maandag 15 december 2014

Politieke partijen moeten kritischer zijn over het Centraal Plan Bureau

Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog hebben we in Nederland het Centraal Plan Bureau, dat o.a. tot taak heeft om de gevolgen voor de economie van nieuw beleid en beleidswijzigingen te analyseren. Dat heeft er in de loop van de jaren toe geleid dat politieke partijen hun verkiezingsprogramma's door het CPB laten doorrekenen.

Dat heeft voordelen, omdat je daarmee voorkomt dat politici van alles beloven dat ze later niet waar kunnen maken. En zo de kiezers een rad voor ogen draaien. Er zijn andere landen die graag ook zo een instituut zouden hebben.

Maar er zijn ook nadelen. Want het CPB heeft voor die analyses een model van de gehele economie nodig waarin nogal wat veronderstellingen liggen besloten. Uiteraard horen die zo goed mogelijk empirisch te zijn onderbouwd. En als dat niet goed mogelijk is, omdat er nog niet genoeg onderzoek is of omdat verschillende studies elkaar tegenspreken, dan zou het CPB daar met zoveel woorden op moeten wijzen. En zeker zou het CPB moeten zien te voorkomen dat er twijfels ontstaan over de zorgvuldigheid waarmee met die veronderstellingen van het model wordt omgegaan.

En helaas bestaan die twijfels er. Hans de Geus wijst daarop in zijn HET CPB, MACHTIG INSTITUUT MET TUNNELVISIE van twee dagen geleden. Aan de hand van drie onderwerpen (loonmatiging, pensioensparen en bezuinigen) laat hij zien hoe het CPB in zijn analyses keuzes maakt ten aanzien van de veronderstellingen die in het model worden gestopt, die niet goed empirisch zijn onderbouwd. Dat wil zeggen, het CPB schiet tekort in het duidelijk naar voren halen van die keuzes en het wijzen op de onzekerheden die daarmee samenhangen.

Waarom doet het CPB dat? Het kan zijn dat de mensen die er werken gewoon niet goed genoeg zijn. Niet goed op de hoogte zijn van het gehele scala aan het beschikbare onderzoek. Zich dus niet goed genoeg informeren. Ik ging daarop in in het bericht Hoe goed is het Centraal Planbureau? CPB beoordeeld. En in het bericht Prestatiebeloning in het onderwijs geen goed idee.

Daarin verbaasde ik me er over dat de meeste politieke partijen ineens voorstander waren geworden van prestatiebeloning in het onderwijs. Ik ontdekte toen dat het CPB had besloten om in de doorrekening van verkiezingsprogramma's extra punten toe te kennen aan het voornemen om in het onderwijs prestatiebeloning in te voeren. Op grond waarvan? Op grond van één onderzoek, dat bovendien voortijdig werd afgebroken. Waarbij het vele onderzoek dat wijst op negatieve effecten van prestatiebeloning gewoon was genegeerd.

Dat zoiets gebeurt, stemt bepaald niet gerust. Maar het kan bovendien zijn dat de medewerkers van het CPB zelf ook een visie hebben op welke beleidsvoornemens meer gewenst zijn dan andere. En dus door die visie (ideologie) gekleurde keuzes maken over welk onderzoek ze wel of niet in de onderbouwing van hun veronderstellingen meenemen. 

En volgens Hans de Geus is dat laatste ook het geval. Verwijzend naar het onderzoek ‘As the Central Planning Bureau says’. The Dutch wage restraint paradigm, its sustaining epistemic community and its relevance for comparative research van Becker en Hendriks, maakt hij aannemelijk dat het CPB een centrale rol heeft gespeeld in het groepsdenken dat op bredere schaal bestond (en bestaat) over de wenselijkheid van loonmatiging.

Evenzo heeft het CPB meegezongen in het groepsdenken, de bezuinigingszeepbel noem ik dat, over de noodzaak van bezuinigen na het uitbreken van de eurocrisis en het nut van besparingen.

Bovendien kun je je afvragen waarom het CPB bepaalde studies die voor de hand hadden gelegen niet uitvoerden. Denk aan die mooie studie van de Brusselse denktank Bruegel over de schadelijke gevolgen van het Nederlandse bezuinigingsbeleid. Zie Vernietigend oordeel denktank Bruegel over Nederlands bezuinigingsbeleid.

Aan het werk van het CPB lijkt dus wel wat verbeterd te kunnen worden. Trouwens, dat is niet zomaar een particuliere mening. Want het CPB wordt ook zelf geëvalueerd. Dat is nog vorig jaar gebeurd door de Commissie Beleidsgerichte Toetsing. En wat beveelt die Commissie aan? Om de buiten het CPB aanwezige kennis beter te benutten. Zie Hoe goed is het Centraal Planbureau? CPB beoordeeld

Politieke partijen zouden dus wel eens wat kritischer mogen zijn over het CPB. Misschien zelf ook eens wat meer nadenken en zich beter laten informeren. In plaats van zich maar slaafs te conformeren aan wat het CPB aan veronderstellingen in hun model stopt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen