Posts tonen met het label Jan Pen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Pen. Alle posts tonen

maandag 26 januari 2015

De actualiteit van een brief van Keynes uit 1933 voor de problemen van vandaag

We hebben in Europa nu al zes jaar lang te lijden onder een terugval in publieke kennis, dat wil zeggen, de kennis over wat je als overheid moet doen om uit een recessie te komen. Zie eerder, nu bijna twee jaar geleden, het bericht Jan Pen in 1965 en de onmiskenbare terugval in publieke kennis. Daarin citeerde ik uit het werk van de Keynesiaanse macro-econoom Jan Pen (1921-2010). Wat Arie Glebbeek toen deed verzuchten dat we in de economie en in de economische politiek een merkwaardige terugval in publieke kennis meemaken.

Gisteren heeft Syriza de Griekse verkiezingen gewonnen en lijkt in Europa het einde weer wat dichterbij te komen van een economisch onverstandig en moreel onverdedigbaar beleid.

En vandaag is er dit fraaie blogbericht van Frances Coppola: Reflections on Recovery and Reform. Ze neemt een lang citaat op van een beroemde econoom, die later in het bericht John Maynard Keynes blijkt te zijn. Als je dat citaat leest, uit een open brief aan President Roosevelt uit 1933, dan kost het geen enkele moeite om de actualiteit er van in te zien.

En dan trek je je de haren uit het hoofd, omdat je maar niet kunt begrijpen hoe het heeft kunnen gebeuren dat de Europese politieke leiders de actuele en waardevolle economische inzichten die in het verleden door grondige studie tot stand zijn gekomen, zo roekeloos overboord hebben gegooid. Wat een onwetendheid en wat een hoogmoed.

En wat een halsstarrigheid om daar zes jaar lang mee door te gaan. En wat een moreel laakbaar handelen om in plaats van te werken aan gezamenlijk economisch herstel, grote delen van de Europese bevolking zinloos te bestraffen voor niet door hen gemaakte fouten. Als je een werkloosheid van 25 procent en een jeugdwerkloosheid van 50-60 procent en een algehele verarming van de bevolking, ziet als oorbare instrumenten om jouw doel te bereiken, dan kun je wel zeggen dat je niet alleen onverstandig, maar ook moreel laakbaar, handelt.

Lees vandaag dat blogbericht van Frances Coppola.

donderdag 28 maart 2013

We hebben een tweede Grote Depressie en die is onnodig - J. Bradford DeLong - Project Syndicate

Brad DeLong had altijd gedacht dat beleidsmakers de basisprincipes van het macro-economisch beleid goed begrepen. Maar dat blijkt niet het geval. Zie de link onderaan. De economen zijn nu in dezelfde positie als John Maynard Keynes die het op een moment in de Grote Depressie in de jaren 30 van de vorige eeuw opgaf om nog verder te proberen de politici op de juiste weg te krijgen. Hij zette zich aan het schrijven van zijn "General Theory", in de hoop dat bij een volgende crisis dezelfde fouten niet meer gemaakt zouden hoeven te worden

Maar die volgende crisis is er en dezelfde fouten worden gemaakt. In mijn vertaling:
Dezelfde rituele bezweringsformules om de Vertrouwens Fee te smeken om te verschijnen en de zegeningen van de welvaart over de economie uit te storten die in de jaren 30 werden uitgesproken door de Herbert Hoovers en Andrew Mellons en Ransay MacDonalds en Stanley Baldwins, worden nu uitgesproken door de Olli Rehns, de Wolfgang Schaubles, de Tim Geithners, steeds maar herhaald en steeds extremer.
Het blijft verbazend hoe dit toch kan gebeuren. Hoe er zo'n terugval in publieke kennis mogelijk is. Ik denk nog eens terug aan Jan Pen in 1965.

Barbers on the March by J. Bradford DeLong - Project Syndicate:

'via Blog this'

donderdag 14 februari 2013

Jan Pen in 1965 en de onmiskenbare terugval in publieke kennis

Gisteren gaf ik de opgaaf: Wie schreef dit en wanneer? Gevolgd door drie alinea's tekst waarin iemand betoogt dat een depressie zoals in de jaren 30 van de vorige eeuw niet meer zal voorkomen. Want zo'n depressie wordt veroorzaakt door een plotselinge koopkrachtdaling en sinds Keynes weten overheden hoe ze de koopkracht op peil kunnen houden en dat ze dat ook moeten doen. Ze moeten belastingen verlagen of de bestedingen opvoeren. "Dergelijke maatregelen zullen stellig worden genomen."

Arie Glebbeek reageerde als volgt:
Hoi Henk,
Volgens mij is hier Jan Pen aan het woord, ik denk begin jaren zestig. Ik meende me de passage zelfs te herinneren, mogelijk van toen ik laatst nog eens in een oude bundel bladerde (Het aardige van de economie, wellicht). Hoe het ook zij: deze inzichten waren ooit gemeengoed onder economen, politici en beleidsmakers. Sindsdien is een onmiskenbare terugval in publieke kennis opgetreden.
Groetjes, Arie Glebbeek.
 En inderdaad was hier Jan Pen (Lemmer 1921- Haren 2010) aan het woord. Hij was hoogleraar in de staathuishoudkunde en openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Groningen. (Als sociologie-student volgde ik van 1965 tot 1968 bij Jan Pen het bijvak economie.) Die drie alinea's zijn afkomstig uit het boekje Economische actualiteiten, dat verscheen in 1967 en waarin artikelen zijn gebundeld die eerder waren verschenen in Vrij Nederland, Het Parool, de NRC, het Hollands Maandblad, de Economisch-Statistische Berichten en het Financieel Dagblad.

Jan Pen was in die tijd een veelgelezen en veel geïnterviewd econoom. Vooral een macro-econoom. Hij schreef Moderne Economie (1e druk 1958), waarvan, volgens Bol.com, in twintig jaar tijd meer dan 125.000 exemplaren werden verkocht en dat vertaald werd in het Engels, Zweeds, Portugees, Pools, Grieks, Italiaans en Japans. Het werd in 1977, uitgebreid en vernieuwd, opnieuw uitgegeven onder de titel Macro-Economie (i.s.m. L.J. van Gemerden). Nadat in 2009 abusievelijk in de pers werd gemeld dat hij was overleden (het betrof een andere Jan Pen), overleed hij op 14 februari 2010, nu op de dag af drie jaar geleden. Zie hier het In Memoriam dat Steven Brakman en Harry Garretsen toen schreven.

In datzelfde boekje waar ik die drie alinea's uithaalde, bespreekt Pen ook The Great Crash van John Kenneth Galbraith, het boek over het rampjaar 1929, naar aanleiding van het toen verschijnen van de Nederlandse vertaling daarvan. Pen schrijft daar (mijn cursivering):
De crisis bleef niet beperkt tot een halvering van de beurskoersen, maar er brak een tienjarige depressie uit. Werkloosheid en diepe ellende voor boeren en middenstanders volgden op de ruïnering van de speculanten. De gehele wereld werd meegesleept. Regeringen stonden hulpeloos tegenover de paradox, dat de mensen armoede leden terwijl de fabrieken ongebruikt stonden. Het nationale inkomen was een derde lager dan het had kunnen zijn.
De depressie is al vaak beschreven, en Galbraith zegt er niet veel van; hij beperkt zich tot de crisis. Maar de samenhang tussen (beurs)crisis en algemene depressie doet hem wel de vraag opwerpen: hoe groot is de kans op herhaling? Het is de vraag die zich op iedere bladzijde van dit historische verslag opdringt.
Galbraith antwoordt (en ik heb er niets aan toe te voegen): een scherpe koersdaling is altijd mogelijk. (...) de beurs reageert nu eenmaal psychologisch, en als er een paniek zou uitbreken is het niet duidelijk hoe deze in de kiem kan worden gesmoord.
Maar wat wij wel kunnen proberen is: voorkomen dat de crisis doorziekt in de produktie, de werkgelegenheid, de lonen, de inkomens van allen. In de jaren dertig hebben de regeringen overwegend het verkeerde gedaan (uitgaven ingekrompen, lonen verlaagd) en het goede nagelaten (belastingen verlaagd, grote werken op touw gezet).
Nu weten wij meer van de kringloop-mechanismen af om dergelijke fouten te voorkomen. In de woorden van Galbraith: 'Een depressie zal nu niet worden tegemoetgetreden met het onwrikbare besluit haar te verergeren'. Dit slaat vooral op de bereidheid, begrotingstekorten te laten ontstaan. (...)
... een ding staat vast: als er ooit weer een beginnende depressie zou optreden - dat zal zeker weer gebeuren - kan zij alleen snel en effectief worden bestreden als de regeringen bij hun maatregelen niet worden gehinderd door ouderwetse ideologieën en door conservatieve pressiegroepen.
Ja, dat was Jan Pen in 1967. En wat gebeurt vandaag de dag? Wat de regeringen gedaan hebben en doen, is dat ze precies de depressie hebben verergerd, het verkeerde gedaan en het goede nagelaten. Juist vandaag zijn er weer de berichten dat de economische krimp in Europa verdiept. De economie van de 17 eurolanden kromp in het vierde kwartaal van 2012 met 0,6 procent, meer dan voorspeld. Het is de scherpste daling sinds 2009 en het is de eerste keer dat deze landen samen in de vier kwartalen van een kalenderjaar geen groei vertoonden. De economieën van Duitsland, Frankrijk en Italië krompen meer dan voorspeld. Commentaar van Carsten Brzeski van ING: "Dit zijn afschuwelijke cijfers, het is een wijdverbreide inkrimping, die niet overeenkomt met het positieve beeld van stabilisatie en positieve besmetting."

En de oorzaak daarvan is de onmiskenbare terugval in publieke kennis (Arie Glebbeek) die is opgetreden. De regeringen hebben het verkeerde gedaan, omdat ze in de bezuinigingsstrategie gingen geloven. Onwetendheid? Onkunde? Ideologie? Hoe dan ook, om in de woorden van Paul Krugman te spreken (in het hoofdstuk Dark Age Economics van End This Depression Now!):
Rond, zeg, 1970, wist de economische professie werkelijk genoeg om een herhaling te voorkomen van alles wat dan ook maar zou lijken op de Grote Depressie.
En toen ging een groot deel van die professie er toe over om te vergeten wat het had geleerd.
Laten we daar even bij stilstaan, op deze sterfdag van Jan Pen.

Update. Zie nu ook dit blogbericht van Paul Krugman van vandaag over het verband tussen bezuinigen en werkloosheid.

zaterdag 17 december 2011

Reacties op de diepzinnige beschouwing van Joseph Stiglitz

De diepzinnige beschouwing van Joseph Stiglitz over de economische crisis en over de mogelijke oplossingen heeft allerlei reacties opgeroepen. Brad DeLong gaat daar nu op in. Het is een spannende discussie. Die ik helaas (nog?) niet helemaal kan volgen. Zijn bericht eindigt er mee dat er drie soorten macro-economen zijn, de Wicksellianen, de Fisherianen en de Hicksianen. Maar dan ben ik al afgehaakt.

Ik ga als ik meer tijd heb, mijn Macro-economie van Jan Pen er op naslaan. Dat is misschien achterhaald (ik heb de eerste editie uit 1977), maar ik vind wel die drie namen, Wicksell, Fisher en Hicks, in het register.

En maar hopen dat Paul Krugman hierop reageert en meer helderheid verschaft.