dinsdag 24 november 2015

Hoe gezinnen pogen om sociale contacten in stand te houden - door niet te verhuizen

De aanwijzingen zijn sterk dat gezinnen historisch gezien in hoge mate sociaal geïsoleerd zijn. Bovendien lijkt dat isolement ook nu nog toe te nemen, er uit blijkend dat we steeds minder bij elkaar op bezoek gaan. Zie We gaan minder en minder en minder bij elkaar op bezoek. Gezinnen weer meer sociaal geïsoleerd.

In overeenstemming daarmee zou zijn dat mensen graag meer sociale contacten zouden willen dan ze hebben. En uit de CBS-publicatie Frequentie en kwaliteit van sociale contacten blijkt dat dit ook inderdaad het geval is. Er is duidelijk een onvervulde behoefte aan (ontmoetingsplekken en) sociale contacten.

Natuurlijk zou daarmee ook in overeenstemming zijn dat we in onze maatschappij een eenzaamheidsprobleem kennen. En wie zou willen ontkennen dat dat probleem er is? Zie Bijna veertig procent van de volwassen Nederlanders voelt zich eenzaam - RIVM.

En er zou mee in overeenstemming zijn dat het in ons volwassen leven nog maar weinig gebeurt dat we nieuwe vrienden maken. De vrienden die we hebben wonen vaak ver weg en ontmoeten we uitsluitend nadat langdurig de agenda's zijn geraadpleegd. Zie Waardoor maken we in ons volwassen leven maar weinig nieuwe vrienden?

En tenslotte zou je ook kunnen denken dat ons verhuisgedrag er door wordt beïnvloed. Want stel dat je ergens woont waar je dan toch, tegen alle kansen in, vrienden hebt gemaakt. Jonge gezinnen willen nog al eens vrienden maken via hun kinderen. Je treft elkaar in of bij de school en leert elkaar kennen via logeerpartijtjes van de kinderen.

De vrienden die je daar mee maakt, zijn dan natuurlijk een kostbaar "bezit". Misschien zo kostbaar dat je zelfs kansen op de arbeidsmarkt laat liggen omdat je er voor terugdeinst om daar voor te gaan verhuizen.

Volgens het mooie artikel Growing Families That Stay Put in de New York Times van een maand geleden is dat een opkomende trend. Ook als gezinnen door uitbreiding eigenlijk te klein behuisd zijn, kiezen ze er toch vaak voor om te blijven waar ze zijn. Vanwege de sociale inbedding in een netwerkje van buren- en vriendschapsrelaties. Lees dat artikel en bekijk ook de mooie foto's.

Zou je deze trend, als het een trend is, ook kunnen terugzien in de verhuisstatistieken? Misschien een beetje, want er zijn natuurlijk veel factoren die het aantal verhuizingen beïnvloeden. Zo wordt er in een economische crisis, na sterk gestegen huizenprijzen, weinig verhuisd. Zie Verhuizingen, 2014 van het Compendium voor de Leefomgeving.

Maar daar lees je ook dat ruim een derde van de verhuizingen voor rekening komt van twintigers, omdat mensen op die leeftijd het ouderlijk huis verlaten. En daarna een partner en/of een baan vinden, wat ook weer "verhuisbewegingen" tot gevolg heeft.

Maar al snel daarna wordt er minder verhuisd. Vooral minder als er tieners in het huis zijn. Want die hebben dan vriendjes gemaakt. En ouders hebben contacten opgedaan.

Samengevat: "Naarmate mensen ouder worden, is de verhuismobiliteit steeds lager". Want mensen koesteren dat kostbare bezit van vrienden die ze ondanks alles toch gemaakt hebben.

1 opmerking:

  1. Toch wordt er nog steeds volop verhuisd. Alleen de afstanden zie je steeds meer kleiner te worden, juist om de voorgaande beschreven redenen. Ouderen die met pensioen gaan verhuizen ook vaak dichter naar hun kinderen/kleinkinderen toe.

    BeantwoordenVerwijderen