Posts tonen met het label Harry van Dalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Harry van Dalen. Alle posts tonen

donderdag 15 december 2016

Harry van Dalen over de actualiteit van A Christmas Carol van Charles Dickens - En over I, Daniel Blake

Onder de titel Waarom ‘A Christmas Carol’ verplichte kost voor economen is heeft Harry van Dalen een fraaie beschouwing over de maatschappijkritiek die Charles Dickens met dit kerstverhaal beoogde. 

Het boek verscheen in 1843 en werd meteen veel gelezen. Het verhaal van Scrooge, die vindt dat de armen niet moeten worden geholpen, omdat ze daar maar lui van worden en meer kinderen verwekken, waardoor er nog meer armen komen, leert ons hoe in die tijd door economen en de overheid over armoede werd gedacht.

Maar tegelijk zegt de populariteit van Dickens' aanklacht ons iets over hoe gewone mensen daarover dachten en denken.

Volgens de toen invloedrijke Thomas Malthus (1766 - 1834) waren honger en armoede onvermijdelijk en was het verkeerd om de armen te helpen. Wat er aan sociale zekerheid bestond, de Poor Laws, werkte alleen maar averechts.
Door de armen geld en eten te geven zouden ze lui worden en meer kinderen nemen dan ze zelfstandig konden onderhouden. Met andere woorden, het bieden van een armenhulp creëerde alleen nog maar meer armen. Volgens Malthus was dan ook het beste als de lokale Poor Laws zouden worden opgeheven waarbij alleen nog de workhouses als laatste toevluchtsoord voor de armen over moesten blijven. Armenhulp mocht echter geen pretje zijn omdat afhankelijkheid als een kwaad werd gezien. In 1834 werd de visie van Malthus min of meer overgenomen in de nieuwe wet. ‘Outdoor relief’ – dus het bieden van geld of voedsel – werd afgeschaft en lokale Workhouses moesten gaan functioneren als zogenaamde Union Workhouses, waar armen in verschillende categorieën bij elkaar werden gezet. Mannen bij mannen, vrouwen bij vrouwen, kinderen bij kinderen.
Dickens was bekend met die workhouses, waarvan het idee was dat het leven er zo onaangenaam mogelijk moest zijn omdat het anders maar luiaards zou aantrekken. Waarbij dit citaat van Malthus een inspiratiebron moet zijn geweest:
A man who is born into a world already possessed, if he cannot get subsistence from his parents on whom he has a just demand, and if the society do not want his labour, has no claim of right to the smallest portion of food, and, in fact, has no business to be where he is. At nature's mighty feast there is no vacant cover for him. She tells him to be gone, and will quickly execute her own orders.
Dit is gemakkelijk te herkennen als het soort economie dat egoïsme rechtvaardigt. Armen hebben geen recht op bestaan en dus ook geen recht op onze hulp en solidariteit. Sterker, het zou onjuist zijn om hen te helpen.

Maar Dickens laat Scrooge 's nachts bezoek krijgen van drie geesten die het hem flink lastig maken en waarvan de laatste hem toevoegt:
“Man,” said the Ghost, “if man you be in heart, not adamant, forbear that wicked cant until you have discovered What the surplus is, and Where it is. Will you decide what men shall live, what men shall die? It may be, that in sight of Heaven, you are more worthless and less fit to live than millions like this poor man’s child.”
Met the surplus wordt het bevolkingsoverschot bedoeld, waarmee Malthus de armen aanduidde.

En tenslotte komt Scrooge tot inkeer en betert hij zijn leven.

Van Dalen is er niet zo expliciet over, maar, helaas, Dickens' aanklacht is in 2016 nogal actueel. Ook nu zijn er onder economen en politici ideeën over werkloosheid en armoede waar de honden geen brood van lusten.

In de neoklassieke economische modellen bestaat geen onvrijwillige werkloosheid. Iedereen zonder werk weigert om een voldoende laag loon te accepteren. Politici wijzen macro-economisch beleid gericht op volledige werkgelegenheid af. Werkgelegenheid is niet een doel, maar een middel om marktevenwicht te bereiken.

In dat wereldbeeld past het om het uitkeringstrekkers niet te gemakkelijk te maken en van hen een tegenprestatie te eisen. En het past om bij het minste of geringste tekortschieten een sanctie op te leggen. Werkloos zijn is je eigen schuld. Dat er zoveel voedselbanken zijn, wordt er mee afgedaan dat er natuurlijk altijd mensen op afkomen als je dingen gratis uitdeelt.

We lijken in sommige opzichten weer terug te zijn in het midden van de negentiende eeuw. Waarin dus de populariteit van Dickens' aanklacht er op wees dat gewone mensen dat wereldbeeld afwijzen.

We zouden nu zo'n aanklacht ook goed kunnen gebruiken.

Maar wacht, die is er al. Gisteren de film I, Daniel Blake van Ken Loach gezien. Lees hier wat The Guardian daarover schrijft: I, Daniel Blake review – Ken Loach's quiet rage against injustice. Met aan het eind een verwijzing naar, jawel, Charles Dickens.

donderdag 20 oktober 2016

Verplichte keuze met betrekking tot orgaandonatie?

Hoe zou het inzicht van het sociaal ingebed zijn van pro-sociaal gedrag moeten doorwerken in de keuze-architectuur van orgaandonatie? (Zie over keuze-architectuur eerder het bericht Pro-sociaal gedrag en keuze-architectuur - Over het naar voren halen van schuldgevoel.)

Die vraag dringt zich op nu er aanwijzingen zijn dat het aantal nieuwe "nee"-registraties in het Donorregister nogal sterk is toegenomen nadat de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel heeft aangenomen dat regelt dat iedereen donor is tenzij hij heeft laten registreren dat niet te willen zijn (ja - tenzij).

Het wetsvoorstel was bedoeld om het aantal orgaandonoren te verhogen. Daar is wat voor te zeggen. Ik las dat vorig jaar 134 mensen zijn overleden die hadden kunnen overleven als er een donororgaan beschikbaar was geweest.

Moeten we nu vaststellen dat de nieuwe wet, waarin dus donorschap het standaardalternatief gaat worden (het voorstel moet nog door de Eerste Kamer), averechts uitwerkt?

Zou kunnen. Het kan zijn dat het weerstandseffect (de weerstand tegen inbreuk op de gedragsvrijheid) wordt aangewakkerd. Of beter: nu naar buiten komt.

Maar internationale vergelijking wijst uit dat het bezwaarsysteem (ja - tenzij) resulteert in meer orgaandonoren en kortere wachttijden voor orgaantransplantaties dan het toestemmingssysteem (nee - tenzij). Zie De invloed van beslissystemen op de beschikbaarheid van donororganen:een internationale vergelijking.

Dat komt ook overeen met onderzoek dat laat zien dat mensen een pro-sociaal alternatief eerder kiezen als het als standaardalternatief wordt aangeboden. Ze lijken het dan op te vatten als de keuze die gangbaar is.

Een en ander wijst op de mogelijkheid dat het weerstandseffect bij de orgaandonatie nu inderdaad tijdelijk tot uiting komt, maar dat op de langere termijn meer donoren beschikbaar zullen komen. Want bijna 9 miljoen mensen, las ik gisteren in de Volkskrant, hebben zich helemaal nog niet geregistreerd. Je zou kunnen verwachten dat veel daarvan oftewel door zich alsnog als donor te registreren oftewel door geen bezwaar aan te tekenen, te kennen geven dat ze orgaandonor willen zijn.

Maar ik vroeg me af of ook hier de architectuur van de expliciete keuze niet nog beter zou werken. We zagen dat zulks het geval is bij de keuze voor wel of niet groene energie.

En ja hoor, na wat zoeken kwam ik er achter dat Harry van Dalen dat, al in 2011, heeft onderzocht. Zie Verplicht kiezen stimuleert orgaandonatie. Hij legde mensen de vraag voor;
“Stel dat iedere keer dat u uw paspoort moet vernieuwen op het gemeentehuis u tegelijkertijd verplicht bent om een keuze te maken ten aanzien van orgaandonatie. De keuze die u maakt is net zo lang geldig als uw paspoort. Indien u komende week uw paspoort moet vernieuwen, wat zou dan uw keuze zijn ten aanzien van de vraag: wilt u donor zijn?”
Op die vraag antwoordt 69 procent met ja,
meer dan de 60 procent die aangeeft geen bezwaar te zullen aantekenen in het geval van het bezwaarsysteem (ja, tenzij). Zie de figuur.

Ook hier zou de verklaring er in kunnen liggen dat de bewuste, expliciete keuze het schuldgevoel naar voren haalt dat mensen zouden ervaren als ze orgaandonatie zouden weigeren. Het schuldgevoel dus van niet pro-sociaal te handelen.