Posts tonen met het label Robert J. Shiller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robert J. Shiller. Alle posts tonen

maandag 5 oktober 2015

Bijwerkingen van de vrije markt: manipulatie, bedrog en kuddegedrag

Twee interessante berichten die weer eens aanzetten tot nadenken over de bijwerkingen van de vrije markt.

In de New York Review of Books bespreekt Cass Sunstein (die van Going To Extremes: How Like Minds Unite and Divide) het nieuwe boek van de economen en Nobelprijswinnaars Akerlof en Shiller (Phishing for Phools: The Economics of Manipulation and Deception). Zie Why Free Markets Make Fools of Us.

En Steven Pearlstein schreef in de Washington Post een lange beschouwing naar aanleiding van het vertrek van Oliver Blanchard als hoofdeconoom van het IMF. Zie The smartest economist you’ve never heard of.

Wat hou je, althans ik, er op zijn kortst samengevat aan over?

Doordat het menselijk gedrag niet rationeel is, in de betekenis die economen daaraan toekennen, functioneren markten niet zoals economen denken dat ze doen of zoals ze zouden willen dat ze doen. Er valt zo langzamerhand een lijst op te stellen van duidelijk aanwijsbare afwijkingen ("zwakheden") in ons gedrag van het rationele model: we zijn te zelfverzekerd en onrealistisch optimistisch, we kunnen slecht overweg met waarschijnlijkheden, we hebben te weinig oog voor de langere termijn en we laten ons meer drijven door mogelijke verliezen dan door gelijkwaardige verbeteringen.

Die zwakheden zijn eigenlijk geen zwakheden, maar aanpassingen aan omstandigheden in het verleden, toen de markt nog niet bestond. Nu die er wel is, maken ze ons kwetsbaar voor manipulatie en bedrog. Want hoewel economen graag uitgaan van het principe van de consumentensouvereiniteit, van de gedachte dat niemand anders dan jijzelf weet wat het beste voor je is, maken deze zwakheden ons tot een gemakkelijke prooi van degenen die er werk van maken om ons te manipuleren en te bedriegen. Omdat ze daar zelf beter van worden.

En zo is de markt een oorzaak van gezondheidsproblemen, van het najagen van aangewakkerde behoeften, van overdadige statuscompetitie en de stress die daarmee gepaard gaat en van financiële crises.

Als consument of als investeerder of als kiezer worden we te grazen genomen. Uiteraard is het verstandig als we dat met zijn allen, via de overheid en door regulering en wetgeving, tegengaan. Maar dat gebeurt meestal als het kwaad al is geschied of het gebeurt onvolkomen, doordat ook de overheid wordt gemanipuleerd en bedrogen (denk aan Volkswagen, maar niet alleen daaraan, want de rij is lang). En bovendien hangt er "boven de markt" nog altijd dat blinde geloof in de onbegrensde weldadigheid er van ("op den duur komt alles goed") en in de overheid als probleem in plaats van als een oplossing.

Wat je er aan overhoudt is dat er nog heel veel werk te doen is om de monsterachtige kant van de vrije markt voldoende te temmen. Want diezelfde markt creëert ook de bedrijven die graag bereid zijn om die menselijke zwakheden te exploiteren. Sunstein:
If a company can make money by deceiving or manipulating people, someone is going to create such a company, and it will prosper (unless the law regulates it). And if it prospers, companies that do not deceive or manipulate people may well be at a competitive disadvantage.
En aan dat prachtige stuk van Steven Pearlstein over Oliver Blanchard, dat trouwens ook een mooi overzicht geeft van de crisis in het vak economie, hield ik vooral de laatste alinea over, die getiteld is The tiranny of bad ideas. Want dat gaat er in feite over dat wij met zijn allen, inclusief al die zogenaamde deskundigen, de vrije markt en het publieke domein dat daarmee ontstaan is, nog maar slecht begrijpen.

De markt heeft een weldadige kant, die van de voordelen van de concurrentie. Maar dus ook die monsterachtige kant, van manipulatie en bedrog. En het vereist serieuze studie en hard werken en een open geest om dat beest onder controle te krijgen en goed voor ons allen te laten werken.

Maar dat komt er vaak niet van. Wat hem het meest verbaasde, zegt Blanchard, is:
"how quickly a consensus can develop around some question on the basis of what decision-makers read in the press or hear over dinner". (...)
"There’s a big risk of people agreeing on something without thinking about it or doing the hard analysis,” he said. In the face of incomplete information and genuine uncertainty, he said, it was disquieting “how easily bad ideas become entrenched.”
Dat is het kuddegedrag dat ontstaat door een andere menselijke "zwakheid", onze sterke neiging tot sociale beìnvloedbaarheid onder omstandigheden van onvolledige informatie en onzekerheid. Waardoor we met zijn allen achter idiote ideeën aanlopen omdat, ja, omdat de meeste anderen dat ook doen. Zo ontstaan de sociale zeepbellen. Die inderdaad financiële crisissen veroorzaken. En totaal verkeerd economisch beleid. Denk aan de bezuinigingszeepbel.

zondag 20 mei 2012

Bezuinigers gevangen in de beeldspraak van de broekriem - Robert Shiller

Ook Robert Shiller buigt zich over de vraag hoe de bezuinigingszeepbel kon ontstaan en zich kan handhaven, zij het met steeds meer moeite. Zie de link onderaan dit bericht. Zeker als het gaat om het publieke domein, wordt ons denken sterk gestuurd door metaforen. Bij onvolledige informatie kunnen we in ons denken in de ban raken van beeldspraak die suggereert dat we de kennis die we wel hebben eenvoudig kunnen overhevelen naar een minder bekend gebied. En zo kan de illusie ontstaan dat we middels een metafoor tot een geïnformeerd oordeel zijn gekomen.

In het geval van de bezuinigingszeepbel gaat het om de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aantrekken als het teveel geld heeft uitgegeven. En die metafoor is krachtig, want hij sluit aan bij de sterke morele intuïties van verantwoordelijk gedrag. Maar die intuïtie verwerven we in het domein van de persoonlijke relaties, waarover we als regel veel beter geïnformeerd zijn dan over het publieke domein. Dan ligt de fout op de loer dat we hem onvoldoende geïnformeerd toepassen op de publieke domein. Zie ook nog eens dit bericht.

De aanhangers van het bezuinigen als oplossing van de economische crisis gebruiken graag de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aanhalen als richtlijn voor wat de overheid moet doen. Wat moreel goed voelt, moet ook wel het juiste overheidsbeleid zijn. Iemand die daaraan twijfelt, moet wel haast immoreel of onverantwoordelijk zijn. Vandaar dat de bezuinigers ("austerians") in Nederland graag van zichzelf en van elkaar zeggen dat ze "hun verantwoordelijkheid nemen", daarmee implicerend dat hun tegenstanders onverantwoordelijk handelen. En vandaar dat Premier Cameron het "gevaarlijke stemmen" noemt die oproepen om het bezuinigingspad te verlaten. Zie hier (vierde alinea) en zie Paul Krugman daarover (hier). En Simon Wren-Lewis.

Zakelijke discussies worden lastig als zulke onjuiste metaforen in het spel zijn gebracht. Paul Krugman en anderen laten steeds maar zien dat de bezuinigers het feitelijk bij het verkeerde eind hebben. Maar het lijkt weinig uit te halen, omdat de bezuinigers er alleen maar de kracht van de metafoor tegenover hoeven te stellen om, althans in eigen ogen en die van hun aanhangers, hun gelijk te bevestigen.

Ook Shiller geeft nog weer eens de goede zakelijke argumenten voor een stimuleringsbeleid, in plaats van bezuinigen, in een tijd van oplopende werkloosheid waarin de private consumptie is ingestort. En hij noemt maar weer eens de paradox van de zuinigheid:
wat verstandig is voor het huishouden is niet verstandig voor de maatschappij als geheel. Dit idee, soms de paradox van de zuinigheid genoemd, is dat als we allemaal tegelijk de broekriem aanhalen, de economie zo verzwakt wordt dat we uiteindelijk minder kunnen besparen, en integendeel allemaal slechter af zijn. Als dat gebeurt, dan is er collectieve actie - overheidsstimulering - nodig.
Als al die zakelijke argumentatie onvoldoende helpt, moeten we dan niet een tegengestelde metafoor bedenken die net zo krachtig is? Shiller stelt de metafoor van de "winter op de boerderij" voor. Als de winter invalt is er op de familieboerderij niet voldoende werk. Moeten de gezinsleden dan maar de hele winter niets doen (werkloos zijn)? Of is het niet beter om de winter te gebruiken voor langere termijn-projecten, zoals het repareren van de schuur, het graven van een bron of het bouwen van een afrastering?

Zit wat in, zou ik zeggen.

Maar Peter Dorman is er niet helemaal tevreden mee. Want die winter suggereert dat het probleem iets is wat van buiten komt, terwijl de economische winter nu juist zelf is gecreëerd. Hij stelt daarom het volgende voor (mijn vertaling):
er is een land ver hier vandaan met maar twee boeren en hun gezinnen. De een verbouwt tarwe en de ander houdt koeien voor de melk. Elk produceert voor zichzelf en verkoopt wat overblijft aan de andere boer. Op een dag besluit de melkveehouder om een koolhydraatarm dieet te gaan volgen en de aankoop van tarwe door het gezin terug te brengen. Het inkomen van de bouwboer daalt en het gezin houdt een spoedvergadering om uit te vinden wat hier aan toe doen. "Ons inkomen is gedaald," zegt de bouwboer, "en we hebben geen ander alternatief dan de broekriem aan te halen. Dit betekent dat we minder melk kunnen aanschaffen." En zo geschiedt. Maar dan daalt ook het inkomen van de melkveehouder en zij houden ook een vergadering, met als resultaat dat ze nog minder tarwe gaan kopen. En zo gaat het door, heen en weer, totdat beide gezinnen helemaal geen inkomen meer hebben en iedereen op een houtje moet bijten.
Een eenvoudige en krachtige metafoor, lijkt me. Om er het land mee in te gaan. Net zo als je soms intimidatie met intimidatie moet bestrijden, moet je soms ook een verkeerde metafoor onschadelijk maken door een goede.

How National Belt-Tightening Goes Awry - Economic View - NYTimes.com:

'via Blog this'

woensdag 7 maart 2012

Robert Shiller: Het blijft een raadsel hoe vrijwel uitsluitend degenen die met de financiële wereld zijn verbonden zo fabuleus rijk kunnen worden

Robert Shiller schreef in 2009 samen met George Akerlof het boek Animal Spirits, dat overtuigend laat zien dat het vak economie zonder een flinke dosis van het vak psychologie gemakkelijk de bocht uit vliegt. En in The Subprime Solution (2008) past hij dat toe op het ontstaan van de aandelenzeepbel in de jaren negentig en de huizenprijszeepbel in het begin van deze eeuw.

Dit jaar verschijnt van hem Finance and the Good Society, waarin hij laat zien hoe de financiële sector opnieuw moet worden uitgevonden met het oog op een rechtvaardiger maatschappij. Zie de link hieronder voor een passage uit dat boek. Hij bespreekt de mogelijkheden om via belastingheffing tot een rechtvaardiger inkomensverdeling te komen.

Hij pleit er onder andere voor om de tarieven voor de inkomstenbelasting te indexeren voor de mate van ongelijkheid. De toptarieven zouden dan automatisch stijgen als de inkomensongelijkheid toeneemt. Als de V.S. die formule in 1979 had ingevoerd, dan was het hoogste tarief nu meer dan 75% geweest. Dat geeft, zegt Shiller, enig idee van de grootte van de toename van de inkomensongelijkheid in die periode. (Daarvoor zou je dan dat tarief in 1979 willen weten. Als ik dat opzoek, hier (p.32), dan blijkt dat 34,7 te zijn geweest.)

Toevallig dat Francois Hollande, de Franse socialistische presidentskandidaat, ook dat hoogste tarief van 75% heeft genoemd. En ook Ronald Plasterk heeft gezegd dat het hoogste belastingtarief best omhoog kan. Harry van Dalen ging daar in Trouw gisteren tegenin. Hij zegt dat je groei en rechtvaardigheid samen moet laten gaan en dat je dat niet doet door "uit pure kwaadheid of jaloezie een hoger belastingtarief te introduceren".

Maar het ontstaan van emoties, of je ze nu kwaadheid noemt of jaloezie, heeft natuurlijk iets te maken met de vraag of inkomensverschillen wel rechtvaardig zijn. Als het, zoals Shiller zegt, een raadsel blijft hoe vrijwel uitsluitend degenen die verbonden zijn met de financiële wereld zulke fabuleus hoge inkomens binnen weten te slepen, dan is het niet verrassend dat dat rechtvaardigheidsemoties oproept.

'via Blog this'

woensdag 18 januari 2012