Posts tonen met het label Machiavellianisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Machiavellianisme. Alle posts tonen

donderdag 2 augustus 2018

De Donkere Kern van de menselijke sociale natuur - Over statuscompetitie en persoonlijkheid

De menselijke sociale natuur is ambivalent. We zijn in staat tot gemeenschapsgedrag, pro-sociaal gedrag, dat ons in staat stelt om te delen en samen te werken. Maar we zijn ook in staat tot statuscompetitiegedrag, gedrag dat gericht is op het individuele belang, waarbij anderen automatisch gezien worden als concurrenten (in de strijd om status).

Die ambivalentie is in het verleden evolutionair succesvol geweest, omdat hij gepaard ging met flexibiliteit: het vermogen om je eigen gedrag aan te passen aan dat wat je in je sociale omgeving ziet gebeuren. Als daar het gemeenschapsgedrag overheerst, dan is het het beste om daar aan mee te doen, op straffe van uitsluiting als je dat niet doet. Maar overheerst het statuscompetitiegedrag, dan is het maar beter om daar ook voor te kiezen, op straffe van uitgebuit worden als je dat niet doet. Denk aan de Dual Mode-theorie.

Hoewel mensen dus over die flexibiliteit beschikken, leren we uit het persoonlijkheidsonderzoek dat sommigen van ons sterk neigen tot het statuscompetitiegedrag. Zo zijn ze bijvoorbeeld maar heel slecht in staat tot empathie, tot het meevoelen met het leed van anderen. Dat maakt dat ze sterk egoïstisch zijn ingesteld en dat de empathie waartoe ze nog wel in staat zijn, alleen in strategische zin wordt gebruikt.

We hebben gezien dat die statuscompetitieve persoonlijkheid in (tenminste) drie verschijningsvormen valt aan te treffen; narcisme, psychopathie en Machiavellianisme. Volg de link voor de omschrijvingen en de verschillen.

Maar hoewel er dus verschillen bestaan tussen die drie vormen, is er ook niet een gemeenschappelijke kern en hoe moeten we die karakteriseren?

De nieuwe studie The dark core of personality geeft antwoord op die vraag. Zie ook het artikel The Dark Core of Personality. What's your dark core score? dat Scientific American eraan wijdt.

De onderzoekers hebben verschillende theoretische vermoedens over waaruit die 'Donkere Kern' zou kunnen bestaan. Een daarvan is gebaseerd op de life history theory, die inhoudt dat het opgroeien in een instabiele sociale omgeving aanzet tot een "snelle levensloopstrategie": het opportunistisch en strategisch exploiteren van anderen. Die strategie, en het statuscompetitie-karakter ervan, kwamen we eerder tegen in het bericht Mannen zijn opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid.

Die theoretische vermoedens worden vervolgens in vier studies empirisch getoetst. Daaruit komt uiteindelijk naar voren dat er inderdaad een Donkere Kern valt aan te wijzen, die bestaat uit:
een fundamentele neiging tot het najagen van het eigen belang, met daaraan gekoppeld
het negeren of accepteren of zelfs kwaadaardig nastreven van negatieve effecten voor anderen en
het aanhangen van overtuigingen die dienen om zulk gedrag te rechtvaardigen.
De aard van die rechtvaardiging kan verschillen. Zo bestaat hij bij de narcist uit de overtuiging dat hijzelf boven iedereen verheven is. En bij de psychopaat uit de overtuiging dat iedereen slecht is, wat betekent dat hij dat zelf ook mag zijn.

De behoefte om het eigen egoïsme te rechtvaardigen, wijst erop dat er zelfs in deze Donkere Kern nog iets bestaat van dat gemeenschapsgedrag. Want als die notie geheel zou ontbreken, dan was er immers ook geen rechtvaardiging nodig.

In dat Scientific American - artikel vind je het lijstje van 9 uitspraken waarmee de Donkere Kern bondig kan worden vastgesteld. Hoe meer iemand het met deze uitspraken eens is, hoe meer hij of zij tot de Donkere Kern van de menselijke persoonlijkheid kan worden gerekend:

The Dark Core Scale

1. It is hard to get ahead without cutting corners here and there.

2. I like to use clever manipulation to get my way.

3. People who get mistreated have usually done something to bring it on themselves.

4. I know that I am special because everyone keeps telling me so.

5. I honestly feel I'm just more deserving than others.

6. I'll say anything to get what I want.

7. Hurting people would be exciting.

8. I try to make sure others know about my successes.

9. It is sometimes worth a little suffering on my part to see others receive the punishment they deserve. 

woensdag 18 oktober 2017

Achter "Eigen volk eerst" gaat "Ik eerst" schuil - De Sociale Dominantie Oriëntatie en egoïsme gaan samen

Mensen met een hoge score op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) hebben sterk de neiging om de sociale wereld te zien als een statushiërarchie van groepen. In dat beeld behoren zij zelf tot de groep die bovenaan staat en dus superieur is aan alle anderen. Je SDO is hoger naarmate je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Je komt hogere scores op die SDO vooral tegen bij stemmers op rechts-extremistische partijen, zoals in Nederland bij PVV-stemmers. Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment.

De nieuwe studie More for Us or More for Me? Social Dominance as Parochial Egoism stelt de vraag aan de orde hoe je dat superioriteitsgevoel ten opzichte van de eigen groep (zoals "Eigen volk eerst") moet duiden. Gaat de neerbuigendheid en vijandigheid tegenover andere groepen juist samen met meer solidariteit en generositeit ten opzichte van leden van de eigen groep? Als dat zo zou zijn, dan kun je denken dat degenen met een hoge SDO even pro-sociaal zijn als anderen, maar dat bij hen die pro-socialiteit meer geconcentreerd is binnen de eigen groep.

Maar het zou ook kunnen zijn dat die SDO samengaat met een hoge individuele dominantie oriëntatie. Anders gezegd, binnen die eigen groep beschouwt iemand met een hoge SDO zichzelf als superieur aan anderen en is hij niet solidair maar integendeel egoïstisch. Het gaat dan dus om het willen overheersen, over andere groepen en over andere leden van de eigen groep. En het gaat om een algemene vijandigheidstrek, vijandig tegenover andere groepen en tegenover andere leden van de eigen groep.

Voor dat laatste zijn er al wel aanwijzingen. Want we weten al dat een hoge SDO-score samengaat met meer narcisme, Machiavellianisme en zelfverheffing en met minder empathie en altruïsme.

De resultaten van dit nieuwe onderzoek versterken deze aanwijzingen. In drie experimenten konden leden van een meerderheidsgroep (blanken in de V.S., Christenen in de V.S., Joden in Israël) keuzes maken tussen samenwerken met alleen leden van de eigen groep, met de eigen groep en met leden van de minderheidsgroep (zwarten in de V.S, Moslims in de V.S., Arabieren in Israël) en egoïstisch niet-samenwerken. Het ging steeds om keuzes in het kader van een zogenaamd meer-persoonsgevangendilemma. (Volg de link voor uitleg daarover.) Als de keuzes gemaakt waren, werd bij iedereen de SDO-test afgenomen.

Het bleek toen dat degenen met een hogere SDO-score zoals verwacht minder bereid waren om samen te werken met de minderheidsgroep. Dus inderdaad "Eigen volk eerst". Waren ze dan juist meer bereid om met de eigen groep samen te werken? Nee, dat bleek niet het geval. Met betrekking tot de eigen groep waren ze net zo egoïstisch of coöperatief als degenen met een lagere SDO. Update. Anders en misschien duidelijker gezegd: hun weerzin tegen samenwerking met leden van de minderheidsgroep werd niet gecompenseerd door hun grotere bereidheid om met leden van de eigen groep samen te werken.

Conclusie van de onderzoekers:
These findings shed new light on the claim that individuals higher in SDO view the world as a competitive jungle governed by “ruthless, amoral struggle for resources and power in which might is right and winning is everything” (Duckitt, Wagner, du Plessis, & Birum, 2002, p. 92). Specifically, they show that, at the intergroup level, these perceptions fuel ideological support of intergroup hierarchy, while at the intragroup level, they seem to fuel behavioral selfishness. The covariation of these ideological and behavioral tendencies gives rise to the pattern we labeled parochial egoism.

woensdag 24 oktober 2012

De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme

De donkere kant van de menselijke sociale natuur lijkt in drie patronen voor te komen: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme. Aan dit artikel (achter de poort) van de Oostenrijkse onderzoeker John Rauthmann ontleen ik dat Paulhus en Williams in 2002 hiervoor de benaming de "Donkere Drie" van de menselijke persoonlijkheid introduceerden (Dark Triad). Het zijn deze Donkere Drie die ik in het vorige bericht noemde als "fout". Het artikel van Rauthmann handelt over de overeenkomsten en verschillen tussen deze drie.

Hoe worden ze in de wetenschappelijke literatuur omschreven? Ik volg hier de omschrijvingen van Rauthmann:
  • Psychopathie is de neiging tot impulsief zoeken naar spanning, koelbloedigheid, koude emotionaliteit, manipulatie en anti-sociaal gedrag. Wordt wel onderscheiden in een primaire component (emotionele oppervlakkigheid, gebrek aan empathie en berouw, oppervlakkige charme, en manipulatie) en een secundaire (sociaal afwijkend gedrag, weinig gesocialiseerd, impulsief, onverantwoordelijk, sensatie zoeken, delinquent gedrag).
  • Narcisme is de neiging tot een grandioos en overdreven positief zelfbeeld, gepaard met een negatieve kijk op anderen. Narcisten zijn extreem ijdel, zoeken aandacht en bewondering, voelen zich superieur,  claimen gezag en privileges en ze zijn exhibitionistisch, opschepperig en manipulatief.
  • Machiavellianisme is de neiging tot cynisme, misantropie, koelbloedigheid, pragmatisme en immoraliteit, afstandelijkheid, egoïsme en streven naar macht en geld, strategische lange-termijn planning en manipulatie.
In zijn onderzoek is Rauthmann nagegaan hoe psychopaten, narcisten en Machiavellianisten zichzelf zien, hoe ze anderen zien en hoe ze de interactie met anderen zien. En hij onderzocht hoe anderen hen zien en hoe anderen de interactie zien. Dat deed hij door studenten paarsgewijs een samenwerkingsspel te laten spelen (het NASA-spel), waarna ze allerlei vragen over de samenwerking en over het eigen en elkaars gedrag moesten beantwoorden. Ook moest iedere deelnemer vragenlijsten invullen waarmee de mate van psychopathie, narcisme en Machiavellianisme kon worden bepaald. De resultaten zijn genuanceerd en ik volg de interpretatie die Rauthmann er zelf van geeft.

Psychopaten werden door anderen (en door henzelf) als dominant en arrogant gezien en als weinig zorgzaam en zorgvuldig. Ze werden dan ook weinig sympathiek gevonden. Dit had geen effecten op hoe anderen de interactie beoordeelden, waarbij we moeten bedenken dat het om een kortdurend spel ging (7 minuten). Ze hadden een neutraal beeld van anderen.

Narcisten zagen zichzelf als dominant, houdend van gezelschap, open, zorgvuldig en intelligent. Door anderen werden ze niet bijzonder negatief beoordeeld, maar wel als arrogant. Zelf zagen ze anderen als weinig zorgvuldig. De interactie met hen werd niet als negatief gezien.

Machiavellianisten zagen zichzelf als weinig dominant, weinig houdend van gezelschap en weinig open. En dat oordeel komt overeen met dat van anderen. Zelf oordeelden ze negatief over anderen: weinig zorgzaam, weinig houdend van gezelschap, weinig open en weinig intelligent. Dat hun negatieve oordeel over zichzelf overeenkomt met het oordeel over anderen, klopt met het veronderstelde cynisme van Machiavellianisten ("niemand deugt, ikzelf ook niet"). Ook oordeelden ze negatief over de interactie.

Over het geheel genomen komt Rauthmann tot de conclusie dat het hier niet gaat om drie verschillende benamingen voor wat eigenlijk hetzelfde gedragspatroon is. Er zijn verschillen, maar wel vooral tussen psychopaten en narcisten enerzijds en Machiavellianisten anderzijds. Alles onder het voorbehoud dat het hier gaat om een kort durende interactie tussen personen die elkaar niet of nauwelijks kennen.
Update. En onder het voorbehoud dat het hier ging om een groep van 186 eerstejaars psychologiestudenten, met (waarschijnlijk) een geringe spreiding in de scores van psychopathie, narcisme en Machiavellianisme, zeker geringer dan in een steekproef uit de gehele bevolking.