maandag 12 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 5

De eerste stap van de mensheidsgeschiedenis was het begin: het ontstaan van de moderne mens in en door de aanpassing aan het uitdijende savannelandschap in Oostelijk Afrika, waarschijnlijk zo'n 300.000 jaar geleden. Die aanpassing hield in, zoals we zagen, dat mensen zich door jagen en verzamelen en een sociaal patroon van samenwerken en delen een bestaan verschaften.

Die aanpassing was zo succesvol dat er zo ongeveer 8 tot 10.000 jaar geleden een moment kwam dat op verschillende locaties de bevolkingsdichtheid zo hoog werd dat mensen landbouw begonnen te beoefenen en zich vestigden. Dit noemen we de Agrarische Revolutie. De gevolgen van deze tweede stap waren immens. In termen van de Dual Mode-theorie uitgedrukt: omstandigheden dienden zich aan waaronder het statuscompetitiepatroon in de maatschappelijke verhoudingen ging overheersen boven het gemeenschapspatroon. De oeroude neiging tot het vormen van statushiërarchieën kon weer de overhand nemen. Er kwamen vorstendommen en keizerrijken, er heerste ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen mannen en vrouwen en onderdrukking en slavernij.

Door allerlei oorzaken, teveel om hier op te sommen, begon een paar honderd jaar geleden een ontwikkeling die leidde tot wat we de Industriële Revolutie zijn gaan noemen. Volgens Rosenberg en Birdzell, Jr. (How the West Grew Rich. The Economic Transformation of the Industrial World) begon die ontwikkeling in het Westen in de Middeleeuwen, breidde in de eeuwen daarna de handel zich uit en begon zo ongeveer in de periode 1750 - 1850 de ontwikkeling van de industrie. En tegen het eind van de negentiende eeuw waren zo ongeveer de institutionele voorwaarden, zoals eigendomsverhoudingen, aanwezig die grote ondernemingen mogelijk maakten.

Het kapitalisme brak door. De derde stap in de mensheidsgeschiedenis werd gezet. En dat is nog zo kort geleden dat je kunt zeggen dat we nu, in 2018, ons nog midden in die derde stap bevinden. Zodat we dus ook nog niet weten hoe die geschiedenis verder zal gaan.

Een van de vele gevolgen was dat de vraag naar arbeid, en vooral ook naar geschoolde arbeid, toenam. Die vraag concentreerde zich in de industriële gebieden, dus in de steden. Dat proces van verstedelijking ging gepaard met intensivering en schaalvergroting van de landbouw. Was in Nederland in 1807 nog 40 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw en visserij, dat aandeel was in 1989 gedaald tot 1 à 2 procent (CBS, Statistiek in tijdreeksen). Het grootste deel van de daling kan overigens worden toegeschreven aan de periode na de Tweede Wereldoorlog.

Die toename van de vraag naar arbeid en van de concentratie ervan in de fabrieken en de stedelijke gebieden, was cruciaal, omdat de instandhouding van de grote ongelijkheid van de landbouwsamenleving erdoor werd bemoeilijkt. Er waren weliswaar de nieuwe rijken, de kapitalisten, maar die vonden een tegenwicht in de georganiseerde arbeid, de vakbeweging. En parallel daaraan was er op het niveau van de nationale staat de opkomst van het algemeen kiesrecht en dus van de democratie.

En de democratie, waarin iedereen meetelde, is niets minder dan een nieuwe sociale vorm waarin de morele intuïties van het samenwerken en delen een uitdrukking vonden. Daarover meer in het volgende bericht.

zondag 11 november 2018

Zondagochtendmuziek - JOHN COLTRANE Alabama

Vorige week, voorafgaand aan de Sunday Afternoon Jazz in TivoliVredenburg met Jesse van Ruller en Seamus Blake, bekeken we de indrukwekkende documentaire Chasing Trane over John Coltrane. Je kunt hem hier ook op YouTube bekijken, maar je moet dan wel registreren.

Hier speelt Coltrane Alabama, door hem geschreven naar aanleiding van de bomaanslag door de Ku Klux Clan op de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama, op 15 september 1963, waarbij vier meisjes omkwamen.

McCoy Tyner, piano, Jimmy Garrison, bas en Elvin Jones, drums.

vrijdag 9 november 2018

Vandaag 80 jaar geleden - Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

Vandaag 80 jaar geleden was er in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november de Reichspogromnacht, de nacht van het door het nationaalsocialistische bewind georganiseerde en aangestuurde geweld tegen Joodse burgers. Een goed overzicht van de gebeurtenissen geeft de Wikipedia-pagina Novemberpogrome 1938

In Nederland wordt die nacht nog vaak met Kristallnacht aangeduid. Dat is de naam die de nazi's er zelf aangaven en die slaat op de ingegooide etalageruiten van Joodse winkels.Omdat er nogal wat meer gebeurde dan dat er ruiten werden ingegooid, is in Duitsland nu al jaren de naam Pogromnacht in gebruik. Terecht.

Het is goed om je weer eens in die gebeurtenissen te verdiepen. Zeker in de tijd waarin we nu leven, met het opkomende rechts-extremisme.

Wat er toen gebeurde? Ik citeer uit de Wikipedia-pagina:
Dabei wurden vom 7. bis 13. November 1938 etwa 400 Menschen ermordet oder in den Suizid getrieben. Über 1.400 Synagogen, Betstuben und sonstige Versammlungsräume sowie tausende Geschäfte, Wohnungen und jüdische Friedhöfe wurden zerstört.[1] Ab dem 10. November wurden ungefähr 30.000 Juden in Konzentrationslagern inhaftiert, wo Hunderte ermordet wurden oder an den Haftfolgen starben.
Die Pogrome markieren den Übergang von der Diskriminierung der deutschen Juden seit 1933 zur systematischen Verfolgung, die knapp drei Jahre später in den Holocaust mündete..[2]
Door je er in te verdiepen, hoe moeilijk dat ook is, kun je een beetje tot je laten doordringen hoe zulke wandaden kunnen plaatsvinden. En hoe ze onderdeel kunnen zijn van een maatschappelijk proces met vreselijke uitkomsten.

Ik moest denken aan Albert Speer, tot het eind een van de naaste medewerkers van Hitler, die omdat hij na de oorlog schuld bekende, slechts tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Joachim Fest probeerde er in de gesprekken die hij met Speer voerde achter te komen hoe hij aan zulke vreselijke daden had kunnen meewerken. Hij vroeg bijvoorbeeld ook hoe hij in 1938 die Pogromnacht had ervaren. Zijn antwoord kwam er op neer dat hij het zich niet herinnerde:
Hij had een keer kunnen reconstrueren, zei hij, dat hij op de ochtend (...) na de Kristallnacht langs de synagoge in Fasanenstrasse moest zijn gekomen, in elk geval had die op zijn route gelegen. Maar met de beste wil van de wereld kon hij er verder niets over zeggen, verzekerde hij ons telkens weer.
Zie voor meer: Hoe kunnen gewone mensen tot zoiets komen? Het geval-Speer.

En ik sloeg ook nog dat indrukwekkende boek van Michael Wildt er op na: Volksgemeinschaft als Selbstermächtigung. Gewalt gegen Juden in der deutschen Provinz 1919 - 1939, dat veel te weinig aandacht heeft gekregen. Wildt beschrijft hoe dat idee van de Volksgemeinschaft, waar "buitenstaanders" van werden uitgesloten, stap voor stap ingang vond en hoe dat proces gepaard ging met over het land verspreide geweldsincidenten. Met slachtoffers, daders en: toeschouwers. Die soms ingrepen, maar al te vaak alleen maar toekeken.

En dus pakte ik zopas ook nog weer eens "Davon haben wir nichts gewusst!" Die deutschen und die Judenverfolgung 1933 - 1945 van Peter Longerich uit de kast. Ook te weinig aandacht gekregen.

Longerich wijdt een hoofdstuk aan de Novemberpogrom. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de grote meerderheid van de Duitse bevolking afwijzend stond tegenover de gebeurtenissen, was er al zoveel intimidatie dat er nauwelijks tegenacties en geen demonstraties plaats vonden. Longerich daarover (p. 123-124):
Die passive Hinnahme von Gewalt und Rechtlosigkeit durch die Bevölkerung wurde wiederum in der Propaganda als kollektive Zustimmung zu den Gewaltaktionen ausgegeben. Nun, da es dem Regime gelungen war, den Pogrom ohne massiven Widerstand der Bevölkerung durchzuführen, machte es in seiner öffentlichen Darstellung der Ereignisse die Bevölkerung zu Komplizen des gewalttätigen Anschlags auf die deutschen Juden.
Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

woensdag 7 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 4

De tweede stap in de mensheidsgeschiedenis, de overgang naar de landbouwsamenlevingen, is op de tijdlijn van de gehele geschiedenis nog maar kort geleden. Zo kort geleden, 8-10.000 jaar, dat het nu, in 2018, misschien nog wel te vroeg is om te concluderen dat het een verstandige stap was. En niet, zoals in de woorden van Jared Diamond, de grootste vergissing die de mensheid ooit gemaakt heeft. Zie het vorige bericht in deze reeks.

De sociale gevolgen van de Agrarische Revolutie zijn ronduit dramatisch te nomen. De nog altijd in de menselijke natuur aanwezige drang tot statuscompetitie, als erfenis meegegeven door de gemeenschappelijke voorouder van chimpansee en mensachtigen, kon in de nieuwe economische verhoudingen niet meer goed worden beteugeld.

Er ontstonden plotsklaps aanspraken op eigendom: land, water, werktuigen, gebouwen, voorraden, ja, zelfs vrouwen en slaven. En er ontstonden dynastieën, die hun bezittingen wilden doorgeven aan volgende generaties. De institutie van het eerstegeboorterecht ontwikkelde zich, maar ook de jongere zonen moesten tevreden worden gesteld. Waardoor elke dynastie een prikkel had om land en bezittingen uit te breiden. En dus kwamen legers en oorlogen de mensheidsgeschiedenis binnen.

Zo kwamen er de eerste staten, met een sterke man aan het roer, met belastingheffing, een bureaucratie, een onderdrukkingsapparaat en een leger. Zorgvuldig doordachte en uitgewerkte statushiërarchieën, maar wel gemodelleerd naar het Alfamannetjes-model van de primaten. Wat jagers-verzamelaars niet kenden en niet wilden kennen, grote ongelijkheid, armoede en rijkdom naast elkaar, werd hét kenmerk van de landbouwsamenleving.

Anders gezegd, het statuscompetitiepatroon overheerste het gemeenschapspatroon.

Maar helemaal weggevaagd was dat laatste ook weer niet. Het had zich teruggetrokken op het onderste niveau van het maatschappelijk bouwwerk. Het niveau van, zeg maar, de werkers op het land, de boeren die zich dorpsgewijs organiseerden en er zo zorg voor droegen dat iedereen genoeg opbrengsten had om er zelf van te leven en om aan de eisen van de kasteelheer te voldoen.

Dit hield bijvoorbeeld in dat de individueel bewerkte gronden, naast de gemeenschappelijke weidegronden, periodiek werden herverdeeld, zodat de beste gronden rouleerden. Een aardige beschrijving van die dorpsgemeenschappen vind je in Functional and historical explanations for village social organization in northern Europe van Robert H. Layton.

En, niet te vergeten, denk ook aan al die vormen van zelf-organisatie van boeren en vissers, die werden bestudeerd door Elinor Ostrom. Die voor haar werk in 2009 de Nobelprijs voor economie kreeg toegekend. Zie in dat verband de berichten op dit blog achter het label Elinor Ostrom.

Dat gemeenschapspatroon van samenwerken en delen wist zich dus in die landbouwsamenlevingen in het verborgene te handhaven. In het verborgene, in die zin dat de geschiedschrijvers er maar weinig aandacht voor hadden en zich vooral concentreerden op de beschrijvingen van de vorstenhuizen.

Dat het zich toch wist te handhaven, en in de menselijke sociale natuur aanwezig bleef, zorgde er voor dat er in de mensheidsgeschiedenis ook nog een derde stap kon worden gezet. Daarover meer in het volgende bericht.

dinsdag 6 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 3

Voor het overgrote deel van de mensheidsgeschiedenis, 95 tot 98 procent, voerden mensen de uiterst succesvolle leefwijze van het jagen en verzamelen en het samenwerken en delen. Zie het vorige bericht in deze reeks.

Die lange periode begon met de eerste stap in de mensheidsgeschiedenis: de aanpassing aan het savannelandschap, waarvoor dat samenwerken en delen een vereiste was. Gaandeweg bleek dat die manier van samenleven ook geschikt was om onder andere geografische en klimatologische omstandigheden een bestaan op te bouwen.

Zoals in het vorige bericht uiteengezet, was voor dat samenwerken en delen een behoorlijke mate van sociale harmonie noodzakelijk. Voor het toentertijd bestaan van die harmonieuze en vreedzame verhoudingen zijn velerlei aanwijzingen. Ik stond daar eerder, hier en hier en hier, bij stil.

Dat wil ook weer niet zeggen dat er geen conflicten en geweld voorkwamen. Want het handhaven van de harmonie was een collectieve opgave, omdat egoïsme en statuscompetitie, nog altijd in de menselijke sociale natuur aanwezig, moesten worden bestreden.

En dat kon wel degelijk, in laatste instantie, met gebruik van geweld gepaard gaan. Het schijnt dat Richard Wrangham daar meer informatie over verschaft in zijn nieuwste , nog te verschijnen boek The Goodness Paradox: The Strange Relationship Between Virtue and Violence in Human Evolution.

Dat collectieve onderdrukken van egoïsme, statuscompetitie en de daaruit voortkomende conflicten, werd sterk bemoeilijkt met de introductie van de landbouw, zo ongeveer 8 - 10.000 jaar geleden.. Het was overigens niet zo dat mensen de landbouw "uitvonden", maar er na lang aarzelen tot overgingen omdat door de toegenomen lokale bevolkingsdichtheid de opbrengsten van het jagen en verzamelen verminderden.

Daar waar landbouw het gemakkelijkst te beoefenen was, zoals in het gebied van de Eufraat en de Tigris, begon het met vallen en opstaan en verspreidde het zich. Lees daarover vooral Guns, Germs, and Steel. The Fates of Human Societies van Jared Diamond. In het Nederlands vertaald als Zwaarden, paarden en ziektekiemen. de ongelijkheid in de wereld verklaard.

Dat gebeurde inderdaad met vallen en opstaan, want het was een uiterst hachelijke onderneming. Jared Diamond noemde het de grootste vergissing die de mensheid ooit heeft gemaakt. Want de landbouw bracht allerlei plagen met zich mee: mislukte oogsten en dus hongersnood, en epidemieën, door het houden van vee en huisdieren. We stonden daar bij stil in de berichten over het Oerboek van de mens. zoals hier en hier.

Maar daar kwam nog bij dat de landbouweconomie gepaard ging met grote ongelijkheid en daarmee tot grootschalige conflicten, zeg maar oorlogen. De nog steeds bestaande neigingen tot egoïsme en statuscompetitie konden niet langer collectief worden onderdrukt en kregen een sociale vorm in de statushiërarchieën van vorstendommen en keizerrijken. En in onderdrukking en slavernij.

Dat pas met de introductie van de landbouw, met de Agrarische Revolutie, het grootschalige geweld de mensheidsgeschiedenis binnenkwam, stuit nog wel eens op ongeloof. De aanwijzingen ervoor komen o.a. uit de bestudering en vergelijking van nog waargenomen jagers-verzamelaarssamenlevingen en tuinbouw- en kleinschalige landbouwsamenlevingen.

Een recente studie is Implications of the Neolithic Revolution for Male-Male Competition and Violent Conflict van Menelaos Apostolou. Hij laat met de gegevens van de Standard Cross-Cultural Sample van 186 pre-industriële samenlevingen zien dat gewelddadige conflicten (op de basis van statuscompetitie tussen mannen) talrijker zijn in landbouwsamenlevingen dan in jagers-verzamelaarssamenlevingen.

De tweede stap in de mensheidsgeschiedenis bestaat er dus uit dat op landbouw werd overgestapt en dat daarmee een eind kwam aan de daarmee vergeleken harmonieuze en vreedzame sociale verhoudingen van de jagers-verzamelaarssamenlevingen.

zondag 4 november 2018

Zondagochtendmuziek - Roy Hargrove & The RH Factor @ Live at North Sea Jazz Festival 2009 full

Ach, gisteravond ineens het bericht dat Roy Hargrove is overleden. De New York Times staat er nu bij stil: Roy Hargrove, Trumpeter Who Gave Jazz a Jolt of Youth, Dies at 49.

Twee maanden geleden was ik nog bij een optreden in de Blue Note in New York. Na afloop zat hij met een flesje frisdrank aan de bar. Er leek niets aan de hand.

Nu blijkt dat hij al 13 jaar nierproblemen had en dialyses onderging. Hij overleed in het ziekenhuis aan hartfalen.

Uit dat New York Times In Memoriam:
Into his final days, dogged by failing health, Mr. Hargrove remained a fixture of the jam sessions at Smalls in Greenwich Village. When not on tour, he spent multiple nights each week in that low-ceilinged basement, his slight, nattily dressed frame emerging occasionally from a corner to blow a smoky, quietly arresting solo.
Hier een optreden met zijn band RH Factor op het North Sea Jazz Festival in 2009.

woensdag 31 oktober 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 2

De eerste stap van de mensheidsgeschiedenis begon met de "keuze" van onze vroegste voorouders om het inkrimpende tropisch regenwoud te verlaten en zich aan te passen aan het savannelandschap. Zie het vorige bericht.

Die aanpassing had nogal wat om het lijf. Er werd een compleet nieuwe sociale structuur gevormd, die van egalitaire groepen die samenwerkten en deelden. Tussen die groepen bestonden overwegend vriendschappelijke relaties. Door onderlinge uithuwelijking, maar ook doordat er nauwelijks aanleidingen waren voor conflicten.

Als er lokale "overbevolking" dreigde, en dus de natuurlijke hulpbronnen schaars dreigden te worden, dan kon men zich meer over de ruimte verspreiden. Groepen splitsten en een deel trok verder. Zo verspreidden mensen zich gaandeweg en stapje voor stapje, waarschijnlijk vanuit Oostelijk Afrika, over nagenoeg het gehele aardse landoppervlak.

Dat alleen al wijst er op dat we hier te maken hebben met een heel succesvolle leefwijze. Die "Paleo Sociale Omgeving" hield onder meer in:
  • het gezamenlijk zorgen voor en grootbrengen van de kinderen (cooperative breeding)
  • waardoor kinderen vroeger en dus onrijper konden worden geboren, want moeders draaiden niet alleen voor de zorg op
  • waardoor de hersenen en de hersenomvang na het geboren worden zich verder konden ontwikkelen
  • wat het mogelijk maakte om zich qua sociale intelligentie aan te passen aan de uitdagingen van het complexe groepsleven waarin moest worden samengewerkt en gedeeld. Zie ook Menselijke intelligentie is uitkomst van op hol geslagen selectie
  • die sociale intelligentie (empathie, gedeelde intentionaliteit, sociaal leren) ging gepaard met een grotere algemene intelligentie. Zie Social intelligence: from brain to culture
  • waardoor allerlei fysieke verschijnselen beter konden worden begrepen
  • wat o.a. er toe leidde dat vuur werd beheerst en dat voedsel kon worden bereid
  • bereiding van voedsel (koken) bevorderde het delen en dus de sociale samenhang, want als je kookt, kost het weinig meer moeite om dat voor een groep te doen
  • koken had daarnaast als voordeel dat er minder energie nodig was voor de vertering en dus voor het darmstelsel, waardoor er meer energie beschikbaar kwam voor de ontwikkeling en de activiteit van de hersenen
  • wat weer de toename van intelligentie bevorderde. Zie voor meer Catching Fire. How Cooking Made Us Human (2009) van Richard Wrangham
  • door die toegenomen intelligentie en doordat we ondertussen rechtop waren gaan lopen, konden we wapens (stokken, stenen, pijlen) gebruiken
  • die waren niet alleen geschikt voor de jacht, maar dienden ook ter bevordering van de gelijkheid
  • want de fysieke kracht, zoals die van de chimpansee alfa-mannetjes, werd minder doorslaggevend, als iedereen over een wapen kon beschikken. Zie De oorsprong van ons pro-sociale gedrag: grote hersenen en wapens
  • waardoor de seksuele dimorfie afnam en daarmee de gelijkheid tussen mannen en vrouwen toenam
  • door dit alles was er een sociale structuur waarin geselecteerd werd op de morele intuïties van het gemeenschapsgedrag, die nodig waren voor dat o zo belangrijke samenwerken en delen
  • en als die intuïties eens een keer tekortschoten, dan kon degene die de baas wilde spelen of die zich egoïstisch gedroeg door de groep op zijn nummer worden gezet. Zie dit bericht over het werk van Christopher Boehm.
Deze, nog onvolledige, opsomming maakt al wel duidelijk dat die eerste stap van de mensheidsgeschiedenis een ingewikkeld geheel van processen vormde, met allerlei positieve terugkoppelingen.

Het resultaat was dat een heel succesvolle leefwijze ontstond, die het dus mogelijk maakte om de aarde vrijwel geheel te "veroveren". 

Maar dat succes zorgde ook voor de noodzaak van de tweede stap. Uiteindelijk konden gevallen van lokale overbevolking niet meer worden opgelost door verdere verspreiding over de ruimte.

Waardoor moest worden overgestapt op intensievere onttrekking van hulpbronnen aan de aarde. Door landbouw. Daarom in het volgende bericht over de Agrarische Revolutie.

dinsdag 30 oktober 2018

De mensheidsgeschiedenis tot nu toe in drie stappen - 1

Het begin van de mensheidsgeschiedenis is nog niet zo gemakkelijk te bepalen. Volgens deze goed bijgehouden Wikipedia-pagina waren er rond 300.000 jaar geleden, of misschien nog vroeger, de eerste mensen, d.w.z. de eerste anatomisch moderne mensen (Homo sapiens). Laten we daar maar even vanuit gaan.

Die eerste stap moet naar alle waarschijnlijkheid gelokaliseerd worden in Oostelijk Afrika. Er zijn aanwijzingen dat onze vroege voorouders zich voor de uitdaging gesteld zagen van een zich door een periode van afkoeling terugtrekkend regenwoud. Daarvoor in de plaats kwam er een savannelandschap, waarin voedsel meer over de ruimte verdeeld was en waarin jagen op groot wild een vereiste was om re kunnen overleven.

Onze voorouders pasten zich aan die nieuwe uitdagingen aan door een sociaal arrangement dat ik eerder de Paleo Sociale Omgeving noemde. Die uitdagingen brachten met zich mee dat je in je eentje moeilijk kon overleven. Ook was het risicovol om je, zoals in het regenwoud, groepsgewijs te verplaatsen, omdat het dan kon gebeuren dat je als groep niet tijdig genoeg voldoende voedsel vond.

Het nieuwe sociale arrangement, de eerste menselijke sociale uitvinding, bestond uit samenwerken en delen. Gestileerd gezegd; aan het begin van de dag verspreiden we ons vanuit het basiskamp over de ruimte in kleine groepjes op zoek naar voedsel, aan het eind van de dag keren we terug en verdelen we het voedsel over iedereen, ook over degenen die niets gevonden hebben.

Voor dat samenwerken en delen was nodig dat afscheid moest worden genomen van het oudere sociale patroon, dat van de statushiërarchie (het Alfamannetjesmodel). In dat patroon was er het voortdurende conflict (statuscompetitie) tussen mannen om het monopolie over de voortplanting en dus over de vrouwtjes. Overwinnaars werden de baas in een statushiërarchie, tot ze door hun opvolger werden afgezet. Er was eenvoudig gezegd, ongelijkheid, zich uitend in een behoorlijk grote mate van seksuele dimorfie.

Daartegenover kon dat samenwerken en delen alleen goed slagen bij een grote mate van gelijkheid. Wilde iedereen gemotiveerd zijn om er aan deel te nemen, dan moest wel verzekerd zijn dat je aan het eind van de dag meedeelde ook als jezelf niets kon inbrengen. Dat betekende dat de groep min of meer moest kunnen garanderen dat egoïsme en de neiging tot statuscompetitie werden onderdrukt. Degenen die de baas wilden spelen en die meer wilden dan anderen moesten te horen, en te voelen, krijgen dat zulk gedrag niet werd geaccepteerd.

Precies daarin ligt de oorsprong van ons vermogen tot moreel gedrag, onze morele intuïties. Oftewel pro-sociaal gedrag of, beter, gemeenschapsgedrag. We werden geselecteerd op het vermogen om met anderen rekening te houden en niet alleen maar voor onszelf te zorgen. Vandaar dat we schuld- en schaamtegevoelens kennen.

Maar we zijn geen morele automaten. Onze sociale natuur is ambivalent, want die neiging tot statuscompetitie, die kennen we ook nog. Die periode van jagen en verzamelen en dus van de Paleo Sociale Omgeving duurde lang, in vergelijking met de duur van de mensheidsgeschiedenis verreweg de langste periode, maar niet zo lang dat egoïsme en statuscompetitie volledig werden weg geselecteerd.

Dat kwam wel heel duidelijk aan het licht na de overgang van jagen-verzamelen naar het beoefenen van de landbouw. De tweede stap in de mensheidsgeschiedenis. Daarover in het volgende bericht.

zondag 28 oktober 2018

Zondagochtendmuziek - "The War After The War" - Mary Gauthier

Vanmiddag met vriend Jan naar Mary Gauthier in het Utrechtse TivoliVredenburg.

Hier The War After The War van haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads, over en samen gemaakt met Amerikaanse oorlogsveteranen. Kijk hier naar de documentaire die over het maken van die CD is gemaakt.

zaterdag 27 oktober 2018

In een veilige sociale omgeving, waarin mensen elkaar vertrouwen, leven mensen langer

Mensen gedijen als ze zich veilig voelen. Dat gevoel van veiligheid heeft twee componenten: een economische en een sociale.

Bij die economische component gaat het om (het gevoel van) bestaansonzekerheid. Als  mensen onzeker zijn of ze ook in de toekomst rond zullen kunnen komen, dan heeft dat negatieve gezondheidseffecten en kun je dus niet zeggen dat ze gedijen. Aanwijzingen in die richting komen uit het onderzoek dat uitwijst dat mensen met een lagere sociaal-economische status, die meer zorgen hebben over de toekomst, ook een lagere levensverwachting hebben, nog los van andere risicofactoren. Ook blijkt dat het ervaren van bestaansonzekerheid samengaat met het meer ervaren van fysieke pijn. En we kennen de negatieve gezondheidseffecten van baanonzekerheid en van de duur die wordt doorgebracht in flexibele arbeidsrelaties.

Maar er is daarnaast en/of daarmee samenhangend ook een sociale component van dat gevoel van veiligheid. In het onderzoek daarnaar gaat het dan om de mate waarin je andere mensen vertrouwt, in het bijzonder om het vertrouwen in mensen in het algemeen, dat bekend staat als het gegeneraliseerde vertrouwen (generalized trust).

Als je meer vertrouwen hebt in "mensen in het algemeen", dan is dat een aanwijzing dat je je sociale omgeving (straat, dorp/stad, regio, land) als veilig en welwillend inschat. Onderzoek naar de gezondheidseffecten van dat gegeneraliseerde vertrouwen en gezondheid is er al wel, met wisselende resultaten.

Maar nu is er de nieuwe studie Trust and all-cause mortality: a multilevel study of US General Social Survey data (1978–2010), die ondubbelzinnig een positief verband laat zien. De onderzoekers analyseerden data van de voor de Amerikaanse bevolking representatieve steekproeven van de US General Social Survey (GSS) data (1978–2010), gecombineerd met de National Death Index (NDI) until 2014.

De mate van vertrouwen werd zoals gebruikelijk vastgesteld met de vraag
Generally speaking, would you say that most people can be trusted, or that you cannot be too careful in dealing with other people?
Het percentage dat zegt dat je de meeste mensen kunt vertrouwen, was in de jaren 80 van de vorige eeuw 43 procent en daalde tot 34 procent aan het begin van de huidige eeuw.

De onderzoekers hadden ook een maat meegenomen voor de gemiddelde mate van vertrouwen rondom elke deelnemer aan het onderzoek (het contextuele vertrouwen). Voor dat doel hadden ze de Verenigde Staten in negen regio's ingedeeld. Dat maakt het onderzoek interessant omdat bekend is dat er in het Zuiden van de Verenigde Staten meer een statuscompetitieve cultuur (culture of honor) heerst, met minder onderling vertrouwen. Dat laatste bleek er ook uit dat het gegeneraliseerde vertrouwen in de twee zuidelijke regio's 27 en 29 procent was, tegenover 49 procent in de noordwestelijke regio.

Uit de analyses komt dan naar voren dat beide maten van vertrouwen (de individuele en de contextuele) positief samenhangen met de kans dat iemand in 2004 nog leefde. Anders gezegd, hoe meer je mensen in het algemeen vertrouwt en hoe meer je in een regio woont waarin mensen elkaar vertrouwen, dus hoe veiliger je sociale omgeving, hoe langer je leeft. Een veilige sociale omgeving draagt bij aan je gezondheid. En een minder veilige sociale omgeving werkt door een verhoogde kans op sociale stress en angst(stoornissen) negatief uit op je gezondheid.
In de referenties van dit onderzoek kwam ik ook deze interessante studie tegen: Self-rated health, generalized trust, and the Affordable Care Act: A US panel study, 2006–2014. Die laat zien dat dat gegeneraliseerde vertrouwen ook afhangt van de bestaanszekerheid die de overheid verschaft. Het vertrouwen in andere mensen nam in de VS toe nadat de Affordable Care Act (Obamacare) was aangenomen.