dinsdag 3 juni 2014

De verzorgingsstaat verhoogt de tevredenheid met het leven. En niet een klein beetje!

Nu onze neoliberale politiek-economische machthebbers halsstarrig blijven geloven dat de verzorgingsstaat moet worden teruggedrongen en we meer "op eigen benen" moeten staan, is het goed om het onderzoek naar de welzijnseffecten van de verzorgingsstaat te blijven volgen. Er is nu de studie Assessing the Impact of the Size and Scope of Government on Human Well-Being (betaalpoort).

De onderzoekers analyseerden gegevens van de landen die bij de OECD zijn aangesloten over de periode van 1981 tot 2007. Ze keken naar de verbanden tussen de omvang van de verzorgingsstaat in een land en de tevredenheid met het leven. Het blijkt dan dat de volgende vier indicatoren voor de mate van overheidsingrijpen in de werking van de markt elk in grote mate de tevredenheid met het leven vergroten:
  • het totaal van overheidsuitgaven als percentage van het bruto nationaal product (BNP), dus naast de sociale zekerheidsuitgaven ook de uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg, consumentenbescherming, fysieke infrastructuur, e.d.
  • de sociale zekerheidsuitgaven als percentage van het BNP
  • de toegankelijkheid, het bereik en de hoogte van de uitkeringen
  • de mate van regulering van de arbeidsmarkt (werknemersbescherming)
Die verbanden zijn inderdaad sterk, sterker dan of vergelijkbaar met effecten van getrouwd zijn (versus alleenstaand), van werkloos zijn (versus betaald werk hebben) en een hoger inkomen hebben. Vooral de effecten van de derde en de vierde indicator zijn sterk, dus van de overheidsinterventies die mensen beschermen tegen de risico's van het marktmechanisme. Laten we het onder ogen zien: mensen houden nogal van een beetje zekerheid.

In de analyses werd uiteraard voor van alles gecontroleerd. Op het niveau van individuen voor gezondheid, interpersoonlijk vertrouwen, kerkbezoek, werkloosheid, opleiding, inkomen, geslacht, burgerlijke staat, aantal kinderen en leeftijd. Ook werd met andere verschillen tussen landen rekening gehouden.

Zou het zo kunnen zijn dat die verzorgingsstaten vooral gunstig uitwerken voor de lagere inkomens? Omdat die misschien van al die uitgaven en regelingen en herverdeling met meest profiteren? Terwijl de hogere inkomens juist vooral de hogere belastingen moeten opbrengen? Nee hoor, ieders tevredenheid met het leven neemt toe met de toename van elk van die vier indicatoren hierboven. Ook de hogere inkomensgroepen voelen zich tevredener als ze in een meer uitgebouwde verzorgingsstaat wonen.

Het is dus niet verwonderlijk dat de steun voor de verzorgingsstaat groot is. En dat mensen geen kleinere overheid willen, ook als dat gepaard zou gaan met lagere belastingen.

1 opmerking:

  1. De verzorgingsstaat is aan een algehele revisie toe. De heiligverklaring van de marktwerking heeft er danig huisgehouden. Haast is geboden om de gerezen problemen tot een oplossing te brengen. Die oplossing is er gelukkig wel degelijk.

    Kijken we naar de sociale zekerheid dan zien we dat er door de overheid vele miljarden euro’s worden uitgegeven aan een sociaal uitkeringsstelsel waar niemand blij mee is. Het is een lapjesdeken van uitkeringen en toeslagen, waarin soms zelfs de uitvoerende instanties de weg kwijt raken.

    Doordat de basiskosten van levensonderhoud het laatste decennium extreem zijn gestegen en het besteedbaar inkomen vaak zelfs is gedaald, zijn consumenten met lagere en middeninkomens in de problemen gekomen.

    Een eerlijke oplossing voor de gerezen problemen is even simpel als voor de hand liggend: Betaal iedere volwassene een maandelijks bedrag dat voldoende hoog is om onbekommerd van te kunnen leven, een UNIVERSEEL BASIS INKOMEN (UBI). Hierdoor wordt iedereen van 18 jaar en ouder een menswaardig bestaan gegarandeerd. Het ondoelmatige, fraudegevoelige stelsel van sociale uikeringen en toeslagen, waarmee we thans zijn behept, en waarvan de uitvoering onnodig vele miljarden vergt, kan daarmee komen te vervallen.
    Joop Böhm

    BeantwoordenVerwijderen