donderdag 2 april 2020

Kun je nu zoals Rutte denkt de euro redden met een "gift"? Vergeet het. Repareer de ontwerpfout

De Grote Financiële Crisis van 2008 legde in 2010 met de eurocrisis de ontwerpfout in de euro bloot. Het bleek toen dat de fondsbeheerders liever de overheidsobligaties van de noordelijke eurolanden (zoals Duitsland en Nederland) opkochten dan die van de perifere landen (zoals Italië en Spanje). Waardoor Duitsland en Nederland tegen lagere rentes konden lenen en Spanje en Italië hogere rentes moesten betalen.

Terwijl de invoering van de euro met het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 werd "verkocht" met het vooruitzicht dat de landen er economisch door zouden convergeren, werd duidelijk dat de economieën juist gingen divergeren. De "sterke" landen profiteerden en de "zwakke" landen gingen erop achteruit.

Zo "zwak" waren die zwakke landen overigens niet (Spanje had toen een begrotingsoverschot), maar na de invoering van de euro gingen er grote kapitaalstromen naar toe in de veronderstelling dat die leningen nu wel veilig zouden zijn. Toen de kredietcrisis van 2008 ook Europa bereikte, werden die stromen abrupt beëindigd (zie De echte oorzaken van de eurocrisis, uit 2011). Waardoor dus de rentes voor Italië en Spanje omhoogschoten, en die voor Duitsland en Nederland omlaag. Dat was niet houdbaar, maar dus wel voordelig voor Duitsland en Nederland.

Die ontwerpfout had toen al kunnen worden hersteld. Sterker, er waren toen al stemmen die daarvoor pleitten. Denk aan Paul de Grauwe (Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost).

Nog sterker, in Duitsland zelf was er in 2011 al dit pleidooi in de Süddeutsche Zeitung: Was jetzt zu tun ist. Met deze passage, die ik in 2011 als volgt vertaalde (Süddeutsche Zeitung roept Merkel op om de euro te redden. Waar blijft Nederland?):
En die prijs is oftewel een nieuwe rol van de Europese Centrale Bank of gemeenschappelijke (euro-) obligaties. Het ene of het andere is onvermijdelijk, als de (financiële) markten gerustgesteld moeten worden. Maar tot nu toe schrikt de politiek er voor terug om duidelijke taal te spreken. De oplossing van de schuldencrisis is ook een verdelingsvraag: wie betaalt de kredieten die al lang zijn uitgegeven? Geheel zonder overdrachten van financieel sterke staten naar zwakke zal het niet lukken. Het alternatief voor deze redding - het ineen storten van de eurozone of het overblijven van een kernzone - heeft naar alle vooruitzichten veel onaangenamere gevolgen.
En nu, in 2020, zijn we dus eigenlijk nog geen stap verder. Weer is er de discussie, nu naar aanleiding van de coronacrisis, over die gemeenschappelijke euro-obligaties (eurobonds). Met weer Duitsland en Nederland als (profiterende) dwarsliggers. Onze minister van Financiën Wopke Hoekstra was in het overleg met zijn euro-collega's even weer vergeten dat het macro-economische belang ver uitstijgt boven dat van de overheidsfinanciën. Met, terecht, furieuze reacties van Spanje en Italië.

Onze minister-president Mark Rutte is daar kennelijk zo van geschrokken dat hij in overleg wil met Italië en Spanje en als zoethoudertje een eenmalige "gift" in het vooruitzicht stelt. Om maar te voorkomen dat die eurobonds er komen. Nederland blijft halsstarrig vasthouden aan een muntunie met ingebakken ontwerpfout. Als daar geen verandering in komt, dan heeft de euro geen toekomst. Het lijkt er op dat de Duitsers daarin de weg gaan wijzen en dat Nederland dan moet volgen. Dat zou wel met enig gezichtsverlies gepaard gaan.

Over die ontwerpfout is er vandaag ook in de Volkskrant: Coronavirus legt een nieuwe bom onder de euro van Steven Brakman en Harry Garretsen. Met als conclusie (mijn cursivering):
Wil de euro overleven, dan zullen links- of rechtsom meer transfers of risicodelingen plaats moeten vinden tussen noord en zuid. Dat kan enigszins verhuld via de (risico)spreiding van de financiële lasten via Euro-obligaties of rechtstreeks via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), zoals onlangs op volkskrant.nl door Arnoud Boot en Dirk Schoenmaker (Columns & Opinie, 26 maart) is bepleit. Maar dit zijn uitvoeringen van hetzelfde basisidee: een systeem dat ongelijkheden tussen eurolanden beperkt. Zijn landen als Nederland daartoe niet bereid dan is de sombere conclusie dat de toekomst van de euro op het spel staat. En met de euro ook de EU. Bij de vorige eurocrisis in 2010 is de ontwerpfout van de euro niet gerepareerd. Laten we deze keer niet dezelfde fout maken. Een goed ontworpen transfersysteem is dus niet alleen een teken van saamhorigheid, waarvan momenteel terecht veel sprake is, maar domweg noodzakelijk in een muntunie.
Het is verhelderend om over dat ontstaan van de euro in de jaren negentig nog eens Eurotragedy. A Drama in Nine Acts van Ashoka Mody op te slaan (bestel bij je lokale boekhandel). Later meer daarover, maar nu alvast dit citaat (p. 27-8 van het ebook):
Kohl (Helmut Kohl, de Duitse bondskanselier) wanted the single currency to be his legacy as chancellor of European unity, but he understood that the German public fiercely opposed giving up the deutschmark. Hence, he endlessly reassured Germans that  that they would not pay to bail out other countries using the single currency. At the negotiating table, therefore, Germans insisted that the incomplete monetary union be governed by a fiscal rule, one that required member countries to keep their budget deficits below 3 percent of GDP.
They called this rule, in another masterly stroke of framing, a "convergence criterion". It created the illusion that the economies of countries that followed the rule would "converge" or align with the movements of other countries, making the single monetary policy more relevant to all. In June 1997, they made this rule the centerpeice of the Stability and Growth Pact (SGP). But of course, a budget rule, like a single currency, neither promotes convergence nor creates stability. To the contrary, a government forced by the rule to reduce its budget deficit during a recession will place its economyin a deeper recession. Divergent economies will not converge; they will diverge, and they will be more unstable.

zondag 29 maart 2020

Zondagochtendmuziek - Beethoven Symphony No 9 in D minor, Op 125 Thielemann (4th movement)

We leven in een maatschappij waarin het gemeenschapspatroon en het statuscompetitiepatroon onophoudelijk om de voorrang strijden. En speciaal in tijden van rampspoed spant het erom welk patroon overwint. Dat kan het "Ieder voor zich" zijn van de statuscompetitie. Maar ook klinkt dan altijd de oproep dat "we het samen moeten doen'.

En die oproep tot saamhorigheid kan heel wat losmaken. Want aanwijzingen dat er gehoor aan wordt gegeven, hebben een bevrijdend effect. Laten we de kwaadaardige kanten van de menselijke sociale natuur achter ons laten. Het goede zal overwinnen.

Dat wijst erop dat de emoties van saamhorigheid en vreugde altijd samen op gaan. Vandaag dat nu in een tijd van noodgedwongen sociale onthouding soms het Ode an die Freude uit het vierde deel van Beethovens Negende Symfonie opklinkt vanaf de balkons. Want precies daarin gaan het Alle Menschen werden Brüder en de Freude met elkaar samen. Zie hier ook het online-concert door leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Jan Caeyers wijdt in zijn Beethoven-biografie hoofdstuk 9 (Ode aan de vreugde) aan die negende Symfonie. Dat hoofdstuk opent met:
Vrijdag 7 mei 1824 is een van de roodomcirkelde dagen op de kalender van de westerse cultuurgeschiedenis. Op die avond klonk in Wenen voor het eerst de symfonie waarvan het manuscript in december 2002 door de Unesco werd uitgeroepen tot 'werelderfgoed van de mensheid': Beethovens Negende symfonie. Niemand van de tweeduizend aanwezigen kon toen vermoeden dat deze bijzondere compositie een dergelijke symboolwaarde zou krijgen en nog minder welk tragisch lot van commercialisering, trivialisering, verkitsching en verschlagering zij zou ondergaan. (...)
Het grote slotcrescendo bracht zowel de uitvoerders als de toehoorders in vervoering. Na de apotheose scheen de zaal te ontploffen. Het publiek ging wild tekeer, en omdat men op de hoogte was van Beethovens decibelongevoeligheid, zwaaide men met hoeden en witte zakdoeken. Volgens Schindler had nooit iemand een dergelijke triomf beleefd. Beethoven, die vijf keer moest terugkeren om het publiek te groeten - zelfs het hof moest het gewoonlijk maar met drie rentrees stellen -, nam deze jubel stoïcijns in ontvangst.
Hier is een prachtuitvoering van dat vierde deel door de Vienna Philharmonic onder leiding van Christian Thielemann.

vrijdag 27 maart 2020

Over vriendschap, sociale vluchtigheid, vampiervleermuizen en vertrouwdheid

Laten we het in deze tijd van gedwongen sociale onthouding over vriendschap hebben. Is vriendschap iets typisch menselijks? Of komt het ook voor bij andere diersoorten en hebben we het eigenlijk over een biologisch fenomeen?

Aanleiding daartoe is ook de net verschenen studie Development of New Food-Sharing Relationships in Vampire Bats, waarvan de Summary begint met deze zin:
Some nonhuman animals form adaptive long-term cooperative relationships with nonkin that seem analogous in form and function to human friendship.
De Volkskrant besteedde op 24 maart aandacht aan de studie. Zie Vampiervleermuizen delen hun bloedmaaltijd alleen met echte vrienden.

Van vampiervleermuizen, die leven van het bloed van zoogdieren,  was al bekend dat de vrouwtjes bij het groepsgewijs overnachten hun maaltijd met een ander delen als die niet voldoende heeft weten te bemachtigen. En dat ze met het oog op dat delen vaste partnerschappen vormen. Vriendschappen dus. Dat is van levensbelang omdat ze zonder een dagelijkse portie vers bloed niet overleven.

In die nieuwe studie gaat het over de vraag hoe zulke vriendschappen ontstaan. De onderzoekers plaatsten vleermuizen uit verschillende kolonies bij elkaar en observeerden wat er ging gebeuren. Het bleek toen dat er inderdaad vriendschappen ontstonden en wel volgens het raising-the-stake-model. Wat inhoudt dat vriendschappen eerst klein beginnen, door het initiëren van de uitwisseling van fysiek contact, knuffelen of vlooien (grooming). Pas als dat werd beantwoord, werd overgegaan op het delen van voedsel. En als die fase eenmaal was aangebroken, verminderde ook het knuffelen, wat er op wijst dat dat bedoeld was als het uittesten van de relatie.

In de Volkskrant wordt gedragsbioloog Jorg Massen om commentaar gevraagd. Jorg Massen, Liesbeth Sterck en ik schreven in 2010 het artikel Close social associations in animals and humans: Functions and mechanisms of friendship. Met als conclusie:
We conclude that both human friendship and animal close social associations are ultimately beneficial. On the proximate level, motivations for friendship in humans and for close social associations in animals are not necessarily based on benefits and are often unconditional. Moreover, humans share with many animals a similar physiological basis of sociality. Therefore, biologists and social scientist describe the same phenomenon, and the use of the term friendship for animals seems justified.
Wat er op neerkomt dat er inderdaad zoiets als vriendschap bestaat dat mensen een andere diersoorten gemeenschappelijk hebben. En dat het goed is om onderscheid te maken tussen de "proximate" en de 'ultimate" verklaring voor vriendschap. Zie ook het bericht Over vertrouwdheid en het verschil tussen een ultimate en een proximate verklaring.

In die ultimate verklaring gaat het erom dat het vermogen tot het sluiten van vriendschappen, of het fenomeen vriendschap, bijdraagt tot overleving en reproductie. En dus door natuurlijke selectie in het verleden is verspreid in de populatie. Terwijl het bij de proximate verklaring gaat om de vraag hoe een vriendschap tot stand komt.

Bij die vampiervleermuizen werd dus door de onderzoekers eerst een onnatuurlijke situatie gecreëerd door vleermuizen uit verschillende kolonies bij elkaar te zetten. Daardoor moesten ze dus als vreemden proberen om vriendschappen te sluiten. En dan blijkt dus dat mechanisme te werken van het elkaar uittesten.

Een mechanisme dat dus niet nodig was binnen die kolonies waar ze waren uitgehaald. Daar was immers al de onderlinge vertrouwdheid die delen mogelijk, en vanzelfsprekend, maakte. Dat uittesten kun je dus zien als het gezamenlijke proces tot het scheppen van een "nieuwe" vertrouwdheid. Vertrouwdheid is de proximate oorzaak van vriendschap. Vertrouwdheid is immers het signaal van veiligheid bij uitstek, dat de evolutie binnenkwam op het moment dat levende wezens in staat waren zich voort te bewegen..

Als we het bij mensen hebben over vriendschap, dan gaat het natuurlijk ook meestal over de "onnatuurlijke" situatie waarin wij in de huidige maatschappij verkeren. Want die maatschappij is immers gekenmerkt door een grote mate van sociale vluchtigheid. Zie Over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid.

We worden in een wel heel kleine kring van vertrouwde anderen geboren en moeten al vrij snel onze eigen weg zien te vinden in die toestand van sociale vluchtigheid. Analoog aan die vleermuizen die door de onderzoekers uit hun kolonie werden gehaald.

Heel anders dus dan die toestand van de Paleo Sociale Omgeving, waarin jagers-verzamelaars hun hele leven doorbrachten in de stabiele kring van vertrouwde anderen. Die net als voor die vleermuizen essentieel was voor hun overleving, omdat ze het zonder samenwerking en delen niet redden.

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.

zondag 22 maart 2020

Zondagochtendmuziek - Shunske Sato speelt Erbarme dich vanuit zijn huis | Nederlandse Bachvere...

Door de coronacrisis zitten plotseling alle uitvoerende musici thuis. Maar ook in je eentje thuis kun je muziek maken. En op Youtube zetten. Hier speelt Shunske Sato van de Nederlandse Bachvereniging het Erbarme dich uit de Matthäus passie. Met als toelichtende tekst:
Het stemt ons, musici en staf van de Nederlandse Bachvereniging, verdrietig dat we de Matthäus-Passion niet voor u kunnen uitvoeren dit jaar. Deze versie van 'Erbarme dich', uitgevoerd door Shunske Sato vanuit zijn huis, biedt troost. En een toepasselijke boodschap: let iedereen een beetje op elkaar?

vrijdag 20 maart 2020

De democratie is niet vanzelfsprekend en moet worden verdedigd - De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 22 -

Update. Lees nu de aflevering van vandaag van de dagelijkse nieuwsbrief van Heather Cox Richardson (Letters from an American) voor het laatste nieuws over de "voorkennisaffaire". Die affaire concentreert zich rond de Republikeinse senatoren Richard Burr en Kelly Loeffler. Als je de actuele politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten, aangevuld met historische achtergronden wil volgen, en wie wil dat niet, abonneer je dan op die nieuwsbrief.
De democratie is de institutionele vormgeving van onze gemeenschapsintuïties, van de jagers-verzamelaarsmoraal die samenwerking en delen mogelijk maakte. In onze huidige maatschappij moet de democratie worden verdedigd tegen de aanvallen die voortkomen uit die andere, tegengestelde intuïties van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

Dat is de strijd die begon in de negentiende eeuw, of aan het eind van de achttiende eeuw met de Franse Revolutie (Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap), en waar we nu nog midden in zitten. Want hoe die derde stap van de mensheidsgeschiedenis precies afloopt, dat is nog allerminst duidelijk. Zie hier het vorige bericht in deze reeks: Gevoel van gezamenlijkheid dat nodig is voor democratie, ontbreekt bij grote ongelijkheid.

De manifestaties van die strijd lijken nu, in de wereldwijde coronacrisis, nog duidelijker dan anders aan het licht te komen. We weten al hoe groot de invloed is van het Grote Geld op de uitkomsten van het democratische proces, rechtstreeks door financiering van politici, omkoping en corruptie, en via de omweg van de macht over de media. Zie deel 8 van deze reeks: Democratie bedreigd door het gevaar van de Grote Ondernemingen en dus van het Grote Geld.

Maar wat nu aan het licht komt is dat Amerikaanse politici gebruik maakten van hun in hun functie verkregen voorkennis om hun slag te slaan op de aandelenmarkt. Zo is er het bericht dat de republikeinse Senator Richard Burr als voorzitter van de Inlichtingen Commissie, op grond van de toen nog geheime inlichtingen die hij kreeg over de aankomende gevaren van het coronavirus aandelen verkocht waarvan verwacht kon worden dat ze in waarde zouden dalen.

Terwijl hij en andere Republikeinen en President Donald Trump naar buiten toe nog verkondigden dat het met dat coronavirus allemaal wel zou meevallen.Zie het bericht in de Washington Post: Sen. Richard Burr, head of powerful committee, sold large amount of stocks before sharp declines in market.

En Burr was niet de enige.De Republikeinse Senator Kelly Loeffler ging met de handel in aandelen aan de slag na een geheime briefing die ze kreeg als lid van de Commissie voor de Gezondheidszorg. Ze verkocht aandelen waarvan de waarde verwacht werd te dalen en kocht aandelen die in waarde zouden stijgen, zoals die in software voor thuiswerken. Loeffler is getrouwd met de voorzitter van de New Yorkse aandelen beurs.

Handel met voorkennis door Congresleden is sinds 2012 verboden. Burr was een van de drie tegenstemmers.

Hoe omvangrijk dit schandaal is, moet nog blijken. Er vallen namen van meer senatoren, waaronder ook die van de Democrate Dianne Feinstein. Ook is onduidelijk of Donald Trump, die zo lang en zo opvallend de gevaren van het coronavirus in het openbaar bleef afzwakken, dat mede gedaan heeft om zo zelf te kunnen profiteren van aandelentransacties of dat voor zijn familieleden en anderen mogelijk te maken. Gegeven zijn levenswandel van list en bedrog is dat bepaald niet onmogelijk. Hij probeert ook wel heel vasthoudend om zijn financiële gegevens buiten de openbaarheid te houden.

De democratie zou natuurlijk veel beter functioneren als je ervan uit kunt gaan dat volksvertegenwoordigers alleen het publieke belang dienen en niet hun privébelangen. Dat is zo vanzelfsprekend dat je je bijna geneert om het op te schrijven.

Maar zoals gezegd, de democratie is niet vanzelfsprekend en moet worden verdedigd.

donderdag 19 maart 2020

Wordt de euro door de coronacrisis eindelijk een normale, en dus succesvolle, muntunie?

Update. Er is nu in een open brief een oproep aan de Europese Raad, de raad dus van regeringsleiders van de Europese Unie, om over te gaan tot het uitgeven van gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden, van eurobonds. Zie An Open Letter to the Members of the European Council. Je kunt nog ondertekenen.
Dat mijn voorlaatste bericht over de eurocrisis (Waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren) al weer dateert van tien maanden geleden, moet niet worden opgevat als een teken dat die crisis is opgelost. De ontwerpfout in de opzet van de euro kwam aan het licht na de Grote Financiële Crisis van 2008 - 2010. Nu het coronavirus toeslaat, met grote economische gevolgen, blijkt dat die fout nog steeds niet afdoende is hersteld. Zie wat die economische gevolgen betreft en de reacties daarop het laatste bericht: In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie.

Waaruit bestaat die ontwerpfout? Ik herhaal nog maar een keer deze uitleg:
Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.
Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.
Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?
Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen. Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost.
Dat dat laatste zo is, bleek toen de opvolgster van Mario Draghi, Christine Lagarde, op haar persconferentie van 12 maart zich liet ontglippen dat ze het niet als taak van de ECB zag om het uiteenlopen van de rentes op staatsobligaties van de eurozonelanden (de spreads) tegen te gaan: “We are not here to close spreads, there are other tools and other actors to deal with these issues.”

Ze moet toch niet zo goed hebben opgelet toen ze door Draghi bij de overdracht werd bijgepraat. Zo lang de regeringsleiders van de eurozonelanden niet bereid zijn die ontwerpfout te herstellen, is het enige dat de euro behoedt voor uiteenvallen het whatever it takes van de ECB.

Dat Lagarde dat even was vergeten, kwam nogal stuntelig over. De rente die Italië moest betalen op zijn staatsobligaties schoot meteen omhoog, terwijl dat land toch al zo extreem geplaagd wordt door het coronavirus. Met als gevolg lagere rentes voor Duitsland en Nederland, omdat de fondsbeheerders daarnaar konden uitwijken. Zo kan een muntunie natuurlijk niet functioneren. Lagarde kwam spoedig op haar uitspraak terug, met excuses en bovendien nog een extra toelichting door de hoofdeconoom van de ECB, Philip Lane. Zo was het niet bedoeld, maar veel kwaad was al geschied.

Als de coronacrisis toch nog iets goeds voortbrengt, dan is het dat de regeringsleiders nu echt gaan inzien dat het zo niet verder kan. Paul de Grauwe, die al heel vroeg op die ontwerpfout wees, legde gisteren uit wat er zou moeten gebeuren: The ECB Must Finance COVID-19 Deficits. De ECB moet niet alleen staatsobligaties kunnen opkopen op de secundaire markten, zoals ze nu doet, maar ook op de primaire markten. Dat zou inderdaad neerkomen op het monetaire financieren van begrotingstekorten van overheden, wat tot nu toe door de opzet van de euro wordt tegengehouden. Maar het is een essentiële taak van een centrale bank in tijden van crisis.

Een daarmee vergelijkbare oplossing is om naast de nationale ook gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden uit te geven (eurobonds). En precies dat voorstel is nu dus weer opnieuw naar voren gebracht door de Italiaanse premier Giusppe Conte, speciaal om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Marcel de Boer schrijft daarover in het Financieel Dagblad: Met het coronavirus zijn eurobonds niet langer een taboe.

Het lijkt erop dat Duitsland, en in zijn kielzog, Nederland, het verzet tegen die eurobonds nu gaan opgeven. Dat is een belangrijke ontwikkeling, omdat het een onmisbare stap is in de richting van een normaal en dus succesvol functioneren van een muntunie. De oorspronkelijke opzet van de euro dateert uit de tijd van de neoliberale fantasiewereld dat er nooit meer financiële crisissen zouden optreden.

Dat was de tijd van de zogenaamde Great Moderation. Maar een fantasiewereld kan nooit lang standhouden.

zondag 15 maart 2020

Zondagochtendmuziek - Va Pensiero Nabucco - Dutch National Opera

Van de Europese landen heeft het coronavirus tot nu toe het ergst toegeslagen in Italië. Er wordt geopperd dat dit er mee te maken kan hebben dat Italianen meer dan in andere landen contacten hebben weten te handhaven tussen generaties.

Hun persoonlijke sociale wereld is meer dan elders multi-generationeel. Dat is in sociaal opzicht iets om te koesteren. Opgroeien in zulke verbanden is goed voor de sociale ontwikkeling van kinderen. En creëert zo een bijzondere sociale leefwereld.

Tragisch dat die sociale verworvenheid nu in verband zou kunnen staan met de verspreiding van het coronavirus. Want hoewel jongeren kennelijk minder kwetsbaar zijn voor dat virus, kunnen ze het wel gemakkelijk doorgeven aan anderen, en dus vooral ook aan ouderen.

Er zijn nu berichten dat Italianen die thuis min of meer zitten opgesloten samen vanaf hun balkons zingen en muziek maken. Zo wordt het Italiaanse volkslied gezongen, Il Canto degli Italiani. Zie bijvoorbeeld Ciao Tutti, het blog van Saskia.

Ook wel voorgesteld als Italiaans volkslied is Va, pensiero uit Nabucco van Giuseppe Verdi, ook wel het Slavenkoor genoemd.

We weten natuurlijk niet hoe erg dat coronavirus nog in ons land zal toeslaan (wees voorzichtig!), maar mijn gedachten zijn nu ook even bij de tragiek van de Italianen. Daarom Va, pensiero, sull'ali dorate (Vlieg, gedachte, op gouden vleugels), in de uitvoering door onze Nationale Opera.


vrijdag 13 maart 2020

In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie

'Mijn grondhouding is dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën'.
Wie zei dit en wanneer? Je zou denken een of andere Keynesiaanse macro-econoom die kritiek heeft op het bezuinigingsbeleid en op het streven naar begrotingsevenwicht dat de Nederlandse, Duitse en eurozone-politiek al zo lang in zijn ban heeft.

Maar nee hoor. De uitspraak werd gisteren gedaan door onze huidige minister van Financiën, Wopke Hoekstra. Zie het bericht in het Financieel Dagblad: Hoekstra zet crisisbuffer in van €90 mrd, zo nodig meer.

Om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden  wil Hoekstra de staatsschuld laten oplopen en zo nodig zelfs tot boven de 60 procent van het bruto binnenlands product, het maximum dat is toegestaan van het begrotingspact van de eurozonelanden.

Er is kennelijk (weer) een wereldwijde crisis nodig om af te kunnen stappen van de deflatoire bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Na de Grote Financiële Crisis (de kredietcrisis) van 2008 - 2010 vonden de politici het een goed idee om het begrotingstekort zo snel mogelijk terug te dringen. Dat was wat ik toen, in 2011, de bezuinigingszeepbel ging noemen. Het ging in tegen bekende en onderbouwde economische inzichten, maar very serious people vonden het een goed idee en die zouden wel gelijk hebben.

Tot nu toe vinden politici het moeilijk om van die bezuinigingspolitiek (austerity) afscheid te nemen. Ze wijzen er graag op dat het nu met de economie toch zo goed gaat en dat zulks bewijst dat ze het bij het rechte eind hadden. Maar daarbij negeren ze de schade die dat beleid heeft gehad voor de economie. In 2015 schatte Bas Jacobs die schade op 20 tot 30 miljard per jaar. Zie Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd.

En die schade is niet alleen maar een abstract bedrag. Want we zien die schade elke dag. Aan de tekorten in de zorg en het onderwijs, aan de tekorten bij de gemeenten, aan de tekortschietende energietransitie en de stikstofcrisis, aan slechte kwaliteit van het werk en de maar niet afnemende armoede, ook van werkenden. Iedereen zou aan het werk zijn, maar er is nog zeker verborgen werkloosheid en daardoor achterblijvende loongroei. Zo goed gaat het helemaal niet.

Bij die uitspraak van Wopke Hoekstra moest ik eraan denken dat er in de jaren 30 van de vorige eeuw een wereldoorlog nodig was om de politici van hun deflatoire bezuinigingspolitiek af te helpen. Het werk van Keynes ("Zorg voor volledige werkgelegenheid, dan zorgt de overheidsbegroting wel voor zichzelf") was natuurlijk bekend, maar de politiek luisterde nog niet. Ik sloeg er nog even de biografie van Keynes van Peter Clarke op na (p. 17-8):
In Engeland zien we tegen het eind van de jaren dertig dat Neville Chamberlain politiek overwicht begint te krijgen, en dat was geen geweldig nieuws voor John Maynard Keynes. Maar het carrièreverloop van de econoom uit Cambridge nam een andere wending door de komst van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de crisis van de zomer van 1940, toen Engeland onder leiding van Winston Churchill alle zeilen bij moest zetten om als zelfstandige staat te overleven.
Dat was het moment waarop Keynes werkelijke politieke invloed begon uit te oefenen door de zorg voor de geldmiddelen voor de oorlog op zich te nemen. Plotseling was hij niet langer alleen maar een wetenschapper, hoe beroemd ook, maar werd hij zelf ook beleidsmaker, op het hoogste niveau van het ministerie van Financiën. Iedereen die vroeg hoe precies zijn taakomschrijving luidde, kreeg als antwoord dat hij 'gewoon' Keynes was.
En nu, in 2020, is er dus weer een wereldwijde crisis nodig om de politiek naar de inzichten van  "'gewoon' Keynes" te laten handelen. In Duitsland zien we dezelfde ontwikkeling en wordt even niet over de in de Grondwet vastgelegde schwarze Null gesproken. Minister van Financiën Olaf Scholz neemt zelfs het woord conjunctuurprogramma in de mond: Coronakrise - Regierung sagt Kredite in unbegrenzter Höhe zu.

En de Europese Commissie kondigt aan dat de regels van het Begrotingspact buiten werking worden gesteld: EU-Kommission lockert Schuldengrenzen für Staaten. Zorg voor de economie, dan komt de begroting later wel.

Prima natuurlijk, maar veel te laat. En pas als het onvermijdelijk is. Vreemd dat de lessen van de jaren 30 steeds opnieuw geleerd moeten worden.

dinsdag 10 maart 2020

Gevoel van gezamenlijkheid dat nodig is voor democratie, ontbreekt bij grote ongelijkheid - De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 21 -

We zagen in het vorige bericht van deze reeks dat een toename van ongelijkheid in een land na verloop van tijd leidt tot een toename van steun voor rechts-extremistische partijen. Waarschijnlijk doordat die grotere ongelijkheid de statuscompetitie aanwakkert. Hoe groter immers het verschil tussen rijk en arm, hoe meer het uitmaakt op welke plaats in de rangordening jij terechtkomt. En dus ook hoe groter de angst voor sociale daling, de statusangst.

Maar er is daarnaast nog een andere weg waarlangs de vergroting van ongelijkheid een bedreiging kan vormen voor de democratie. Daar wordt je op gewezen als je je realiseert hoe extreem die ongelijkheidstoename uit de hand kan lopen. Een idee daarvan geeft dit plaatje van de wereldwijde vermogensongelijkheid in 2018 (ontleend aan Inequality.org). Lees hieronder verder.

Je ziet van links naar rechts de verdeling van vermogen en aandeel van de bevolking voor vier vermogensgroepen. Links staan die gegevens voor de rijkste 1 procent en het blijkt dat aan die groep 44 procent toevalt van het totale vermogen van de volwassen wereldbevolking.

Die extreme ongelijkheid moet wel extreme gevolgen hebben. En dat is ook zo. In een voorpublicatie van zijn boek The Velvet Rope Economy. How Inequality Became Big Business in de New York Times wijst Nelson D. Schwartz daarop: When It’s This Easy at the Top, It’s Harder for Everyone Else.

Door de extreme rijkdom van de top, extreem dus in vergelijking met het grootste deel van de bevolking, kan die top zich allerlei zaken toe-eigenen die voor anderen niet meer zijn weggelegd. Voor aanbieders van allerlei producten en diensten loont het om de beste plaatsen, de kortste wachtlijsten en de beste service voor veel geld te verkopen aan de leden van de top.

Niet alleen verhoogt dat de neiging tot statuscompetitie, iedereen ziet immers wat het oplevert om heel rijk te zijn, maar ook creëert het een elite die niet meer weet hoe gewone mensen moeten rondkomen. Als je in New York gebruik kunt maken van de luxe helikopterservice, dan raak je het zicht kwijt op hoe stressvol de gewone New Yorkers hun woon-werkverkeer ervaren.

Of als je, zoals in Californië, de privé brandweer kunt inschakelen als onderdeel van de verzekering die je hebt aangeschaft, dan kun je jou bezittingen redden, terwijl die van je buren in vlammen opgaan. En al die diensten samen die je je kunt veroorloven, maken dat die rijkste 1 procent 15 jaar langer leeft dan de armste 1 procent. Met die extreme rijkdom schaf je 15 extra levensjaren aan.

Dat alles heeft natuurlijk gevolgen voor de democratie. Niet alleen zien die extreem rijken de democratie als een bedreiging, waartegen ze zich willen, en kunnen, wapenen door de politici te beïnvloeden en om te kopen. Lees nog eens: Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen.

Ook daarzonder hebben ze er niet meer een idee van hoe gewone mensen leven en wat ze nodig hebben. Terwijl ze wel een grote invloed hebben. Een functionerende democratie heeft een gevoel van gezamenlijkheid nodig, van "We are all in it together". Dat kan er alleen zijn bij niet al te grote ongelijkheid.