dinsdag 16 juni 2026

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving -39 - Over Jacques van Doorn en de sociologie als onderzoeksvak

Er was dus interne kritiek op het vak sociologie dat ik van 1965 tot 1971 studeerde, de kritiek namelijk van George C. Homans en James S. Coleman. En er was eerder al, in 1952, de kritiek van buiten het vak, door de econoom Friedrich Hayek. Hier het vorige bericht. In die kritiek stond kort gezegd voorop dat de mens moest worden teruggebracht in het vak. En daarmee samenhangend dat de maatschappij niet als een eigenstandig sociaal systeem diende te worden bestudeerd, maar als de voortdurend veranderende uitkomst van mensenwerk. 

Maar als je er nu op terugkijkt, moet je wel constateren dat die kritiek niet zo veel effect heeft gehad. Ik noemde al dat ik Hayek niet in mijn studie was tegengekomen. En de kritiek van Homans en Coleman leidde weliswaar tot het omarmen, ook door mijzelf, van de rationele keuzetheorie als "mensbeeld", maar de invloed daarvan op de rest van het vak bleef zeer beperkt. In de International Sociological Association kwam er als een van de tientallen een Research Committee on Rational Choice. En dat moet al lang weer zijn opgeheven, want ik kom het in het huidige overzicht niet tegen. Later, zoals gezegd, meer over die rationele keuzetheorie.

Er was nog een andere kritiek die eveneens weinig effect heeft gehad, namelijk die van de Nederlandse socioloog Jacques van Doorn (1925 - 2008). Van Doorn wordt beschouwd als een van de grondleggers van de naoorlogse Nederlandse sociologie. Hij was inderdaad invloedrijk, maar niet in vernieuwende zin. We kwamen hem al tegen in aflevering 19 van deze reeks: Het vak dat ik studeerde, was een sociologie die nooit problemen zag ontstaan. Daarin ging het over zijn betoog uit 1955 dat de integratie van mensen in hun buurt zonder problemen kon worden vervangen door de zogenaamde functionele integratie, de contacten met collega's. De maatschappij, het sociale systeem, veranderde, stelde andere eisen aan mensen en mensen zouden zich aan sociale vluchtigheid moeten en kunnen aanpassen. De menselijke sociale natuur had op zichzelf zo weinig te betekenen, dat je hem kon opvatten als een afgeleide van de steeds veranderende maatschappelijk sociale en economische "structuren". 

Daarmee bevond Van Doorn zich natuurlijk meteen in het centrum van die top-down benadering van het structureel-functionalistische systeemdenken. Ik ben geen groot kenner van zijn werk, maar mijn indruk is dat hij daar altijd gebleven is. Je treft bij hem geen kritiek aan op het mankement van die curieuze wetenschappelijkheidsopvatting, noch op het mankement van de fictie van het eigen domein, noch op het mankement, dat van de zogenaamde waardevrijheid van het vak

Maar hij constateerde wel een consequentie van het bestaan van die mankementen, namelijk dat het vak en de opleiding zich concentreerden op het doen van onderzoek. Hij deed dat al vroeg, in 1964 in zijn Beeld en betekenis van de Nederlandse sociologie, dat ik in 1967 als tweedejaars aanschafte. Als ik het me goed herinner, speelde dat boek in ons studieprogramma geen enkele rol, maar ik was nieuwsgierig.

We hebben gezien waar die concentratie op onderzoek vandaan kwam. De sociologie moest de maatschappij benaderen als een nog onbekend terrein, met als voorbeeld de natuurwetenschapper. Alles wat je al meende te weten, je alledaagse kennis, diende te worden genegeerd. Dat de processen die zich daar afspelen door gedrag van mensen gegenereerd worden, vergeet het. Van de principes van dat gedrag zijn we nog onkundig, de menselijke natuur moet als een tabula rasa worden opgevat. Alle kennis die wetenschappelijk genoemd mag worden, rijst pas op uit het onderzoek dat we verrichten. En dat onderzoek is dat van de variabelensociologie, van de "sociale feiten". Als we nu maar veel onderzoek doen, dan zullen we gaandeweg dat ons nu nog onbekende domein beter leren kennen.

Dat sociologie ook als een verbetervak zou kunnen worden beoefend, als een vak dat in een democratie beleidsvoorstellen doet met het oog op verbetering van het mensenwerk, dat komt daarin helemaal niet aan de orde. Want daarvoor zou je het alledaagse inzicht moeten toelaten dat je met mensenwerk te maken hebt, en dat is nu juist niet de bedoeling. Je mag de opgelegde beperking tot het domein van de variabelentaal, van de "sociale feiten", niet opheffen.

Van Doorn merkte dus in 1967 die concentratie op onderzoek op. Hij zag in dat de sociologie-opleidingen onderzoekersopleidingen waren, maar dat slechts een klein deel van het toen toenemende aantal afgestudeerde sociologen in het onderzoek terechtkwamen (p. 144-5):

Hoewel de ongeëvenaarde uitgroei van het sociologisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek aan heel wat sociologen de gelegenheid geeft deze beroepsrol te adapteren blijft daarbuiten uiteraard de veel grotere categorie van andere sociologen, die hun weg in de maatschappij moeten zoeken. Voor hen is de confrontatie met actuele maatschappelijke vraagstukken onvermijdelijk. Het is om de oplossing van die problemen dat zij maatschappelijk gevraagd zijn.

Maar:

Getrouw aan de Nederlandse traditie - en aan die van de internationaal dominerende sociologie-opvatting - zien zij hun werkzaamheid als socioloog in de eerste plaats als sociaal onderzoeker. Niet advies en zeker niet beleid, maar onderzoek is hetgeen zijn hebben te offreren.

Hun opleidingen hebben dit beroepsbeeld helpen opbouwen en bevestigen. De geleidelijke verandering der studieprogramma's en de benoemingspolitiek wijzen in de richting van een onderzoekersopleiding.

Dat Van Doorn dit als een probleem zag, dat valt in hem te prijzen. Hij had, ik denk eigenlijk als enige, door dat er iets mis was met het vak. Maar wat deed hij met dat inzicht? En wat werd er in het vak mee gedaan? Daarover meer in het vervolg.

dinsdag 2 juni 2026

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving -38 - Mankementen gepresenteerd als verworvenheden

Het vak sociologie dat in de loop van de vorige eeuw academische erkenning kreeg, door leerstoelen en studierichtingen, was onder een verkeerd gesternte geboren. Want het leed aan het mankement van een curieuze wetenschappelijkheidsopvatting, aan het mankement van de fictie van het eigen domein en uit die twee voortvloeiend aan het mankement van de waardevrijheid

Dat had niet gehoeven. Want er had zich binnen de universiteiten ook een sociale wetenschap kunnen ontwikkelen zonder die mankementen, voortbouwend op denkers als Thomas Hobbes, die de meer voor de hand liggende weg volgden om de maatschappij als mensenwerk te onderzoeken en om te proberen dat mensenwerk te verbeteren.  Dat inzicht begon in de tweede helft van de vorige eeuw ook tot sommige sociologen door te dringen. Zoals tot George C. Homans, die het voordeel had dat hij niet als socioloog was opgeleid en die er in 1964 voor pleitte om de mens in de sociologie terug te brengen. En zoals tot James S. Coleman, die op zijn beurt het voordeel had dat hij voor hij aan de sociologie-opleiding begon, al een studie technische scheikunde achter de rug had.

Maar buiten het vak sociologie waren de eigenaardigheden ervan al eerder opgevallen.  Ik noemde in het vorige bericht de econoom F.A. Hayek, die in 1952 een aantal artikelen die al in de jaren veertig waren verschenen, bijeenbracht in The Counter-Revolution of Science. Studies on the Abuse of Reason. Daarin betoogde hij dat het ontstaan van dat vak sociologie een geval is van de scientistische fout, namelijk van het slaafs toepassen van de methoden van de natuurwetenschappen op de studie van het sociale domein, van de menselijke samenleving. 

Omdat we in de natuurwetenschappen het alledaagse en bekende verklaren uit het onbekende en niet direct waarneembare, zouden we dat in de studie van de maatschappij net zo moeten doen. We moeten onze alledaagse inzichten opzij zetten en de maatschappelijke verschijnselen benaderen als nog onbekend terrein. We zullen dan regelmatigheden tegenkomen ("sociale feiten"), die we door steeds meer onderzoek hopen te kunnen verklaren uit algemenere regelmatigheden (andere "sociale feiten"). Denk aan die curieuze wetenschappelijkheidsopvatting die we bij Durkheim tegenkwamen:

... als we sociologen opleiden dan moeten we hen het besef aanleren dat ze hun studieobject op dezelfde manier moeten benaderen als de natuurkundestudenten dat doen met het terrein van de kwantummechanica. Laat alles varen wat je alledaagse ervaringen je hebben geleerd over hoe mensen samenleven. Vergeet het. Er zijn voor jou als socioloog vanaf nu alleen maar de inzichten, de "sociale feiten", die door sociologisch onderzoek tot stand zijn gekomen. Je gaat een nieuw rijk binnen, net zo nieuw als het rijk van de kwantummechanica. 

Hayek bespreekt in het tweede deel van zijn boek uitvoerig de bronnen van die scientistische fout, in het werk van Saint-Simon en Comte, waar hij ook ingaat op de verrassende overeenkomsten met het werk van Hegel. En eerder al komen we die fictie van het eigen domein tegen als The Collectivism of the Scientistic Approach (hoofdstuk 6) en The Historicism of the Scientistic Approach (hoofdstuk 7). 

In dat hoofdstuk 6 treffen we fraaie karakteriseringen van wat ik de variabelensociologie noemde. In het streven om net zo "objectief" te willen zijn als de natuurwetenschappen, behandelt de variabelensocioloog sociale verschijnselen (p.94-104):

not as something of which the human mind is a part and the principles of whose organization we can reconstruct from the familiar parts, but as if they were objects directly perceived by us as wholes. (...)

... there is the rather vague idea that since "social phenomena" are to be the object of study, the obvious procedure is to start from the direct observation of these "social phenomena," where the existence in popular usage of such terms as society or economy is naively taken as evidence that there must be definite "objects" corresponding to them. (...)

The endeavor to grasp social phenomena as wholes finds its most characteristic expression in the desire to gain a distant and comprehensive view in the hope that thus regularities will reveal themselves which remain obscure at closer range. Whether it is the conception of an observer from a distant planet, (...) , or whether it is the survey of long stretches of time through which it is hoped that constant configurations or regularities will reveal themselves, it is always the same endeavor to get away from our inside knowledge of human affairs and to gain a view of the kind which, it is supposed, would be commanded by somebody who was not himself a man but stood to men in the same relation as that in which we stand to the external world.

En in hoofdstuk 7 gaat het in feite over wat ik de richting van de (marxistische) macrosociologie noemde. Zie De richting van de macrosociologie en de fout van de misplaatste concreetheid en Van Marx' visie op de menselijke sociale natuur naar zijn macrosociologie

En in de hoofdstukken 3 (The Subjective Character of the Data of the Social Sciences) en 4 (The Individualist and "Compositive" Method of the Social Sciences) maken we kennis met hoe een sociale wetenschap wel te werk zou moeten gaan. Door de maatschappij als mensenwerk te beschouwen en te bestuderen. Waardoor ook de opdracht in zicht kan komen om dat mensenwerk niet alleen te bestuderen, maar ook om daarmee inzichten te verwerven waarmee het kan worden verbeterd. 

Het treft mij als opvallend dat in de tijd dat het vak sociologie zo veelbelovend leek, en in de tijd dat ik dat vak ging studeren, er van buiten dat vak al zo'n fundamentele kritiek op was gegeven. Ik ben er vrij zeker van dat ik tijdens mijn studie, van 1965 tot 1971, noch in de colleges noch in de tentamenliteratuur de naam van Hayek ben tegengekomen. Het vak werd gepresenteerd als een gevestigd en succesvol vak. 

Natuurlijk kwamen die drie mankementen aan de orde, alleen:niet als problemen, maar integendeel als verworvenheden. Pas nadat ik aan de universiteit was aangesteld, begon die kritiek tot me door te dringen en ging ik Hayek lezen. Zodat ik het in 1981 in mijn proefschrift over de compositieve methode kon hebben. Hier het vervolg.