Posts tonen met het label Aafke Hendriks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aafke Hendriks. Alle posts tonen

donderdag 12 mei 2016

Over psychisch lijden en de mythe van de verwende baby

Waardoor is er onder mensen zoveel psychisch lijden? Hoe komt het dat er zoveel mensen (ruim meer dan een miljoen) lijden aan angststoornissen? En hoe komt dat er zoveel last hebben van stemmingsstoornissen, zoals depressie (zeker 800.000)?

Dit zijn cijfers voor Nederland. Zie het bericht Hoeveel Europeanen lijden aan een mentale stoornis? voor Europese cijfers.

Bedenk daarbij dat het gaat om het aantal vastgestelde gevallen in een jaar. Dat wijst op veel hogere cijfers als je zou kijken naar hoeveel mensen er gedurende hun leven last van hebben gehad.

En bedenk dat er aanwijzingen zijn voor een stijgende trend, niet alleen van diagnoses, maar van echte gevallen.

Aafke Hendriks gaat in haar boek Terug naar onze zoogdierlijke roots. Over de oorzaak van psychisch lijden op zoek naar een antwoord. Mijn samenvatting daarvan is dat we in de loop van de menselijke geschiedenis een wijze van samenleven hebben doen ontstaan die maar beperkt tegemoetkomt aan onze natuurlijke behoeften.

Welke behoeften zijn dat? Kort gezegd: de behoefte aan bestaanszekerheid, die we delen met alle dieren, en de behoefte aan sociale geborgenheid, die we delen met andere zoogdieren.

Eerst maar even over die bestaanszekerheid. Over het belang daarvan heb ik eerder geschreven. Zie hier en hier. Maar dit boek attendeert me er op dat die behoefte (natuurlijk) al levensgroot aanwezig is bij de pasgeboren baby. Aafke Hendriks inventariseert het onderzoek daarover en concludeert dat behoeftebevrediging bij een pasgeborene boven alles gaat;
Voor een gezonde ontwikkeling moeten in het eerste half jaar na de geboorte alle behoeften meteen bevredigd worden, zo simpel is het gewoon. En deze fase hoef je echt nog niet bang te zijn dat je verwende of afhankelijke kinderen aan het kweken bent. (...) Een pasgeborene heeft als hij niet in zijn natuurlijke behoeften voorzien wordt niet de mogelijkheid het dan maar zelf te regelen en heeft geen besef van tijd. Het ervaart een situatie waarin het wacht op bevrediging van een bepaalde behoefte daarom als zeer beangstigend en afschrikwekkend.
Die extreme mate van afhankelijkheid van mensenbaby's verklaart tegelijk de sterke behoefte aan sociale geborgenheid, dus aan de nabijheid van de moeder en/of andere vertrouwde anderen die zorgen voor behoeftebevrediging. Doordat wij zo onrijp en hulpeloos geboren worden, zijn we geheel vervuld van die behoefte aan geborgenheid. En zijn we zo goed in staat om aandacht en engagement uit te lokken, niet alleen door te huilen, maar ook door oogcontact, brabbelen en imitatie.

En wat is nu het geval? Dat psychisch lijden van mensen op volwassen leeftijd heeft te maken met bestaansonzekerheid en de gebrekkige bevrediging van onze sociale behoeften (eenzaamheid). Maar die problemen zijn dus al begonnen vlak na de geboorte.

Want door de grote mate waarin onze gezinnen sociaal geïsoleerd zijn, wat we "normaal' zijn gaan vinden, staan moeders (en vaders) er in die eerste maanden en jaren veel te veel alleen voor. Pasgeboren baby's "verwachten" een hoeveelheid zorg en geborgenheid die in onze manier van leven praktisch niet meer op te brengen is.

Ook in jagers-verzamelaarssamenlevingen is een pasgeborene de meeste tijd in de nabijheid van de moeder. Maar altijd zijn er anderen in de directe omgeving die te hulp schieten, de baby overnemen, er mee spelen en er mee communiceren. Precies die grote mate van sociale inbedding van moeder en baby (coöperatieve zorg) maakt de kans op, uiteraard meestal onbedoelde, fysieke en emotionele verwaarlozing vele malen kleiner. Zie Een samenleving zonder emotionele verwaarlozing van kinderen. Kan dat? De Hadza.

Het wrange is dat die verwaarlozing in onze huidige maatschappij welhaast niet te voorkomen is. Vandaar dat psychisch lijden. En vandaar ook het verschijnsel van de postnatale depressie.

En het probleem is dat we dat nog altijd niet voldoende onder ogen zien. Dat we in plaats daarvan mythes in het leven roepen. Zoals dus de mythe van de verwende baby. En de mythe van de opvoedbaarheid.

Lezenswaardig en belangrijk boek!

zaterdag 23 april 2016

Kun je in 2016 nog vragen of de mens een diersoort is?

"U ziet de mens als een van de vele diersoorten?" vraagt Wilma de Rek aan Frans de Waal. Naar aanleiding van zijn nieuwe boek  Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Het interview staat vandaag in De Volkskrant.

Ik moet het boek nog lezen. Maar nu al vast een berichtje over dat interview. Of eigenlijk vooral over die ene vraag. Van Wilma de Rek herinner ik me best wel goede stukken gelezen te hebben. Maar waarom stelt ze deze toch wat dommige vraag?

Want zijn onze algemene kennis van mens en dier en daarmee ons zelfinzicht als mensheid niet al lang zover voortgeschreden dat je die vraag niet meer kunt stellen zonder je een beetje belachelijk te maken?

"Zeker", antwoordt Frans. Wat er op wijst dat hij al zo vaak geïnterviewd is, dat hij heeft geleerd om zich niet boos te maken over domme vragen.

Misschien heeft de interviewster zich wat al te overdreven willen verplaatsen in het minst geïnformeerde deel van het lezersbestand van de krant. Ik hoop het voor haar.

Maar ik geef toe, het is ook weer niet een door de gehele wereldbevolking aanvaard inzicht dat de mens "gewoon" een van de vele (zoog-)diersoorten op aarde is. Het is een inzicht dat verworven moet worden, Dat wil zeggen, het bestond waarschijnlijk als vanzelfsprekend bij de jagers-verzamelaars, maar ging verloren na de Agrarische Revolutie. Of beter, de "agriculturele industrialisatie", zoals Frans die in het interview noemt.

Wat we sinds die tijd met dieren doen, zou je kunnen gaan zien als "overheersen". En daardoor kun je op het hoogmoedige idee komen dat wij mensen zo uniek en oppermachtig zijn, dat we wel uit de biologische wetenschap kunnen worden weggeschreven. Dat dat wel een heel oppervlakkig idee is, daar sta je pas weer bij stil als je een keer in het ziekenhuis terecht komt.

Dat wij mensen een zoogdiersoort zijn, is niet een inzicht dat kinderen als vanzelf meekrijgen. Ik herinner mij dat ik als prepuber worstelde met het net verworven besef van de eindigheid van het leven. De angstige gedachte drong zich op dat de mens misschien wel niet het einddoel van de evolutie was. (In de schepping heb ik naar mijn beste herinnering nooit geloofd.) En dus was daar het inzicht dat, jawel, de mens een van de vele diersoorten is.

Misschien had ik toen ook al wel Woutertje Pieterse gelezen, want daarvan was in 1950 een nieuwe editie verschenen, bezorgd door Garmt Stuiveling. Waarin Juffrouw Laps te horen krijgt dat ze een zoogdier is. Het is te verleidelijk om een passage te citeren:
- Juffrouw Laps, ik wenschte te weten wat gy zyt uit een dierlyk oogpunt.
- Daar bemoei ik me niet mee, zei juffrouw Laps, als iemand die op 't punt staat zich beleedigd te voelen.
- Ik ben 'n baker, zei vrouw Stotter, en daar blyf ik by.
- En ik ben de juffrouw van den koekbakker, riep de overbuurvrouw, met iets beslissends in haar toon, die gissen deed dat ze van plan was vasttehouden aan die meening.
- Goed, goed, juffrouw Mabbel, maar ik meen uit 'n dierlyk oogpunt...
- Als 't onfatsoenlyk wordt, ga 'k liever heen, zei juffrouw Laps.
- Ik ook, voegden de juffrouwen Krummel en Zipperman er by, want we komen voor ons plezier.
- Menschen, wees bedaard... 't staat in 'n boek - Stoffel, zeg 't maar - je zult 'r om lachen, juffrouw Mabbel, en 't mooiste is dat in 'n boek staat... je kunt er niets tegen zeggen - toe, Stoffel, zeg 't maar!
- Juffrouw Laps, zei Stoffel plechtig - en er was 'n gewichtig oogenblik aangebroken in 't avendje van juffrouw Pieterse - juffrouw Laps, je bent 'n zoogdier.
Woutertje Pieterse was onderdeel van Multatuli's Ideeën, die tussen 1862 en 1877 in zeven bundels werden uitgebracht.

Maar in 2016 vraagt Wilma de Rek aan Frans de Waal "U ziet de mens als een van de vele diersoorten?"

Maar goed, gisteren kreeg ik van Aafke Hendriks haar nieuwe boek Terug naar onze zoogdierlijke roots. Over de oorzaak van psychisch lijden toegestuurd. Ga ik lezen en ik kom er op terug. Maar eerst een poosje vakantie.