Posts tonen met het label huisdieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huisdieren. Alle posts tonen

vrijdag 2 december 2022

Over typisch menselijke communicatie als het vermogen dat cultuur mogelijk maakt - En over communicatie tussen mensen en hun huisdieren

Volgens de cultural minds hypothesis zijn wij bij uitstek culturele wezens, dat wil zeggen dat wij zijn geselecteerd op vermogens die gespecialiseerd zijn in het verwerven, doorgeven en organiseren van cultuur. Waarbij cultuur staat voor mentale voorstellingen (kennis, overtuigingen, wensen) en hun publieke uitingen (taaluitingen, gedrag, artefacten). 

Maar daartegenover staat de social minds hypothesis, die vermoedt dat wij zijn geselecteerd op speciale communicatieve vermogens als aanpassingen aan de noodzaak tot samenwerken en delen in omstandigheden van onderlinge afhankelijkheid. In dat vermoeden is cultuur een uitkomst, een resultaat, van die selectie.

Thom Scott-Phillips geeft in Biological adaptations for cultural transmission? de aanwijzingen voor dat tweede vermoeden. Wij zijn niet op cultuur(overdracht) op zich geselecteerd, maar op communicatieve vermogens die cultuur mogelijk maakten. Niet de cultuur is fundamenteel, maar een speciaal communicatief vermogen dat nodig was en is om samen te werken en te delen. 

Scott-Phillips laat de tekorten zien in het denken volgens die cultural minds hypotheisis, maar ik concentreer me nu even op de uitleg van en de aanwijzingen voor de social minds hypothesis.

Typisch voor menselijke communicatie is dat er een overduidelijke bedoeling is om informatie aan iemand of aan anderen over te dragen. Niet alleen de informatie wordt dus gecommuniceerd, maar ook dat die overdracht bedoeld is. De toegesprokene beseft niet alleen dat er overdracht van informatie is, maar ook dat de spreker die overdracht bedoelde. En dat hij gemotiveerd is om iets goed over te brengen, zodanig dat de ander het ontvangt en begrijpt.

In overtly intentional communication—sometimes called ‘ostensive’ communication—communicators actively reveal their informative intentions to their intended audience [69]. This aligns the interests of communicator and audience. Even if they are otherwise in conflict, such as in a heated argument, individuals engaged in overtly intentional communication share the high-level goal of identification of the communicator's informative intention. This opens up, or ‘unleashes’, the domain of human communication [52], and hence allows humans to communicate about any available topic, to make salient what would otherwise be opaque, to express abstract ideas, to help others learn and more broadly to facilitate the flow of ideas and practices on a grand scale ([70–75]; inter alia).
 
Er is veel voor te zeggen dat deze vorm van communicatie typisch menselijk is. 
 
Scott-Phillips verwijst in dit verband naar wat Michael Tomasello gedeelde intentionaliteit noemt. Tomasello kwamen we eerder tegen, zoals in het bericht Menselijk vermogen tot samenwerking en pro-sociaal gedrag is aanpassing aan onderlinge afhankelijkheid. Ik pakte even zijn boek The Origins of Human Communication erbij. Daarin lees je (p. 72):

...human beings cooperate with one another in species-unique ways involving processes of shared intentionality.
... shared intentionality refers to behavioral phenomena that are both intentional and irreducebly social, in the sense that the agent of the intentions and actions is the plural subject 'we'. 

Waarna hij het voorbeeld aanhaalt van samen een stukje wandelen, dat verschilt van naast iemand anders in dezelfde richting lopen. 

The difference can be clearly seen if one person simply veers off in another direction unannounced. If we just happen to be walking in parallel, this deviation means nothing; but if we are walking together, my veering off is some kind of breach and you may rebuke me for it (since we have made a joint commitment to take a walk together and so certain social norms now apply).

Dat is op kleine schaal hetzelfde fenomeen als bijvoorbeeld de afspraak die "wij" samen gemaakt hebben dat stukjes papier geld zijn. Of de afspraak dat een persoon als ieder ander door de procedure van verkiezingen president is geworden.

En daarmee hebben we al de stap gemaakt van typisch menselijke communicatie via samenwerking naar het domein van de cultuur.

Meer daarover in een volgend bericht. 
 
Nog even over dat typisch menselijke. Het klopt dat je in communicatie bij dieren als regel niet die gedeelde intentionaliteit ziet. Maar als onze kat duidelijk mijn aandacht trekt, mij aankijkt en naar het keukenkastje kijkt waar zijn brokjes staan, dan lijkt het er sterk op dat hij niet alleen informatie over brengt ("Ik heb honger"), maar ook dat hij bedoelt om mij dat duidelijk te maken.

Dat zou er aan kunnen liggen dat hij als huisdier er in gesocialiseerd is dat hij voor zijn voedsel afhankelijk is van "zijn mensen". Misschien is er bij huisdieren, bij katten en waarschijnlijk nog meer bij honden, toch ook iets van die gedeelde intentionaliteit. Ik zou benieuwd zijn naar onderzoek daarover.

maandag 3 maart 2014

Over het sociale leven van kalveren. Nee, over het ontbreken daarvan

Mensen behoren tot de omvangrijke groep van sociale dieren. Daardoor kunnen wij zo goed opschieten met andere sociale dieren, zoals honden en katten. De aanwezigheid van een huisdier blijkt tegemoet te komen aan onze sociale behoeften, aan onze behoefte aan gezelschap. Het nemen van een huisdier blijkt de gezondheid te verbeteren: lagere hartslag, lagere bloeddruk, sneller herstel na stress. Zie Gezondheid en sociale omgeving (12): tellen honden en katten mee?

We weten dat. Vandaar dat huisdieren zo talrijk zijn. Maar daardoor weten we dat die huisdieren zelf ook behoefte hebben aan gezelschap. We weten dat je een hond of kat (vooral een hond) niet te lang alleen thuis moet laten.

Maar dat laatste inzicht is nog niet algemeen doorgedrongen als het om andere huisdieren gaat. We nemen bijvoorbeeld een konijntje voor de kinderen. Maar we beseffen niet altijd dat zo'n beestje in zijn eentje een ongelukkig en gestresst leventje leidt. Vandaar dat je in Zwitserland, als je een cavia wilt, er altijd tenminste twee moet aanschaffen. Het houden van één cavia of één konijn is verboden, omdat zulks neerkomt op marteling. Daar zit wat in. Zie Eenzaamheid verbieden....

Ik moet daar vaak aan denken als ik op een van mijn fietstochtjes langs een boerderij kom waar kalveren elk in een soort hondenhok met minieme uitloopmogelijkheid langs de kant van de weg in de berm staan. Dat is natuurlijk al een vooruitgang vergeleken met de kistkalveren, een gebruik dat al jaren (Europees!) is verboden. Maar toch word je van de aanblik wat treurig.

Hebben die kalveren zelf last van hun geïsoleerde huisvesting? Runderen zijn groepsdieren, dus dat zou je wel verwachten. En volgens het nieuwe onderzoek Social Housing Improves Dairy Calves’ Performance in Two Cognitive Tests klopt dat ook.

De onderzoekers vergeleken kalveren die geïsoleerd en sociaal gehuisvest waren op twee cognitieve testen. De eerste bestond er uit dat ze aan het begin van een Y-vormig gangenstelsel werden geplaatst en dat aan het eind van een van de poten van de Y melk te krijgen was. Dat was of links of rechts. En de kleur van de muur aan het eind van beide poten kon of wit of zwart zijn. Nadat de kalveren hadden geleerd waar de melk zich bevond, werd daarna die plaats veranderd of werd de kleur veranderd. En vervolgens werd gekeken hoe snel de kalveren dat doorhadden en niet meer de verkeerde poot inliepen.

En de tweede test bestond eruit dat werd gekeken hoe de kalveren reageerden op de aanwezigheid van een nieuw object.

Het bleek toen dat de sociaal gehuisveste kalveren op de eerste test beter presteerden. Ze hadden minder keren nodig om de juiste poot te kiezen na een verandering. Ze waren dus cognitief flexibeler. Bovendien waren de sociaal gehuisveste kalveren eerder aan een nieuw object gewend. Ze gingen minder lang door met het te inspecteren en er aandacht aan te besteden. Het lijkt er op dat sociale huisvesting cognitief rijker is, wat de flexibiliteit bevordert. Terwijl die sociale huisvesting er in dit onderzoek er alleen nog maar uit bestond dat de kalfjes paarsgewijs werden gekoppeld.

Nu hoef je je er natuurlijk niet zo druk om te maken dat kalveren zich door geïsoleerde huisvesting cognitief minder ontwikkelen. Maar het is plausibel om de oorzaak daarvan te zoeken bij de angst en de stress van het sociale isolement. En je kunt je afvragen of wij, die graag eens een kalfslapje eten, niet ook de verantwoordelijkheid hebben om kalveren in zo stressvrij mogelijke omstandigheden te laten opgroeien.

woensdag 21 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (14): huisdieren en vriendschappen tussen soorten

Mensen houden huisdieren en dat lijkt tot op zekere hoogte een vervanging te zijn voor relaties met andere mensen, soortgenoten dus. Die vervanging blijkt er uit dat het hebben van een of meer huisdieren gezondheidsbevorderend is. Zie dit bericht. Maar het sluiten van vriendschap met iemand van een andere soort, komt in het dierenrijk meer voor. Sander Voormolen schreef daar gisteren over in NRC/Handelsblad.

Het bericht (Konijn verdrijft eenzaamheid van gorilla) vertelt over de gorilla Samantha in de dierentuin van Erie (Pennsylvania, V.S.) die na het verlies van haar partner haar dagen in eenzaamheid doorbracht. De oppassers kwamen op het idee om haar een huisdier te geven. Dat werd een konijn, Panda geheten. Ze werden voorzichtig aan elkaar gekoppeld, met in het begin nog een "konijnenluikje" als ontsnappingsmogelijkheid. Maar de twee sloten al gauw vriendschap. Ze zijn altijd in elkaars nabijheid en delen voedsel. Panda mag zelfs aan de knuffel van Samantha komen, een babygorillapop die Samantha vaak als haar eigen jong bij zich draagt en bij wie niemand in de buurt mag komen. (Gorilla's hebben kennelijk ook imaginaire vrienden!)

Sander Voormolen e-mailde hierover met Frans de Waal, die terug mailde: 
We weten dat voor mensen huisdieren goed gezelschap zijn, waarschijnlijk is dat ook zo voor de gorilla met haar konijn.
Hij wijst er op dat de beroemde gorilla Koko in zijn leven diverse katjes heeft gehouden. Vriendschap tussen verschillende soorten komt meer voor, vooral bij dieren die bij mensen leven of in dierentuinen. Maar:
Het komt in het wild voor, maar dan is het meestal tijdelijk. Zoals in het geval van de leeuwin in Kenia die een tijdje een oryx-kalfje hield.
En hij wijst op het boek Unlikely Friendships dat hierover geschreven is en dat verhaalt over een olifant die beste maatjes is met een schaap, een reuzenschildpad en een nijlpaardjong die onafscheidelijk zijn, een ijsbeer en een sledehond die vriendschap sluiten. Dat boek ga ik bestellen. Trouwens, als je afbeeldingen zoekt met unlikely friendships, dan kijk je je ogen uit!

maandag 12 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (12): tellen honden en katten mee?

Maken honden en katten deel uit van onze sociale omgeving? In de zin dat het hebben van een hond of een kat goed is voor je gezondheid? Zijn honden en katten ook een beetje onze "maatjes" zoals onze gezinsleden en vrienden dat zijn?

Je zou denken dat de "voordelen" van het hebben van huisdieren groot zijn, als je ziet wat huisdierbezitters jaarlijks aan kosten kwijt zijn. Volgens de laatste CBS-gegevens die ik kon vinden (zie hier), heeft iets meer dan de helft van het aantal huishoudens in Nederland één of meer huisdieren. Dat komt naar schatting neer op een totaal aantal huisdieren van 30 miljoen. (Als ik het goed begrijp gaat het dan om alle dieren die in dierenwinkels worden verkocht, inclusief zeg maar de goudvissen en de wandelende takken.) Dat zal wat kosten. Inderdaad, we besteden per jaar ongeveer 1,1 miljard euro aan onze huisdieren.

De cijfers voor honden en katten apart ontbreken, maar je mag denk ik aannemen dat het grootste deel van dat bedrag aan hen besteed wordt. Dat dat misschien geen weggegooid geld is, blijkt uit onderzoek naar de positieve gezondheidseffecten van het hebben van een (of meer) hond(en) of kat(ten). Als je, zoals in dit onderzoek, mensen een aantal jaren blijft volgen, dan kun je vaststellen dat degenen die een huisdier hebben, gezonder zijn dan degenen zonder huisdier. Ze hebben 15% minder huisartsbezoeken per jaar, ook als je met allerlei andere kenmerken rekening houdt. Doordat het onderzoek zich over meer jaren uitstrekte (longitudinaal was), konden de onderzoekers ook echt vaststellen dat mensen gezonder worden doordat ze een huisdier in huis haalden. In plaats van dat de meer gezonde mensen eerder een huisdier nemen (wat daarnaast natuurlijk ook best waar kan zijn). Meer aanwijzingen komen uit dit onderzoek in China, waar het tot 1992 in steden verboden was om huisdieren te houden.

Als het om honden gaat, zou je nog kunnen denken dat het positieve gezondheidseffect tot stand komt doordat hondenbezitters elke dag hun hond moeten uitlaten en daardoor meer beweging krijgen. Ik heb een keer een onderzoek onder ogen gehad waaruit bleek dat het niet alleen aan het meer bewegen ligt, maar ik heb dat niet bewaard en heb het nog niet kunnen terugvinden.

Beschermen onze honden en katten ons dan tegen chronische stress zoals onze familie en vrienden dat doen? Ja, daar zijn aanwijzingen voor. Dit onderzoek laat zien dat mensen met een huisdier een lagere hartslag en lagere bloeddruk (allebei baseline) hebben dan mensen zonder huisdier. En als ze onder druk gezet worden, hebben ze een lagere reactiviteit en een sneller herstel. Vooral als dat huisdier bij dat onder druk gezet worden ook echt aanwezig is. Conclusie van het onderzoek: Mensen zien hun huisdieren als belangrijke, ondersteunende onderdelen van hun leven en dat hangt gunstig samen met het functioneren van hun hart en bloedvaten en met hun gedrag. Zie ook mijn eerdere bericht over het gedicht "Een kat in een lege woning" van  Wisława Szymborska.

En niet te vergeten: gemeten naar de gezondheidseffecten van onze aanwezigheid, leveren wij natuurlijk een heel grote bijdrage aan de gezondheid van onze honden en katten. Dat honden en katten er zo goed in geslaagd zijn om ons voor hen te laten zorgen, ja, dat is evolutionair gezien een sterke aanwijzing voor hun grote aanpassingsvermogen.