Posts tonen met het label John T. Cacioppo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label John T. Cacioppo. Alle posts tonen

dinsdag 11 juli 2017

Door eenzaamheid raak je meer op jezelf gericht, waardoor je nog eenzamer wordt

 Mensen zijn van nature groepsdieren. Dat maakt dat wij erop zijn geselecteerd om sociaal isolement en afgewezen zijn als negatief en pijnlijk te ervaren. Als het gevoel van eenzaamheid.

We weten dat eenzaamheid op den duur dus ook niet goed voor ons is. Het is een stressvolle toestand, die via verhoogde ontstekingsactiviteit leidt tot gezondheidsproblemen.

Je zou daarnaast ook verwachten dat onze evolutionaire geschiedenis ons ertoe heeft toegerust om aan die toestand van eenzaamheid zo gauw mogelijk een einde te maken. Om daartoe gemotiveerd te zijn en om te weten wat je daarvoor moet doen.

Maar zo eenvoudig lijkt dat niet in elkaar te steken. Want gedurende verreweg het grootste deel van de mensheidsgeschiedenis was de kans op eenzaamheid verwaarloosbaar. In de jagers-verzamelaarssamenlevingen groeide je op en bracht je je leven door in een groep van vertrouwde anderen. Die groep was altijd binnen bereik en mocht je te ver afgedwaald zijn, dan bestond de oplossing er eenvoudig uit om terug te keren. En als je door jouw egoïstische of bazige gedrag negatieve reacties en sociale afwijzing uitlokte, dan werd je meestal ook wel duidelijk gemaakt hoe je je gedrag moest veranderen. 

Onze huidige manier van samenleven, en niet-samenleven, verschilt natuurlijk sterk van die Paleo Sociale Omgeving van de jagers-verzamelaars. Niet alleen is de kans op eenzaamheid veel groter, maar ook is het meestal niet zo gemakkelijk om die toestand op te heffen. Want er is niet die vertrouwde groep waar je naar terug kunt keren of waar je weer door geaccepteerd wordt door je beter te gaan gedragen. We leven in evolutionair nieuwe omstandigheden, waar we maar slecht op zijn voorbereid.

Dat verklaart bijvoorbeeld dat eenzaamheid als gevolg van sociale afwijzing ons in een spagaat kan brengen van zowel afstand houden als contact zoeken. Want onderzoek laat zien, en ik citeer uit een vorig bericht, dat eenzaamheid ons brengt tor een
reactiepatroon (dat) lijkt overeen te komen met de gevolgen van de onveilige hechtingsstijl. Op bewust niveau zijn we er op uit om afstand tot anderen te houden, uit vrees voor nieuwe afwijzing en teleurstelling. We proberen onszelf als het ware voor te houden dat we een band met anderen niet (meer) moeten nastreven.
Maar in ons onbewuste, automatische gedrag laten we daarentegen zien dat we er op uit zijn om die band met anderen juist wel tot stand te brengen, om de sociale afstand te verkleinen.
Hoe los je die spagaat op? Het nieuwe onderzoek Reciprocal Influences Between Loneliness and Self-Centeredness, met John T. Cacioppo als eerste auteur, doet vermoeden dat mensen op eenzaamheid reageren, en dus die spagaat "oplossen", met een toename van egocentrisme.

De onderzoekers volgden een toevalssteekproef van inwoners van Cook County in Illinois gedurende 10 jaar met jaarlijks een meting. De mate van egocentrisme werd vastgesteld met de Chronic Self-Focus Scale, die bestaat uit zes uitspraken waarvan je kunt aangeven in hoeverre je het er mee (on)eens bent. Drie van die uitspraken zijn
“I can sometimes be a little self-centered”
“I think about myself a lot”
"In my conversations with others, I tend to talk about myself a lot"
Ik zou benieuwd zijn naar de andere drie, maar die zijn niet te vinden. (Ik heb een van de ontwerpers van de schaal gemaild, maar nog geen reactie gehad.)

De onderzoekers verwachten dat eenzaamheid een toename van egocentrisme opwekt als een adequate of adequaat lijkende reactie. Want ja, als ik er dan toch alleen voor sta, dan moet ik ook meer op mezelf vertrouwen en dus mezelf meer centraal stellen. Niet alleen heb ik geen anderen om voor te zorgen, ook is er niemand anders die voor mij zorgt dan ikzelf.

En dat komt ook uit dat onderzoek. Een toename van eenzaamheid in een bepaald jaar gaat samen met een (geringe) toename van egocentrisme in het daaropvolgende jaar.

Dat brengt je misschien op het idee dat die toename van egocentrisme op zijn beurt weer kan leiden tot meer eenzaamheid. Want als je egocentrisch bent, zoek je minder contact met anderen en vinden anderen jou minder aangenaam gezelschap.

En inderdaad blijkt dat het geval te zijn. Een toename van egocentrisme in een bepaald jaar gaat samen met een (geringe) toename van eenzaamheid in het daaropvolgende jaar.

Dat wijst dus op het bestaan van een tragisch, zichzelf versterkend proces: door eenzaamheid ben je meer op jezelf gericht en door meer op jezelf gericht te zijn wordt je eenzamer.

vrijdag 27 januari 2012

Gezondheid en sociale omgeving (1)

Dit is het eerste van een serie berichten over het onderzoek naar het verband tussen sociale omgeving en gezondheid.

Dat onderzoek begon ergens in de jaren zeventig en tachtig van de vorig eeuw. House, Landis en Umberson publiceerden in 1988 in Science het eerste overzicht van de studies die tot dan waren gedaan naar de invloed van sociale relaties op gezondheid. Ze lieten zien dat een tekort aan sociale relaties (sociaal isolement, eenzaamheid) een risicofactor is voor ziek worden (morbiditeit) en voor overlijden (mortaliteit). Dat risico bleek vergelijkbaar te zijn met dat van roken, obesitas, weinig bewegen en hoge bloeddruk.

Ergens in die tijd kwam ik met dat onderzoek in aanraking. Een student medische sociologie kwam me vragen wat ik er van vond dat patiënten met een partner sneller herstelden dan alleenstaande patiënten. Ik weet nog goed dat mijn eerste reactie was dat dat ongetwijfeld er mee te maken had dat die patiënten met een partner het voordeel hadden dat ze er vaker aan werden herinnerd om hun medicijnen in te nemen. Terugkijkend denk ik dat in die tijd, ook bij mij, het "medische model" nog hoogtij vierde. Je kon ziek worden, maar daar waren dan medicijnen voor en dan werd je weer beter als je die innam.

Mijn eerste gedachte bleek later de "sociale controle hypothese" te zijn. Volgens die hypothese hebben jouw sociale relaties een beschermende invloed op jouw kans om ziek te worden doordat ze je aanzetten tot gezondheidsgedrag. Mocht je teveel gaan roken of te veel gaan drinken of te weinig uit je stoel komen, dan zullen de mensen om je heen daar wat van zeggen. En je zult dan dus meer aansporingen krijgen om je beter te gedragen, of om je medicijnen in te nemen, dan wanneer je alleen bent.

Dat is ook wel zo, maar ook als je daar rekening mee houdt, blijft dat verband bestaan tussen sociale relaties en gezondheid. Die student wist me ook meteen te melden dat de verklaring daar niet lag, althans niet volledig. Ook als je een partner hebt die jou nooit tot gezondheidsgedrag aanspoort, herstel je toch sneller dan een patiënt zonder partner. Dat betekent dat het effect van sociale relaties op gezondheid een zogenaamd direct effect is.

Hoe dat kan is tot op de dag van vandaag onderwerp van heel veel onderzoek. Teveel om allemaal in je eentje te kunnen overzien. Gelukkig verschijnen er zo nu en dan overzichten van onderzoek, zogenaamde reviews. Een daarvan is deze studie uit 1996 van Uchino, Cacioppo en Kiecolt-Glaser, die denk ik een mijlpaal geweest is. Een recentere bespreking van een deel van het onderzoek, door Cacioppo, Hawkley, Norman en Berntson, verscheen vorig jaar.

Ik zal er in komende berichten uitgebreid aandacht aan besteden. Kijk ondertussen eens naar deze video waarin John T. Cacioppo de resultaten van zijn onderzoek uitlegt aan studenten. Neem er de tijd voor, want hij is vijf kwartier aan het woord. De mevrouw die hem aankondigt doet dat een beetje lacherig, wat laat zien dat eenzaamheid nog wel wat een taboe onderwerp is. Zoals bijna altijd, komen vragen van studenten maar moeilijk op gang. Maar dat ligt er misschien ook aan dat de spreker te gretig wil vertellen wat hij allemaal weet. Een aanzienlijke kortere video vind je hier.