Posts tonen met het label schoolprestaties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schoolprestaties. Alle posts tonen

donderdag 11 april 2013

Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders

Nu we meemaken dat de politieke machthebbers in Europa met, het lijkt wel, onverschilligheid extreem hoge werkloosheidscijfers aanvaardbaar of zelfs wenselijk achten (als een middel om de lonen naar beneden te brengen en zo de concurrentiekracht te vergroten), is het goed om stil te staan bij de negatieve gevolgen van werkloosheid op degenen die dat treft. En: bij de negatieve gevolgen voor hun kinderen.

Aan die gevolgen voor werklozen zelf besteedden Rudi Wielers, Peter van der Meer en ikzelf aandacht in het overzichtsartikel Verhoogt werk ons welzijn? Zie daarover ook dit bericht. Onderzoek wijst uit dat de ervaring van werkloosheid de tevredenheid met het leven fors doet dalen, ongeveer 2 punten op een 10-puntsschaal. Zie de studies Unhappiness and Unemployment (betaalpoort) en Why Are the Unemployed So Unhappy? Evidence From Panel Data (pdf).

Die lage tevredenheid blijft ook bij langdurige werkloosheid bestaan; er treedt niet een aanpassingsproces op. En sterker, ook als je daarna weer werk vindt, dan heeft de ervaring van werkloos te zijn geweest een blijvende invloed op het niveau van welzijn dat mensen nog kunnen bereiken. Werkloosheid lijkt levenslang littekens na te laten Zie Scarring: The Psychological Impact of Past Unemployment (betaalpoort) en Unemployment Alters the Set Point For Life Satisfaction (betaalpoort).

Daaraan kan nu toegevoegd worden dat dat litteken er vooral uit bestaat dat mensen die een keer werkloos zijn geweest, daar een angst aan overhouden om dat nog een keer te moeten meemaken. Werkloos te zijn geweest creëert angst en onzekerheid. Zie Scarring of Scaring? The Psychological Impact of Past Unemployment and Future Unemployment Risk (pdf).

En er zijn nu zelfs aanwijzingen dat de ervaring van werkloosheid slecht uitwerkt op de kinderen die de werkloosheid van hun vader hebben meegemaakt. Uit de studie The Impact of Fathers’ Job Loss during the Recession of the 1980s on their Children’s Educational Attainment and Labour Market Outcomes (betaalpoort) blijkt dat kinderen van vaders die in de economische recessie van de jaren 80 van de vorige eeuw in Engeland werkloos werden, slechtere eindexamenresultaten behaalden en een grotere kans hadden op jeugdwerkloosheid. En de onderzoekers maken plausibel dat die negatieve gevolgen ook echt veroorzaakt werden door de werkloosheid van de vader (in plaats van een zogenaamd selectie-effect). Deze negatieve gevolgen waren vooral groot aan de onderkant van de arbeidsmarkt. We weten niet wat hier het psychologische mechanisme is, maar het zou kunnen dat kinderen die werkloosheid van hun vader meemaken, er minder op vertrouwen dat hun inspanningen voor school en werk ook echt resultaten zullen afwerpen. Als ze je zo maar op straat kunnen zetten, ja, wat heeft het dan allemaal voor zin?

Uiteraard hebben al deze effecten niet alleen een psychologisch (welzijns-)aspect, maar ook hebben ze grote economische kosten.

Dit alles maakt het navrant dat politieke leiders op zo grote schaal een (kortzichtige) obsessie hebben met overheidsschulden en ten behoeve daarvan het ooit algemeen omarmde streven naar volledige werkgelegenheid geheel aan de kant hebben gezet. Werkloosheid is in hun denken een middel geworden om evenwicht op de overheidsbegroting te bewerkstelligen. Een slecht middel. En een evenwicht dat niet nodig is. Denk eens beter na over de echte prioriteiten, zou je zeggen.

zaterdag 30 maart 2013

Kamerleden hebben het mis over leeftijdssegregatie en onderwijskwaliteit

Volgens PvdA-Kamerlid Loes Ypma moeten (zie de link onderaan):
leerlingen met leeftijdsgenootjes in de klas zitten, want dat komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede
Waar haalt het Kamerlid deze informatie vandaan? Er zijn juist integendeel aanwijzingen dat leeftijdsmenging goed is voor leerprestaties en cognitieve ontwikkeling. Maar bovendien ook leerlingen pro-socialer maakt, minder eenzaam en minder agressief. Juist leeftijdsgemengde groepen hebben we nodig. En meer kleine scholen, omdat die het voordeel hebben dat kinderen meer met elkaar vertrouwd zijn en meer leeftijdsgemengd met elkaar om gaan. Zie hier en hier.

En VVD-Kamerlid Karin Strauss is het met Ypma eens en vindt dat leerlingen niet alleen van hun leraren leren, maar ook van elkaar. Precies! Daarom is juist die leeftijdsmenging zo goed.

Samenwerkingsbonus voor kleine scholen - Binnenlands Bestuur:

'via Blog this'

zondag 6 november 2011

Lage status, armoede, piekeren en chronische stress

Toen ik dit bericht schreef, over lage status die aanzet tot piekeren en daardoor bijdraagt tot gezondheidsproblemen, moest ik denken aan een studie van een paar jaar geleden over het verband tussen sociaal-economische status en schoolprestaties en de rol die stress daarin speelt. Na wat zoeken in mijn Reference Manager bleek het om Childhood poverty, chronic stress, and adult working memory van Gary W. Evans en Michelle A. Schamberg te gaan.

Deze auteurs onderzoeken het verband tussen armoede in de jeugd en de prestaties op een test voor werkgeheugen. (Een goed werkgeheugen, hoeveel je op korte termijn kunt onthouden, is zoals bekend bevorderlijk voor schoolprestaties.) En ze gaan na in hoeverre dit verband tot stand komt door de mate van stress die met armoede gepaard zou gaan. Het blijkt dan dat hoe langer iemand vanaf de geboorte in armoede heeft doorgebracht, hoe slechter het werkgeheugen op zeventien-jarige leeftijd.

Wat maakt dat de duur van armoede het werkgeheugen lijkt te verminderen? Daar geeft de rol van stress enig inzicht in. Bij diezelfde zeventien-jarigen was ook, toen ze negen en dertien jaar waren, de mate van chronische stress gemeten oftewel de mate van allostatische belasting ("chronic wear and tear caused by the mobilization of resources to meet changing environmental exigencies"). Die werd berekend als een samenstelling van een aantal fysiologische maten (diastolische en systolische bloeddruk, nachtelijke epinephrine, norepinephrine, cortisol en de Body Mass Index).

Het blijkt dan dat degenen die langer in armoede hadden doorgebracht, meer last hadden van chronische stress. En het meer last hebben gehad van chronische stress vermindert ook het werkgeheugen. Het verband tussen armoede en werkgeheugen bleek te verdwijnen als je rekening houdt met die chronische stress.

Dit betekent dat het niet de armoede op zich is die leidt tot een minder goed werkgeheugen (en tot lagere schoolprestaties die daarmee samenhangen), maar de mate van stress die met armoede gepaard gaat. Daarbij moeten we bedenken dat het onderzoek werd gedaan in de Verenigde Staten. Het gaat dus over armoede in een overigens rijk land. Anders gezegd, over de gevolgen van het innemen van een lage sociaal-economische positie in een statushiërarchie waarin hoge status met grote rijkdom gepaard gaat.

Dat gepieker en die chronische stress zouden wel eens naar een zelfde onderliggende mechanisme kunnen verwijzen.