woensdag 3 december 2014

De belichaming van pro-sociaal gedrag - En wat we daarvan kunnen leren

Als je over anderen bezorgd bent en hen te hulp schiet, dan gebeurt er niet alleen iets in je hoofd, maar ook in een groot deel van je lichaam. Anders gezegd, pro-sociaal gedrag is belichaamd. Hoe zit dat dan in elkaar?

De studie Vagal Activity Is Quadratically Related to Prosocial Traits, Prosocial Emotions, and Observer Perceptions of Prosociality leert ons dat pro-sociaal gedrag te maken heeft met de activiteit van de nervus vagus, ook wel de zwerfzenuw genoemd. Die zenuw ontspringt uit de hersenen en vertakt zich naar het hoofd (o.a. strottenhoofd en stembanden) en naar de ingewanden van de borst- en buikholte. Het is de belangrijkste parasympathische zenuw van het autonome zenuwstelsel (zie Wikipedia).

De activiteit van die zenuw kun je afmeten aan de hartslag en de hartslagvariabiliteit. Als je hartslag lager is en de variabiliteit hoger, dan is je nervus vagus gematigd geactiveerd. Je bent dan in een toestand die je als veilig ervaart, ook wel aangeduid met rest and digest. Je bent kalm en rustig en je autonome zenuwstelsel kan zijn gewone werk doen, zoals spijsvertering. Het tegengestelde van paniek (fight of flight), zou je kunnen zeggen.

Dat betekent dat je in die toestand goed in staat bent om je emoties te reguleren en dus om adequaat te reageren op een stressvolle gebeurtenis. Bovendien worden je stembanden, je ogen en oren en je gezichtsspieren zo gereguleerd dat je gemakkelijker sociaal communiceert en emotioneel betrokken bent bij anderen.

Let wel, dat geldt voor een gematigd verhoogde activering van die nervus vagus. Een sterk verlaagde activering gaat samen met depressie, angststoornis en posttraumatische stress. En een te sterk verhoogde activiteit betekent dat je een manische periode doormaakt.

Maar precies die toestand van gematigde activering blijkt nu de toestand te zijn waarin je gemakkelijk anderen te hulp schiet. Waarin pro-sociaal gedrag wordt bevorderd. Anders gezegd, als uit hartslagmetingen die gematigde activering blijkt, dan is de kans groot dat je met iemand te maken hebt die hulpvaardig is en zich betrokken voelt bij anderen. In termen van persoonlijkheid: een aardiger persoon (agreeableness). Die bovendien meer compassie voelt voor anderen en gevoelens van dankbaarheid koestert.

Als pro-sociaal gedrag op deze wijze belichaamd is, valt dat dan ook door anderen waar te nemen?

En ja, dat blijkt het geval te zijn. De onderzoekers lieten beoordelaars videoclips zien van personen die face-to-face naar iemand luisterden die vertelde over een emotioneel pijnlijke ervaring. Zonder geluid, om het effect van de inhoud van het verhaal uit te schakelen. De beoordelaars keken dus naar de toehoorder. De clips duurden slechts 20 seconden. Vlak voor dat de clips waren opgenomen, was er een hartslagmeting gedaan bij degenen die naar het verhaal luisterden.

De beoordelaars, die uiteraard niet van de uitslag van die hartslagmetingen op de hoogte waren, moesten de personen beoordelen op hoe betrouwbaar (trustworthy), mededogend (compassionate) en aardig (kind) ze de persoon vonden. Die drie oordelen hingen sterk samen en werden gebruikt als maat voor pro-socialiteit. Het bleek toen dat het verband tussen de hartslagmeting en de waargenomen pro-socialiteit zoals verwacht curvilineair was. Degenen met een gematigd verhoogde activiteit van de nervus vagus werden als pro-socialer beoordeeld dan degenen met een verlaagde of sterk verhoogde activiteit. De lichamelijkheid "zorgde er voor" dat de mate van pro-socialiteit binnen 20 seconden kon worden afgelezen.

Al met al dus sterke aanwijzingen dat pro-sociaal gedrag belichaamd is. En het blijkt dus precies die lichamelijke toestand te zijn die optreedt in omstandigheden van veiligheid, waarin mensen pro-sociaal zijn. Je hebt dan een evenwicht tussen aan de ene kant het meeleven met de pijn van de ander (empathie) en aan de andere kant het vermogen om de eigen negatieve gevoelens die je daardoor hebt, goed te reguleren.

Waardoor je niet door negatieve emoties overmand wordt en vooral met je zelf bezig bent. Waardoor je bijvoorbeeld zou besluiten om je van het lijden van de ander af te sluiten. In de trant van "Ik kan het niet langer aanzien". Nee, je bent in staat om die emoties om te zetten in een pro-sociale reactie: je schiet te hulp en/of je biedt troost.

En eigenlijk leren we daarvan hoe het kan dat pro-sociaal gedrag pro-sociaal gedrag uitlokt.

Want dat wisten we: hoe meer pro-sociaal gedrag mensen in hun omgeving meemaken, hoe groter de kans dat ze zichzelf ook pro-sociaal gaan gedragen. Denk nog even terug aan de Dual Mode-theorie, die ik voor het eerst hier besprak. Mensen zijn in staat tot gemeenschapsgedrag (pro-sociaal) of tot statuscompetitiegedrag en "kiezen" voor dat gedrag dat in hun sociale omgeving het meest voorkomt.

En wat is het geval? Hoe meer jij omgeven bent door anderen die zich pro-sociaal gedragen, hoe veiliger die omgeving voor jou is. En dat gevoel van veiligheid is een belichaamd gevoel, een lichamelijke toestand dus die gemakkelijk tot pro-sociaal gedrag leidt.

Pro-sociaal gedrag creëert veiligheid voor anderen, waardoor ook die anderen zich pro-sociaal gaan gedragen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen