De publieke omroep moet bezuinigen. Want de reclame-inkomsten lopen terug en voor de optie om de publieke bijdrage te verhogen is kennelijk (nog?) geen politieke meerderheid.
Nu dreigt er bezuinigd te gaan worden op programma's waarvoor de publieke omroep eigenlijk is bedoeld: programma's die achtergrondinformatie verschaffen, informatie die kijkers helpt bij het begrijpen van de maatschappij waarin ze leven. Programma's als Tegenlicht, Zembla en Andere Tijden. Misschien omdat ze duur zijn in vergelijking met programma's waarin Bekende Nederlanders figureren. Want ja, BN'ers zijn goedkoop. Die moeten immers vaak in beeld, omdat hun inkomen van hun naamsbekendheid afhangt.
Dat de publieke omroep zich deels moet bedruipen uit reclame-inkomsten, is eigenlijk vreemd. Want de afhankelijkheid van die inkomsten, en dus van kijkcijfers, kan gemakkelijk ten koste gaan van die taak van het bieden van achtergrondinformatie. Dat zulke programma's over het algemeen minder worden bekeken dan het celebrities-amusement, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de maatschappelijke waarde ervan geringer is.
Het vreemde ligt erin dat je als overheid enerzijds die taak van een publieke omroep serieus neemt, want er is wetgeving en er zijn uitgaven, maar dat je anderzijds de goede uitvoering van de publieke taak tegenwerkt door te eisen dat een deel van de inkomsten uit reclame moet worden verkregen.
Diezelfde tegenstrijdigheid hebben we gezien bij, iets heel anders, de sociale werkvoorziening. Er kwamen sociale werkplaatsen op grond van het inzicht dat de markt niet uit zichzelf werkgelegenheid creëert voor iedereen. Voor sommigen is beschut werk noodzakelijk, dat commercieel niet of niet voldoende tot stand komt. Sociale werkvoorziening dus als publieke taak.
Maar toen sloeg de ideologie van de kleine overheid toe en het blinde geloof in de weldaden van de marktwerking. En dus moesten de sociale werkplaatsen zich meer bekostigen door middel van eigen inkomsten. De bijdragen vanuit het Rijk werden gekort. Sociale werkplaatsen moesten op de markt concurreren. Want ze waren te duur.
Met als bekend gevolg dat de werkplaatsen hun beste werknemers, die misschien anders werk hadden kunnen vinden op de reguliere arbeidsmarkt, probeerden te behouden. Vandaar dat de lonen in de sociale werkvoorziening gingen toenemen. Waardoor de sociale werkplaatsen nog duurder werden. En de wachtlijsten voor de sociale werkvoorziening ontstonden en groeiden. Want de werkplaatsen begonnen in te zien dat het "bedrijfseconomisch" gezien niet verstandig was om datgene te doen waarvoor ze bedoeld waren: werk bieden aan de zwaksten op de arbeidsmarkt.
En zo werd de sociale werkvoorziening om zeep geholpen. Sociale werkplaatsen? Nee hoor, veel te duur. Een publieke taak die door de politiek niet serieus werd genomen.
Zal de publieke omroep net zo door de politiek om zeep worden geholpen?
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label commercialisering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label commercialisering. Alle posts tonen
woensdag 4 juli 2018
donderdag 2 maart 2017
Doorgeschoten commercialisering - Neem nu die perrontrappen die er niet zijn
Toekomstige generaties zullen over onze tijd oordelen als een van doorgeschoten commercialisering.
Denk even aan het verschijnsel dat als je bedrijven onbelemmerd de voordelen van schaalvergroting en ruimtelijke concentratie laat opzoeken, je woonbuurten creëert waarin ontmoetingsplekken ontbreken. Zie Steeds minder ontmoetingsplekken door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie en Als aanbieders tegen elkaar aanschurken, werkt de markt niet optimaal. Je hebt dan een ontwikkeling waarin de commercie prevaleert boven de sociale welvaart van buurten.
Maar het kan nog vreemder. Grotere gemeenten hebben in de loop van de jaren er in toegestemd, of willens en wetens bevorderd, dat de grote stations en hun directe omgeving werden getransformeerd tot commerciële centra.
Het vroegste voorbeeld daarvan was het Utrechtse Hoog Catharijne. Maar meer algemeen is nu elk groot station een winkelcentrum geworden waar je eigenlijk voor al je dagelijkse behoeften terecht kunt.
Een te begrijpen ontwikkeling. Want waar veel mensen langskomen, zullen aanbieders zich graag vestigen.
Maar het wordt anders als gemeenten er aan gaan meewerken dat hun burgers gedwongen worden om zich door dat winkelcentrum heen te bewegen.
In feite is dat in Utrecht gebeurd. Dat heeft er mee te maken dat er naast het Utrechtse Centraal Station een wandel- en fietsbrug is aangelegd, de Moreelsebrug, die over de uiteinden van de perrons loopt. De foto is vanaf die brug richting stationshal gemaakt. Daarachter zie je het Stadskantoor fraai in het winterse zonnetje oprijzen.
Nu ligt het voor de hand om vanaf de perrons trappen naar die brug aan te leggen. Zodat de reizigers voor wie dat handig en tijdsbesparend is langs die weg het station kunnen binnenkomen en verlaten.
Maar wat is het geval? De gemeente Utrecht heeft er in het overleg met de eigenaar van Hoog Catharijne mee ingestemd dat die trappen er niet komen. Waarmee aankomende reizigers dus gedwongen worden om zich via de commerciële voorzieningen in de stationshal en Hoog Catharijne huiswaarts te begeven. Omdat dat immers bijdraagt aan de economische waarde van die voorzieningen en dus aan de inkomsten van de eigenaar.
Bedenk dat de gemeente dus niet (meer) die eigenaar is. Ware dat wel het geval, dan had dit probleem, wat een probleem is van externe effecten, intern kunnen worden opgelost.
Nu moet ik er bij zeggen dat de gemeente wel een voorwaarde had gesteld. Die houdt in dat als de drukte van het reizigersverkeer blijft toenemen, er een situatie kan ontstaan waarin die perrontrappen om veiligheidsredenen noodzakelijk worden. De mensenmassa in de stationshal zou dan te groot kunnen worden. Zie dit bericht en dit bericht van De Utrechtse Internet Courant (DUIC).
En dat is opmerkelijk. Want de gemeente acht het dus niet bezwaarlijk om ons te dwingen tot die route langs al die winkeltjes, ook als ons dat tijdverlies oplevert en ons slecht uitkomt, zolang er maar geen veiligheidsproblemen ontstaan.
Dat is dus doorgeschoten commercialisering. Met als gevolg dat die commerciële bedrijvigheid in die stationshal groter is dan wat economisch gezien optimaal zou zijn.
Update. Nu, een dag later, is er het nieuws dat passagiers van de Uithoftram straks ook niet rechtstreeks naar de binnenstad kunnen lopen, maar gedwongen worden tot de omweg door de stationshal. Laten we zeggen dat het eigenaardig is.
Update. Zie nu ook Aan: Gemeente Utrecht. Bouw perrontrappen aan de Moreelsebrug!
Denk even aan het verschijnsel dat als je bedrijven onbelemmerd de voordelen van schaalvergroting en ruimtelijke concentratie laat opzoeken, je woonbuurten creëert waarin ontmoetingsplekken ontbreken. Zie Steeds minder ontmoetingsplekken door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie en Als aanbieders tegen elkaar aanschurken, werkt de markt niet optimaal. Je hebt dan een ontwikkeling waarin de commercie prevaleert boven de sociale welvaart van buurten.
Maar het kan nog vreemder. Grotere gemeenten hebben in de loop van de jaren er in toegestemd, of willens en wetens bevorderd, dat de grote stations en hun directe omgeving werden getransformeerd tot commerciële centra.
Het vroegste voorbeeld daarvan was het Utrechtse Hoog Catharijne. Maar meer algemeen is nu elk groot station een winkelcentrum geworden waar je eigenlijk voor al je dagelijkse behoeften terecht kunt.
Een te begrijpen ontwikkeling. Want waar veel mensen langskomen, zullen aanbieders zich graag vestigen.
Maar het wordt anders als gemeenten er aan gaan meewerken dat hun burgers gedwongen worden om zich door dat winkelcentrum heen te bewegen.
In feite is dat in Utrecht gebeurd. Dat heeft er mee te maken dat er naast het Utrechtse Centraal Station een wandel- en fietsbrug is aangelegd, de Moreelsebrug, die over de uiteinden van de perrons loopt. De foto is vanaf die brug richting stationshal gemaakt. Daarachter zie je het Stadskantoor fraai in het winterse zonnetje oprijzen.Nu ligt het voor de hand om vanaf de perrons trappen naar die brug aan te leggen. Zodat de reizigers voor wie dat handig en tijdsbesparend is langs die weg het station kunnen binnenkomen en verlaten.
Maar wat is het geval? De gemeente Utrecht heeft er in het overleg met de eigenaar van Hoog Catharijne mee ingestemd dat die trappen er niet komen. Waarmee aankomende reizigers dus gedwongen worden om zich via de commerciële voorzieningen in de stationshal en Hoog Catharijne huiswaarts te begeven. Omdat dat immers bijdraagt aan de economische waarde van die voorzieningen en dus aan de inkomsten van de eigenaar.
Bedenk dat de gemeente dus niet (meer) die eigenaar is. Ware dat wel het geval, dan had dit probleem, wat een probleem is van externe effecten, intern kunnen worden opgelost.
Nu moet ik er bij zeggen dat de gemeente wel een voorwaarde had gesteld. Die houdt in dat als de drukte van het reizigersverkeer blijft toenemen, er een situatie kan ontstaan waarin die perrontrappen om veiligheidsredenen noodzakelijk worden. De mensenmassa in de stationshal zou dan te groot kunnen worden. Zie dit bericht en dit bericht van De Utrechtse Internet Courant (DUIC).
En dat is opmerkelijk. Want de gemeente acht het dus niet bezwaarlijk om ons te dwingen tot die route langs al die winkeltjes, ook als ons dat tijdverlies oplevert en ons slecht uitkomt, zolang er maar geen veiligheidsproblemen ontstaan.
Dat is dus doorgeschoten commercialisering. Met als gevolg dat die commerciële bedrijvigheid in die stationshal groter is dan wat economisch gezien optimaal zou zijn.
Update. Nu, een dag later, is er het nieuws dat passagiers van de Uithoftram straks ook niet rechtstreeks naar de binnenstad kunnen lopen, maar gedwongen worden tot de omweg door de stationshal. Laten we zeggen dat het eigenaardig is.
Update. Zie nu ook Aan: Gemeente Utrecht. Bouw perrontrappen aan de Moreelsebrug!
Abonneren op:
Posts (Atom)