Posts tonen met het label mantelzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mantelzorg. Alle posts tonen

maandag 20 januari 2014

Zijn mensen van nature zorgverleners? Waarom voor een ander zorgen goed voor je is

Zijn wij mensen van nature zorgverleners? In de zin dat we goed gedijen als we voor een ander zorgen? Dat we ons er beter bij voelen, dat onze gezondheid er baat bij heeft en dat we er zelfs langer door leven?

De onderzoekers Michael en Stephanie Brown komen in Informal Caregiving: A Reappraisal of Effects on Caregivers (betaalpoort) tot de conclusie dat dat inderdaad zo is. Maar dat heeft nog heel wat voeten in de aarde.

Want onderzoek levert tegenstrijdige conclusies op. Er is onderzoek dat juist wijst op negatieve effecten van zorgen voor een ander. Van mantelzorg, zoals we dat in Nederland zijn gaan noemen. Maar Brown en Brown laten zien dat er in dat onderzoek niet goed rekening wordt gehouden met al bestaande gezondheids- en leeftijdsverschillen verschillen op het moment dat de mantelzorg begon. Als je partner oud en zorgbehoeftig wordt, dan is de kans groot dat jezelf ook al op leeftijd bent en gezondheidsproblemen hebt. Een onderzoeker moet jou dan niet gaan vergelijken met een jonger iemand die geen mantelzorg geeft. Je komt er dan uit met meer gezondheidsproblemen, maar die komen dan niet voort uit het geven van mantelzorg.

Daar komt nog bij dat in veel van dat onderzoek speciaal aandacht is voor mogelijke negatieve effecten. En ja, als je niet vraagt naar mogelijke positieve effecten, dan zul je ze ook niet aantreffen.

Aan de andere kant is er onderzoek dat wijst op positieve effecten van het zorgen voor anderen. Zo is er de studie Providing social support may be more beneficial than receiving it: results from a prospective study of mortality (betaalpoort), waarin oudere echtparen 5 jaar lang werden gevolgd. Gecontroleerd voor de gezondheid aan het begin van die periode (en voor een aantal andere factoren), was de mortaliteit voor die personen lager die meer hulp hadden gegeven aan vrienden, familie en buren en die hun partner meer emotioneel ondersteund hadden. En in de studie Caregiving Behavior Is Associated With Decreased Mortality Risk werd bij oudere echtparen gevonden dat het zorgen voor de partner de levensduur verlengde, ook weer met controle voor aanvankelijke gezondheidstoestand en andere factoren. Zie ook nog eens eerder dit bericht. En zie Brown en Brown (link bovenaan) voor meer onderzoek met overeenkomstige resultaten.

Dat wij goed gedijen bij het helpen van en zorgen voor anderen is niet zo gek. In de Paleo Sociale Omgeving deden we dat al, getuige de archeologische vondsten die laten zien dat onze verre voorouders al hun best moeten hebben gedaan om gebrekkigen in leven te houden en te ondersteunen. Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat jonge kinderen van 18 maanden gevoelig zijn voor noden van anderen en dat ze gemotiveerd zijn om te helpen. Die gevoeligheid en motivatie zijn kennelijk al als potentie aanwezig. Dat wordt bevestigd door hersenonderzoek en onderzoek naar de werking van oxytocine en progesteron. En bovendien weten we al dat het leiden van een zinvol leven, o.a. gekenmerkt door zorg voor anderen, meer samengaat met welbevinden en gezondheid dan "alleen maar" een gelukkig leven.

Maar dat alles wijst er ook op dat die natuurlijke behoefte om voor anderen te zorgen zijn beperkingen heeft. We zorgen eerder voor degenen met wie we vertrouwd zijn dan voor vreemden. Daar kunnen wij natuurlijk bewust over nadenken, maar het gedrag lijkt meer onbewust en automatisch tot stand te komen. Het wijst op de grote rol van vertrouwdheid in het gedrag van zoogdieren in het algemeen. Ik moest daar aan denken toen ik vorige week de studie Pro-social behavior in rats is modulated by social experience las, die laat zien dat ratten elkaar helpen (om uit een kooitje te ontsnappen), maar alleen als de ander een vertrouwde is. Zo heel bijzonder zijn wij mensen ook weer niet.

En er zijn situaties waarin je in je natuurlijke behoefte om te helpen gefrustreerd wordt door praktische beperkingen. Dat slaat op de vervreemding van de overbelaste mantelzorger. Juist omdat we die zorgbehoefte hebben, levert het stress op als we er niet naar kunnen handelen.

zaterdag 9 november 2013

Is het Onvoorwaardelijk Basis Inkomen het sluitstuk in de opbouw van de verzorgingsstaat?

Dat armoede op zich een oorzaak is van slechter cognitief functioneren en dat armen het geld dat ze krijgen gebruiken om aan de armoede te ontsnappen, zijn extra argumenten die pleiten voor de invoering van een Onvoorwaardelijk Basis Inkomen (OBI). Zie (nog eens) dit bericht. Die mogelijke invoering van het OBI is actueel door het Europese Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen. Zie de website van dat initiatief en de website van de Nederlandse Vereniging Basisinkomen.

Eerlijk gezegd was ik tot voor kort niet op de hoogte van dat Europese Burgerinitiatief. Omdat ik het OBI een intrigerend idee vind, ben ik me er een klein beetje in gaan verdiepen. Al was het maar om de voornaamste argumenten er voor te achterhalen. Ik kwam terecht bij dit artikel (pdf) van Loek Groot (van 1997) en dit inleidende hoofdstuk (pdf) van het boek Basic Income on the Agenda: Policy Objectives and Political Chances (2000) van Loek Groot en Robert van der Veen. Wat leverde dat op?

Het OBI zou best eens een verstandige oplossing kunnen zijn voor de twee grote problemen waar de verzorgingsstaat mee te maken heeft. Het eerste probleem is dat van de armoedeval, waarin we uitkeringstrekkers terecht laten komen. Het aanvaarden van een baan vanuit een uitkeringssituatie levert vaak weinig extra's op en kan zelfs een financiële achteruitgang betekenen. Dat maakt de gemiddelde uitkeringsduur waarschijnlijk langer dan anders het geval was.

En het tweede probleem is dat de verzorgingsstaat nu moeite heeft om grote en langdurige werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te voorkomen. Het marktmechanisme zorgt er niet als vanzelf voor dat iedereen, ook degenen met weinig opleiding en vaardigheden die nodig zijn voor het functioneren in een arbeidsorganisatie, te werk gesteld kan worden. De productiviteit van hun arbeid is zo laag, vaak lager dan de hoogte van het minimumloon, dat er op de arbeidsmarkt weinig vraag naar is. Arbeidsorganisaties en de arbeidsmarkt zijn als moderne uitvindingen niet als vanzelfsprekend voor iedereen geschikte omgevingen om succesvol in te kunnen functioneren. Ook als overheden het doel van volledige werkgelegenheid serieus zouden nastreven, wat ze tegenwoordig nalaten, dan blijft dit een probleem. Oplossingen daarvoor, zoals het quotum arbeidsgehandicapten en de sociale werkplaatsen die binnen het huidige stelsel van de verzorgingsstaat blijven, lijken niet goed te werken.

 Het OBI verschaft voor beide problemen een oplossing. Iedereen (boven de 18) heeft dat basisinkomen en alles wat hij of zij daar bovenop verdient is extra inkomen. Weg armoedeval. En iedereen met een arbeidsproductiviteit die hoger dan nul is, kan profijtelijk worden aangesteld tegen het loon dat met die productiviteit in overeenstemming is. Dat kan dus een laag loon zijn, omdat er al dat basisinkomen is. Daarmee zou ook de werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt verleden tijd zijn.

Oké, maar zo'n basisinkomen zal toch wel veel meer voeten in de aarde hebben? Moeten de belastingen niet verhoogd worden om al dat geld op te brengen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk. Maar daar staan veel besparingen tegenover. Zoals op het verstrekkingen- en controleapparaat van de huidige uitkeringen.

En het basisinkomen vergroot de countervailing power van de werknemers. Je hoeft niet meer elke rotbaan te accepteren als je een inkomen, ook al is dat laag, achter de hand hebt. Dat kan werkgevers er toe brengen zich meer uit eigen beweging in te spannen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Waardoor de arbeidsomstandighedenwetgeving misschien wel overbodig wordt, evenals de omvangrijke organisatie daaromheen.

Ook zou het kunnen dat het basisinkomen mensen in staat stelt om betere afwegingen te maken tussen werk en andere belangrijke bezigheden. Zoals mantelzorg, informele hulpverlening, vrijwilligerswerk en buurt- en andere sociale activiteiten. Die ook heel belangrijk zijn voor het welzijn en de gezondheid van mensen. Als we de participatiemaatschappij willen, dan moeten we misschien wel de verzorgingsstaat vervolmaken door de invoering van een basisinkomen.

Maar het is natuurlijk ook weer niet realistisch om te denken dat je van te voren alle gedragseffecten van die invoering kunt inschatten en modelleren. Dat pleit er voor om te beginnen met experimenten en met een gefaseerde invoering, waardoor je stapsgewijs meer over die effecten te weten komt. Op de website van de vereniging Basisinkomen vind je een uitgewerkt stappenplan.

zaterdag 13 juli 2013

De vervreemde mantelzorgers - Mantelzorgers mishandelen uit stress - TROUW

Trouw schrijft dat ouderenmishandeling toeneemt doordat mantelzorgers steeds vaker overbelast raken. Zie de link onderaan. En lees ook eens de vele reacties op dat bericht.

Ouderenombudsman Jan Romme zegt dat iedereen ontzettend zijn best doet, maar dat de regering op de "jonge ouderen" een steeds groter beroep doet. Die moeten niet alleen voor hun kleinkinderen zorgen, omdat de kinderopvang onbetaalbaar is geworden, maar ook hun oude vader of moeder verzorgen, terwijl de dagopvang voor ouderen wordt afgebouwd. En ze moeten langer doorwerken en vrijwilligerswerk doen. Overbelaste mantelzorgers hebben last van slapeloosheid, tobben veel en hebben geen tijd meer voor werk of sociale activiteiten. Dat kan door onmacht en wanhoop leiden tot verwaarlozing en mishandeling.

Stress dus. Die eruit voortkomt dat wij een sterke zorgimpuls hebben, terwijl wij die zorg in onze huidige maatschappelijke omstandigheden en sociale omgeving nauwelijks nog met anderen kunnen delen. Anderen hebben om voor te zorgen ervaren we als een verrijking van het leven, behalve als we er helemaal alleen voor staan. En de kans daarop wordt bij kleinere en sociaal geïsoleerde gezinnen steeds groter. Dat is de tragiek van de vervreemding: De vervreemding van de overbelaste mantelzorger.

Mantelzorgers mishandelen uit stress - Gezondheid - TROUW:

'via Blog this'

zaterdag 16 februari 2013

De vervreemding van de overbelaste mantelzorger

We weten dat mensen graag betaald werk hebben, maar ook dat van alle bezigheden die we op een dag kunnen hebben, betaald werk bijna onderaan staat wat betreft het geluk en de ontspanning die we dan ervaren. We worden gelukkiger van het hebben van betaald werk, in vergelijking met werkloosheid, maar de bezigheid van het werk ervaren we als de op een na (ziek op bed liggen) meest onaangename. Ik ging daar in dit bericht op in, waarin ik dit bij nadere beschouwing merkwaardige fenomeen als vervreemding karakteriseerde.

Maar er viel me nog iets anders op aan dat onderzoek waar ik aan refereerde. Van de 40 bezigheden die mensen konden doen, stond "Zorgen voor of helpen van volwassenen" (zeg, mantelzorg) ook heel laag in de rangorde, precies een plaats boven werken, zowel wat geluk als ontspanning betreft. Om de gedachten te bepalen: heel laag staan ook "Wachten, in de rij staan" (toch nog een plaats hoger) en "Reizen, woon-werk verkeer". Kennelijk worden we heel ongelukkig en gespannen van het zorgen voor volwassenen, van mantelzorg.

Dat is opvallend, want uit ander onderzoek blijkt dat het anderen helpen en het voor anderen zorgen een positief gezondheidseffect kan hebben en de levensduur kan verlengen. In dit bericht ging ik op dat onderzoek in.

Wat is hier aan de hand? Wat ik kan bedenken is dat het hebben van anderen die jou hulp en zorg nodig hebben (partner, familielid, buren, vrienden), je een goed gevoel geeft, omdat het de zin van je leven verhoogt en een doel aan het leven geeft. Het gaat dan om het gevoel nodig te zijn. De afwezigheid van dat gevoel komt misschien al gauw in de buurt van het gevoel van eenzaamheid en daarvan is het negatieve gezondheidseffect bekend.

Tegelijkertijd kan het zijn dat de bezigheid van dat zorgen en helpen vergeleken met andere bezigheden juist heel weinig geluksgevoel en ontspanning verschaft. En dat zou er weer mee te maken kunnen hebben dat deze zorg en hulp, de mantelzorg, vaak op te weinig mensen neerkomt. Door ons sterke sociale isolement van gezinnen raken mantelzorgers snel overbelast.

Dus eigenlijk zouden we een toestand willen waarin we die mantelzorg meer met anderen kunnen delen, zodat het ons wat gemakkelijker gemaakt wordt om aan die natuurlijke behoefte om voor anderen te zorgen, tegemoet te komen. Dat die toestand niet bestaat, is dat eigenlijk ook niet een soort vervreemding?
Update. Net zoals cooperative breeding de natuurlijke toestand is voor het grootbrengen van kinderen, is cooperative care dat voor de zorg voor hulpbehoevende volwassenen en ouderen.