vrijdag 11 januari 2013

Wat is eigenlijk een "politieke stellingname"? Paul Tang over Teulings en CPB

Paul Tang beklaagt zich er in de Groene Amsterdammer (zie de link onderaan) terecht over dat minister van Financiën Dijsselbloem het advies van Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, dat verder bezuinigen niet wenselijk is, als "een politiek oordeel" naast zich neerlegde. Maar vervolgens lijkt Tang het er mee eens te zijn dat het ook inderdaad om een politieke stellingname ging.

Maar wat is eigenlijk een politieke stellingname? Als je inhoudelijke argumenten naar voren brengt die er op wijzen dat het ene beleid de voorkeur verdient boven het andere? Ben je dan al "politiek bezig"? Waardoor je aan de kant gezet kunt worden door er alleen maar tegenin te brengen dat wat jij zegt een politieke stellingname is, die gewoon, zonder verdere argumenten, kan worden geneutraliseerd met een tegengestelde politieke stellingname? Waardoor de rationele discussie niet eens kan beginnen?

Want dat valt op. Waarom benutten Dijsselbloem en met hem "het Politburo" (Paul Tang) van het ministerie van Financiën die stellingname van Teulings niet als een kans om eens aan het Nederlandse volk uit te leggen wat hen drijft? Waarom niet de rationele discussie aangaan? Dat heeft een democratie toch nodig? Daarzonder wekken Dijsselbloem en zijn Politburo de indruk dat ze zich hebben ingegraven in hun eigen "politieke oordeel" en dus niet meer geïnteresseerd zijn in argumenten. Het is nu eenmaal het ene oordeel tegenover het andere. En daarmee basta!

Een bijkomstigheid is dat Teulings het zichzelf niet gemakkelijker heeft gemaakt door tegelijk ook zijn fiat te geven aan het advies van de studiegroep Begrotingsruimte, en dat juist inhield dat onverkort en snel met bezuinigen moet worden doorgegaan. Tang wijst daar terecht op. Ik vond dat ook vreemd. Hij had in die studiegroep zijn poot stijf moeten houden. Dat had gepast bij zijn onafhankelijke positie.
Update. Zie ook het volgende bericht.
De Groene Amsterdammer - Teulings:

'via Blog this'

donderdag 10 januari 2013

Dreigt de overheid te groot te worden? Aanleiding voor deze vraag: het overlijden van James M. Buchanan

Dreigt de overheid te groot te worden? Is er een in de democratie ingebakken mechanisme dat de overheid steeds maar laat uitdijen? En moet daar niet paal en perk aan gesteld worden?

Deze vragen komen op naar aanleiding van het overlijden van de Amerikaanse econoom James M. Buchanan. Hij is 93 jaar geworden. Zie onderaan de link naar het bericht in de New York Times dat daar gisteren melding van maakte. James Buchanan maakte naam met het toepassen van het economische gedragsmodel op de democratische besluitvorming. Hij was daarmee een van de twee grondleggers van het Public Choice specialisme binnen de economie (de andere was Gordon Tullock). Binnen dat specialisme legde hij zich ook toe op het probleem hoe strikt economisch gemotiveerde mensen in staat zijn om gezamenlijk een grondwet te ontwerpen en probeerde hij te laten zien hoe zo'n grondwet er uit zou zien. Dat werd het terrein van de Constitutional Economics. Hij kreeg voor zijn werk in 1986 de Nobelprijs voor economie.

Ik was ooit een bewonderaar van James Buchanan. Dat moet eind jaren 70 en begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. Buchanan ontwikkelde een "niet-romantische" visie op het functioneren van de politiek. Hij vond dat je als econoom, die als hij het marktgedrag van mensen bestudeert, er van uit gaat dat mensen zich laten leiden door hun individuele eigenbelang, daar ook van uit moet gaan als je de politiek en het openbaar bestuur analyseert. En dat je dus niet moest aannemen dat politici en bureaucraten "idealistisch" gemotiveerd zijn om het algemene belang te dienen. Dat kunnen ze misschien wel van zichzelf zeggen, of van zichzelf denken, maar ga er maar van uit dat ze zich in hun feitelijke gedrag laten leiden door eigenbelang.

Dat was een nuchtere benadering die mij in die tijd wel aanstond, ontevreden als ik was met het lage analytische niveau van het vak sociologie. Ik las dus The Calculus of Consent (eerste druk 1962) van Buchanan en Tullock en The Limits of Liberty van Buchanan. Dat laatste boek verscheen in 1975 en het staat nog in mijn boekenkast. Ik heb het weer even tevoorschijn gehaald. Dat ik het zeer intensief heb bestudeerd, blijkt er wel uit dat het van de eerste tot de laatste pagina vol staat met potloodstrepen en aantekeningen onder en boven aan de pagina's. Geen wonder, want ik heb er ook heel wat jaren colleges aan gewijd.

Natuurlijk is niet alles mij bij gebleven. Wat me wel weer meteen te binnen schoot, is het mechanisme van de stemmenruil (logrolling). Dat houdt in dat veel voorstellen op zichzelf niet de vereiste meerderheid halen, maar dat er wel meerderheden kunnen ontstaan als parlementariërs een deal maken. In de trant van: als jullie ons voorstel aan een meerderheid helpen, doen wij hetzelfde met een voorstel van jullie. Als dit gebeurt, kan het er toe leiden dat een serie voorstellen die niet "efficiënt" is (in de zin dat de collectieve welvaart er niet door toeneemt), toch wordt aangenomen en in beleid wordt omgezet.

Dit was volgens Buchanan en Tullock een van de oorzaken van de volgens hen te veel uitdijende omvang van de overheid. Vooral Tullock was er goed in om steeds maar te laten zien hoe de overheden na de Tweede Wereldoorlog exorbitant in omvang groeiden. (Ja, logisch, de verzorgingsstaat werd opgebouwd.)

In The Limits of Liberty ging Buchanan na hoe een grondwet zou kunnen ontstaan die dit soort mechanismen niet zou toelaten. Dit zou een grondwet moeten zijn die maximaal individuele vrijheid toestaat, dus individuen tegen de overheid beschermt, terwijl ze tegelijk natuurlijk die overheid ook nodig hebben. Hij gaat daarbij heel consequent uit van Pareto-optimaliteit als eis waar alles aan moet voldoen. Dat houdt in dat alleen welvaartsverbeteringen zijn toegestaan waarbij niemand er op achteruitgaat. En dat betekent praktisch gezien dat een grondwet dus zo in elkaar zou moeten zitten dat hij met unanimiteit zou worden aangenomen. En dat betekent weer dat de voorafgaande status quo, met de daarin bestaande ongelijkheden, dus in stand blijft nadat de grondwet is aangenomen. Want de rijkeren willen natuurlijk niet iets inleveren en dat hoeven ze ook niet, want ze hebben veto-recht. Update. Zie nu ook het bericht Er zijn goede economische argumenten voor minder ongelijkheid voor meer over dat Pareto-criterium.

Het aardige is dat deze redeneringen enigszins duidelijk maken wat er in de actualiteit aan de hand is. Want wat zien we? Politiek rechts grijpt de economische crisis aan om de overheid een kopje kleiner te maken. De crisis is een mooie aanleiding om te bezuinigen. Want de overheid is te groot geworden. En tegelijkertijd is er het Europese besluit dat landen geen tekort mogen hebben dat hoger is dan 3 procent. En moet er in de Verenigde Staten van jaar tot jaar worden besloten om het wettelijk vastgesteld plafond van de overheidsschulden te verhogen. Eerst worden allerlei wetten aangenomen, waarvan de uitvoering geld kost. En als al die kosten opgeteld boven dat plafond uitkomen, dan moet eerst een wet worden aangenomen om dat plafond te verhogen. En er zijn de Republikeinen die serieus menen dat de exorbitant rijke Amerikanen in bescherming moeten worden genomen tegen de "gulzige" overheid die hen wat meer belasting wil laten betalen.

Dit alles is er volledig op gebaseerd dat overheden die innerlijke tendens hebben om steeds maar door te blijven groeien. En daar moet dus een rem op worden gezet. Dat werk van Buchanan en andere conservatieve denkers heeft dus een grote invloed gehad.

Maar het bizarre is dat die hoge  overheidstekorten helemaal niet zijn ontstaan door stemmenruil (en door bureaucratische uitdijing). Ze zijn ontstaan doordat overheden de financiële sector te hulp moesten schieten. (En in de V.S. bovendien door de belastingverlagingen van de regering-Bush.) Het is dus wel zaak om nog maar eens goed na te denken over de vraag of die analyses van Buchanan (en Tullock) eigenlijk wel onverkort kunnen worden gehandhaafd.

James M. Buchanan, Economic Scholar, Dies at 93 - NYTimes.com:

'via Blog this'

Modern parenting may hinder brain development, research suggests

Zie nu ook Science Daily over het symposium Human Evolution and Human Development waar ik gisteren over berichtte (link hieronder).

Modern parenting may hinder brain development, research suggests

woensdag 9 januari 2013

Brengen we kinderen nog wel groot op de manier die kinderen nodig hebben? - Darcia Narvaez

Darcia Narvaez hield in oktober vorig jaar op het Symposium on Human Evolution and Human Development aan de University of Notre Dame een lezing met als titel Are We Violating Evolved Expected Care and Does It Matter? Zie onderaan dit bericht de link naar het programma van het symposium, waar je de powerpoint dia's kunt aanklikken. Frans de Waal geeft de openingslezing, maar van hem is er alleen het audio-bestand.

O, wat was ik graag bij dat symposium geweest! Alle presentaties zijn zeer de moeite waard. Maar ik sta nu even stil bij die van Darcia Narvaez.

Zij vraagt zich af of wij onze pasgeborenen en kinderen nog wel de zorg- en opgroei-omgeving aanbieden die bij de menselijke soort hoort. Heel kort samengevat, hebben kinderen het nodig (zie dia's 13 en 14):
  • om heel veel gedragen en aangeraakt te worden (bevordert groei, maakt minder angstig)
  • dat er op hun signalen snel gereageerd wordt (maakt minder stressgevoelig en is nodig voor empathie en sociale en morele ontwikkeling)
  • om borstvoeding te krijgen (bevordert intelligentie en gezondheid)
  • om veel zorg te krijgen van anderen dan de eigen moeder (vader, grootouders, anderen) (bevordert open houding, verhoogt responsiviteit van de moeder)
  • om veel vrij en leeftijdsgemengd met anderen te kunnen spelen (bevordert zelfbeheersing en sociale vaardigheden)
  • om veel sociale ondersteuning te krijgen (bevordert welzijn en gezondheid)
  • om op natuurlijke wijze geboren te worden (bevordert binding aan de moeder, intelligentie en immuniteit)
Daar komt bij dat elk van deze zeven condities bijdragen aan het vermogen tot zelfregulering en aan welbevinden.

Zie dan de daarop volgende dia's met een overzicht van onderzoek in China en de Verenigde Staten. En er zijn een aantal dia's over de gevolgen van het opgroeien onder omstandigheden waarin deze condities niet voldoende aanwezig zijn. Het zoeken naar veiligheid kan dan ontaarden in de Bunker Morality (het voorbereid zijn op statuscompetitie) en de Wallflower Morality ( terugtrekking, onderwerping, depressie).

Natuurlijk missen we zeer de mondelinge toelichting bij de dia's. Maar zie de conclusies aan het eind:

  • Vroege stress (het niet voldaan zijn aan de condities hierboven) ondermijnt gezondheid en welzijn
  • En ondermijnt moreel gedrag, waardoor we egoïstischer zijn en tegelijk gaan denken dat egoïsme normaal is
  • We kunnen er niet van uitgaan dat het brein van mensen die in onze maatschappijen opgroeien de volledige menselijke vermogens representeert
Zie ook de website van Darcia Narvaez voor meer informatie en al haar publicaties. Ze schrijft ook het blog Moral Landscapes voor Psychology Today.

dinsdag 8 januari 2013

Voetbalclub Arsenal wil niet te grote inkomensverschillen. Daar heeft de club gelijk in.

De Volkskrant van vanochtend heeft een berichtje dat de voetbalclub Arsenal niet te grote ('socialistische') inkomensverschillen wil tussen zijn spelers. Waarom de club dat wil, wordt uit dat stukje niet zo duidelijk. Het bericht is denk ik gebaseerd op een bericht in de Telegraph van drie dagen geleden, waar ik onderaan naar link. De essentiële passage lijkt mij deze uitspraak van Arsenal-coach Arsène Wenger, die door de Volkskrant letterlijk is vertaald als:
Wenger zei in principe te streven naar 'een verstandig inkomensmodel dat tegenover elke speler verdedigbaar is'.
Dus niet alleen tegenover de speler zelf. Dat wijst op inzicht in de negatieve effecten van grote inkomensverschillen. De hoog betaalde vedettes spelen voortdurend onder grote druk omdat ze waar moeten maken dat ze veel meer dan de anderen verdienen. En de minder betaalde spelers, de "waterdragers", die hebben de neiging om minder verantwoordelijkheid te nemen, want het succes hangt kennelijk toch meer af van de vedette dan van hen. Hoge inkomensongelijkheid vermindert de sociale cohesie in het team.

Begin vorig jaar berichtte ik over een blogbericht van Chris Dillow, waarin hij linkt naar een wetenschappelijke studie, die inderdaad laat zien dat in de Italiaanse Serie A grote inkomensverschillen tussen de spelers die op het veld staan negatief uitwerken op de prestaties. Het verdubbelen van de inkomensverschillen blijkt de waarschijnlijkheid van het winnen van een wedstrijd met 6 procent te verminderen.

Arsenal heeft dus gelijk met het in de hand houden van de salarissen van de vedettes. Dat voetballers over de hele linie veel te veel verdienen, dat is een andere zaak.

Arsenal manager Arsène Wenger defends his 'socialist’ wage plan - Telegraph:

'via Blog this'

maandag 7 januari 2013

Maakt ouder worden minder empathisch? Of maakt het selectiever?

Met het ouder worden gaan je cognitieve vermogens achteruit. Je verwerkt informatie minder snel en je geheugen wordt slechter. Omdat het je verplaatsen in anderen (empathie) ook een cognitieve taak is, kan dat betekenen dat je ook daarin minder goed wordt. En daar zijn ook inderdaad aanwijzingen voor. Zo zijn ouderen minder goed in het oplossen van false belief tasks, wat wil zeggen dat ze zich minder goed kunnen verplaatsen in iemand die iets niet weet wat zij zelf wel weten. En ze blijken minder goed te zijn in het herkennen van emoties achter gelaatsuitdrukkingen. Uit longitudinaal onderzoek blijkt dat deze vermogens ook inderdaad met het ouder worden achteruitgaan.

Maar net verschenen onderzoek (fulltext achter de poort) werpt hier een nieuw en verrassend licht op. Want neem nu dat kunnen herkennen van emoties achter gelaatsuitdrukkingen. De Chinese en Amerikaanse onderzoekers (Zhang, Fung, Stanley, Isaacowitz en Ho) gaven jongeren (tussen 18 en 29 jaar) en ouderen (tussen 60 en 82 jaar) een emotieherkenningstaak, aan de hand van een serie foto's van gezichten die oftewel boosheid, geluk of verdriet uitdrukten. Toen bleek inderdaad dat jongeren de emoties beter herkenden dan de ouderen.

Maar de deelnemers hadden ook allemaal een vragenlijst ingevuld over hun dagelijkse bezigheden en hun interesses. En een deel van hen kreeg te horen dat de foto's die ze te zien zouden krijgen, gemaakt waren van de gezichten van andere deelnemers. Bovendien kregen sommigen te horen dat de gezichten die ze te zien zouden krijgen, van anderen waren die naar dagelijkse bezigheden en interesses sterk met henzelf overeenkwamen. (En anderen dat dat juist niet het geval was.)

Wat blijkt dan? De ouderen die gezichten te zien kregen van anderen waarvan ze in de veronderstelling waren gebracht dat die naar bezigheden en interesses op hen leken, herkenden de emoties achter die gelaatsuitdrukkingen even goed als de jongeren. Het verschil tussen oud en jong was geheel verdwenen.

Dit lijkt er op te wijzen dat die ouderen pas geïnteresseerd en gemotiveerd raakten om die emoties te herkennen, toen ze er van uit konden gaan dat het ging om anderen met dezelfde bezigheden en interesses. Dat wekte zoveel belangstelling op dat ze de emoties even goed gingen herkennen dan jongeren deden. Terwijl tegelijkertijd dit voor jongeren geen enkel verschil maakte.

Je zou kunnen zeggen dat ouderen selectiever waren. Niet meer in willekeurig wie geïnteresseerd. "Niet iedereen kan meer mijn belangstelling wekken, er moet wel iets zijn wat mij aanspreekt en waardoor ik mij in iemand ga verdiepen." Daar lijkt het op.

Dat komt er mee overeen dat ouderen meer dan jongeren meer persoonlijke en intieme contacten hebben met anderen en meer relaties hebben waarmee ze tevreden zijn. Hun sociale leven lijkt meer een resultaat van een selectieproces dat in het verleden heeft plaats gevonden. En het komt er mee overeen dat ouderen zich meer selectief engageren. Ze zijn beter in staat om hun inspanningen te richten op zaken die ze belangrijk en zinvol vinden. Een aanpassing aan het ouder worden en daarmee aan de kortere tijdsspanne die nog voor hen ligt?

Denk er ook aan dat we bij het ouder worden, beter leren omgaan met onze emoties, minder met stress te maken hebben en geluk meer met vredigheid associëren (in plaats van met opwinding, zoals jongeren doen).

zondag 6 januari 2013

Laat de feiten eens doordringen tot onze politici – Bas Jacobs antwoordt Sweder van Wijnbergen

Bas Jacobs reageert vandaag op een inderdaad "onnodig badinerende" aanval van Sweder van Wijnbergen op een bericht van Bas waarin hij voorrekende dat het nu stimuleren van de Nederlandse economie wel degelijk een positief effect heeft op de economie. En dat niet het meeste van dat geld zou weglekken naar het buitenland, wat een belangrijk argument is van de voorstanders van bezuinigen om niet te stimuleren. Zie de link onderaan dit bericht. Dat argument is trouwens op zich al merkwaardig, want dat zou aanleiding moeten geven tot een oproep om stimulering van de economie internationaal te coördineren. En zulke oproepen, die ken ik eigenlijk niet van de voorstanders van bezuinigen. Hoewel daar meteen bij moet worden gezegd dat Sweder Van Wijnbergen het wel eens is met de oproep van Blanchard van het IMF tot een expansiever beleid van de grote landen. Dus: stimulering zou inderdaad moeten, maar door meerdere landen tegelijk. Stimulering in Nederland alleen zou niet helpen; alles zou weglekken doordat consumenten het geld besteden aan geïmporteerde goederen.

Bas Jacobs weerlegt nu de argumenten van Sweder van Wijnbergen en hij doet dat keurig, gedocumenteerd en zakelijk. Zo kan het ook, zou je zijn tegenstander willen toeroepen. Kan het zijn dat mijn indruk juist is dat de discussie tussen voor -en tegenstanders van bezuinigen asymmetrisch is wat betreft zakelijkheid en gedocumenteerdheid? Ik had natuurlijk wel enige aarzeling toen ik de club van voorstanders als "de bezuinigingssekte" omschreef, maar, hm, het is toch gewoon zo?

Ik sluit af met het citaat van Christina Romer, waarmee ook Bas Jacobs afsluit (in mijn vertaling):
Beleidsmakers en veel te veel economen lijken te argumenteren op basis van ideologie in plaats van op basis van evidentie ... de evidentie is sterker dan hij ooit geweest is dat begrotingsbeleid er toe doet - dat overheidsstimulering de economie helpt om banen te creëren en dat het terugbrengen van het begrotingstekort op zijn minst op korte termijn de groei verlaagt. En niettemin lijkt deze evidentie niet door te dringen tot de politici (het wetgevingsproces). Dat is onaanvaardbaar. We zullen nooit onze problemen kunnen oplossen als we niet in staat zijn om het tenminste over de feiten eens te zijn."
Alstublieft, laat de feiten eens doordringen tot onze politici.

Sweder van Wijnbergen en de multiplier « Politieke Economie – Bas Jacobs:

'via Blog this'

Muziek voor de zondagochtend - Jacques Brel Les Vieux

Ik had voor de zondagochtendmuziek weer Beethoven op het programma staan. Maar ik zette Vrije Geluiden op Ned. 1 aan en werd volledig overweldigd door Jacques Brel. Het ene na het andere geniale nummer, ondertiteld met de mooie vertalingen van Ernst van Altena. Jacques Brel stopte in 1967, toen hij 37 was, met optreden. Hij stierf in 1978 aan longkanker. Waarom hield hij zo jong nog het optreden al voor gezien? Ik denk hij had al het geniale wat in een mensenleven redelijkerwijs kan worden voortgebracht, al de wereld in geslingerd. Het was meer dan genoeg.

Omdat ik er niet genoeg van kan krijgen: Les Vieux.

vrijdag 4 januari 2013

Het ideologische extremisme zit nu bij rechts - Philip Stephens in Financial Times

Mooi stuk vandaag van Philip Stephens in de Financial Times. Zie de link onderaan. Bij politiek rechts is het pragmatisme vervangen door ideologisch extremisme. In de Verenigde Staten en in Europa. De eerste alinea in mijn vertaling:
Wat is er gebeurd met het conservatieve pragmatisme? We waren er aan gewend om ideologie bij de linkse partijen aan te treffen. En dat rechts zich vooral bezighield met het uitoefenen van macht. Maar aan beide kanten van de Atlantische Oceaan is de politiek op zijn kop gezet. De conservatieven zijn nu de utopische fanatici, die de aantrekkingskracht van het midden hebben ingeruild voor ideologisch absolutisme. Progressieven en sociaal-democraten zijn de nieuwe realisten.
Lees het stuk, ook vanwege de mooie schets van de historische achtergrond van deze ontwikkeling. Ik vraag me alleen af of ook voor Nederland geldt dat de sociaal-democraten de nieuwe realisten zijn. Veel tekenen wijzen er op dat ze in de ban zijn van de rechtse ideologie. Hoe dat kon gebeuren, dat moet een politiek historicus eens uitzoeken.
The new prisoners of ideology - FT.com:

'via Blog this'

woensdag 2 januari 2013

Rutte II: Rechtse ideologie en links-calvinistisch boetedenken - Jaap van Duijn

Mooie column van Jaap van Duijn vandaag in het FD. Zie link onderaan dit bericht (registratie vereist). Ik citeer de laatste alinea:
Was een dubbele dip in mijn ogen vanaf dag één onvermijdelijk, nooit had ik verwacht dat de Nederlandse overheid er zo actief aan zou bijdragen om de tweede recessie dieper en langduriger te maken. Overheden worden geacht de economie te steunen wanneer de particuliere sector het laat afweten, maar Rutte II lijkt nog meer dan Rutte I zijn best te doen om de Nederlandse economie te laten krimpen. Het is de combinatie van rechtse ideologie (een kleinere overheid is beter dan een grotere overheid), links-calvinistisch boetedenken, belichaamd in de persoon van minister van Financiën Dijsselbloem, en de ‘one size fits all’ 3%-regel van Brussel, die maakt dat de Nederlandse economie in 2013 verder krimpt, en waarschijnlijk met nog wel meer dan de ½% die het CPB nu nog raamt. Nederland heeft zich nu helemaal afhankelijk gemaakt van wat er in het buitenland gebeurt. Helaas voor Nederland betekent ‘buitenland’ vooral ‘Europa’.
Anders gezegd: de verantwoording voor dit beleid is niet gelegen in de macro-economische inzichten uit de leerboeken. maar in ideologie en moraal. Dat we dit vulgaire en banale niveau van economische politiek bedrijven nog moeten meemaken, is een beangstigend besef, aan het begin van dit nieuwe jaar.

Zie ook (nog) eens mijn eerdere berichten over het probleem van de beperkte overdraagbaarheid van morele intuïties van het persoonlijke naar het publieke domein, zoals dit bericht over de bezuinigingszeepbel.

Dubbele dip | Het Financieele Dagblad:

'via Blog this'