woensdag 16 april 2014

Waarom noemde minister Asscher de naam van Keynes? Een waarschijnlijk te optimistisch antwoord

Ik verwonderde me er gisteren over dat minister en vice-premier Lodewijk Asscher zijn speech op de Brokerdag 2014 begon met een citaat van Keynes, de grondlegger van de moderne macro-economie, maar in de rest van zijn betoog er geen enkel blijk van gaf dat hij de actualiteit van de Keynesiaanse macro-economische inzichten onderkende.

De lezing ging over het ideaal van de volledige werkgelegenheid en van Keynes kwam de gedachte dat de overheid een macro-economisch beleid moet voeren gericht op volledige werkgelegenheid. Wat inhoudt dat in tijden van crisis en vraaguitval de overheid door het naar voren halen van investeringen moet proberen om te voorkomen dat we in een evenwicht terecht komen met hoge en langdurige werkloosheid.

Je zou dus verwachten dat het noemen van Keynes de inleiding was van een betoog over het wenselijke macro-economische beleid. Maar, zoals ik gisteren meldde, dat was niet het geval. Het ging alleen maar over micro-economische beleidsvraagstukken en over de aanbodkant. Dat er in Nederland, en in Europa, iets met de vraagkant aan de hand is, dat kon je uit het betoog niet opmaken. Verwonderlijk.

Maar ik bedacht vandaag dat de verwondering ook de andere kant op zou kunnen gaan. Ik bedoel, waarom vond de minister het eigenlijk een goed idee om met een citaat van Keynes te beginnen?

Eigenlijk is dat verwonderlijk. Want je kunt er in de huidige kringen van de politiek-economische elite helemaal niet mee scoren door te laten blijken dat je wel iets van Keynes af weet. Keynes is uit. Je hebt het in die kringen voor je reputatie bepaald niet nodig om Keynes te noemen. Om tot de kring van de Very Serious People (naar Krugman) te blijven behoren, kun je dat zelfs beter vermijden. Ook sociaaldemocraten lijken daarnaar te handelen. Kijk maar naar Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en: Nederland.

Daarentegen is Keynes springlevend in de mainstream academische macro-economie. Economen als Krugman, Wren-Lewis, Summers, DeLong, Thoma en Bas Jacobs (Update: En Coen Teulings) zijn wanhopig dat de politici zich zo weinig gelegen laten liggen aan wat de economiehandboeken voorschrijven. En dat ze een obsessie met het overheidstekort en met de dreiging van te hoge inflatie hebben ontwikkeld. Die politici zijn op het ogenblik de radikalinski's en de academische macro-economen zijn middle of the road.

Dat brengt je op de gedachte dat minister Asscher en/of zijn speechschrijvers, wie weet, een heel klein beetje bezig zijn te twijfelen aan de door deze regering ingeslagen weg. Misschien beginnen ze door te krijgen wat er eigenlijk aan de hand is. Dat de onderbouwing van het bezuinigingsbeleid altijd zwak is geweest en nu al een poos helemaal in elkaar is gestort.

Maar ja, hoe maak je een omslag? Dat kan natuurlijk niet zo maar. Er is een regeerakkoord. Wat zeg ik, er is een hele reeks akkoorden. Die zet je niet zomaar aan de kant. Dat zou als "onverantwoordelijk" gezien worden.

Maar tegelijk ga je denken dat het alvast geen kwaad kan om eens, als dat zo te pas komt, de naam van Keynes te laten vallen. Daarmee wek je alvast de indruk dat je heus wel van de hoed en de rand weet. Je anticipeert op wat je verwacht dat er gaat komen: de ontmaskering van het huidige beleid als een uitkomst van ongeïnformeerdheid en ideologie.

Het is, realiseer ik mij heus wel, waarschijnlijk een te optimistische gedachte.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen