. Het blijkt dan dat het succes bij de elkaar opvolgende verkiezingen (1930, 1932 en 1933) van Hitler groter was in die districten waar door lokale en regionale overheden meer werd bezuinigd en waar de belastingen, zoals de regionaal geheven inkomensbelasting, meer werd verhoogd. Dat succes kwam vooral tot stand door dat kiezers van de centrumpartij naar de nazi's overliepen.

Zou het wat hebben uitgemaakt als de regering-Brüning een ander, niet-deflationair, beleid had gevoerd? Jazeker, daar lijkt het wel op. Want in dat geval hadden de nazi's waarschijnlijk niet voldoende zetels gehaald om, in 1933, met behulp van een andere rechtse partij, aan de regeringsmacht te komen.

Opvallend: er was geen verband met de werkloosheidscijfers. Wel haalde de communisten meer stemmen in districten met hogere werkloosheid.

Een en ander wijst erop dat het vooral de middenklasse was die als gevolg van de toegenomen bestaansonzekerheid zijn toevlucht zocht bij de nazi's. Daartoe werden ze ook expliciet door Hitler verleid, omdat die hen beloofde dat hij de uitgaven zou verhogen, in het bijzonder voor de infrastructuur (de Autobahnen), de sociale zekerheid en de ouderenzorg.
Lees The Wages of Destruction. The Making and Breaking of the Nazi Economy van Adam Tooze voor hoe Hitler met die beloftes omging nadat hij aan de macht was gekomen.
Natuurlijk denk je daarbij even aan de parallel met de verkiezingsbeloftes van figuren als Wilders en Trump.

zondag 10 december 2017

Zondagochtendmuziek - Quatuor Ebène : Ludwig van Beethoven String quartet Nr. 15 a-minor Op. 132

Het Quator Danel is donderdag in TivoliVredenburg begonnen met het spelen van alle strijkkwartetten van Beethoven. Vandaag sluiten ze. Vrijdag was ik erbij toen ze de twee laatste Lobkovitz-kwartetten opus 18 speelden. Mozart klinkt er nog in door.

Vanochtend zijn ze aangekomen bij opus 130, 132 en 133. Daar ben ik niet bij. Maar vanmiddag ben ik er weer, als opus 131 en 135 aan de beurt zijn.

Hier speelt het Quator Ebène dat opus 132. Lees eens deze mooie toelichting op de website van het Brentano Quartet.




donderdag 7 december 2017

Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen

Update. Zie voor de laatste ontwikkelingen van de invloed van het Grote Geld, in dit geval van de Koch Brothers: Tax Bill: Koch Brothers’ Senator Pushes Tax Break For ‘Dark Money’ Groups.
John Kenneth Galbraith (1908 - 2006), vader van James Galbraith, werd in de periode na de Tweede Wereldoorlog allerwegen beschouwd als de grootste econoom van zijn tijd. In 1952 verscheen zijn American Capitalism. The Concept of Countervailing Power. Hij waarschuwde daarin voor de anti-overheidsideologie en voor het geloof in de weldadige werking van het ongebreidelde marktmechanisme. Zeg maar dat hij waarschuwde voor wat we tegenwoordig neoliberalisme noemen.

We hebben zijn waarschuwingen in de wind geslagen. En daar plukken we nu de wrange vruchten van. Galbraith heeft veel van die ontwikkeling sinds de tijd van Ronald Reagan en van Margaret Thatcher meegemaakt, want hij overleed pas in 2006. Twee jaar voor zijn dood schreef hij nog The Economics of Innocent Fraud: Truth For Our Time, waarin hij het bedrog blootlegde dat zich had geworteld in het vak economie en het door overheden gevoerde economische beleid.

Ik stond eerder stil bij John Kenneth Galbraith in het bericht De anti-overheidsideologie door de geschiedenis heen: aan de hand van John Kenneth Galbraith.

Dat ik er nu op terugkom, heeft te maken met het eerder dit jaar verschenen boek The One Percent Solution. How Corporations Are Remaking America One State at a Time van Gordon Lafer, dat door Diane Ravitch werd besproken in de New York Review of Books. (Zie ook De opkomst van het Grote Geld en de extreemrechtse ideologie van de kleine overheid - Hoe kon het gebeuren?)

Want wat is het geval? Als je de bespreking van dat boek leest, komt onweerstaanbaar de gedachte bij je op dat waar Galbraith tegen waarschuwde in zijn volle omvang bewaarheid is geworden. Allereerst natuurlijk in de Verenigde Staten, maar is het in Europa zoveel beter?

Lafer beschrijft de agenda, in de samenvatting door Diane Ravitch, van de grote ondernemingen, het Grote Geld, de One Percent, handzaam als volgt:
The many goals of this agenda can be summed up in a few words: lower taxes, privatization of public services, and deregulation of business. The lobbies Lafer studies oppose public employee unions, which keep public sector wages high and provide a source of funding for the Democratic Party. The tobacco industry opposes anti-smoking legislation. The fossil fuel industry wants to eliminate state laws that restrict fracking, coal mining, and carbon dioxide emissions. The soft-drink industry opposes taxes on sugary beverages. The private prison industry advocates policies that increase the population of for-profit prisons, such as the detention of undocumented immigrants and the restriction of parole eligibility. Industry lobbyists oppose paid sick leave, workplace safety regulations, and minimum wage laws. They support “right to work” laws that undermine unions. They oppose teachers’ unions and support the privatization of education through charter schools and vouchers.
En hoe wordt die agenda ten uitvoer gebracht? Dat gebeurt gecoördineerd in de in 1973 opgerichte,
in het beslotene opererende, American Legislative Exchange Council (ALEC), waarin de lobbyisten van alle grote ondernemingen zich hebben verenigd. Die club produceert beleidsrapporten en kant-en-klare wetsontwerpen die op grote schaal in wetten worden omgezet.

En natuurlijk door de rechtstreekse megadonaties aan de politiek, mogelijk gemaakt door het Citizens United besluit van het Hooggerechtshof in 2010, dat inhield dat miljardairs niet het recht ontzegd mag worden om met hun geld de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Het is huiveringwekkend. En we zien van dag tot dag waarin dit resulteert. Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen.

Gelukkig is Amerika nog een land waarin zulke boeken kunnen verschijnen. En waarin de tegenstand tegen dat ALEC op de website ALEC Exposed een platform vindt.

Maar of dat genoeg zal blijken te zijn?

woensdag 6 december 2017

Over het sociale leven van anderen zijn we eenzijdig geïnformeerd. Daarom denken we dat anderen een rijker sociaal leven hebben

Mensen zijn geneigd te denken dat zij een minder rijk sociaal leven hebben dan anderen. De onderzoekers van de studie Home alone: Why people believe others’ social lives are richer than their own geven daarvoor een reeks van aanwijzingen. Zie ook het bericht van gisteren op dit blog.

In verschillende groepen respondenten en bij verschillende manieren van vragen duikt hetzelfde resultaat op: mensen denken dat anderen (let wel: anderen die zij kennen) een rijker sociaal leven hebben dan zijzelf. Anderen hebben meer vrienden, hebben een groter sociaal netwerk, gaan vaker uit, enzovoort.

Stel dat het inderdaad zo is dat we allemaal denken dat anderen een rijker sociaal leven hebben dan wijzelf, waar zou dat aan kunnen liggen? In ieder geval een deel van de verklaring lijkt te zijn dat, als we aan "anderen" denken, degenen die sociaal bijzonder actief zijn ook degenen zijn die het eerst bij ons boven komen.

Het onderzoek geeft daar inderdaad aanwijzingen voor. Als we bij ons eigen sociale leven stilstaan, vergelijken we ons vooral met anderen met een bijzonder rijk sociaal leven. Waarbij wijzelf negatief afsteken.

Maakt het wat uit? Ja, want het beïnvloedt onze tevredenheid met het leven. Hoe meer we vinden dat we negatief afsteken bij anderen, hoe ontevredener we zijn over ons eigen leven.

En dat komt er mee overeen dat degenen die zichzelf meer negatief vinden afsteken bij anderen, ook degenen zijn die graag een rijker sociaal leven zouden willen hebben. Er is dus ook een echt gemis dat kan verklaren waarom je ontevredener bent.

Dat we ons vooral vergelijken met anderen die, althans naar onze waarneming, een rijk en actief sociaal leven hebben, is eigenlijk niet verrassend. Want we zijn natuurlijk niet volledig geïnformeerd over het sociale leven dat anderen leiden. En de informatie die we hebben, ontlenen we aan directe ontmoetingen en aan de sociale media. De berichten die mensen op Facebook zetten, gaan vaak over bezoekjes, uitstapjes en feestjes. Als anderen in hun eentje thuis zitten, dan krijgen wij dat dus meestal niet te weten.

Terwijl we heel goed van onszelf weten wanneer we thuis alleen op de bank zitten.

Dat lijkt een kenmerk te zijn van onze huidige manier van leven. Doordat onze sociale netwerken gefragmenteerd zijn, zijn we altijd eenzijdig geïnformeerd over het sociale leven van anderen. Eenzijdig, in de zin dat vooral de sociale kant daarvan tot ons komt.

En alleen van onszelf kennen we, vaak maar al te goed, ook de eenzame kant.

dinsdag 5 december 2017

De meeste mensen denken dat hun eigen sociale leven minder rijk is dan dat van anderen

Stel dat je de vraag gesteld krijgt hoe rijk jij denkt dat jouw sociale leven is in vergelijking met anderen die jij kent. En stel dat je die die vraag op 6 manieren krijgt voorgelegd:

  • Wie gaat naar meer feestjes, jij of anderen?
  • Wie heeft meer vrienden, jij of anderen?
  • Wie ziet zijn familie vaker, jij of anderen?
  • Wie heeft meer sociale kringen, jij of anderen?
  • Wie heeft een groter sociaal netwerk, jij of anderen?
  • Wie gaat vaker met anderen uit eten, jij of anderen?
Hoe zou je antwoorden als je dat op een zogenaamde vijfpuntsschaal van - 2 naar + 2 zou mogen doen? Als je 0 aankruist, betekent dat dat jij denkt dat er geen verschil is tussen jouw sociale leven en dat van anderen. - 2 en - 1 betekenen dat jouw sociale leven (veel) minder rijk is en + 1 en + 2 dat jouw sociale leven juist (veel) rijker is. Zouden jouw antwoorden meer naar links neigen of juist meer naar rechts? Is jouw sociale leven rijker, gelijk aan of juist minder rijk dan dat van anderen?

Onderzoekers legden die zes vragen voor aan ruim driehonderd bezoekers van Amazon Mechanical Turk. Je ziet hieronder de antwoordverdelingen als staafdiagrammetjes afgebeeld.


Je ziet een duidelijk patroon: de antwoorden neigen sterk naar links. Dat betekent dat de meeste mensen denken dat hun eigen sociale leven minder rijk is dan dat van anderen.

Hoe zou dat komen? Vanwaar die negatieve bias?

In het onderzoek Home alone: Why people believe others’ social lives are richer than their own, waar deze resultaten uit afkomstig zijn, vind je meer aanwijzingen voor die negatieve bias.

En de onderzoekers proberen een antwoord te geven op de vraag hoe het komt dat wij denken dat anderen het sociaal gezien beter voor elkaar hebben dan wijzelf. Daarover een volgende keer.

zondag 3 december 2017

Het voelt goed om je buren te leren kennen

Er wordt vaak over geklaagd dat we onze buren niet meer kennen. Is dat terecht?

Ja, dat is terecht in de zin dat er een onvervulde behoefte bestaat aan sociale contacten en dat die contacten bijdragen aan ons welzijn en onze gezondheid. Zie Hebben mensen gelijk als ze meer sociale contacten willen? Over het verband tussen contacten en geluk.

En het bij elkaar in de buurt wonen kan een aanleiding zijn tot het maken van contact. Tot het uitbreiden van je vrienden- en kennissenkring.

Het CBS verzamelt gegevens over onze contacten met buren (en met familie en vrienden). Het blijkt dat in 2016 14,8 procent dagelijks contact met buren had (in 2012 nog 19,4) en 46,1 procent minstens 1 maal per week. Dat valt dus nog wel mee, zou je denken. Hoewel dat dagelijkse contact dus wel flink afneemt. (19,7 procent had minstens 1 maal per maand contact, 7.5 procent minder dan 1 maal per maand en 12 procent zelden of nooit.)

Maar die cijfers vertellen niet met hoeveel buren je contact hebt. Het zou ook kunnen gaan om niet meer dan de naaste buren. En dat kan betekenen dat alle andere buren vreemden voor je zijn, mensen die je niet kent.

Die klachten dat we onze buren niet meer kennen, die moet je dus misschien wel serieus nemen. Zeker als je bedenkt dat althans volgens deze sociaalwetenschappelijke inschatting in 2016 43 procent van de volwassen bevolking als eenzaam kan worden beschouwd (33 procent matig eenzaam en 10 procent ernstig of zeer ernstig eenzaam).

Maar hoe leer je je buren kennen? Tip: googel eens "buren leren kennen". Ik deed dat eerder vandaag en had 729.000 resultaten.

Dit alles bedacht ik me toen ik in The Guardian het artikel ‘It feels good to know who lives behind those doors’: Lionel Shriver, Jon McGregor and others meet the neighbours las. De redactie vroeg aan vijf romanschrijvers om bij hen in de straat bij vreemden aan te bellen en kennis te maken. En daarover kort een verslagje te schrijven. Het resultaat is intrigerend om te lezen.

Natuurlijk moest ik ook terug denken aan dat ontroerende boek van Peter Lovenheim: In the Neighborhood. The Search For Community on an American Street, One Sleepover At A Time. Lees nog eens Is een sociaal buurtleven maakbaar?

Zondagochtendmuziek - Renaissance Lute - John Dowland (Album)

Geen bewegend beeld, deze zondag. Kijk desnoods de grijze dag in. Of sluit eens je ogen. En luister naar deze prachtige luitmuziek van John Dowland (ca. 1563 - 1626). En probeer het welhaast onmogelijke: tot rust komen in deze onbestemde tijden.

Wie het uitvoert, heb ik niet kunnen achterhalen. Ook het schilderij blijft onbekend.

Op Spotify heeft Wouter van Geene een speellijst gemaakt met alle luitmuziek van John Dowland.



zaterdag 2 december 2017

Spannende tijden voor de democratie

Spannende tijden voor de democratie. Spannender dan je zou wensen. Simon-Wren Lewis wijdt er vandaag een dringende beschouwing aan over de ontwikkelingen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Waar het Grote Geld rechtstreeks en via de opgekochte media de politiek naar zijjn hand zet: If we treat plutocracy as democracy, democracy dies. Lezen alsjeblieft.

De grote vraag is of de democratie tegen deze plutocratische en rechts-extremistische aanvallen bestand is. Of in Groot-Brittannië de Labour-partij de tegenstand weet te mobiliseren. En of in de V.S. de scheiding der machten sterk genoeg zal blijken te zijn om de speciale aanklager Robert Mueller zijn werk te laten afmaken. En of de Democraten voldoende in staat zijn om zichzelf van het Grote Geld te bevrijden en de tegenstand te mobiliseren.

Maar ook in Europa is het spannend. Ja, wat valt daarover nog meer te zeggen dan ik al in al mijn berichten over de eurocrisis heb gedaan? Het laatste bericht was van eind september met als veelzeggende titel: Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort.