Posts tonen met het label sekse-ongelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sekse-ongelijkheid. Alle posts tonen

maandag 8 maart 2021

Ongelijkheid tussen mannen en tussen mannen en vrouwen gaan altijd samen op

De ongelijkheid tussen mannen en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen gaan samen op. En daarom zouden tegenstanders van die twee ongelijkheden ook samen moeten optrekken.

Dat betoogt Kate Pickett vandaag, op Internationale Vrouwendag, in haar Social Europe-column: Fissures that tear us apart and pressures that weigh us all down. Ongelijkheid tussen mannen vrouwen, in politieke invloed, in rechten, in macht, in inkomen, in prestige, in veiligheid, is niet een afzonderlijk probleem. Het is onderdeel van de bredere economische ongelijkheid tussen groepen. Hoe ongelijker een land, hoe meer het statuscompetitiepatroon domineert en hoe conflictueuzer de samenleving:

Think of society as a social ladder. In more unequal societies, the ladder is propped at a steeper angle and the rungs are further apart. Where one stands on that ladder matters more in a more unequal society: status and hierarchy are more important, competition for status more intense. So inequality is linked to more aggression and more pugnacity, to more bullying and more violence, to stronger dominance hierarchies among men. And when there is more status competition among men, women’s status suffers more.

We weten dat. Ongelijkheid kwam met de Landbouwrevolutie de mensheidsgeschiedenis binnen. In jagers-verzamelaarssamenlevingen was er een grote mate van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. En dat hing samen met de grote mate van gelijkheid tussen mannen. Voor hun overleving waren jagers-verzamelaars aangewezen op samenwerking en delen van voedsel en dus op sociale harmonie. Ten behoeve daarvan werd de neiging tot statuscompetitie individueel en zo nodig collectief onderdrukt.

Dat betekende voor vrouwen dat ze niet konden worden gedwongen om zich aan een man te binden. Als haar man haar domineerde of slecht behandelde, kon ze de relatie beëindigen. En steun zoeken bij andere vrouwen, een andere man of haar eigen familie. Mannen konden geen "eigendomsrecht" op vrouwen laten gelden.

Dat veranderde met de de overgang naar landbouw en dus naar eigendom. Bezit moest worden beschermd en dat leidde er toe dat zonen bij hun vader bleven. Dus werden dochters uitgehuwelijkt en werden vrouwen van elders gehaald. Het fenomeen van de bruidsschat ontstond, waarmee vrouwen handelswaar werden. Waardoor vrouwen ondergeschikt moesten worden aan mannen. En trouw aan hun man. Want omdat je bezit had en dat wilde doorgeven aan je kinderen, wilde je als man zekerheid over het vaderschap. Waar jagers-verzamelaarsmannen niet zo om maalden, werd voor landbouwers een prioriteit.

Bovendien leidde de toegenomen ongelijkheid er toe dat een man meer vrouwen kon nemen ('kopen"). Voor vrouwen hield dat in dat ze voor de keus konden komen te staan om een van de vrouwen van een rijke man te worden of de enige vrouw van een arme man. Het eerste was dan vaak aantrekkelijker. Lees voor meer Het afscheid uit het paradijs was niet goed voor vrouwen.

Sekse-ongelijkheid is dus een van de verschijningsvormen van de dominantie van het statuscompetitiepatroon dat met de overgang naar landbouw onze geschiedenis binnenkwam.  Zie ook Sekse-ongelijkheid als verschijningsvorm van statuscompetitie. Dat betekent, in de woorden van Kate Pickett, dat je met het uitlichten van de ene vorm ook de andere voor het voetlicht brengt:

Shining the light on one kind of inequality can pave the way to looking at others. A requirement to report chief-executive pay, and the gap between that and the average worker—a vertical inequality—followed hard on the heels of reporting on gender pay gaps—a horizontal inequality—coming into force in the UK in 2019. There is great expectation that we shall soon see a requirement for larger companies to report ethnic pay gaps as well. A demand for one kind of equality can fuel demand for another.

Het terugdringen van de statuscompetitie is daarmee hét middel om in één klap meer doelen te bereiken: minder ongelijkheid tussen mannen en minder ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en minder ongelijkheid tussen meerderheden en minderheden. Kate Pickett:

smaller inequalities of income lead to increases in women’s political participation—women are in power because their societies are more equal, because male dominance hierarchies have been loosened and because more egalitarian societies value diversity and inclusion.

En dan komt een positieve terugkoppeling in werking. Want wat blijkt? Landen met vrouwelijke politieke leiders waren succesvoller in het reageren op de coronapandemie. Kate Pickett verwijst naar dit, nog niet peer-reviewed, onderzoek: Women in power: Female leadership and public health outcomes during the COVID-19 pandemic. Daaruit blijkt dat van de 35 landen waarvan data beschikbaar waren, de landen met vrouwelijke leiders minder COVID-19 overlijdensgevallen per hoofd van de bevolking kenden en effectiever en sneller waren in het afvlakken van de toenames van het aantal besmettingen, met lagere pieken in het aantal dagelijkse sterfgevallen. 

Dat kan er zowel aan gelegen hebben dat die vrouwelijke leiders beter handelden, maar tegelijk ook aan het feit dat die landen een sterkere focus hadden op gelijkheid, menselijke behoeften en generositeit. Anders gezegd, meer verzorgingsstaten waren. 

vrijdag 2 maart 2018

Sekse-ongelijkheid als verschijningsvorm van statuscompetitie

In het bericht De sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie gaf ik dit lijstje van sociale verschijningsvormen van statuscompetitie en statushiërarchie, onvolledig en in willekeurige volgorde:
  • Een vorm van statuscompetitiegedrag is het gedrag van narcisten. Narcisten gedijen bij de statuscompetitie; het is hun natuurlijke werkterrein. We zien veel narcistisch gedrag om ons heen, bovenal in het publieke domein (in het persoonlijke domein zijn we vaak in staat om narcisten te ontwijken).
  • Statuscompetitie gaat gepaard met verhoogde stress en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. In de sociale omgeving van arbeidsorganisaties uit zich dat in een verhoogd risico op burn-out en daarmee samenhangend ziekteverzuim.
  • Statuscompetitie resulteert, als het onbelemmerd zijn gang kan gaan, in de ongelijkheid van een statushiërarchie of zelfs in de ongelijkheid van de brute onderdrukking (Marxistisch: uitbuiting). Dus in de hoge mate van inkomens- en vermogensongelijkheid die we nu om ons heen zien.
  • Die grote mate van ongelijkheid resulteert ook in bedreigingen voor de democratie. De democratie is een uitingsvorm van de gemeenschapsgedachte dat iedereen meetelt en dus dezelfde rechten heeft. Maar statushiërarchie en machtsongelijkheid leiden onvermijdelijk tot een aantasting van die rechtsgelijkheid.
  • Het om zich heen grijpen van statuscompetitie gaat gepaard met wij-zij denken. Waarbij "wij" het recht, ja, de plicht, hebben om de anderen te domineren en te onderdrukken. Vandaar nationalisme, anti-immigrantensentiment en vijandigheid tegen andersdenkenden en andersgelovigen. In een woord: rechts-extremisme.
  • Het als vanzelfsprekend beschouwen van de nationale staat of "het volk" als een statushiërarchie houdt in dat ongelijkheid als een natuurlijk en gewenst verschijnsel wordt beschouwd. De verzorgingsstaat en de daaruit voortvloeiende sociale zekerheid en sociale bescherming van de zwakkeren zijn daarmee in strijd. Vandaar de roep om afbouw van de verzorgingsstaat en de denigrerende of zelfs vijandige bejegening van armen en uitkeringstrekkers. En vandaar dat voedselbanken een geaccepteerd verschijnsel zijn geworden.
  • Als statuscompetitie vanzelfsprekend is, dan is het ook vanzelfsprekend dat iedereen jouw vijand kan zijn. Dus moet je je altijd kunnen verdedigen. En dat kan er weer toe leiden dat wapenbezit normaal wordt, zoals in de Verenigde Staten.
Daar valt sekse-ongelijkheid, of anders gezegd, de ondergeschikte positie van vrouwen aan toe te voegen. Dat ligt eigenlijk zo voor de hand, dat ik er het lijstje ook mee had kunnen beginnen.

Want de ondergeschikte positie van vrouwen kwam de mensheidsgeschiedenis binnen met de overgang van de jagers-verzamelaars- naar de landbouwsamenlevingen. Uit het bericht Het afscheid uit het paradijs was niet goed voor vrouwen:
Dat veranderde met de introductie van eigendom in de landbouwsamenleving. Bezit moest worden beschermd en dat leidde er toe dat zonen bij hun vader bleven. Dus werden dochters uitgehuwelijkt en werden vrouwen van elders gehaald. Het fenomeen van de bruidsschat ontstond, waarmee vrouwen handelswaar werden.
Waardoor vrouwen ondergeschikt moesten worden aan mannen. En trouw aan hun man. Want omdat je bezit had en dat wilde doorgeven aan je kinderen, wilde je als man zekerheid over het vaderschap. Waar jagers-verzamelaarsmannen niet om maalden, werd voor landbouwers een prioriteit.
Bovendien leidde de toegenomen ongelijkheid er toe dat een man meer vrouwen kon nemen ('kopen"). Voor vrouwen hield dat in dat ze voor de keus konden komen te staan om een van de vrouwen van een rijke man te worden of de enige vrouw van een arme man. Het eerste was dan vaak aantrekkelijker.
Hoe zit dat dan met de tegenwoordige positie van vrouwen? Die is natuurlijk met de komst van de democratie en het vrouwenkiesrecht (in 1919) al behoorlijk verbeterd. Maar we beseffen ook dat vrouwen tot 1957 voor de wet als handelingsonbekwaam werden beschouwd. Het huwelijk was tot die tijd een onderwerpingsverdrag: door te trouwen verloor een vrouw
haar baan en had ze niets meer te zeggen over haar geld en haar kinderen. Ze behield alleen haar vrijheid om in haar eentje boodschappen te doen.
Zie Handelingsonbekwaamheid van vrouwen van Alies Pegtel in het Historisch Nieuwsblad.

Oké, dat ligt achter ons. Maar hoewel vrouwen nu in juridisch opzicht niet meer ondergeschikt zijn, zijn ze dat in materieel opzicht nog wel degelijk.

Want er is nog altijd geen gelijke beloning tussen mannen en vrouwen, ook als je met allerlei verschillen in andere kenmerken (zoals opleiding, werkervaring, deeltijd of voltijd) rekening houdt. Zie het CBS daarover: Krijgen mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk? En volgens het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 verdienen vrouwen  jonger dan 36 jaar 4% en vrouwen ouder dan 35 jaar 8% minder dan mannen. En zijn mannen 1,7 maal zo vaak werkzaam in een leidinggevende functie. Dat suggereert dat de competitie om de betere banen, een vorm van statuscompetitie, in het nadeel van vrouwen uitvalt. Dat daar qua wetgeving iets tegen valt te doen, bewijst IJsland, waar bedrijven moeten bewijzen dat ze gelijk loon bieden voor gelijk werk.

Maar ook als je wel rekening houdt met een belangrijk verschil in dat ene "achtergrondkenmerk", namelijk dat vrouwen de kinderen baren, dan komt er een grote mate van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen naar voren. Want vrouwen stellen weliswaar de geboorte van het eerste kind uit, om eerst te proberen om op de arbeidsmarkt voet aan de grond te krijgen, maar daarmee zijn ze niet in staat om te voorkomen dat ze na het moeder geworden zijn een blijvende beloningsachterstand op mannen oplopen. Zie Weer minder kindvriendelijk - Weer toename leeftijd vrouwen bij geboorte eerste kind.

En zie het mooie bericht dat Tamar Stelling vandaag schrijft op De Correspondent: Vrouw, wil je gelijkheid? Stop met baren. De titel zegt het al.

Nee, we hebben de statuscompetitie in onze maatschappij nog niet zover gereguleerd en teruggedrongen dat we kunnen spreken van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Er komt dus een bullet bij:
  • Statuscompetitie produceert niet alleen inkomens-, vermogens- en machtsongelijkheid, maar ook sekse-ongelijkheid.gen over haar geld en haar kinderen. Ze behield

vrijdag 1 april 2016

Het afscheid uit het paradijs was niet goed voor vrouwen (Wat leert ons een biologische antropologie van de Bijbel? - 6)

De overgang naar landbouw in de mensheidsgeschiedenis had ingrijpende gevolgen voor de positie van de vrouw. Daarmee zijn we beland bij het derde thema in de Bijbelverhalen. Zie voor het eerste thema hier en het tweede hier.

In jagers-verzamelaarssamenlevingen was er een grote mate van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. En dat hing samen met de grote mate van gelijkheid tussen mannen. Voor hun overleving waren jagers-verzamelaars aangewezen op samenwerking en delen van voedsel en dus op sociale harmonie. Ten behoeve daarvan werd de neiging tot statuscompetitie individueel en zo nodig collectief onderdrukt.

Voor vrouwen betekende die gelijkheid dat ze nooit gedwongen konden worden zich aan een man te binden. Van Schaik en Michel daarover in Het Oerboek van de mens. De evolutie en de Bijbel:
Weliswaar was er sprake van een zekere dominantie van de man, maar een vrouw kon altijd naar haar familie terugkeren of van man wisselen als haar eigen man zich te eigenmachtig gedroeg. De paarbinding was nog niet specifiek exclusief. Er bestonden wel monogame relaties, maar dat een vrouw zich haar hele leven lang zou moeten binden aan één man, was geen vaste praktijk.
Een vrouw kon diverse partners na elkaar hebben. Soms had ze ook op hetzelfde moment diverse relaties. Dat ging gemakkelijk, omdat de precieze vaderschapsverhoudingen niet vastgesteld konden worden. Het verkeer met meerdere mannen was in het belang van de vrouw; zo kon een netwerk van potentiële vaders worden opgebouwd die zich verantwoordelijk voor haar voelden.
En voor haar kinderen.

Dat veranderde met de introductie van eigendom in de landbouwsamenleving. Bezit moest worden beschermd en dat leidde er toe dat zonen bij hun vader bleven. Dus werden dochters uitgehuwelijkt en werden vrouwen van elders gehaald. Het fenomeen van de bruidsschat ontstond, waarmee vrouwen handelswaar werden.

Waardoor vrouwen ondergeschikt moesten worden aan mannen. En trouw aan hun man. Want omdat je bezit had en dat wilde doorgeven aan je kinderen, wilde je als man zekerheid over het vaderschap. Waar jagers-verzamelaarsmannen niet om maalden, werd voor landbouwers een prioriteit.

Bovendien leidde de toegenomen ongelijkheid er toe dat een man meer vrouwen kon nemen ('kopen"). Voor vrouwen hield dat in dat ze voor de keus konden komen te staan om een van de vrouwen van een rijke man te worden of de enige vrouw van een arme man. Het eerste was dan vaak aantrekkelijker.

En dat creëerde weer de omstandigheden waaronder de obsessie met de maagdelijkheid van de vrouw voor het huwelijk zich kon ontwikkelen. Door de omgang met huisdieren, ook in de vorm van sodomie, ontstonden de infectieziekten. Die sodomie werd juist ook uitgelokt doordat de rijke mannen de vrouwen monopoliseerden, waardoor een reservoir aan overgebleven mannen ontstond. Wat bijdroeg aan de cultus van de maagdelijkheid en de "reinheid" van vrouwen.

Kortom, de overgang naar de landbouw zorgde voor een terugkeer naar het alfa-mannetjes-model van de chimpansees en veel andere primaten. Terwijl het bij die primaten vooral gaat om verschillen in de fysieke kracht van de mannetjes, vandaar de seksuele dimorfie, gaf bij de landbouwers het bezit de doorslag. En de vrouwen delfden het onderspit.

En natuurlijk moeten we daarbij bedenken, aldus Van Schaik en Michel, dat de Bijbelverhalen werden geschreven door mannen en met het oog op de doeleinden van mannen. Dat vrouwen zouden moeten gehoorzamen aan hun man, is duidelijk niet te rijmen met de egalitaire morele intuïties van de jagers-verzamelaars. Vandaar dat in de Bijbelverhalen die gehoorzaamheid zo moest worden benadrukt.