Posts tonen met het label Ernst Fehr. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ernst Fehr. Alle posts tonen

woensdag 12 juli 2017

Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen

Een maatschappij kan alleen goed functioneren als mensen met elkaar rekening houden. Anders gezegd, als mensen niet genoeg bereid zijn tot pro-sociaal gedrag, dan ontstaat een samenleving waarin het niet goed toeven is.

Dat mensen bereid zijn tot pro-sociaal gedrag zal er mee te maken hebben dat het ons een goed gevoel geeft om iets voor anderen te doen. Denk aan Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever.

In dat bericht ging het over een onderzoek met meer dan 200.000 ondervraagden verdeeld over 136 landen. Mensen die in de vorige maand geld hadden gegeven aan een goed doel waren gelukkiger of tevredener met hun leven dan mensen die dat niet hadden gedaan. Dit verband bestond in elk van de zeven onderscheiden cultureel/geografische gebieden: Afrika, Azië, Europa, de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, Latijns Amerika, Iran en het Midden-oosten en de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Ook vroegen de onderzoekers aan mensen (in een beperkter aantal landen) om terug te denken aan een besteding die ze hadden gedaan ten behoeve van iemand anders (pro-sociaal) of aan een besteding voor zichzelf. Degenen die gevraagd waren terug te denken aan een pro-sociale besteding scoorden daarna hoger op een vragenlijstje voor subjectief welbevinden dan degenen die hadden teruggedacht aan een besteding voor zichzelf. En hoger dan degenen die nergens aan hadden teruggedacht. Ook lieten ze mensen iets voor zichzelf aanschaffen of iets voor een goed doel. Ook dan voelden de mensen die iets hadden aangeschaft voor een goed doel zich beter dan degenen die iets hadden aangeschaft voor zichzelf. Dit wijst er op dat de oorzakelijke richting van het verband inderdaad die is van het iets geven naar het zich beter voelen.

De resultaten van de nieuwe studie A neural link between generosity and happiness, met Ernst Fehr als een van de onderzoekers, wijzen in dezelfde richting. De onderzoekers verdeelden de proefpersonen over een experimentele groep, die in het vooruitzicht werd gesteld dat ze geld zouden krijgen om aan anderen weg te geven, en een controlegroep met het vooruitzicht dat ze geld zouden kregen om voor zichzelf te besteden. 

Daarna waren beide groepen gelukkiger dan ze daarvoor waren, maar dat gold meer voor de experimentele groep dan voor de controlegroep. Dat zou een opvallende uitkomst zijn als je uitging van een egoïstisch mensbeeld. want die experimentele groep hield dus van dat geld dat ze kregen niets zelf over. Een duidelijke aanwijzing dat mensen juist niet van nature alleen maar egoïstisch zijn. 

Vervolgens kregen de proefpersonen in het laboratorium de gelegenheid om verschillende opties te accepteren of af te wijzen waarin een zelfgekozen andere persoon een bepaald bedrag aan geld zou ontvangen tegen een verlies aan geld voor de proefpersoon zelf. Het ging er dus om hoe pro-sociaal je bent ook als het jezelf iets kost. Die taak voerden ze uit terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met een fMRI-scan.

Het bleek toen dat de experimentele groep pro-socialere keuzes maakte en zich na afloop gelukkiger voelde dan de controlegroep. Dat was ook af te lezen aan de verschillen in activiteit van de hersengebieden die onder meer samenhangen met pro-sociaal gedrag (de temporaal-pariëtale junctie), met beloond worden en het hebben van een goed gevoel (het ventrale striatum en de orbitofrontale cortex) en de activiteit van de verbindingen tussen die gebieden.

Er zijn aanwijzingen dat mensen zelf niet zo goed doorhebben dat pro-sociaal gedrag gelukkiger maakt. Dat doet je verlangen dat onderzoek als dit grotere bekendheid krijgt. Bedenk daarbij trouwens dat voorschoolse kinderen dat beter lijken door te hebben dan volwassenen. Zie Hebben kinderen beter door dan volwassenen dat je je door te delen gelukkiger voelt?

Zouden kinderen dat verband tussen delen en geluk gedurende het opgroeien in die maatschappij van ons door schade en schande afleren? 

zondag 23 november 2014

Bankiers zijn, als bankiers, oneerlijk - Dat wijst op een bankencultuur van bedrog

Het heeft al veel aandacht gehad, het onderzoek dat er op wijst dat er in de bankensector een cultuur van bedrog is ontstaan en dat de vele fraudeschandalen door die cultuur in de hand zijn gewerkt. Het gaat om de studie Business culture and dishonesty in the banking industry (betaalpoort), met o.a. Ernst Fehr als onderzoeker. Zie als voorbeeld voor die aandacht dit artikeltje in Trouw (met dank aan Joop Böhm).

Het onderzoek is belangrijk omdat het handen en voeten geeft aan een vermoeden dat wijdverbreid is, namelijk dat in de financiële sector fraude en bedrog tot het normale gedrag is gaan behoren. Kennelijk heeft dat gedrag daar iets vanzelfsprekends gekregen, waardoor je inderdaad van een cultuur kunt spreken.

Hoe hebben de onderzoekers dat aangetoond? Als het echt om een cultuur in de sector zelf gaat, dus een cultuur die heerst op de werkvloer, dan zou je verwachten dat de bankwerknemers oneerlijker zijn in hun rol van bankier dan wanneer ze gewoon als persoon worden aangesproken. En precies dat hebben de onderzoekers aangetoond.

Ze wisten een groep werknemers uit de bankensector zover te krijgen om aan een onderzoek mee te doen. Die werden willekeurig verdeeld over twee experimentele condities. De ene groep kreeg de "experimentele manipulatie" toegediend. Dit hield in dat ze een aantal vragen over hun werk moesten beantwoorden, zoals "Bij welke bank werkt u?" en "Welke functie heeft u daar?" De andere groep moest vragen beantwoorden als "Hoeveel uren per dag kijkt u televisie?"

Na nog een aantal vragen, waarover straks meer, moesten ze tien maal een munt opgooien, waarbij ze van te voren wisten dat het aantal keren kruis of het aantal keren munt hen een financiële beloning op kon leveren, die tot 20 dollar kon oplopen. Het opgooien van die munt gebeurde geheel privé. Niemand anders dan zijzelf kon de resultaten zien. Na afloop rapporteerden ze zelf hoeveel keren ze kruis of munt hadden gegooid en op grond daarvan werden ze al of niet betaald.

Een opzet dus die het mogelijk maakt om bedrog te plegen. Maar ook een opzet waarmee je dat bedrog kunt ontdekken. Want als het aantal keren munt (of kruis) significant afwijkt van 50 procent, in de richting van het resultaat dat gewin oplevert, dan is dat een aanwijzing voor bedrog. Deze opzet is ook in eerder onderzoek gebruikt en het is al gebleken dat de resultaten betrouwbaar zijn. Iemand die in dit spelletje bedrog pleegt, blijkt met een grotere kans in andere situaties ook oneerlijk te zijn.

En wat bleek? De groep bankwerknemers die vragen over hun werk hadden beantwoord, weken significant af van de 50 procent en in de voor hen gunstige richting. Dit in tegenstelling tot het gedrag van de groep collega's die andere vragen hadden beantwoord. Ze waren dus oneerlijker. Dit wijst er op dat bankwerknemers als persoon niet oneerlijker zijn, maar alleen als ze herinnerd worden aan het werk dat ze doen. In de woorden van de onderzoekers: als ze hun identiteit als bankwerknemer aannemen. Op het moment dat ze dat doen, zijn ze onderhevig aan de invloed van de bankencultuur, die hen er toe brengt om meer bedrog te plegen.

Het verschil tussen de twee groepen is niet heel groot, maar dus wel statistisch significant. En dat lijkt toch een belangrijk resultaat. Ik stel me zo voor dat ook als bankwerknemers een ietsje meer neigen tot oneerlijkheid, dat dat gezien de aard van hun werk en de grote sommen geld waar ze mee omgaan, grote gevolgen kan hebben.

En het blijkt dus dat het de heersende cultuur op de werkvloer is die hen oneerlijker maakt. Het zou ook nog kunnen dat de bankensector aantrekkelijker is voor mensen die het niet zo nauw nemen en dat die dus al oneerlijker waren voor ze tot de sector toetraden. Dat zou het zogenaamde selectie-effect zijn, dat in ander verband ook wel is gevonden. Maar dit onderzoek wijst er dus op dat de cultuur echt een oorzaak is van die neiging tot bedrog.

Belangrijk om te weten. Het onderzoek kan ook nog iets zeggen over hoe die invloed van de cultuur dan verloopt. Want een van de vragen die de proefpersonen moesten beantwoorden, was de vraag of ze het er mee eens waren dat sociale status in de eerste plaats wordt bepaald door hoeveel financieel succes je hebt. En het bleek dat degenen die aan hun werk bij de bank herinnerd waren, daar meer mee instemden. En bovendien waren degenen die meer instemden, ook degenen die meer bedrog pleegden. De onderzoekers concluderen daaruit dat materialisme het cruciale element van die bankencultuur is dat mensen oneerlijker maakt.

Dat is om over na te denken. Want materialisme komt natuurlijk meer voor dan in de bankensector.

Maar er is ook een interessante link met eerder onderzoek dat liet zien dat materialisme, het najagen van status, geld en bezit, mensen ongelukkiger maakt. Maar dat blijkt minder het geval te zijn als je werkzaam bent in een sector waarin dat materialisme meer verbreid is.

Zoals: in de bankensector! Dat betekent dus dat een "nadeel" van materialisme, namelijk dat je je er ongelukkiger door voelt, in de cultuur van de bankensector is opgeheven. Interessant hoe een cultuur op mensen kan uitwerken. Zie het bericht Materialisme maakt ongelukkig - daarover is nu weinig twijfel meer.

dinsdag 18 september 2012

Het anti-overheidssentiment - Romney in de V.S. en de VVD in Nederland

Er is een video opgedoken van een speech die de Republikeinse presidents-kandidaat Mitt Romney houdt voor een gezelschap van rijke donateurs. Zie de link onderaan dit bericht. Hij verwoordt daar het anti-overheidssentiment dat in zijn partij hoogtij viert. Dat sentiment houdt bovenal in dat overheidsvoorzieningen mensen afhankelijk en onzelfstandig maakt. Een (vertaald) citaat:
Er zijn 47 procent van de mensen die hoe dan ook voor de president (Obama) zullen stemmen. Oké, er zijn 47 procent die hem steunen, die afhankelijk zijn van de overheid, die geloven dat ze slachtoffer zijn, die geloven dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om voor hen te zorgen, die geloven dat ze recht hebben op gezondheidszorg, op voedsel, op huisvesting, noem maar op. Dat dat is een wettelijk recht. En de overheid moet hen dat geven. En ze zullen hoe dan ook op deze president stemmen... Dit zijn mensen die geen inkomstenbelasting betalen.
Het lijkt hetzelfde sentiment te zijn als de boosheid van mensen in een morele gemeenschap van zelf-organisatie en in het experiment van Fehr en Gächter (zie dit bericht) over profiteursgedrag. Die boosheid op wel meeprofiteren, maar niet zelf bijdragen, maakt dat mensen die wel hun bijdrage leveren, bereid zijn om de profiteurs te sanctioneren. In die morele gemeenschap van mensen die elkaar persoonlijk kennen, is  sanctionering echter altijd subtiel en terughoudend en wordt er pas als dat echt nodig is explicieter gereageerd. En iedereen is, net zoals in die experimenten, voluit geïnformeerd over elkaars gedrag.

Het verschil met dat anti-overheidssentiment is dat dat dat laatste zich afspeelt in het publieke domein, waarin we oordelen over het gedrag van mensen die we niet kennen en over wier gedrag we maar zeer onvolledig zijn geïnformeerd. Dat kan verleiden tot ongenuanceerde beweringen, zoals die van Romney, dat bijna de helft van de Amerikaanse kiezers profiteurs zijn. Daar zijn voor de hand liggende, feitelijke argumenten tegen in te brengen. Zie voor zulke reacties Barkley Rosser, Paul Krugman, David Brooks, Glenn Kessler en Ezra Klein. Update: en Mark Thoma. En Jeffrey Frankel. En Jonathan Cohn. En Bruce Bartlett. En Jack Goldstone. En Joseph Stiglitz. En Jared Bernstein. En nog eens Paul Krugman.

Maar niet iedereen informeert zich. En dus kun je ook dat sentiment bespelen om kiezers te trekken. Zoals in ons land de VVD deed met dat schaamteloze verkiezingsaffiche met de tekst "handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden".

Het is wel kenmerkend voor dat publieke domein dat zulke anti-overheidssentimenten kunnen bestaan naast een massieve steun voor overheidsvoorzieningen als sociale zekerheid, collectieve gezondheidszorg en inkomensbeleid. Dat kan zelfs leiden tot het Keep Your Government Hands Off My Government Programs - fenomeen.

SECRET VIDEO: Romney Tells Millionaire Donors What He REALLY Thinks of Obama Voters | Mother Jones:

'via Blog this'

maandag 17 september 2012

Mensen zijn bereid tot sanctionering in zelf-organisatie - Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (14)

Als mensen onderling afhankelijk zijn, dan kunnen ze samen gedragsregels opstellen en als het lukt om elkaar aan die regels te houden, dan spreken we van een succesvolle zelf-organisatie. Maar wat is er voor nodig om elkaar aan die regels te houden?

Elinor Ostrom zegt daarover dat de deelnemers moeten beseffen, en dat van elkaar moeten weten, dat ze zelf naleving van de regels van dag tot dag moeten afdwingen. Ze moeten door hebben dat er niet een extern gezag is dat die klus van hen overneemt. Bovendien moeten ze de verwachting hebben dat iedereen zowel een principiële bereidheid heeft om zelf de regels na te leven, als de bereidheid om bij overtredingen die toch plaats vinden, de overtreder daarop aan te spreken. Anders gezegd, de overtreder te sanctioneren. Door er gewoon iets van te zeggen. Of, omdat dat niet altijd gemakkelijk is, er voor te zorgen dat ook anderen op de hoogte zijn en de overtreder op subtiele manier te laten weten dat er over zijn gedrag gepraat wordt. Dan gaat het om de zogenaamde sociale sancties, die er ook uit kunnen bestaan dat de overtreder wordt genegeerd (ostracisme). Vaak zijn subtiele aanwijzingen dat zo'n proces plaats vindt al genoeg om de overtreder op andere gedachten te brengen.

Boehm geeft mooie voorbeelden van sociale sancties, maar ook voorbeelden van hardhandiger sancties als de overtreder blijft volharden in zijn profiteursgedrag of in zijn pogingen om te domineren. Zie nog eens dit bericht. Dan gaat het om mensen die in het verband van de morele gemeenschap van jagers-verzamelaars, dus in die Paleo Sociale Omgeving, zijn opgegroeid en handelen. Zijn er aanwijzingen dat mensen ook nu nog bereid, of zelfs geneigd, zijn om sancties uit te delen aan mensen die meeprofiteren van de inspanningen van anderen?

Ja, die aanwijzingen zijn er als je afgaat op een reeks van experimentele studies, die begon met het artikel Altruistic punishment in humans (link naar pdf) van Ernst Fehr en Simon Gächter uit 2002. Zij lieten mensen een publieke goed-dilemma spelen. Dit kwam er op neer dat steeds vier personen elk €20 ontvingen en daarvan naar eigen goedvinden een deel konden bijdragen aan een groepsproject. Wat ze niet bijdroegen, mochten ze houden. Van iedere € die ze wel bijdroegen, kregen alle vier groepsleden €0,40, dus voor de groep als geheel €1,60. Als nu iedereen de gehele €20 zou bijdragen, dan zou iedereen met (80 x €0,40 =) €32 naar huis gaan. Dat is meer als je niet zou bijdragen, want dan bleef je op die €20 staan. Maar je zou nog beter af zijn als je zelf niet zou bijdragen en de anderen wel. Dat zou dus het profiteurs- of meeliftersgedrag zijn.

 Dit spel werd zes rondes lang gespeeld en na elke ronde werd iedereen geïnformeerd over de keuzes van zijn drie medespelers. De keuzes werden gelijktijdig gemaakt en alles gebeurde anoniem.

En er waren twee condities. In de "sanctie-conditie" werden de spelers er over ingelicht dat ze na elke ronde een of meer van de medespelers een sanctie konden geven. Die kon variëren tussen de 1 en 10 strafpunten, waarbij elke punt stond voor €3. Maar het geven van een strafpunt kostte ook iets, namelijk €1. In de "niet-sanctie-conditie" bestond die sanctiemogelijkheid niet.

Bovendien werden na elke ronde de groepen anders samengesteld. Je kon er dus niet van uitgaan dat je in de volgende ronde met dezelfde drie andere personen zou spelen. Dat betekende dat als je een medespeler een sanctie geeft en daarmee bewerkstelligt dat hij zich in de volgende ronde beter gedraagt, dat je daar dan niet zelf van profiteert. Vandaar dat het in de titel van het artikel gaat over altruïstische bestraffing: je hebt een sanctie gegeven, die misschien helpt om het gedrag van de profiteur te verbeteren, maar jou wel €1 per strafpunt kost, zonder dat jij het voordeel daarvan hebt.

Wat gebeurde er toen dit spel gespeeld werd? Allereerst bleek dat mensen bereid waren om sancties uit te delen. Ruim 84% gaf tenminste één maal een sanctie en een derde gaf meer dan vijf keer een sanctie. De sancties werden ook in de meeste (driekwart) van de gevallen gegeven zoals bedoeld, namelijk aan de profiteurs, en werden ook gegeven door degenen die het meeste bijdroegen. De straffen waren ook behoorlijk hoog, wat betekent dat de toedieners er van bereid waren  behoorlijk hoge kosten op zich te nemen.

En hadden de sancties het gewenst effect? Ja zeker, over het geheel genomen droegen de spelers in de "sanctie-conditie" meer bij aan het groepsproject dan in de "niet-sanctie-conditie". En bovendien bleek dat de gegeven sancties ook tot beter gedrag leidden: nadat een sanctie was ontvangen, was de bijdrage in de volgende ronde gemiddeld hoger dan in de vorige ronde. Dus ook in die zin is pro-sociaal gedrag een collectieve prestatie: elkaar (kunnen) sanctioneren maakt ons pro-socialer.

Wat was het precies dat mensen aanzette om sancties te geven, terwijl het geven daarvan iets kostte en de voordelen er van aan anderen toevielen? Uit een apart onderzoekje bleek dat er boosheid achter zat. Profiteursgedrag roept boosheid op en die boosheid brengt je er toe om die kosten van sanctionering wel te willen dragen. En ook bleek dat mensen die boosheid van anderen verwachtten als ze zelf zouden overwegen om zich als profiteur te gedragen.

En uit deze studie uit 2004 (pdf) bleek dat het toedienen van een sanctie ook inderdaad als belonend wordt ervaren. Profiteursgedrag maakt je boos en dan voelt het goed om iets te doen wat uit die boosheid voortkomt: de profiteur een lesje leren.

Deze studie van Fehr en Gächter heeft tot op de dag van vandaag geïnspireerd tot nieuw onderzoek. Daarover in volgende berichten meer.