Posts tonen met het label slapeloosheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slapeloosheid. Alle posts tonen

dinsdag 8 mei 2012

Slapen we inderdaad minder? Misschien wel niet.

In dit bericht meldde ik dat we steeds minder slapen. Zonder bronverwijzing. Maar met de subjectieve "zekerheid" dat ik bronnen onder ogen had gehad en wist waar ik het over had.

Vandaag toch even gaan kijken naar de gegevens van het tijdsbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. En in de publicatie De tijd als spiegel zie ik in Tabel 3.1 op p. 30 dat Nederlanders van 12 jaar en ouder in 1975 60,5 uren per week sliepen. Evenveel als in 1980, waarna het aantal uren in 1985, 1990 en 1995 wat lager was (59,4, 59,7 en 59,4), in 2000 toenam tot 60,9 en in 2005 weer afnam naar 60,3 uren.

Niet echt een duidelijke afname dus. Gegevens over kinderen jonger dan twaalf jaar zijn er niet.

dinsdag 22 november 2011

Dankbaarheid verhoogt welzijn. Waarom zijn we dan vaak ondankbaar?

John Tierney geeft een mooi overzicht van het onderzoek naar de gunstige effecten van dankbaarheid. Zie het bericht hieronder. Door een houding van dankbaarheid te cultiveren voor wat je hebt en voor wat anderen voor je doen, verbeter je je gezondheid, slaap je beter, heb je minder last van angststoornissen en depressie, ben je tevredener met je leven en ben je aardiger voor anderen. Ook reageer je minder agressief op provocaties.

Dat weten we omdat onderzoekers op verschillende manieren bij proefpersonen gevoelens van dankbaarheid teweeg brachten. Bijvoorbeeld door hen te instrueren om een "dankbaarheidsdagboek" bij te houden, waarin ze op gezette tijden iets opschreven waarvoor ze dankbaar waren. Een aardige geste van iemand, iets wat ze hadden geleerd, een mooie zonsondergang, wat niet al. Of door hen een brief te laten schrijven aan iemand die hun leven ten goede had veranderd en die aan die persoon te laten voorlezen en overhandigen. Of door te arrangeren dat ze door iemand geholpen werden. De effecten daarvan konden dan worden vergeleken met een controlegroep die andere instructies hadden gekregen of die niet waren geholpen.

Toen ik hier bij stilstond, nam ik me voor om vaker dankbaar te zijn. Maar ook vroeg ik me af hoe het komt dat wij onderzoekers nodig hebben die ons er toe aanzetten om dankbaar te zijn. Waarom zijn we niet vanuit onszelf vaker dankbaar? Wat houdt ons tegen? Of waarom komen we niet op het idee?

Het heeft denk ik te maken met onze sterke sociale beïnvloedbaarheid. Dat werkt zoals altijd twee kanten op. Die onderzoekers zijn succesvol in staat om onze houding van dankbaarheid te vergroten. Maar in ons dagelijks leven staan we ook bloot aan sterke invloeden die de andere kant op werken. Ik denk natuurlijk aan de invloed van reclame en van televisieprogramma's over succesvolle beroemdheden, die veel meer bereikt hebben dan dat ons gelukt is. Al die boodschappen zijn bepaald niet bedoeld om onze dankbaarheid te vergroten. Integendeel, ze maken ons ontevreden en jaloers. En dat moet ook, want ondankbare mensen consumeren meer dan dankbare. Onze ondankbaarheid is goed voor "de economie". En ondankbare mensen  hebben meer interesse in beroemdheden en die beroemdheden leven van onze aandacht. 

Je kunt hier dus twee lessen uit trekken:

1. Wees vaker dankbaar.

2. Dat is gemakkelijker om te doen als je je minder blootstelt aan reclame en aan narcistische beroemdheden. Dus kijk minder televisie en kijk selectiever.

A Serving of Gratitude Brings Healthy Dividends - NYTimes.com:

'via Blog this'

woensdag 7 september 2011

Hoeveel Europeanen lijden aan een mentale stoornis?

Volgens een nieuwe schatting lijdt 38,2% van de bevolking van de Europese Unie, Zwitserland, IJsland en Noorwegen, inclusief kinderen en ouderen, per jaar aan een psychische aandoening. Ik zie even af van dementie en geef de percentages hieronder:
  • angststoornis 14%
  • slapeloosheid 7%
  • depressie (unipolair) 6,9%
  • somatomorfe stoornis 6,3%
  • alcohol- en drugsverslaving 4% of hoger
  • ADHD 5% van alle jongeren.
Die somatomorfe stoornis moest ik even opzoeken: het is een psychische aandoening waarbij een persoon lichamelijke klachten heeft waarvoor geen somatische oorzaak (lichamelijke ziekte) gevonden is.

De cijfers liggen in de lijn van vorige schattingen. Volgens de auteurs van het artikel vormen mentale en neurologische stoornissen de grootste uitdaging voor de gezondheidszorg in de 21ste eeuw. Ze waarschuwen voor onderschatting. Het gaat hier om klinisch relevante stoornissen die met de officiële diagnostische criteria zijn vastgesteld en die samengaan met psychosociaal disfunctioneren en beperkingen. De uitdaging ligt er vooral in dat de huidige behandelingen niet optimaal zijn, dat er geen volledige genezing is en dat er een gebrek is aan preventieve interventies. Ze pleiten daarom voor innovatief fundamenteel onderzoek naar de oorzaken van deze stoornissen.

Je bent soms geneigd om zulke cijfers voor kennisgeving aan te nemen. Maar het blijft natuurlijk intrigerend dat wij een manier van leven hebben ontwikkeld en een maatschappij hebben doen ontstaan die zoveel van ons in zulke grote mentale problemen brengen. Dat fundamentele onderzoek zou zich wat mij betreft primair moeten richten op de sociale en maatschappelijke oorzaken. Het is al bekend dat die oorzaken een belangrijke rol spelen. Zie bijvoorbeeld hier, hier en hier. 

Dat klopt met de vaststelling van de auteurs dat bij de meeste mensen met een psychische aandoening de problemen begonnen in hun kindertijd of adolescentie. Het lijkt er op dat de sociale omgevingen waarin onze kinderen opgroeien, of waarin ouderen onder ons zijn opgegroeid, niet goed aansluiten op wat kinderen nodig hebben om evenwichtig en vrij van angsten volwassen te worden. 
En laten we eerlijk zijn: hebben wij en hebben eerdere generaties daar wel goed over nagedacht bij het laten ontstaan van de maatschappij waarin wij leven?