Posts tonen met het label imaginaire vrienden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label imaginaire vrienden. Alle posts tonen

woensdag 4 juni 2014

Is geloof in God een substituut voor echte persoonlijke relaties?

Dat religies ontstonden tijdens de opkomst van de agrarische samenlevingen, toen de fragmentatie van de gemeenschapsnetwerken van de Paleo Sociale Omgeving een aanvang nam, doet vermoeden dat het geloof in God een substituut is voor werkelijke sociale relaties. De opkomst van de landbouw bracht bezit en ongelijkheid met zich mee, waardoor statuscompetitie werd aangewakkerd. Mede daardoor nam de stabiliteit van sociale netwerken af en nam de kans op eenzaamheid toe.

Dat komt er mee overeen dat gelovigen vaak een persoonlijke relatie met God ervaren. Zoals veel kinderen een persoonlijke relatie met een imaginair vriendje ervaren. Denk ook aan Calvin en Hobbes. Dat zo'n imaginaire persoonlijke relatie met God ook echt een substituut is voor echte sociale relaties konden we al opmaken uit het gegeven dat het stilstaan bij je eigen sterfelijkheid, dus bij de absolute eenzaamheid van de dood, het geloof in God, en dan vooral de "eigen" God, versterkt. Zie Van stilstaan bij de dood worden gelovigen nog geloviger. En wijzen ze andere geloven sterker af.

Maar daar zijn nu aanwijzingen bijgekomen. De studie A Relationship With God? Connecting with the Divine to Assuage Fears of Interpersonal Rejection (betaalpoort) laat zien dat mensen die een bezorgdheid ervoeren over de relatie met hun naasten, zich meer met God verbonden voelden. Die bezorgdheid over de relatie met naasten werd in het onderzoek opgewekt door de proefpersonen er over te informeren dat de meeste mensen geheimen hebben die ze niet met hun naasten delen, maar dat die uiteindelijk vaak aan het licht komen en dan problemen in de relatie veroorzaken. Die informatie maakte dus dat men zich inniger met God verbonden ging voelen.

Zou dat dan ook andersom werken? Ja, dat bleek het geval te zijn. Een deel van de proefpersonen werd er over geïnformeerd dat mensen in hun relatie met God soms zaken verborgen proberen te houden omdat ze vrezen dat die God niet welgevallig zouden zijn. Waarna hen gevraagd werd om aan te geven wat zulke geheimen wat henzelf betreft zouden kunnen zijn. Deze proefpersonen gaven daarna aan zich inniger verbonden te voelen met hun partner, inniger dan de andere proefpersonen.

Kortom, het lijkt er op dat we God hebben uitgevonden als een substituut voor echte persoonlijke relaties. Misschien komt dat bekend voor uit eigen ervaringen of wat je meemaakt van anderen. Ik denk aan sommige van mijn (onkerkelijke) familieleden van een vorige generatie die na de Tweede Wereldoorlog emigreerden en in de nieuwe, vreemde omgeving waar ze niemand kenden, zich bij een kerkgenootschap aansloten en luchtpostbrieven gingen schrijven met veel Bijbelcitaten.

Blijft natuurlijk de vraag of het echt die persoonlijke relatie met God is die een substituut is. Want het kan ook zijn dat je nieuwe echte sociale relaties opdoet door je bij een geloofsgemeenschap aan te sluiten. En de aanwijzingen zijn sterk dat het die echte contacten zijn die maken dat je je beter voelt, en zelfs langer leeft, dan die imaginaire persoonlijke relatie met God. Zie Geloof is goed voor je, maar dat komt uitsluitend door de sociale contacten.

woensdag 21 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (14): huisdieren en vriendschappen tussen soorten

Mensen houden huisdieren en dat lijkt tot op zekere hoogte een vervanging te zijn voor relaties met andere mensen, soortgenoten dus. Die vervanging blijkt er uit dat het hebben van een of meer huisdieren gezondheidsbevorderend is. Zie dit bericht. Maar het sluiten van vriendschap met iemand van een andere soort, komt in het dierenrijk meer voor. Sander Voormolen schreef daar gisteren over in NRC/Handelsblad.

Het bericht (Konijn verdrijft eenzaamheid van gorilla) vertelt over de gorilla Samantha in de dierentuin van Erie (Pennsylvania, V.S.) die na het verlies van haar partner haar dagen in eenzaamheid doorbracht. De oppassers kwamen op het idee om haar een huisdier te geven. Dat werd een konijn, Panda geheten. Ze werden voorzichtig aan elkaar gekoppeld, met in het begin nog een "konijnenluikje" als ontsnappingsmogelijkheid. Maar de twee sloten al gauw vriendschap. Ze zijn altijd in elkaars nabijheid en delen voedsel. Panda mag zelfs aan de knuffel van Samantha komen, een babygorillapop die Samantha vaak als haar eigen jong bij zich draagt en bij wie niemand in de buurt mag komen. (Gorilla's hebben kennelijk ook imaginaire vrienden!)

Sander Voormolen e-mailde hierover met Frans de Waal, die terug mailde: 
We weten dat voor mensen huisdieren goed gezelschap zijn, waarschijnlijk is dat ook zo voor de gorilla met haar konijn.
Hij wijst er op dat de beroemde gorilla Koko in zijn leven diverse katjes heeft gehouden. Vriendschap tussen verschillende soorten komt meer voor, vooral bij dieren die bij mensen leven of in dierentuinen. Maar:
Het komt in het wild voor, maar dan is het meestal tijdelijk. Zoals in het geval van de leeuwin in Kenia die een tijdje een oryx-kalfje hield.
En hij wijst op het boek Unlikely Friendships dat hierover geschreven is en dat verhaalt over een olifant die beste maatjes is met een schaap, een reuzenschildpad en een nijlpaardjong die onafscheidelijk zijn, een ijsbeer en een sledehond die vriendschap sluiten. Dat boek ga ik bestellen. Trouwens, als je afbeeldingen zoekt met unlikely friendships, dan kijk je je ogen uit!

maandag 19 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (13): Imaginaire vrienden

Dat het hebben van huisdieren gezondheidsbevorderend lijkt te zijn (zie dit bericht), kan je op het idee brengen dat een echte sociale omgeving, die van familie en vrienden, misschien tot op zekere hoogte vervangbaar is. Het lijkt er op dat onze relatie met onze hond of onze kat gevoelens van vertrouwdheid, gehechtheid en zorg tot stand  brengt die in zekere mate overeenkomen met zulke gevoelens die we hebben in menselijke relaties. Zijn echte relaties dus vervangbaar?

De mogelijke vervangers die ik kan bedenken en die deels ook zijn onderzocht, zijn:
  1. Imaginaire vrienden, waarmee vooral kinderen een relatie fantaseren
  2. Het geloof in een schepper waarmee je een persoonlijke relatie hebt (religie als vervanging)
  3. Het volgen van soaps of reality-programma's op televisie
  4. Het volgen van beroemde persoonlijkheden (celebrities)
Misschien zijn er meer. Voor suggesties houd ik me aanbevolen. In volgende berichten zal ik aan elk van deze mogelijke vervangers aandacht besteden. Nu alvast iets over die imaginaire vrienden.

Dat veel kinderen een vriendje of een vriendinnetje fantaseren is al langer bekend. Het schijnt dat de eerste wetenschappelijke studie er naar in 1895 verscheen (zie hier). Schattingen van hoeveel kinderen dat doen variëren van 15 tot 65 procent.

Als de fantasie een vervanging zou zijn voor echte vriendschappen, dan zou je verwachten dat kinderen met imaginaire vriendjes minder echte vrienden hebben dan kinderen zonder zulke fantasieën. Dat ze dus eenzamer zijn. In dit onderzoek blijkt dat echter niet het geval te zijn. Dat wil zeggen, niet voor kinderen waarvan het gefantaseerde vriendje volledig imaginair is. Kinderen die hun fantasie koppelen aan een object, zoals bijvoorbeeld een knuffeldier, hebben wel last van meer negatieve oordelen van anderen. Waar dat verschil precies aan ligt, is niet duidelijk. Dat eenzaamheid misschien toch een rol speelt, zou je kunnen opmaken uit dit onderzoek, waarin gevonden wordt dat het meer voorkomt bij eerstgeboren kinderen.

Onderzoek dat licht werpt op de vraag of het hebben van een imaginair vriendje gezondheidsbevorderend is, bestaat voor zo ver ik weet niet. Het is ook moeilijk te onderzoeken, omdat je dan kinderen moet vergelijken die wel of niet een imaginair vriendje hebben en voor het overige qua sociale omgeving vergelijkbaar zijn. Of je moet een grote groep kinderen volgen en nagaan of het met kinderen die er mee beginnen zich een vriendje te fantaseren, daarna beter gaat dan daarvoor.