Posts tonen met het label Felicia Huppert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Felicia Huppert. Alle posts tonen

woensdag 7 oktober 2015

Floreren/gedijen als grondslag voor breed welvaartsbegrip?

Vandaag is in de Tweede Kamer de constituerende vergadering van de tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip. Die commissie moet gaan uitzoeken of het bruto binnenlands product (BBP) wel voldoet als maatstaf voor onze welvaart. En of het niet nodig is om aanvullende indicatoren standaard op te nemen en te betrekken bij het politieke debat en de beleidsontwikkeling.

Het eenvoudige idee achter die vraag is dat het in het BBP om alles draait waar geld bij te pas komt en dat daardoor veel zaken die ons welbevinden beïnvloeden buiten de boot vallen. Om de gedachten te bepalen: als ik een vriend help met een klus, als een normale vriendendienst, dan is dat slecht voor het BBP. Als hij een klusbedrijf had ingehuurd, dan was er een economische transactie geweest in plaats van een vriendendienst, en die had wel mee geteld in het BBP.

Anders gezegd, onze welvaart, gemeten in het BBP, neemt toe als wij minder om niet voor elkaar doen en in plaats daarvan meer uitgeven aan commerciële dienstverlening. Vermarkting heet dat. De grote waarde van het iets voor elkaar doen en het welbevinden dat daaruit voortvloeit, dat telt niet mee in het BBP. Denk dan even aan alle berichten op dit blog over het verband tussen sociale contacten (en pro-sociaal gedrag) en ons welbevinden en onze gezondheid.

Het is in feite nog erger, want als wij als gevolg van een gebrek aan sociale contacten eenzaam en ziek worden, dan doen we een beroep op de gezondheidszorg, waardoor het BBP stijgt. Goed voor onze welvaart dus. Ja, dat is bizar. Dat er ook zoiets als sociale welvaart bestaat, nee, daarvan is in het BBP niets bekend.

Maar in de Tweede Kamer is er terughoudendheid, want vooralsnog mag de commissie alleen aan het werk met fase 1 van het beoogde onderzoek. In die fase gaat het om de vraag of het BBP nog wel voldoet. Vervolgfasen zouden er uit bestaan dat onderzocht wordt welke aanvullende maatstaven en indicatoren eventueel gebruikt en/of ontwikkeld zouden moeten worden. Zie de brief van het presidium van de TK met het onderzoeksvoorstel.

Kennelijk bestaat er bij een groot deel van de Tweede Kamer flinke tegenzin en willen die Kamerleden maar het liefst zo gauw mogelijk tot het besluit komen dat het BBP als maatstaf voldoende is en dat nader onderzoek overbodig is.

Er zijn allerlei goede redenen om eens goed na te denken over dat BBP als enige maatstaf voor welvaart. Sterker, er is al veel over nagedacht. Neem het lijvige en doorwrochte Report by the Commission on theMeasurement of EconomicPerformance and Social Progress (pdf) van Stiglitz, Sen en Fitoussi en een keur van deskundigen, dat in 2009 in opdracht van de toenmalige Franse president Sarkozy werd uitgebracht. Het had voor hand gelegen dat de commissie als opdracht had gekregen om dit rapport als uitgangspunt te nemen, om op die wijze meteen aan de vervolgfasen te kunnen beginnen. Eerder vandaag wees Merijn Knibbe in een tweet op het belang van dit rapport.

Trouwens, het idee dat je zou kunnen besluiten dat het BBP voldoet zonder kennis te hebben genomen van aanvullende maatstaven en criteria, is nogal eigenaardig. Zonder te weten wat je mist, neem je dan het besluit dat wat je hebt voldoet.

Een ontwikkeling die sterk bij deze discussie aansluit, is de opkomst van de positieve psychologie. Terwijl de psychologie er tot nu toe vooral op gericht is om psychische afwijkingen als depressie en angststoornissen te behandelen, bestudeert de positieve psychologie de tegengestelde pool, die van het menselijk floreren en gedijen. Het gaat dan om de vraag of je kunt bepalen wat dat precies is en wat je kunt doen om het te bevorderen.

Een interessante studie in die richting is Flourishing Across Europe: Application of a New Conceptual Framework for Defining Well-Being van Felicia Huppert en Timothy So. Zij ontwikkelen een operationalisering van floreren/gedijen door van de bekende en algemeen aanvaarde criteria voor depressie en angststoornissen de tegenpolen te bepalen. Langs die weg komen ze tot een lijst van 10 aspecten van floreren/gedijen:
  • gevoel van competentie
  • emotionele stabiliteit
  • geëngageerd zijn
  • gevoel van zinvolheid
  • optimistisch zijn
  • positieve gevoelens hebben
  • positieve relaties hebben
  • veerkrachtig zijn
  • zelfvertrouwen hebben
  • je vitaal voelen
Vervolgens vinden ze in bestaand onderzoek, de European Social Survey, indicatoren voor elk van deze aspecten. Dat onderzoek is uitgevoerd in 23 Europese landen. En dan komen allerlei interessante inzichten naar voren. Zoals dat het geheel van deze 10 aspecten bepaald niet gevangen wordt door de ene vraag naar de tevredenheid met het leven. Het heeft dus zin om breder te kijken dan naar een algemeen oordeel.

Maar wat vooral opvalt is dat naast de economische welvaart (dat BBP), zaken van belang zijn voor de mate van floreren/gedijen als: minder inkomensongelijkheid, meer sociale zekerheid (verzorgingsstaat!), goede toegang tot de gezondheidszorg en lage werkloosheid.

En dat pleit er wel degelijk voor om een bredere welvaartsmaatstaf te hanteren dan het BBP. Hopelijk komt de commissie Breed welvaartsbegrip er aan toe om zich hierop te bezinnen.
Update. Zie ook het vervolgbericht: Hoe is het om te floreren en goed te gedijen? En hoeveel mensen floreren/gedijen?

maandag 7 april 2014

Zijn familiedrama's en schietpartijen een sociaal-wetenschappelijk probleem? Over maatschappij-verandering!

In Laren heeft zich een familiedrama afgespeeld. Een ex-bankier, zijn vrouw en hun dochter werden thuis dood aangetroffen.

Er zijn zo nu en dan berichten over zulke "gezinsmoorden", waarbij de dader daarna zichzelf van het leven berooft. De Volkskrant opent vanochtend met het bericht dat het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) onderzoek doet naar de motieven van de daders. Daarbij nemen ze ook die incidenten mee van eenlingen die lukraak aan het moorden slaan en dan zelfmoord plegen.

Dat onderzoek bestaat er uit dat in dit soort gevallen de relaties van de dader worden ondervraagd en van de gegevens een databank wordt aangelegd. Zo komt er misschien op den duur meer inzicht in de motieven en omstandigheden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een psychiater, een psycholoog en een milieuonderzoeker. Milieuonderzoeker? Ja, het staat er.

Dat onderzoek moet zeker gebeuren. Er is hoogstwaarschijnlijk iets aan de hand met die daders dat intensief onderzoek door een psycholoog en en psychiater rechtvaardigt.

Maar het kan daarnaast ook zijn dat we hier met een sociaalwetenschappelijk probleem te maken hebben. Misschien zijn er onderliggende maatschappelijke ontwikkelingen die de kans op dit soort drama's verhogen. (Update. Denk aan de kanaries in de kolenmijn.) In een maatschappij met toenemend sociaal isolement van gezinnen en van statuscompetitie is er een hoog niveau van stress door eenzaamheid en strijd om status. Het is een sociale omgeving die een epidemie van narcisme lijkt te hebben aangewakkerd. Zie The Narcissism Epidemic: Living in the Age of Entitlement.

Niet iedereen kan daar even goed mee overweg. En sommigen bezwijken er onder en komen, afhankelijk van de persoonlijke en lokale omstandigheden tot moeilijk te begrijpen daden. Dat daarin eenzaamheid, teleurstellingen in de statusstrijd en narcisme een rol kunnen spelen, dat kun je opmaken uit enkele citaten uit het interview dat De Volkskrant heeft met Nils Duits, de leider van het NIFP-onderzoek:
bij gezinsdodingen is dat doorgaans een man van rond de veertig waarbij verlies en teleurstelling een rol spelen, zoals verlies van werk of echtscheiding, in combinatie met stemmingsstoornissen en narcisme - ze zijn snel gekrenkt.
Van schooldoders weten we dat het vaak jongeren zijn die worden gepest. Ze zijn teruggetrokken en rancuneus. Ze hebben narcistische trekken en grootheidsideeën terwijl ze eigenlijk de underdog zijn.
Het is natuurlijk niet zo dat een sociaalwetenschappelijke blik zou kunnen voorspellen wie en wie niet zulke daden gaat plegen. Maar waar hij ons wel op kan wijzen is dat maatschappelijke ontwikkelingen, die we geneigd zijn als vanzelfsprekend te beschouwen en niet tegen te houden, een toename van zulke incidenten met zich mee kunnen brengen.

Dat zou pleiten voor een "bevolkingsgerichte benadering". Anders gezegd, maatschappijverandering.

En precies zo'n pleidooi hield de psychologe (!) Felicia Huppert vijf jaar geleden in iets ander verband. Zie A new approach to reducing disorder and improving well-being (pdf), verschenen in Perspectives on Psychological Science.

Ik vond het toen en nu nog steeds een geweldig betoog, dat meer aandacht verdient dan het lijkt te krijgen. Hier is voor een eerste kennismaking de samenvatting:
Psychological science has usually approached the treatment of disorder through research on individual combinations of risk and protective factors (including life experiences, thinking styles, behaviors, social relationships and genes) and the application of interventions that focus on improvements in the individual. However, we can do better than this. Not only should we be aiming to enhance well-being rather than merely reducing disorder, but we should also be doing so for the majority of people rather than the few who have a disorder. In this article, I focus on the mental health spectrum and make the case for a broad population-based approach. I argue that a very small shift in the population mean of the underlying symptoms or risk factors can do more to enhance well-being and reduce disorder than would any amount of intervention with individuals who need help. Examples from research on alcohol abuse and psychological distress are presented to illustrate the value of a population-based approach.