Posts tonen met het label self-disclosure. Alle posts tonen
Posts tonen met het label self-disclosure. Alle posts tonen

woensdag 1 februari 2017

Over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid

De mens is een fundamenteel sociale diersoort. Maar mensen kunnen, als gevolg van die eigenaardige mensheidsgeschiedenis en de daardoor ontstane culturele diversiteit, in heel verschillende sociale omgevingen belanden.

In de Paleo Sociale Omgeving, die van de jagers-verzamelaars, bracht je je leven door in een nagenoeg stabiele sociale omgeving. Waarin ieder voor overleving was aangewezen op delen en samenwerking met vertrouwde anderen.

Maar met de overgang naar de landbouwsamenlevingen ontstond er een diversiteit van sociale omgevingen.

Tegenwoordig onderscheiden we de meer collectivistische en de meer individualistische maatschappijen en culturen. In de collectivistische culturen, zoals in het oosten van Azië, zijn de relaties stabieler en zien mensen zichzelf meer als onderdeel van een geheel van onderling afhankelijke personen. Daarentegen zien mensen zichzelf in individualistische culturen, zoals in Noord-Amerika en Europa, meer als autonome en onafhankelijke individuen, met wisselende relaties.

Dat betekent dat je kunt opgroeien onder condities van sociale stabiliteit of onder condities van sociale vluchtigheid. Wat maakt dat voor verschil?

In het pas verschenen Relational mobility and close relationships: A socioecological approach to explain cross-cultural differences proberen Mei Kito, Masaki Yuki en Robert Thomson daarop een antwoord te geven.

Kort samengevat komt dat antwoord er op neer dat mensen er onder condities van sociale stabiliteit op gericht zijn om harmonie in stand te houden en om zoveel mogelijk rekening te houden met anderen. Daarentegen zijn mensen er onder condities van sociale vluchtigheid op gericht om relaties met anderen tot stand te brengen en in stand te houden.

In het geval van sociale vluchtigheid gaat het er dus om dat je aantrekkelijk genoeg bent voor anderen en dat je in staat bent om relaties met anderen in stand te houden, terwijl die anderen beschikken over alternatieven. Dat is een heel andere uitdaging dan die in het geval van sociale stabiliteit. Verschillen waar de onderzoekers op wijzen zijn:
  • Onder condities van sociale stabiliteit moet je leren om om te gaan met anderen die je misschien niet zo goed liggen. In een sociaal vluchtige omgeving hoeft dat niet, omdat je de relatie gemakkelijker kunt beëindigen.
  • Daardoor zullen mensen onder condities van sociale vluchtigheid meer relaties hebben met anderen die op hen lijken. Want er kan gelden: soort zoekt soort. Bij sociale stabiliteit zullen mensen meer de vaardigheid hebben ontwikkeld om met andersoortigen om te gaan.
  • Bij sociale vluchtigheid is een relatie dus altijd minder vanzelfsprekend dan bij sociale stabiliteit. Omdat je van jezelf en van elkaar weet dat er mogelijke alternatieven bestaan.
  • Bij sociale vluchtigheid zijn mensen er meer op gericht om een bestaande aantrekkelijke relatie in stand te houden door de ander meer te ondersteunen en zo te proberen om voor de ander onmisbaar te zijn. Dit verklaart dat vrienden in individualistische culturen meer steun uitwisselen dan vrienden in collectivistische culturen.
  • Bij sociale vluchtigheid zijn mensen in hun zoektocht naar relaties meer bereid om meer van zichzelf te onthullen dan bij sociale stabiliteit. Anders gezegd, onder condities van sociale vluchtigheid is zelfonthulling (self-disclosure) een signaal dat je de relatie op prijs stelt en wilt behouden. Bij sociale stabiliteit heb je dat signaal niet nodig.
  • Onder condities van sociale vluchtigheid speelt romantische liefde een grotere rol, als een soort signaal (commitment device) van gebondenheid. Bij sociale stabiliteit is dat signaal minder nodig.
Een verschil dat niet aan de orde komt, is dat de kans op eenzaamheid onder condities van sociale vluchtigheid groter lijkt te zijn. Ik zocht even naar onderzoek, maar vond alleen deze studie en die wijst juist op het tegendeel: What Predicts Loneliness? Cultural Difference Between Individualistic and Collectivistic Societies in Europe. Iets om verder over na te denken.

Tenslotte: een aanwijzing voor sociale vluchtigheid kan ook zijn hoe vaak je verhuisd bent. Denk aan de eerdere berichten Over de sociale nadelen van vaak verhuizen, in het bijzonder ook voor kinderen en Leidt het vaak verhuisd zijn tot sociale vluchtigheid?

dinsdag 25 februari 2014

Moet er vaak contact zijn om een diep contact te hebben?

Moet je familie of vrienden of buren vaak zien (of bellen, mailen of appen) om te kunnen zeggen dat je diepe contacten hebt? Dus contacten die niet oppervlakkig zijn, met anderen die je echt begrijpen? Of maakt de frequentie van het contact niet uit? Kun je ook diepe contacten hebben als je anderen maar sporadisch treft?

Ik neig tot het vermoeden dat een diep contact ook altijd een vertrouwd contact is. Met iemand waarmee je een gezamenlijke geschiedenis hebt. Je hebt elkaar dan al vaak meegemaakt en waarschijnlijk in verschillende omstandigheden. Waardoor je tegenover elkaar niet meer de schijn hoeft op te houden. Je hoeft je niet beter of anders voor te doen dan je bent. Je beseft dat de ander daar door heen zou kijken. En het verschaft ook de veiligheid om openhartig te zijn en je zelf bloot te geven (self-disclosure). Daardoor wordt het contact minder oppervlakkig, letterlijk minder alleen de buitenkant, de schijn. En ervaar je meer dat je echt wordt begrepen.

Dat vermoeden vindt enige bevestiging in de CBS-publicatie Frequentie en kwaliteit van sociale contacten, waar ik het eerder over had. De auteurs, Rianne Kloosterman en Karolijne van der Houwen, laten zien (in Tabel 4 van de Bijlage) dat mensen die vaker contact hebben met anderen ook vaker vinden dat "er mensen zijn die mij echt begrijpen" en minder vaak dat "mijn contacten oppervlakkig zijn". De diepte van contacten lijkt dus samen te gaan met de frequentie van contacten. En dit geldt zowel voor contacten met familieleden, met vrienden en met buren.

Ter illustratie: neem het contact met vrienden. Van de mensen die dagelijks contact met vrienden hebben, zegt 89 procent dat er mensen zijn die hen echt begrijpen. Dat percentage daalt naar 84 als het contact wekelijks is, naar 77 als het maandelijks is, naar 67 als het minder dan maandelijks is en naar 58 procent bij mensen die zelden of nooit contact met vrienden hebben.

Er zijn wel complicaties. Want je weet niet hoe het oorzakelijke verband ligt. Het kan zijn, zoals ik vermoed, dat al die contacten in het verleden er voor gezorgd hebben dat je nu diepere contacten hebt. Maar het kan ook zijn dat je iemand bent die zich gemakkelijk openstelt en daardoor anderen heeft ontmoet waarmee een diep contact is ontstaan. En omdat een diep contact prettig is, zul je die anderen ook vaak treffen en bellen en mailen en appen.

Het kan ook nog allebei waar zijn.