Posts tonen met het label bescheidenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bescheidenheid. Alle posts tonen

woensdag 22 juli 2015

Wees op je hoede als iemand zich voorstaat op zijn deskundigheid

Een bekend inzicht is dat hoe meer je weet, hoe meer je ook beseft wat je niet weet.

Hoe zou dat komen? Ik stel me dat ruimtelijk voor. Wat je weet is dan afgebeeld als een afgegrensd gebied, waar buiten alles zich bevindt wat je nog onbekend is. Als dat gebied uitdijt, dus als je kennis groeit, dan groeit onvermijdelijk de lengte van de grens met het onbekende. Als je in je gedachten die grens afwandelt, dan dringt zich dus meer aan je op hoeveel je nog niet weet als die rondwandeling langer duurt. Dus als dat gebied van jouw kennis groter is.

Bovendien hebben mensen met een groter gebied aan kennis, vaker de ervaring opgedaan van kennisvermeerdering. En dus ook van correctie van vermeende kennis.

Volgens dat inzicht zou een grotere deskundigheid je dus bescheidener maken. Ik weet eigenlijk nog niks, kun je wel eens iemand horen verzuchten die ergens veel van weet. Ik moet even denken aan de bescheidenheid van de pianist Ronald Brautigam. Een bewonderaar sprak er zijn verbazing over uit dat hij al die prachtige pianosonates van Haydn, Mozart en Beethoven uit het hoofd speelde. Waarop Ronald reageerde met: Ach, veel meer zit daar ook niet in.

Als dat alles klopt, dan zou je dus op je hoede moeten zijn als je iemand tegenkomt die zich er op voorstaat veel te weten. Want opscheppen past niet bij echte deskundigheid.

Het nieuwe onderzoek When Knowledge Knows No Bounds: Self-Perceived Expertise Predicts Claims of Impossible Knowledge (betaalpoort) wijst inderdaad in die richting. Want mensen die zichzelf deskundig achten, trappen eerder in de valkuil van het claimen over kennis te beschikken die ze niet kunnen hebben.

De onderzoekers stelden dat vast met de overclaiming task. Nadat mensen de vraag hadden beantwoord hoe deskundig ze zichzelf achten op het gebied van persoonlijke financiën, moesten ze van 15 termen op het gebied van financiën aangeven hoeveel ze daarvan wisten. Enkele van die termen waren door de onderzoekers verzonnen. Niet-bestaande begrippen dus, waarvan een echte deskundige zou zeggen er niets van af te weten.

Maar uit het onderzoek bleek dat degenen die zichzelf meer deskundigheid toedichtten, ook meer aangaven deskundig te zijn op het gebied van die niet-bestaande termen. En dit bleef het geval in een conditie waarin iedereen van te voren te horen kreeg dat zulke verzonnen termen er tussen zouden kunnen zitten. Ook als mensen gewaarschuwd waren, bleven ze kennis claimen die ze niet konden hebben.

Ook lieten de onderzoekers zien dat dat verschijnsel van overclaimen ook de kop op steekt als je mensen het gevoel geeft deskundig te zijn. Ze deden dat door bij sommigen van te voren de illusie te wekken op een bepaald gebied, de geografie van de Verenigde Staten, veel verstand van zaken te hebben. En bij anderen juist de omgekeerde illusie. Het bleek toen dat degenen met de illusie van veel kennis, ook meer bekendheid claimden met niet-bestaande geografische aanduidingen, zoals plaatsnamen.

Het is dus het gevoel van deskundigheid, als een persoonseigenschap of als een opgewekte toestand, dat samengaat met het ten onrechte claimen van kennis.

Wees dus op je hoede als mensen zich voorstaan op hun deskundigheid. En luister goed als iemand bescheiden is over wat hij weet.

vrijdag 3 januari 2014

Juist in individualistische cultuur meer geneigdheid tot "eigen volk eerst"

In individualistische culturen, zoals de Noord-Amerikaanse en West-Europese, zien mensen zichzelf meer als een zelfstandige persoon dan in collectivistische culturen, zoals de Zuid-oost Aziatische, waar mensen zichzelf meer als lid van een groep beschouwen.

Daarmee hangt samen dat mensen in individualistische culturen meer geneigd zijn tot zelfverheffing (en narcisme), terwijl bescheidenheid vooropstaat in collectivistische culturen. In het eerste geval denk je dat het goed is om je beter voor te doen dan je bent, terwijl je in het tweede geval juist wilt voorkomen dat anderen je een opschepper vinden. Zie ook nog eens het bericht Bescheidenheid en zelfverheffing als collectief gedrag.

Die bescheidenheid in die collectivistische cultuur lijkt er toe te dienen om jezelf vooral als lid van de groep te presenteren. En die zelfverheffing juist om uit te dragen dat je een uniek individu bent. Zie de studie Individualism and Collectivism: Cross-Cultural Perspectives on Self-Ingroup Relationships (pdf) voor meer informatie over deze culturele verschillen.

Op grond van dit alles zou je kunnen verwachten dat het lid zijn van een groep, het ergens bij horen, voor mensen uit collectivistische culturen meer betekenis heeft, en meer consequenties heeft, dan voor mensen uit individualistische culturen. Maar is dat wel zo?

In de nieuwe studie Cultural Variation in the Minimal Group Effect (betaalpoort) vergeleken de onderzoekers de mate waarin bij Japanners en bij Amerikanen het zogenaamde minimale groepseffect optreedt. Dat werd voor het eerst onderzocht door Henri Tajfel, die zijn proefpersonen, die elkaar niet kenden, op een onbeduidend criterium indeelde in twee groepen en onderzocht wat de effecten daarvan waren op houdingen en gedrag tegenover de eigen en de andere groep. Zo een criterium was bijvoorbeeld welke van twee schilderijen van Kandinsky, een overwegend groen of een overwegend blauw, je het mooiste vindt.

In deze nieuwe studie gebruikten de onderzoekers ook precies dat criterium om de deelnemers aan het onderzoek, dat via internet werd uitgevoerd, te categoriseren. Je kreeg dus te weten dat je was ingedeeld in de Groene dan wel in de Blauwe groep, afhankelijk van welk schilderij je het mooiste vond. Daaraan werd toegevoegd dat er ook andere overeenkomsten tussen de groepsleden zouden kunnen bestaan, zoals overeenkomsten in denkstijl. Wat waren de consequenties daarvan en hoe verschilden die tussen Japanners en Amerikanen?

Het bleek toen dat:
  • de Amerikanen zich meer dan de Japanners:met hun groep identificeerden en de band met de andere groepsleden als sterker ervoeren
  • de Amerikanen hun eigen groepsleden als intelligenter inschatten, terwijl dit bij de Japanners niet het geval was
  • de Amerikanen meer dan de Japanners hun eigen groepsleden op allerlei persoonlijkheidskenmerken als gunstiger inschatten dan de leden van de andere groep
  • de Amerikanen een bedrag aan geld dat ze mochten verdelen meer aan de eigen groepsleden toewezen, terwijl de Japanners het gelijk over beide groepen verdeelden
Het minimale groepseffect (de in-group bias) trad dus juist meer op bij de Amerikanen dan bij de Japanners. Populair gezegd, geldt dus voor de individualistische cultuur meer het "eigen volk eerst" dan voor de collectivistische cultuur. Tegengesteld aan wat je misschien verwacht had.

Hoe kan dat? De onderzoekers kunnen laten zien dat de gevonden verbanden voor een deel verklaard worden door de grotere mate van zelfverheffing bij de Amerikanen en door de grotere neiging van hen om de relatie tussen beide groepen als competitief te zien.

Blijkbaar maakt het opgroeien in een individualistische cultuur, waarin je niet als vanzelfsprekend lid van een groep bent en dat ook niet zo ervaart, dat je ook een onbeduidende kans om toch lid van een groep te zijn aangrijpt om je als lid van die groep te gedragen. Om je er mee te identificeren, om je eigen mensen als slimmer en beter te beoordelen en om hen te bevoordelen.

Dat wijst, lijkt me, op de gevaren die inherent zijn aan individualisme. Dat gemis aan de groepservaring leidt er kennelijk toe dat we onbeduidende groepsgrenzen al te gemakkelijk aangrijpen. Die individualistische cultuur, dat is historisch gezien misschien wel een riskant experiment.

vrijdag 17 augustus 2012

Bescheidenheid en zelfverheffing als collectief gedrag

Een bekend inzicht uit het cultureel-psychologisch onderzoek is dat bescheidenheid (of nederigheid) en zelfverheffing cultureel gebonden gedragingen zijn. Noord-Amerikanen en West-Europeanen zijn geneigd tot zelfverheffing, dat wil zeggen tot het hoog inschatten van de eigen vaardigheden. Daarentegen schatten Oost-Aziaten hun eigen prestaties liever in als minder goed dan die van anderen. Ze zijn dus juist bescheiden of nederig. Dit culturele verschil komt natuurlijk ergens vandaan en in dit eerdere bericht besprak ik onderzoek waaruit blijkt dat het (ook) samenhangt met de mate van inkomensongelijkheid in een land. Hoe ongelijker de inkomensverdeling, hoe meer de statuscompetitie domineert in de onderlinge contacten en hoe belangrijker het is om je niet minder voor te doen dan je bent. Dus eerder zelfverheffing dan bescheidenheid.

Hoe dan ook, waar ook de achterliggende oorzaak ligt, het blijkt dat deze twee verschillende gedragspatronen niet zomaar individueel gekozen worden. Ze komen collectief tot stand: in een sociale omgeving waarin anderen bescheiden zijn, kun je dat zelf ook gemakkelijk zijn en lijkt het ook raadzaam om het te zijn, omdat zelfverheffing door anderen niet gewaardeerd zou worden. Andersom: in een sociale omgeving waarin anderen zich zelf verheffen, zich op de borst kloppen, daar zou nederigheid en bescheidenheid niet in jouw voordeel zijn. Anderen zouden je niet zien staan. Update. We hebben het hier natuurlijk over een toestand van statuscompetitie.

Zoals in veel zaken is hier dus een belangrijke rol weggelegd voor sociale beïnvloeding. En daar kan een strategisch element in meespelen. Je bent zowel in staat tot bescheidenheid als tot zelfverheffing, maar bij het bepalen van je gedrag, hou je er rekening mee hoe anderen zich opstellen. De mate waarin die strategie bewust of onbewust wordt uitgevoerd, is een tweede. (Zie ook nog eens dit bericht over de Dual-Mode theorie.)

Een aanwijzing voor dat strategische element is dit onderzoek van o.a. Toshio Yamagishi en Karen S. Cook, twee bekende namen in de sociale psychologie, dat al in maart van dit jaar verscheen, maar dat ik nu pas onder ogen kreeg. De onderzoekers lieten Amerikanen en Japanners inschatten hoe ze hadden gescoord op een test, onder of boven het gemiddelde. Toen bleek inderdaad dat meer Amerikanen (52%) dan Japanners (28%) hun eigen score hoger inschatten dan het gemiddelde, wat al eerder was gevonden.

Vervolgens lieten ze twee andere groepen dezelfde inschatting doen, maar dan met de mededeling dat ze een beloning zouden krijgen als ze hun eigen score correct zouden inschatten. En toen bleek het culturele verschil te verdwijnen. Ongeveer twee derde van zowel de Japanners als de Amerikanen schatten zichzelf in als hoger dan het gemiddelde.

Als je dus geneigd bent tot bescheidenheid, dan valt het effect daarvan weg als je gevraagd wordt om je eigen prestatie zo correct mogelijk in te schatten en daarvoor ook beloond wordt. De vrees voor negatieve reacties van anderen op wat zij als zelfverheffing zouden kunnen zien, valt dan weg. Je bent gelegitimeerd om niet bescheiden te zijn. Dat wijst er dus op dat in die gevallen waarin je wel bescheiden bent, je eigenlijk wel weet dat je dat bent. Dat het dus strategisch gedrag is, een aanpassing aan je sociale omgeving.

maandag 10 oktober 2011

Is inkomensongelijkheid slecht omdat hij statuscompetitie aanwakkert?

De aanwijzingen dat grote inkomensverschillen negatieve sociale gevolgen hebben zijn talrijk en, als ik het goed zie, nauwelijks meer omstreden. Wilkinson en Pickett vatten in 2009 de toen beschikbare inzichten samen in het boek The Spirit Level. Why more equal societies almost always do better. Inkomensongelijkheid gaat samen met minder sociale contacten, meer psychische en fysieke gezondheidsproblemen, lagere onderwijsprestaties, meer geweldsmisdrijven en minder gelijke kansen.

Het zou kunnen dat deze negatieve gevolgen tot stand komen doordat grote inkomensverschillen de statuscompetitie aanwakkeren. Een bekende aanwijzing daarvoor uit een onderzoek uit 1997 is dat in landen met grotere inkomensverschillen mensen minder sociale contacten hebben en elkaar minder vertrouwen en dat langs die weg de gezondheid negatief wordt beïnvloed. Daar is nu een aanwijzing bijgekomen. Uit een pas verschenen studie blijkt dat bewoners van landen met grotere inkomensongelijkheid meer de neiging hebben om hun eigen kwaliteiten in vergelijking met die van anderen te benadrukken en te overdrijven (self-enhancement; te vertalen als zelfverheffing?). Ze zijn minder bescheiden en zijn meer bezig met zich beter voor te doen dan ze waarschijnlijk zijn. Als je veel moet concurreren met anderen en er weinig onderling vertrouwen is, kun je maar beter proberen je zwakheden zoveel mogelijk te verbergen, zelfs voor jezelf.

De gedachte was dat de verschillen in de mate van zelfverheffing vooral een culturele achtergrond hebben. Mensen in meer individualistische (Westerse) landen zouden er meer last van hebben dan mensen in meer collectivistische (Oosterse) landen. Maar deze studie laat zien dat het meer ligt aan de achterliggende verschillen in inkomensongelijkheid.