dinsdag 18 augustus 2026

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving - 47 - Durkheim over "normale" en "pathologische" zelfmoordcijfers

Als er sociale en maatschappelijke omstandigheden zijn aan te wijzen die blijken samen te hangen met hoeveel mensen zelf een einde aan hun leven maken, moeten we dat dan niet opvatten als een aanwijzing dat we iets aan die omstandigheden dienen te veranderen? Als er maatschappelijke veranderingen zijn die leiden tot een toename van gevoelens van wanhoop, zinloosheid of uitzichtloosheid en daarmee tot een toename van het zelfmoordcijfer, moeten we dan niet willen ingrijpen in die veranderingen? En dus onder ogen willen zien dat de maatschappij mensenwerk is, waarin zaken ook niet goed kunnen gaan en dus vragen om verbetering.

Dat vraagt Durkheim zich in 1896 af in het laatste hoofdstuk van zijn Le Suicide. Hier het vorige bericht. 

Maar hij is natuurlijk ook de functionalistische systeemdenker en onderzoekt daarom eerst de mogelijkheid dat een bepaalde hoeveelheid zelfmoorden "normaal" is, dus onderdeel van de werking van de maatschappij als sociaal systeem. Ongeveer zoals een bepaalde hoeveelheid criminaliteit normaal zou zijn omdat de "functie" ervan is dat het mensen er aan herinnert wat de normen zijn en zo de normen versterkt. (Ik vond dat een kromme redenering.) En zoals de arbeidsverdeling normaal kan zijn, maar ook de abnormale vormen kan aannemen die gepaard gaan met anomie. 

Hij moet dan iets bedenken om aannemelijk te maken dat zelfmoorden een functie zouden kunnen hebben. Dat gaat ongeveer als volgt. De gevoelens van wanhoop, zinloosheid en uitzichtloosheid zijn in de maatschappij natuurlijk breder aanwezig dan alleen bij het kleine aantal mensen dat overgaat tot zelfmoord. Als die gevoelens toenemen, dan zal ook het aantal gevallen toenemen waarin die gevoelens zo extreem zijn dat ze tot zelfmoord leiden. Het gaat er dus om of het bestaan van zulke gevoelens normaal kan zijn, dus een functie kan hebben in de werking van het sociale systeem.

Ja, Durkheim vindt dat dat kan. Want, eenvoudig gezegd, ook de negatieve gevoelens horen bij het leven (p.365-6):

...it is wrong to believe that unmixed joy is the normal state of sensibility. Man could not live if he were entirely impervious to sadness. Many sorrows can be endured only by being embraced, and the pleasure taken in them naturally has a somewhat melacholy character. So, melancholy is morbid only when it occupies too much place in life; but it is equally morbid to be wholly excluded from life.The taste for happy expansiveness must be moderated by the opposite taste; only on this condition will it retain measure and harmonize with reality. Is is the same with societies as with individuals.(...) This is why there has to be, beside the current op optimism which impels men to regard the world confidently, an opposite current, less intense, of course, and less general than the first, but able to restrain it partially; for a tendency does not limit itself, it can never be restrained except by another tendency.

Het zou niet goed zijn als er alleen maar vreugde en optimisme was in het leven. De neiging to melancholie is morbide als die de overhand krijgt, maar de volledige afwezigheid ervan eveneens.

Is dit ook niet een kromme redenering? Jazeker. Zoals elk organisme is de mens erop ingesteld om dat te doen wat bijdraagt tot overleving en reproductie. Dus om adequaat te reageren op bedreigingen daarvan. Dan moeten die bedreigingen de negatieve gevoelens genereren die aanzetten tot die adequate reacties. Het vermogen tot het ervaren van negatieve gevoelens, en trouwens ook van positieve gevoelens, heeft zich evolutionair ontwikkeld en is dus in die zin een normaal onderdeel van het leven. 

Maar Durkheims redenering ontbeert die biologische en natuurlijk ook voor de hand liggende achtergrond. In zijn systeemdenken moeten die negatieve gevoelens een functie hebben, want anders zouden ze niet bestaan. Daarom moet hij postuleren dat mensen niet zouden kunnen leven als ze alleen maar geluk zouden kennen. Dus hebben negatieve gevoelens de functie om tegenwicht te bieden. Een kromme redenering.

Maar goed, als een zekere hoeveelheid zelfmoorden normaal zou kunnen zijn, dan zou in dat geval de sociologie niet naar een verklaring hoeven te zoeken. Want die is er al: het is de hoeveelheid die onderdeel is van de werking van het sociale systeem. Een fraai voorbeeld van een functionele verklaring en dus van top-down sociologie. Ik zocht nog even op "functional explanation" en kwam terecht bij Assessing functional explanation in the social sciences uit 1990 van Harold Kincaid, die de gebrekkigheid en ervan bespreekt, maar er ook op wijst hoe wijdverbreid die manier van denken gedurende de twintigste eeuw was. Ik weet dat niet, maar het zou kunnen zijn dat ook de sociologie van daarna er niet vrij van is.

Uiteindelijk, na vijf pagina's, komt Durkheim tot de conclusie dat de sterke toenames van zelfmoordcijfers die hij onder ogen ziet niet als "normaal" kunnen worden beschouwd. Ze zijn duidelijk niet een "normaal onderdeel" van de toename van "beschaving", maar een uiting van anomie, van een "pathologische toestand" (p.368-9):

Thus, we may believe  that this aggravation springs not form the intrinsic nature of progress but from the special conditions under which it occurs in our day, and nothing assures us that these conditions are normal. (...) It is then very possible and even probable that the rising tide of suicide originates in a pathological state just now accompanying the march of civilization without being its necessary condition. (...) Thus, what the rising flood of voluntary deaths denotes is not the increasing brilliancy of our civilization but a state of crisis and perturbation not to be prolonged with impunity.

Het is een problematische ontwikkeling, waar we iets aan moeten doen. In het mensenwerk gaat iets niet goed, er is "afwijkend gedrag" en dus is er voor de socioloog werk te doen.

Maar wat? Daarover gaat het volgende bericht. 

Geen opmerkingen: