zondag 30 september 2012

Muziek voor de zondagochtend - Johnny Griffin

Johnny Griffin moet hier een keer langskomen. Een van de grootste jazzsaxofonisten en mijn favoriet. Hij overleed  in 2008 in Frankrijk, waar hij toen al 24 jaar woonde. Trad vaak op in Nederland, de laatste jaren met het Rein de Graaff-trio en ik was daar een paar keer bij. Rond 1960 maakte ik opnamen met de tape-recorder van broer Wobbe door de microfoon bij de luidspreker van de Draadomroep te hangen. En daar kwam Johnny Griffin voorbij. En had hij in mij een bewonderaar.

Hier speelt hij in de Village Vanguard in New York. Update. De oorspronkelijke video werkt niet meer. Daarom nu hier de link naar een geweldig optreden met o.a. Niels Henning Orstedt Pedersen.

(Update. Draadomroep? Wikipedia meldt:
Bestond in Nederland tussen 1924 en 1975. Een abonnee van de draadomroep kreeg een schakelkastje aan de muur. Hierop bevonden zich een vierstandenschakelaar om een zender te kiezen en een regelaar voor de geluidssterkte. Op het kastje werd een luidspreker aangesloten. Netvoeding was niet nodig. De abonnee kon kiezen uit Hilversum 1, Hilversum 2 en een selectie uit twee buitenlandse zenders. In de programmabladen werd aangekondigd welke buitenlandse programma's op elk moment ontvangen konden worden. 
Een van die zenders zond continu klassieke muziek uit en een dag in de week jazz. Een voorloper van Radio 4, maar dan beter.)

vrijdag 28 september 2012

De verafgoding van de pensioenpotten - Follow the Money

Een heel mooie analyse van "de spaarpotjeslogica waarmee in Nederland over de pensioenen wordt geredeneerd" van Jesse Frederik. Zie de link onderaan. De analyse besluit met:
Het is niet nodig om te korten op pensioenen zolang onze economie genoeg productieve capaciteit heeft om te kunnen voorzien in de behoeften van ouderen. Als ouderen een te hoge levensstandaard genieten ten opzichte van werkende Nederlanders is er een legitieme reden om te korten op de pensioenen. Maar om pensioenen te korten, omdat we denken dat latere generaties anders een lagere levensstandaard zullen genieten is stupide verspilling van onze economische mogelijkheden. Oma hoeft het niet slechter te hebben, zodat wij het later beter krijgen. Niet de omvang van de verzamelde financiële claims in onze pensioenfondsen, maar de productiviteit van onze reële economie bepaalt de levensstandaard van toekomstige generaties.
De verafgoding van de pensioenpotten - Follow the Money:

'via Blog this'

Waarom niet veel meer transparantie in de bankensector (en in de horeca)?

Vier vragen naar aanleiding van dit mooie stuk van Jonathan Weil (zie de link onderaan dit bericht):

1. Waarom is, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland, de dienstverlening door de banken niet even transparant als de dienstverlening door de restaurants in New York?

(Je kunt op de website van de New York City Department of Health and Mental Hygiene een app downloaden waarmee je van alle 24000 New Yorkse restaurants kunt zien wanneer een restaurant voor het laatst geïnspecteerd is en wat de uitkomsten van die inspectie waren. Als er in de keuken ratten zijn geconstateerd, dan wordt dat vermeld. En restaurants zijn verplicht om bij de ingang duidelijk zichtbaar te vermelden welk cijfer ze van de Inspectie hebben gekregen. Elk restaurant wordt tenminste een maal per jaar onaangekondigd geïnspecteerd.)

2. Waarom is in in Nederland de dienstverlening door de restaurants niet even transparant als in New York?

(Op de website van de Voedsel- en Waren Autoriteit kun je niet een restaurant aanklikken om te zien wanneer de laatste inspectie was en wat het resultaat daarvan was. Of een app downloaden. Inspecties gebeuren steekproefsgewijs, niet gegarandeerd tenminste een maal per jaar. Of ze altijd onaangekondigd gebeuren, wordt niet duidelijk.)

3. Tja, ik weet het wel, de bankensector is veel machtiger dan de restaurantsector. Maar is overheidsregulering niet juist bedoeld om zulke machtsongelijkheden te compenseren?

4. En op grond waarvan denken wij in Nederland dat controle op onze restaurants minder intensief en transparant hoeft te zijn dan in New York?

Bankers Must Wash Hands Before Returning to Work - Bloomberg:

'via Blog this'

donderdag 27 september 2012

Grootouderschapsverlof (in Duitsland)

De Duitse regering maakt plannen voor de invoering van het grootouderschapsverlof. Zie de link hieronder naar het bericht in Der Spiegel van vandaag. Het zou inhouden dat werkende grootouders het recht krijgen om tijdelijk verlof op te nemen met recht op terugkeer naar de arbeidsplek. Om het gemakkelijker te maken dat grootouders bijspringen en een rol spelen in het grootbrengen van hun kleinkinderen.

Het lijkt een goede ontwikkeling. Grootouders kunnen een belangrijke rol spelen in het terugdringen van het sociale isolement van onze gezinnen, dat zo slecht uitwerkt op hoe onze kinderen opgroeien. En de meeste grootouders willen ook graag die rol spelen. Het is goed om de arbeidsovereenkomst wettelijk zo in te richten dat daarmee rekening wordt gehouden. Dat hoort onderdeel te zijn van de kosten van arbeid voor ondernemingen.

Hoe zit dat dan in Nederland? Wij hebben al een algemenere wettelijke regeling die hierin voorziet, namelijk het wettelijke recht op deeltijdwerk. Daar mogen we best trots op zijn. Want veel landen zijn daar jaloers op. Zie Juliet Schor daarover.

Zie ook deze eerdere berichten over het belang van grootouders voor het goed opgroeien van kinderen:

DEMOS over grootouders en over deeltijdwerk
Belang van kinderopvang en van grootouders voor het krijgen van kinderen
Belang van nabijheid grootouders voor arbeidsparticipatie
Grootouders van belang voor pro-sociaal gedrag van kleinkinderen
Belang van grootouders (vervolg)
Belang van grootouders

Schröder legt Gesetzentwurf für Großelternzeit vor - SPIEGEL ONLINE:

'via Blog this'

woensdag 26 september 2012

Euro-update van Paul Krugman

Paul Krugman: Draghi heeft het goed gedaan, maar hij kan Europa niet redden zolang de Europese leiders blijven denken dat het onnodig toe brengen van pijn gezond beleid is. Zie de link hieronder.

Euro Update: The Perils of Pointless Pain - NYTimes.com:

'via Blog this'

Verloren decennia zijn niet nodig - Merijn Knibbe en Rens van Tilburg

Allerlei zogenaamde deskundigen, die vooral heel serieus willen overkomen, drukken ons op het hart dat een periode van economische krimp, hoge werkloosheid, ingrijpen in de zorg en versobering van pensioenen en de sociale zekerheid, onvermijdelijk zijn om de economie er weer bovenop te helpen. We moeten volgens hen eerst heel veel pijn lijden voor het weer beter gaat. En dat sluit helaas aan op morele intuïties van mensen, die echter, hoewel ze toepasselijk zijn in het private domein van een huishouden, dat niet zijn in het publieke domein van een hele economie. De zogenaamde deskundigen zij dus niet goed geïnformeerd. En dragen er ook niet aan bij dat burgers beter geïnformeerd zijn.

Al met al is dit een treurniswekkende toestand. Die met zich meebrengt dat het kan gebeuren dat bloggers en columnisten beter geïnformeerd zijn dan een minister van Financiën. Zie vandaag het blogbericht van Merijn Knibbe, waarin hij laat zien dat verloren decennia niet nodig zijn (link onderaan dit bericht).

En lees vandaag de column "Begrotingspopulisme" van Rens van Tilburg in de Volkskrant. Jan Kees de Jager, onze demissionaire minister van Financiën, verkeert in de waan dat het IMF nog steeds, net als in de jaren tachtig en negentig, groot voorstander is van bezuinigen en groot tegenstander van schuldkwijtschelding. En dat hij dus het IMF kan blijven napraten, zoals hij altijd gedaan heeft. Maar bij het IMF staat het denken niet stil. IMF-studies adviseren nu om versoberingen van de overheidsfinanciën van probleemlanden zo lang mogelijk uit te stellen. En bepleitten kwijtschelding van schulden. Dat uitstel is geheel in lijn met wat ons Centraal Planbureau aanbeveelt in de Macro Economische Verkenning. Zie ook eerdere berichten op dit blog, zoals hier, hier, hier en hier.

Wat helpt nog? Moeten leiders als Jan Kees de Jager de tekst "Ik moet mij beter informeren!" op de muur tegenover hun bureau geprojecteerd krijgen? En wat te denken over de geïnformeerdheid van de onderhandelaars van de VVD en de PvdA?

Crisis, arbeid en de jaren dertig: waarom ‘verloren decennia’ niet nodig zijn

maandag 24 september 2012

Muziek, taal en coöperatief grootbrengen van kinderen

Er zijn nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onze inzichten in hoe wij als baby's en kleuters taal en muziek leren. En daarmee in de evolutionaire oorsprong van taal en muziek.

In Music and early language acquisition maken Anthony Brandt, Molly Gebrian en L.Robert Slevc aannemelijk dat er in de vroege ontwikkeling van kinderen eerst muziek is en dat dan pas de taal zich ontwikkelt.

Waar begint alles mee? Met onze onbedwingbare neiging om tegen baby's te gaan praten. Maar we doen dat niet door "het woord te voeren", maar door een soort babytaaltje te spreken, wat Engelsen "motherese" (of "parenthese") noemen. Dat is een vereenvoudigd en repetitief soort taal, met overdreven intonatie en ritme. Niet alleen de eigen moeder praat zo met haar baby, maar ook de vader, familieleden en zelfs vreemden. Er is iets met het zien van een baby dat mensen er gemakkelijk toe brengt om "ta-ta-ta" en "waaristiedan? waaristiedan?" te gaan zeggen.

Te gaan zingen, had ik bijna opgeschreven en er is ook veel voor te zeggen om dit meer muziek dan taal te noemen. En wat baby's terug doen, of zelfs uit zichzelf al doen, is een soort brabbeltaal produceren die daar erg op lijkt en die ook veel met muziek gemeen heeft. Een citaat uit het artikel (mijn vertaling):
In het eerste levensjaar horen baby's taal als een voor hen bedoelde en vaak herhaalde vocale voorstelling. Ze luisteren er naar niet alleen vanwege de emotionele inhoud, maar ook voor de ritmische en fonemische (klank-)patronen. Zoals Newham zegt: "... terwijl het verbale kind later zulke geluiden organiseert naar de regels van het woordenboek, ordent de baby, die daarmee nog niet bekend is, ze naar een intuïtief, creatief en aangeboren gevoel voor toonhoogte, melodie en ritme op een manier die direct verwant is aan het componeren van muziek." (...) Als geluiden verbonden worden met betekenis, krijgt de verwijzende functie van taal steeds meer de aandacht van het kind, omdat het sociale belang daar van groot is. Echter, tijdens het eerste levensjaar overheerst een ander soort van luisteren. Muziek als een kunstvorm zou wel eens een manier kunnen zijn om deze heel vroege periode, toen de wereld als een concert op ons overkwam en toen zinnen nog slechts geluiden waren, te laten voortduren in ons volwassen leven.
Zie bijvoorbeeld deze YouTube video en bepaal of je wel of niet muziek hoort.Ik zou zeggen: muziek.
2 month old Baby Talking: Says I Love You! - YouTube:

'via Blog this'

Dit is een interessante gedachte, ook al omdat er redenen zijn om te denken dat muziek ook fylogenetisch, dus in de evolutie van de menselijke soort, aan taal is voorafgegaan. De gedachte is echter ook nieuw omdat tot nu toe, als ik het wel heb, sinds Chomsky, werd uitgegaan van een aangeboren taalmodule. Die zou er moeten zijn omdat anders niet zou kunnen worden verklaard hoe de ingewikkelde, hiërarchische, structuur van taal aangeleerd kan worden. Door het "hebben" van die module zouden kinderen dus eerst taal leren en zou het vermogen tot muziek zich later ontwikkelen. De auteurs verwijzen naar Steven Pinker, die in How the Mind Works (1997) muziek opvatte als een soort auditief gebakje zonder enig biologisch nut. Als nu zou blijken dat muziek nodig is om taal te kunnen leren, dan is dat inzicht daaraan wel volledig tegenovergesteld.

Toevallig is er recentelijk ook How hierarchical is language use? verschenen, waarin Stefan L. Frank, Rens Bod (van de Universiteit van Amsterdam) en Morten H. Christiansen betogen dat het met die ingewikkelde, hiërarchische structuur van taal eigenlijk heel erg meevalt. Ze laten zien dat je inderdaad een hiërarchische structuur aan onze taal kunt onderkennen. Zinsdelen zijn delen van een groter geheel van een zin of van zinsdelen die weer deel zijn van een groter geheel, enzovoort. Maar als je naar het gebruik van taal kijkt, dan kun je zinnen net zo goed, of beter, opvatten als opeenvolgingen van zinsdelen. En volgens de auteurs zijn er veel overwegingen om die sequentiële structuur als fundamenteler te beschouwen.

Als ze gelijk hebben, dan zou dat precies sporen met het inzicht dat muziek vooraf gaat aan de taal, zowel evolutionair (fylogenetisch) als in de individuele ontwikkeling (ontogenetisch). Muziek, een opeenvolging van klanken, zou dan de grondslag hebben gelegd en leggen voor het koppelen van klanken aan betekenissen. Waarmee een sequentiële structuur ontstaat, die zo complex kan worden, dat je er een hiërarchie in kunt aanwijzen.

Blijft nog de vraag waarom wij mensen als enige diersoort muziek en taal kennen. Dat moet er mee te maken  hebben gehad dat wij in onze Paleo Sociale Omgeving onze kinderen coöperatief groot brachten. En dat was nodig geworden door onze toegenomen onderlinge afhankelijkheid. Moeders waren niet langer in staat om het zorgen en groot brengen in hun eentje te doen. Zorg door anderen (allocare) was nodig. Dat betekende een selectie op het vermogen van baby's om niet alleen de eigen moeder, maar ook anderen te engageren. Dus door contact te maken. En in te spelen op het vermogen van volwassenen en oudere kinderen om brabbeltaal schattig te vinden en er op te reageren. Brabbeltaal zou dan als functie hebben om ook van anderen zorg los te krijgen dan van de eigen moeder. Vergelijk dat met de chimpansees, waar moeder en jong heel lang onafscheidelijk zijn en de jongen er het zwijgen toe doen. Andere verzorgers zijn niet nodig, dus waarom zou je ze proberen voor jou te engageren?

Daarmee komt overeen dat de klauwaapjes, die hun jongen ook coöperatief grootbrengen (zie nog eens dit bericht), ook een soort gebrabbel kennen waarmee hun jongen zorg uitlokken. Anders gezegd, de klauwaapjes maken muziek! Alleen is dat bij hen (nog) niet tot een taal geëvolueerd.

Zie hier een aardig filmpje over klauwaapjes: Common Marmosets are Highly Social - YouTube:

'via Blog this'

Jan Kees de Jager wil hervormen. Niet meer bezuinigen?

De informateurs Kamp en Bos en de onderhandelaars van de VVD en de PvdA ontvangen vandaag financieel-economische experts. Als eerste was Jan-Kees de Jager, demissionair minister van Financiën aan de beurt. Bekend voorstander van de bezuinigingsstrategie. Vanwege het vertrouwen van de financiële markten. Maar nu zegt hij na afloop van het gesprek dat hij gewezen heeft op de noodzaak van hervormen. Zie de link onderaan naar NRC/Handelsblad.

Hoezo? Niet nog meer bezuinigen? Of is De Jager ook zo onder de indruk geraakt van alle slechte berichten over de steeds maar krimpende economie? En over de steeds maar toenemende faillissementen in de bouw? En over het steeds maar afnemende consumentenvertrouwen? Over de oplopende werkloosheid? Heeft hij toch door gekregen dat er in de economie ook een vraagkant bestaat en dat daar iets mee aan de hand kan zijn?

Wie weet. Maar: aan wat voor hervormingen denkt hij dan? Citaat:
Ik heb gewezen op de noodzaak van hervormingen op economisch terrein en budgettair terrein.
Hervormingen op budgettair terrein? Hm, wat zijn dat voor hervormingen? Bedoelt hij gewoon bezuinigingen? Maar durft hij dat woord niet meer in de mond te nemen?

Oké. Dat is ook al vooruitgang.

De Jager wijst informateurs op noodzaak hervormen :: nrc.nl:

'via Blog this'

zondag 23 september 2012

Inkomensongelijkheid en gelijke kansen gaan niet samen

Het veelgebruikte argument dat grote inkomensongelijkheid niet erg is, als hij maar samen gaat met gelijke kansen, dus met sociale mobiliteit, tja, daar is wat voor te zeggen. Maar in de praktijk zie je dat de rijkeren er in landen met grote inkomensongelijkheid heel goed in slagen om hun rijkdom op hun kinderen over te dragen. Niks geen gelijke kansen. Uit de grafiek (zie ook link hieronder) blijkt het sterke verband tussen de mate waarin het inkomen van kinderen samenhangt met dat van hun ouders (verticale as) en de mate van inkomensongelijkheid (horizontale as)

Mensen zitten zo in elkaar dat ze, als ze een keer heel veel rijker zijn dan anderen, dat ze dan alles doen wat ze kunnen, en dat is heel veel, om gelijke kansen tegen te gaan. Omdat de modus van de statuscompetitie en de statushiërarchie dan gaat domineren.

Zie ook eerder dit bericht over het boek The Price of Inequality van Joseph Stiglitz.

Sometimes a graph says more than a thousand words (25 countries – inequality and mobility) « Real-World Economics Review Blog:

'via Blog this'

Dat CEO's opstappen als je ze niet heel, heel vorstelijk beloont, is een mythe

Gretchen Morgenson vraagt vandaag in de New York Times aandacht voor de studie Executive Superstars, Peer Groups and Overcompensation - Cause- Effect and Solution (pdf) van Elson en Ferrere. Zie de link onderaan dit bericht. De dramatische stijging van de salarissen en de bonussen van bestuurders van ondernemingen gedurende de laatste dertig jaar heeft tot veel verontwaardiging geleid bij de bevolking en bij aandeelhouders. Er zijn steeds twee verklaringen voor deze geweldige stijging geweest:
  1. De bestuurders hebben hun (passieve) raden van toezicht weten in te pakken en zo excessieve beloningen voor zichzelf aan de ondernemingen weten te onttrekken.
  2. Er bestaat nu eenmaal een efficiënte markt voor schaars en waardevol bestuurstalent, waardoor je wel hoge beloningen moet geven om te voorkomen dat je briljante bestuurder vertrekt.
Maar Elson en Ferrere laten in een goed geïnformeerd en genuanceerd betoog zien dat beide verklaringen niet deugen. Ze verwijzen naar sociologisch onderzoek dat er op wijst dat:
  1. er onvermijdelijk grote onzekerheid bestaat over wat een bestuurder nu eigenlijk waard is en dus ook over hoe hoog zijn beloning moet zijn, en
  2. dat de keuze van beloning dus niet kan berusten op fundamentele economische waarden, en
  3. dat daardoor de beloning bepaald wordt door te kijken naar wat gebruikelijk is in de "topografie van lokale netwerken", anders gezegd, naar wat de "vriendjes" van de bestuurder verdienen.
Om uit te vinden wat gebruikelijk is, worden beloningsconsultants in dienst genomen (ook tegen een vorstelijke beloning) om te bepalen wat in de "peer group" van vergelijkbare ondernemingen in vergelijkbare bedrijfstakken aan beloningen betaald worden. En dat dient dan als benchmark of referentiekader. In de praktijk blijkt dat zo te werken dat dan altijd bij het hogere segment van de gangbare beloningen wordt aangesloten. Dit opdrijvende effect zorgt er voor dat de bestuurdersbeloningen volledig uit de pas gaan lopen met de beloningen in de onderneming zelf.

Door dat proces van benchmarking wordt dus eigenlijk een markt gecreëerd. Dat wil zeggen dat er van wordt uitgegaan dat een bestuurder die je in vergelijking met die benchmark te laag beloont, zou vertrekken naar een van die vergelijkbare ondernemingen die wel meer betaalt.

Maar die veronderstelling klopt helemaal niet. Het blijkt dat de vaardigheden van bestuurders veel meer bedrijfsspecifiek zijn dan vaak wordt aangenomen. Bestuurders die succesvol zijn in de ene onderneming blijken vaak in een andere onderneming jammerlijk te mislukken. Algemene en in verschillende soorten ondernemingen toepasbare managementkwaliteiten lijken helemaal niet te bestaan. En daardoor zijn wisselingen van bestuurders tussen ondernemingen maar heel zeldzaam. Die markt waardoor je zo veel moet betalen om je bestuurder te behouden, die bestaat helemaal niet.

Als oplossing stellen Elson en Ferrere daarom ook voor om de externe benchmarking te vervangen door een interne. Kijk naar wat er in het bedrijf aan salarissen wordt betaald en relateer daaraan de beloning van je bestuurder. Dat die externe vergelijking nodig zou zijn, dat is een mythe.

Ik wil niet onnodig kwaad denken van mensen, maar het lijkt me toch dat al die betrokkenen, de bestuurders zelf voorop, de afgelopen dertig jaar dat die beloningen zo exorbitant stegen, door moeten hebben gehad wat hier aan de hand was. En dat ze het toch hebben laten gebeuren, ja, mogen we dan niet van hebzucht spreken?

C.E.O.’s and the Pay-’Em-or-Lose ’Em Myth — Fair Game - NYTimes.com:

'via Blog this'