dinsdag 3 maart 2015

CPB kritiseert het bezuinigings- en hervormingsbeleid

In de vandaag verschenen Policy Brief De Nederlandse consumptie. Goede tijden, slechte tijden levert het Centraal Plan Bureau kritiek op het hervormings- en bezuinigingsbeleid van het huidige en de voorgaande kabinetten. Maar die kritiek is verborgen in de laatste alinea en zou wel eens weinig aandacht kunnen krijgen.

Wat is het geval?  Het CPB rekent voor dat de consumptie van de Nederlandse huishoudens sterker fluctueert dan in de andere Europese landen. Anders gezegd, de volatiliteit van de Nederlandse particuliere consumptie is opvallend hoog. Dan weer geven we heel veel uit en dan weer houden we de hand op de knip.

Dat heeft twee grote nadelen. Het eerste is dat mensen zich prettiger voelen bij een stabieler consumptiepatroon. Een zelfde gestage toename is aangenamer dan een toename met allerlei fluctuaties. En aangenomen dat die volatiliteit voortkomt uit inkomensveranderingen of verwachte inkomensveranderingen, is dat fluctuerende bestedingspatroon dus een gedwongen aanpassing aan veranderende omstandigheden. Zie ook het bericht Mensen hebben liever een gestage geringere inkomenstoename dan een per saldo grotere, maar met ups en downs voor meer informatie.

Maar er is ook een nadelig effect op de gehele economie. Bedrijven moeten zich aanpassen aan de veranderende vraag en de economische conjunctuur wordt volatieler. Waardoor vaker perioden voorkomen met hoge werkloosheid. Volgens het CPB is het zelfs zo dat de sterkere fluctuatie in het Nederlandse bbp (bruto binnenlands product) dan in andere landen volledig voortkomt uit die opvallende volatiliteit van onze particuliere consumptie. We hebben het dus wel over iets.

Oké, maar waardoor komt het? Doordat wij zoveel (verplicht) sparen én zo veel schulden hebben dat er minder over is om uit te geven. Denk aan onze pensioenen en onze hypotheken. We beschikken over minder liquide middelen dan de Fransen, de Duitsers, de Belgen en de Oostenrijkers. Genoeg vrij beschikbaar spaargeld om schokken op te vangen hebben we niet. En dan moeten we dus onze consumptie aanpassen als het even wat minder goed gaat.

Wat te doen? Het CPB geeft verschillende opties, zoals het mogelijk maken om pensioenopbouw te gebruiken voor hypotheekaflossing, meer huizen bouwen als de vraag toeneemt, zodat de prijzen stabieler blijven, en het variabel maken van de pensioeninleg.

Maar tenslotte is er ook de optie om die volatiliteit te laten bestaan en er als overheid, in je macro-economische beleid, beter mee om te gaan. En dan wordt het interessant, want, tja, macro-economisch beleid, dat is in Den Haag, en trouwens in Europa, niet in de mode. Het CPB vermijdt ook de term. In plaats daarvan gaat het over actief begrotingsbeleid.

We weten dat dat inhoudt dat je als overheid de bestedingen moet opvoeren als de particuliere sector massaal bespaart en schulden aflost. We zitten dan in de spaarparadox. Omdat de bestedingen van de een de inkomsten van de ander zijn, moet er iemand blijven besteden en die rol kan dan alleen nog toevallen aan de overheid. Denk even terug aan Jan Pen in 1965 en de onmiskenbare terugval in publieke kennis.

Nu gaat het CPB niet zo ver dat het actief begrotingsbeleid ronduit aanbeveelt. Want in dat verband noemt het als bezwaren dat daarvoor het verloop van de conjunctuur goed moet kunnen worden voorspeld en dat nieuwe bestedingen tijdig geëffectueerd moeten kunnen worden. Die bezwaren zijn lang niet altijd doorslaggevend, maar het is nu eenmaal nog steeds het Haagse mantra om te doen alsof dat wel zo is.

Maar dan komt tenslotte de kritiek van het CPB op het Haagse bezuinigings- en hervormingsbeleid. Want oké, macro-economisch beleid is dan weliswaar uit den boze, maar om nu als overheid te gaan bezuinigen en te hervormen in een tijd van recessie, dat kan natuurlijk nooit verstandig zijn. Het CPB zegt het netter, maar daar komt het op neer. Juist door dat hervormings- en bezuinigingsbeleid zijn immers lasten verschoven van het overheidsbudget naar dat van de burgers. Die daardoor nog meer geprobeerd hebben om hun bestedingen terug te brengen. En dus nog meer volatiliteit.

Waardoor, zoals bekend, behalve in Den Haag en in de Nederlandse media, de crisis onnodig langer duurt. We mogen tevreden zijn dat het CPB deze kritiek nu naar voren brengt, zij het verstopt in een laatste alinea.

Ik dacht ook nog even terug aan dat vernietigende rapport van de Brusselse denktank Bruegel over het Nederlandse bezuinigingsbeleid. En bedacht dat minister Kamp nu wel mooi excuses aanbiedt aan de Groningers voor het hebben verwaarloosd van de risico's van gaswinning, maar dat we hopelijk ooit nog eens meemaken dat een toekomstige regering zijn excuses aanbiedt aan de Nederlandse bevolking voor het rampzalige bezuinigingsbeleid dat nu al jaren gevoerd wordt.

Update. Zie nu, november 2015, ook het CPB-rapport Macro-economie bij balansproblemen en in de liquiditeitsval van Lukkezen, Jacobs en Kool, waarin gehakt wordt gemaakt van het bezuinigingsbeleid. Zeer actueel bij het huidige trage herstel, als het al een herstel is en niet een stagnatie. Citaat (p.5):
Ontsnappen aan economische stagnatie –veroorzaakt door zware balansproblemen en een aanhoudende nulondergrens – kan alleen als anticyclische maatregelen zo krachtig zijn dat de onderbesteding wordt weggenomen en de output gap volledig wordt gedicht. Dan zullen zowel vraag als prijzen gaan stijgen. Balansproblemen nemen dan verder af en de economie groeit vanzelf uit de nulondergrens. Wanneer de economie onvoldoende krachtig wordt gestimuleerd, zal de opleving slechts tijdelijk zijn. De economie valt na deze opleving weer terug in de (schuld)deflatiespiraal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen