donderdag 16 februari 2012

Winnaars vernederen verliezers (zolang het gaat): van het lab naar Europa

Ik kreeg vanochtend dit artikel onder ogen. De link is naar het manuscript, maar het is vandaag verschenen in Social Psychological and Personality Science. Onderzoekers lieten studenten in het laboratorium paarsgewijs met elkaar concurreren. Althans, studenten verkeerden in die veronderstelling. In werkelijkheid zaten ze alleen maar achter een computer. Na de competitie kregen ze de gelegenheid om hun zogenaamde concurrent agressief te bejegenen. De onderzoekers vroegen zich af of de winnaars agressief zouden zijn tegenover de verliezers. Of dat juist andersom, de verliezers agressief zouden zijn tegen de winnaars.

In het eerste geval zou je van vernedering kunnen spreken. De winnaar kijkt neer op de verliezer en voelt zich machtiger. En het is bekend dat een gevoel van macht de remmen op agressief gedrag tegenover de zwakkeren vermindert. Dat is het gevaar van een statushiërarchie. In de meest extreme varianten daarvan leidt dat tot intimidatie, onderdrukking, uitbuiting, slavernij, marteling of zelfs genocide.

Maar leggen verliezers zich zomaar bij hun verlies neer? Ja, vaak wel. Onze vaardigheden om in een statushiërarchie te functioneren houden ook in dat we ons ondergeschikt maken aan de overwinnaar. Als er niets anders op lijkt te zitten, leggen we ons er bij neer en proberen we er het beste van te maken. We laten ons vernederingen welgevallen en gedragen ons zo kruiperig mogelijk om maar niet op te vallen en de agressie van de overwinnaar over ons af te roepen. Denk aan hoe mensen zich gedragen in almachtige dictaturen. Denk aan hoe de Noord-Koreanen zich gedroegen toen hun Grote Leider was overleden.

In dat onderzoek bleek inderdaad dat de winnaars gebruik maakten van de mogelijkheid om de verliezers agressief te bejegenen. De vorm waarin was natuurlijk vrij onschuldig, want terecht moet elk sociaalpsychologisch onderzoek worden goedgekeurd door een ethische commissie. Maar toch, het gebeurde. En het omgekeerde, dat verliezers de winnaars agressief bejegenen, gebeurde niet.

Vanochtend las ik ook dat de Griekse president, de 82-jarige Karolos Papoulias, zich heeft uitgelaten over hoe zijn land door Duitsland (en Nederland en Finland) vernederd wordt. Over die vernedering schreef ik eerder al dit bericht. De president verklaarde:
"Ik kan niet accepteren dat meneer Schäuble (de Duitse minister van financiën) mijn land beledigt. Wie is meneer Schäuble dat hij Griekenland krenkt? Wie zijn de Nederlanders? Wie zijn de Finnen?"
Opmerkelijk ook dat de president deze uitspraken deed tijdens een ontmoeting met de Griekse minister van defensie en de top van het leger. (Het leger waaraan Duitsland zoveel wapens heeft verkocht.)

Het is natuurlijk ook weer niet zo dat verliezers altijd alles maar blijven accepteren. Dat onderzoek geeft maar een heel klein stukje inzicht in de complexe werkelijkheid van de statuscompetitie. Op den duur slaan verliezers terug als ze daartoe de kans krijgen en als ze zich verenigd hebben. We zien dat nu overal in de wereld gebeuren.

Dat binnen de Europese Unie, die tot 2009 als Europese Gemeenschap door het leven ging, de  statuscompetitie nu zo ongeremd het nieuws beheerst, ja, dat is wel pijnlijk om mee te maken. Natuurlijk denk je dan ook meteen aan onze ( ik zeg maar weer onze) Geert Wilders, die nu zijn zucht tot vernedering uitbreidt tot de "Midden- en Oost-Europeanen".

En ik denk aan die redevoering van de Duitse oud-kanselier Helmut Schmidt op de SPD-partijdag, waarin hij ons er aan herinnerde dat Europa het kleinste werelddeel met het grootste aantal nationaliteiten is. En dat een beetje kennis van de geschiedenis meteen duidelijk maakt hoe gevaarlijk dat is.
Update. Ik lees net dat James Meadway er voor pleit dat Griekenland er nu beter zelf voor kan kiezen om de eurozone te verlaten. Hij vermeldt ook het bericht dat het Griekse zelfmoordcijfer vorig jaar met 40% is gestegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen