Dit is een vervolg op het bericht Banenruil? Ja, banenruil! En over de sociale voordelen er van.
Dat vervolg is nodig omdat ik verzuimde de link te leggen met het eerdere bericht Hoe verder mensen van hun werk wonen, hoe minder ze een sociaal leven hebben - en over hoe dat komt. Daarin gaat het over een Zweeds onderzoek dat aantoont dat mensen die langer onderweg zijn naar en van hun werk, minder een sociaal leven hebben. Ze participeren minder in verenigingen, komen minder in bioscopen en cafés (wat je meestal met anderen doet) en gaan minder naar familiebijeenkomsten en feestjes bij mensen thuis.
Maar wat ook uit dat onderzoek naar voren kwam, is dat ze minder vertrouwen hebben in andere mensen. Wat overigens klopt met ander onderzoek dat het hebben van meer familie- en vriendencontacten samengaat met meer vertrouwen in andere mensen.
Bovendien liet ik in dat bericht zien dat in Nederland de gemiddelde woon-werkafstand nog steeds toeneemt.Dat wil zeggen, tot 2007-2008, de laatste jaren waarvoor ik cijfers kon vinden.
En tenslotte leg ik daar de link met de achterliggende oorzaak van die toename, die er in gelegen is dat we een economische ontwikkeling hebben doorgemaakt en misschien nog wel doormaken, die sterk berust op schaalvergroting en ruimtelijke scheiding van wonen en werken.
Tja, banenruil is natuurlijk maar een uiterst bescheiden poging om de nadelen daarvan tegen te gaan. Een grondiger aanpak zou er uit bestaan dat we een veel meer gelokaliseerde economie gaan ontwikkelen. Maar hoe dat zou moeten?
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label banenruil. Alle posts tonen
Posts tonen met het label banenruil. Alle posts tonen
woensdag 23 september 2015
dinsdag 22 september 2015
Banenruil? Ja, banenruil! En over de sociale voordelen er van
Dat is leuk! Waar ik in 2003 voor pleitte, te bevorderen dat mensen die dat willen met elkaar van baan ruilen waardoor ze dichter bij hun werk komen te wonen, dat lijkt nu inderdaad te gebeuren.
Het AD berichtte er over. Zie Ik jouw baan, jij de mijne. De Amsterdamse ondernemer Max Boodie kwam op het idee, werkte het uit en ontwikkelde de website Banenruil.nl.
Er zouden al een stuk of dertig ruilen tot stand zijn gekomen. Boodie zoekt een grote partner, zoals Monsterboard, Job Bird of Nationale Vacaturebank.
Het terugbrengen van de woon-werkafstand is niet alleen milieuvriendelijk en een middel om het fileleed te verminderen. Het is ook een bijdrage aan de versterking van lokale gemeenschappen. Want het blijkt dat in buurten waarin mensen verder van hun werk wonen, de bewoners elkaar minder goed kennen en minder contact met elkaar hebben. Dit geldt zowel voor de forenzende als de niet-forenzende bewoners.
Niet alleen kost dat woon-werkverkeer veel tijd, waardoor er minder tijd over is voor sociale contacten. Maar ook leidt het ver uit elkaar liggen van wonen en werken tot het fragmenteren van sociale netwerken. Je kent mensen van je werk. En je kent mensen van je buurt. Maar die mensen kennen elkaar niet. Dat maakt je sociale netwerk minder "dicht" en we weten dat een dicht netwerk, dus een netwerk waarin meer geldt dat iedereen met iedereen verbonden is, gunstig is voor de kans op pro-sociaal gedrag. Zie Nog eens: waarom "een dorp" nodig is, met een verwijzing naar dit onderzoek: Altruism in networks: the effect of connections.
Zoals gezegd, ik pleitte voor banenruil al in 2003, in Geld en ‘de rest’ : Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid. Daarin werkte ik "Richtlijnen voor gemeenschapsbeleid" uit en de derde daarvan luidde:
Update. Zie nu ook Meer over de sociale voordelen van banenruil.
Het AD berichtte er over. Zie Ik jouw baan, jij de mijne. De Amsterdamse ondernemer Max Boodie kwam op het idee, werkte het uit en ontwikkelde de website Banenruil.nl.
Er zouden al een stuk of dertig ruilen tot stand zijn gekomen. Boodie zoekt een grote partner, zoals Monsterboard, Job Bird of Nationale Vacaturebank.
Het terugbrengen van de woon-werkafstand is niet alleen milieuvriendelijk en een middel om het fileleed te verminderen. Het is ook een bijdrage aan de versterking van lokale gemeenschappen. Want het blijkt dat in buurten waarin mensen verder van hun werk wonen, de bewoners elkaar minder goed kennen en minder contact met elkaar hebben. Dit geldt zowel voor de forenzende als de niet-forenzende bewoners.
Niet alleen kost dat woon-werkverkeer veel tijd, waardoor er minder tijd over is voor sociale contacten. Maar ook leidt het ver uit elkaar liggen van wonen en werken tot het fragmenteren van sociale netwerken. Je kent mensen van je werk. En je kent mensen van je buurt. Maar die mensen kennen elkaar niet. Dat maakt je sociale netwerk minder "dicht" en we weten dat een dicht netwerk, dus een netwerk waarin meer geldt dat iedereen met iedereen verbonden is, gunstig is voor de kans op pro-sociaal gedrag. Zie Nog eens: waarom "een dorp" nodig is, met een verwijzing naar dit onderzoek: Altruism in networks: the effect of connections.
Zoals gezegd, ik pleitte voor banenruil al in 2003, in Geld en ‘de rest’ : Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid. Daarin werkte ik "Richtlijnen voor gemeenschapsbeleid" uit en de derde daarvan luidde:
Richtlijn 3. Dring de woon-werkafstand terug
Laten we eens proberen om het werk naar de mensen te brengen in plaats van de mensen naar het werk. Dat is niet alleen de meest fundamentele manier om de files terug te dringen, het is daarnaast een uiterst belangrijk middel om de lokale gemeenschap te laten bloeien. Dit is eenvoudig gezegd, maar helaas minder gemakkelijk te realiseren. Voor een flink deel gaat het ook hier om beleid dat nogal wat overhoop haalt en pas op langere termijn uitvoerbaar is. Toch lijkt het mogelijk om de ruimtelijke scheiding van woon- en werkgebieden terug te dringen. Maar ook op kortere termijn moet er wel iets gedaan kunnen worden, als we bedenken dat het nu waarschijnlijk veel voorkomt dat iemand in plaats A woont en in plaats B werkt, terwijl iemand anders in plaats B woont en in plaats A werkt. Het zou goed kunnen zijn dat het zo vaak voorkomt dat zulke duo’s bestaan die vergelijkbare banen hebben. Misschien zouden leden van zulke duo’s best van baan willen ruilen. Alleen is er nu niets geregeld waardoor ze van elkaars bestaan op de hoogte worden gebracht. Deze toestand vraagt om een banenruilbeurs. Je kunt je twijfels hebben over hoeveel geslaagde ruilen zo een beurs zal opleveren, maar daar staat tegenover dat het ook weinig hoeft te kosten. Een goede website, en flink wat publiciteit, lijkt genoeg. Werkgevers kunnen natuurlijk dwarsliggers zijn, omdat ze te maken krijgen met hogere inwerkkosten. Maar net zoals er nu een werknemersrecht bestaat op deeltijdwerk, kunnen we ook een (nader omschreven) recht op banenruil invoeren.En dat laatste wijst op de mogelijkheid om in arbeidsovereenkomsten een recht op banenruil, uiteraard onder allerlei voorwaarden, in te voeren.
Update. Zie nu ook Meer over de sociale voordelen van banenruil.
Abonneren op:
Posts (Atom)