Posts tonen met het label Jean M. Twenge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jean M. Twenge. Alle posts tonen

dinsdag 9 april 2019

Sociale media en de angst te worden buitengesloten

We weten dat de generatie die opgegroeid is met de sociale media in vergelijking met vorige generaties meer tijd doorbrengt op die sociale media en daar tijdsbesteding aan face-to-face contacten voor heeft ingeleverd. Uit onderzoek van Jean Twenge in de Verenigde Staten kwam naar voren dat:
Tussen 2000 en 2015 nam het aantal adolescenten dat bijna elke dag vrienden ontmoet met meer dan 40 procent af. Rondhangen met vrienden is sterk afgenomen. In plaats daarvan hangen ze meer rond op de sociale media.
Met negatieve gevolgen:
Bovendien zijn de adolescenten die elke dag op de sociale media actief zijn en minder vrienden in het echt ontmoeten, precies degenen die zich vaker eenzaam en buitengesloten voelen. En ze hebben een grotere kans op symptomen van depressie en op zelfmoordgedachten.
Een deel van de verklaring daarvoor kan zijn dat je via die sociale media voortdurend wordt geïnformeerd over hoe leuk anderen het samen hebben, terwijl jij dan alleen thuis zit. En niemand informeert anderen over hoe het is om alleen thuis te zitten.

Het zou dus kunnen dat die nieuwe technologische ontwikkeling van de sociale media met zich mee brengt dat we vaker ten prooi vallen aan de vrees te worden buitengesloten. Dat zou dan staan tegenover het voordeel dat je gemakkelijker contact houdt.

Die vrees te worden buitengesloten is so wie so al groter onder de condities van sociale vluchtigheid, die zo kenmerkend zijn voor onze huidige manier van samenleven. We zijn er als groepsdier op ingesteld om relaties te hebben die zo vanzelfsprekend zijn dat je zelden of nooit bang hoeft te zijn dat anderen jou buitensluiten. Nu we veel meer vluchtige contacten hebben, ontbreekt vaak die vanzelfsprekendheid. En dat stelt ons voor uitdagingen.

Hoe ermee om te gaan dat die vrees voor uitsluiting vaker de kop opsteekt?

De nieuwe studie Why Do People Experience the Fear of Missing Out (FoMO)? Exposing the Link Between the Self and the FoMO Through Self-Construal wijst erop dat je minder last hebt van die vrees voor uitsluiting als je jezelf meer ziet als een onafhankelijk iemand.

Zo'n zelfbeeld van een onafhankelijk iemand betekent dat je jezelf meer ziet als een autonoom en op zichzelf staand individu. Dat aan zichzelf genoeg heeft. Daartegenover kun je jezelf ook zien als iemand die zich door onderlinge afhankelijkheid sterk met anderen verbonden voelt. In het sociaalwetenschappelijk onderzoek kom je die tegenstelling tegen als die tussen een independent en een interdependent self-construal. Een baanbrekend artikel is Culture and the Self. Implications for Cognition, Emotion, and Motivation van Markus en Kitayama uit 1991. Zie ook Wat is geluk? Culturele verschillen.

Volgens die nieuwe studie kun je de uitdaging van hoe om te gaan met het op de loer liggen van buitengesloten te worden dus beter aan als je je maar niet teveel verbonden voelt met anderen. Zie jezelf als onafhankelijk en autonoom, als iemand die anderen niet nodig heeft, en dan vermijd je dat vervelende gevoel van er niet bij te horen.

Daar zit wat in. Maar toch. Misschien lukt het je om dat autonome zelfbeeld in de lucht te houden. Als een aanpassing aan de sociale vluchtigheid waar we nu eenmaal mee te maken hebben.

Maar zou het dan ook lukken om eenzaamheid buiten de deur te houden? En om een zinvol leven te leiden?

donderdag 11 januari 2018

Meer over het verband tussen het gebruik van sociale media en eenzaamheid

Marlies Maes reageerde op Door sociale media grotere kans om je eenzaam en buitengesloten te voelen met een verwijzing naar het overzichtsartikel Loneliness and Social Internet Use: Pathways to Reconnection in a Digital World?

Dat overzicht van onderzoek laat zien dat het gebruik van sociale media niet alleen samen kan gaan met meer eenzaamheid, maar ook juist met minder eenzaamheid. Het hangt er maar vanaf waar je die sociale media voor gebruikt.

Er zijn er die er hun bestaande sociale contacten beter mee weten te onderhouden of er zelfs nieuwe contacten mee weten te leggen, en dat vermindert dus de kans op eenzaamheid. Dat wil zeggen, onder de voorwaarde dat de online interacties maar genoeg worden aangevuld met de offline interacties. Dit eenzaamheidsreducerende effect bestaat opvallend vaak bij ouderen.

Maar bij anderen komt de activiteit op sociale media meer in de plaats van offline interacties en dat heeft een eenzaamheidsverhogend effect. Je hebt dan immers minder bevredigender en stimulerender interacties "in het echt", waardoor je je eenzamer gaat voelen.

Daar komt nog het tweerichtingsverkeer bij: niet alleen maakt sociale media-activiteit eenzamer, maar ook vergroot eenzaamheid het sociale mediagebruik. Degenen die al eenzaam zijn, trekken zich nog meer terug en gaan het internet op.

Al deze inzichten komen voort uit zogenaamd cross-sectioneel onderzoek, waarin mensen worden vergeleken die meer of juist minder actief zijn op de sociale media.

In het onderzoek van Jean Twenge waar het in Door sociale media grotere kans om je eenzaam en buitengesloten te voelen over ging, worden generaties vergeleken. En daaruit valt op te maken dat de generatie die is opgegroeid met internet en sociale media in vergelijking met de vorige generaties meer tijd doorbrengt met online interactie en minder met offline interacties. En zich daardoor meer eenzaam voelt en meer buitengesloten. Mezelf citerend:
Tussen 2000 en 2015 nam het aantal adolescenten dat bijna elke dag vrienden ontmoet met meer dan 40 procent af. Rondhangen met vrienden is sterk afgenomen. In plaats daarvan hangen ze meer rond op de sociale media.
En daarmee samenhangend nam de kans op symptomen van depressie en op zelfmoordgedachten toe. Ook weer in vergelijking met de vorige generaties.

Het zal dus zeker zo zijn dat er binnen deze generatie verschil is in de manier waarop de sociale media worden gebruikt. Sommigen zullen ze zo gebruiken dat ze er juist minder eenzaam door worden. Maar per saldo is de kans op eenzaamheid in vergelijking met de vorige generaties dus toegenomen.

donderdag 28 december 2017

Door sociale media grotere kans om je eenzaam en buitengesloten te voelen

Update. Een versie van dit bericht is nu ook als gastblog te lezen op Samen tegen eenzaamheid.
Twee vragen over het gebruik van sociale media kwamen in het vorige bericht niet aan de orde:
  • komt communicatie via de sociale media in de plaats van real life-ontmoetingen?
  • als dat zo is, heeft dat dan negatieve welzijnseffecten?
Antwoorden op die vragen komen naar voren uit het onderzoek van Jean Twenge, waarover ze verslag doet in The Atlantic: Have Smartphones Destroyed A Generation?

Jean Twenge doet al langer onderzoek naar verschillen tussen generaties. Eerder kwamen we haar tegen toen het ging om de toename van narcisme in de Verenigde Staten sinds de jaren 50 van de vorige eeuw. Nu gaat het over de generatie, die ze iGen noemt en die geboren is tussen 1995 en 2012. Het is de generatie die opgroeide met de smartphone, met een Instagram account nog voor ze naar het voortgezet onderwijs gingen en zonder herinnering aan een tijd van voor het internet.

En dit blijkt precies de generatie te zijn die meer tijd doorbrengt op sociale media en minder tijd besteedt aan real life ontmoetingen met vrienden buitenshuis. Tussen 2000 en 2015 nam het aantal adolescenten dat bijna elke dag vrienden ontmoet met meer dan 40 procent af. Rondhangen met vrienden is sterk afgenomen. In plaats daarvan hangen ze meer rond op de sociale media.

Bij de jongste generatie is het dus inderdaad zo dat tijdsbesteding aan sociale media, zoals in je eentje op je kamer op je bed liggen met je telefoon, in de plaats is gekomen van echte sociale activiteiten.

Het doet me denken aan de supernormale stimulus van Niko Tinbergen: dat grote, felgekleurde ei, waar de zeemeeuwen energiek op gingen zitten broeden in plaats van op hun echte eieren. Facebook, Snapchat, Instagram en al die sociale media als een overdreven, in het oog springend sociaal domein, dat verleidt en opslokt.

En heeft dat verleid worden en opgeslokt worden dan negatieve welzijnseffecten?

Nou, reken maar. Hoe meer tijd doorgebracht op Facebook, hoe ongelukkiger. Zonder aanwijzingen voor het omgekeerde verband: hoe ongelukkiger, hoe meer je op Facebook zit.

Bovendien zijn de adolescenten die elke dag op de sociale media actief zijn en minder vrienden in het echt ontmoeten, precies degenen die zich vaker eenzaam en buitengesloten voelen. En ze hebben een grotere kans op symptomen van depressie en op zelfmoordgedachten.

Een deel van de verklaring zou kunnen zijn dat je je meer buitengesloten gaat voelen hoe meer je voortdurend geïnformeerd wordt, via die sociale media, hoe leuk anderen het samen hebben. Want iedereen die iets leuks doet, maakt daar meteen digitaal gewag van. Twenge daarover:
For all their power to link kids day and night, social media also exacerbate the age-old teen concern about being left out. Today’s teens may go to fewer parties and spend less time together in person, but when they do congregate, they document their hangouts relentlessly—on Snapchat, Instagram, Facebook. Those not invited to come along are keenly aware of it. Accordingly, the number of teens who feel left out has reached all-time highs across age groups. Like the increase in loneliness, the upswing in feeling left out has been swift and significant.
En dat doet natuurlijk denken aan Over het sociale leven van anderen zijn we eenzijdig geïnformeerd. Daarom denken we dat anderen een rijker sociaal leven hebben.

maandag 7 november 2016

Goedbeschouwd kunnen we niet verbaasd zijn over de toename van narcisme en populisme in de politiek

Hoe de opkomst van het populisme, en van het narcisme waar het de uitingsvorm van is, te verklaren? 

Dat vraag je je natuurlijk af aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarin Donald Trump, misschien de grootste narcist in de politiek na Adolf Hitler, een kans maakt om president te worden van het machtigste land ter wereld. Maar ook vraag je je dat af als je het slagveld van de Europese politiek overziet, de treurigstemmende toestand die door de maar voortdurende rampzalige bezuinigingspolitiek is voortgebracht. En dan hebben we het nog niet over wat zich aan de randen van ons continent afspeelt, in Turkije en Rusland.

Misschien moet je om een verklaring te vinden zowel kijken naar de aanbodkant als naar de vraagkant van de politieke markt.

Aan de aanbodkant zie je de opkomst van de narcisten die leider willen worden of het al zijn. Het zijn die politici die claimen als enige het ware volk te vertegenwoordigen. Die fantaseren over een volk dat hen bewondert en bewierookt. Die in de strijd om de volksgunst te winnen geen anderen naast zich, laat staan boven zich, kunnen verdragen. En die daarom bereid zijn de democratie de nek om te draaien als dat hen beter uitkomt.

Hoe kan het dat zich ineens zoveel narcisten in de politiek aandienen? Het publieke domein, dat van de politiek, de massamedia en de sociale media, lijkt het ideale werkterrein voor de narcist. Maar dat was het eerder ook al en verklaart dus niet de recente opkomst.

Kan het zijn dat het een gevolg is van de toename van narcistische trekken onder de gehele bevolking? Van het narcistische reservoir?

Er zijn aanwijzingen voor zulk een toename op grote schaal. Denk aan The Narcissism Epidemic van Twenge en Campbell. Als die toename er echt is geweest en als narcisten meer dan gemiddeld gemotiveerd zijn om in het publieke domein te opereren, dan kun je verwachten dat de effecten daarvan in dat publieke domein dubbelop waarneembaar zullen zijn.

Wie weet, zit daar iets in. Maar er is ook nog de vraagkant. De kant dus van de kiezers die hun stem uitbrengen.

Als je bedenkt dat narcisten die aan de macht willen komen, niet kieskeurig zijn wat de middelen aangaat om hun doel te bereiken, dan vraag je je af hoe kiezers daar dan over zullen oordelen.

Neem de lange lijsten met leugens waar Trump zich gedurende zijn campagne van heeft bediend. De meest recente opsomming daarvan die ik tegenkwam is hier te vinden: Trump has made almost 500 false claims in last 7 weeks: report. En kijk eens op de website Trump Lies. (En let even op de overeenkomsten met Hitler, die als motto had dat een leugen eerder wordt geloofd hoe groter hij is en hoe vaker hij herhaald wordt.)

Je zou toch denken dat kiezers niet gecharmeerd zijn van een politicus die alles bij elkaar liegt. Maar het bericht ‘Low information voters’ are a crucial part of Trump’s support vandaag in de Washington Post zet je dan aan het denken. Ik citeer daaruit:
Our research finds that Trump has attracted a disproportionate (and unprecedented) number of “low-information voters” to his campaign. Furthermore, these voters are more likely to respond to emotional appeals — whether about the economy, immigration, Muslims, racial relations, sexism, and even hostility to the first African American U.S. president, Barack Obama. They are the ideal constituency for a candidate like Trump.
We define low-information voters as those who do not know certain basic facts about government and lack what psychologists call a “need for cognition.” Those with a high need for cognition have a positive attitude toward tasks that require reasoning and effortful thinking and are, therefore, more likely to invest the time and resources to do so when evaluating complex issues. Those with a low need for cognition, on the other hand, find little reward in the collection and evaluation of new information when it comes to problem solving and the consideration of competing issue positions. They are more likely to rely on cognitive shortcuts, such as “experts” or other opinion leaders, for cues.
Dat wijst op de mogelijkheid van een toename van de groep van slecht geïnformeerde kiezers als een verklaring voor de toegenomen "vraag" naar liegende politici. De speelruimte voor narcistische leugenaars neemt natuurlijk toe als meer kiezers niet meer het verschil kunnen vaststellen tussen wat waar is en wat niet waar is.

Zou die groep van slecht geïnformeerde kiezers inderdaad zijn toegenomen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk.

Want kiezers halen hun informatie oftewel uit de massamedia oftewel uit de sociale media. En de massamedia zijn vergaand vercommercialiseerd en daardoor veel meer gericht op amusement dan op informatie. In een democratie is goede informatieverstrekking een publiek goed en we weten dat een publiek goed niet door de markt tot stand komt.

Net zo weten we dat de sociale media onderhevig zijn aan het mechanisme dat iedereen, als hij al op zoek is, zoekt naar bevestiging van de eigen mening. Die confirmation bias verhindert dat mensen zich goed informeren, ondanks dat ze nooit eerder in de geschiedenis zo gemakkelijk toegang hadden tot een zo breed scala aan kennis en inzichten.

Het is juist andersom: doordat het vinden van bevestiging zo gemakkelijk is geworden, zien we polarisatie en extremisme toenemen. Zie dat mooie boek Going To Extremes van Cass Sunstein.

Goed beschouwd kunnen we dus eigenlijk niet verbaasd zijn over die toename van narcisme en populisme in de politiek.