vrijdag 6 november 2015

Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend

In vervolg op mijn bericht van gisteren (Over het naderende einde van de eurozone), is vandaag de column van Paul Krugman (Austerity's Grim Legacy) een goede aanleiding om verder stil te staan bij de grote schade die door het bezuinigingsbeleid is aangericht. Wereldwijd, maar vooral ook in de eurozone en in Nederland.

Krugman wijst er op dat de economische schade van het bezuinigingsbeleid nu nog groter blijkt te zijn dan hij en andere critici hadden verwacht. Maar bovendien stapelen de aanwijzingen zich op dat die schade nog wel eens lang zou kunnen voortduren. Dat de economie in een toestand van hysterese, van stabiele lagere groei, terecht kan komen, was al eerder bekend. Maar op dit moment, ik citeer Krugman,
the evidence practically screams hysteresis. Even countries that seem to have largely recovered from the crisis, like the United States, are far poorer than precrisis projections suggested they would be at this point. And a new paper by Mr. Summers and Antonio Fatás, in addition to supporting other economists’ conclusion that the crisis seems to have done enormous long-run damage, shows that the downgrading of nations’ long-run prospects is strongly correlated with the amount of austerity they imposed.
What this suggests is that the turn to austerity had truly catastrophic effects, going far beyond the jobs and income lost in the first few years. In fact, the long-run damage suggested by the Fatás-Summers estimates is easily big enough to make austerity a self-defeating policy even in purely fiscal terms: Governments that slashed spending in the face of depression hurt their economies, and hence their future tax receipts, so much that even their debt will end up higher than it would have been without the cuts.
Zie speciaal voor Nederland ook mijn eerdere bericht Waar het over zou behoren te gaan: de economische schade van het bezuinigingsbeleid, waarin ik Bas Jacobs aanhaalde:
We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.
Diezelfde Bas Jacobs heeft nu ook samen met twee CPB-medewerkers het CPB Achtergronddocument Macro-economie bij balansproblemen en in de liquiditeitsval uitgebracht. Daarin wordt uitvoerig en zorgvuldig uit de doeken gedaan waarom het zo'n slecht idee was van de opeenvolgende regeringen-Rutte om in de recessie te gaan bezuinigen. Hier is een samenvatting van de resultaten van de analyse:
wanneer balansproblemen ernstig zijn of de economie in de liquiditeitsval is beland, zal de economie zich niet uit zichzelf herstellen. De reden is dat de centrale bank niet meer met normaal monetair beleid de neerwaartse druk op de inflatie kan wegnemen. Zolang de nulondergrens op de nominale rente bindend is, stijgen de reële rentes, waardoor de consumptieve bestedingen en de investeringen afnemen. Door dalende inflatie worden ook balansproblemen groter, waardoor consumptieve bestedingen nog verder achterblijven. De output gap wordt bijgevolg groter en de neerwaartse druk op de prijzen wordt sterker. De economie kan dan op een pad van eindeloze stagnatie terecht komen zonder groei, deflatie en schuld-deflatiedynamiek. Monetair en budgettair beleid kunnen dit proces keren, maar alleen als deze voldoende krachtig worden ingezet en de outputgap geheel wordt gesloten zodat de deflatietendenzen worden omgebogen en inflatie ontstaat. Onvoldoende krachtige beleidsimpulsen, die de outputgap niet sluiten, zorgen voor een tijdelijke conjuncturele opleving waarna de economie weer wegglijdt in een stagnatiescenario. Structurele hervormingen en grotere loon- en prijsflexibiliteit hebben niet noodzakelijk gunstige kortetermijneffecten. Ze versterken namelijke de neerwaartse druk op de prijzen en verhogen op korte-termijn reële rentes en schuld-deflatiedynamiek, waardoor de neerwaartse (schuld-) deflatiespiraal aanhoudt.
Is het dan zo dat het bezuinigingsbeleid ook in Nederland self defeating is geweest? In de zin dat de overheidsschuld er door is gestegen in plaats van afgenomen? Ja, dat klopt. De overheidsschuld is sinds 2010, toen de bezuinigingen begonnen, als percentage van het BBP van jaar tot jaar toegenomen, van 59 procent in 2010 tot 68,8 procent in 2014. Zie Rijksjaarverslag 2014 in beeld.

Je kunt wel minder gaan uitgeven als je een tekort hebt, maar als je een overheid bent, dan heeft dat negatieve gevolgen op je economie. Waardoor er vervolgens minder geld binnenkomt. En je schuld toeneemt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen