woensdag 4 juli 2018

Een publieke taak moet je met publiek geld financieren - Over de publieke omroep en over de sociale werkvoorziening

De publieke omroep moet bezuinigen. Want de reclame-inkomsten lopen terug en voor de optie om de publieke bijdrage te verhogen is kennelijk (nog?) geen politieke meerderheid.

Nu dreigt er bezuinigd te gaan worden op programma's waarvoor de publieke omroep eigenlijk is bedoeld: programma's die achtergrondinformatie verschaffen, informatie die kijkers helpt bij het begrijpen van de maatschappij waarin ze leven. Programma's als Tegenlicht, Zembla en Andere Tijden. Misschien omdat ze duur zijn in vergelijking met programma's waarin Bekende Nederlanders figureren. Want ja, BN'ers zijn goedkoop. Die moeten immers vaak in beeld, omdat hun inkomen van hun naamsbekendheid afhangt.

Dat de publieke omroep zich deels moet bedruipen uit reclame-inkomsten, is eigenlijk vreemd. Want de afhankelijkheid van die inkomsten, en dus van kijkcijfers, kan gemakkelijk ten koste gaan van die taak van het bieden van achtergrondinformatie. Dat zulke programma's over het algemeen minder worden bekeken dan het celebrities-amusement, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de maatschappelijke waarde ervan geringer is.

Het vreemde ligt erin dat je als overheid enerzijds die taak van een publieke omroep serieus neemt, want er is wetgeving en er zijn uitgaven, maar dat je anderzijds de goede uitvoering van de publieke taak tegenwerkt door te eisen dat een deel van de inkomsten uit reclame moet worden verkregen.

Diezelfde tegenstrijdigheid hebben we gezien bij, iets heel anders, de sociale werkvoorziening. Er kwamen sociale werkplaatsen op grond van het inzicht dat de markt niet uit zichzelf werkgelegenheid creëert voor iedereen. Voor sommigen is beschut werk noodzakelijk, dat commercieel niet of niet voldoende tot stand komt. Sociale werkvoorziening dus als publieke taak.

Maar toen sloeg de ideologie van de kleine overheid toe en het blinde geloof in de weldaden van de marktwerking. En dus moesten de sociale werkplaatsen zich meer bekostigen door middel van eigen inkomsten. De bijdragen vanuit het Rijk werden gekort. Sociale werkplaatsen moesten op de markt concurreren. Want ze waren te duur.

Met als bekend gevolg dat de werkplaatsen hun beste werknemers, die misschien anders werk hadden kunnen vinden op de reguliere arbeidsmarkt, probeerden te behouden. Vandaar dat de lonen in de sociale werkvoorziening gingen toenemen. Waardoor de sociale werkplaatsen nog duurder werden. En de wachtlijsten voor de sociale werkvoorziening ontstonden en groeiden. Want de werkplaatsen begonnen in te zien dat het "bedrijfseconomisch" gezien niet verstandig was om datgene te doen waarvoor ze bedoeld waren: werk bieden aan de zwaksten op de arbeidsmarkt.

En zo werd de sociale werkvoorziening om zeep geholpen. Sociale werkplaatsen? Nee hoor, veel te duur. Een publieke taak die door de politiek niet serieus werd genomen.

Zal de publieke omroep net zo door de politiek om zeep worden geholpen?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten