Het vak sociologie dat in de loop van de vorige eeuw academische erkenning kreeg, door leerstoelen en studierichtingen, was onder een verkeerd gesternte geboren. Want het leed aan het mankement van een curieuze wetenschappelijkheidsopvatting, aan het mankement van de fictie van het eigen domein en uit die twee voortvloeiend aan het mankement van de waardevrijheid.
Dat had niet gehoeven. Want er had zich binnen de universiteiten ook een sociale wetenschap kunnen ontwikkelen zonder die mankementen, voortbouwend op denkers als Thomas Hobbes, die de meer voor de hand liggende weg volgden om de maatschappij als mensenwerk te onderzoeken en om te proberen dat mensenwerk te verbeteren. Dat inzicht begon in de tweede helft van de vorige eeuw ook tot sommige sociologen door te dringen. Zoals tot George C. Homans, die het voordeel had dat hij niet als socioloog was opgeleid en die er in 1964 voor pleitte om de mens in de sociologie terug te brengen. En zoals tot James S. Coleman, die op zijn beurt het voordeel had dat hij voor hij aan de sociologie-opleiding begon, al een studie technische scheikunde achter de rug had.
Maar buiten het vak sociologie waren de eigenaardigheden ervan al eerder opgevallen. Ik noemde in het vorige bericht de econoom F.A. Hayek, die in 1952 een aantal artikelen die al in de jaren veertig waren verschenen, bijeenbracht in The Counter-Revolution of Science. Studies on the Abuse of Reason. Daarin betoogde hij dat het ontstaan van dat vak sociologie een geval is van de scientistische fout, namelijk van het slaafs toepassen van de methoden van de natuurwetenschappen op de studie van het sociale domein, van de menselijke samenleving.
Omdat we in de natuurwetenschappen het alledaagse en bekende verklaren uit het onbekende en niet direct waarneembare, zouden we dat in de studie van de maatschappij net zo moeten doen. We moeten onze alledaagse inzichten opzij zetten en de maatschappelijke verschijnselen benaderen als nog onbekend terrein. We zullen dan regelmatigheden tegenkomen ("sociale feiten"), die we door steeds meer onderzoek hopen te kunnen verklaren uit algemenere regelmatigheden (andere "sociale feiten"). Denk aan die curieuze wetenschappelijkheidsopvatting die we bij Durkheim tegenkwamen:
... als we sociologen opleiden dan moeten we hen het besef aanleren dat ze hun studieobject op dezelfde manier moeten benaderen als de natuurkundestudenten dat doen met het terrein van de kwantummechanica. Laat alles varen wat je alledaagse ervaringen je hebben geleerd over hoe mensen samenleven. Vergeet het. Er zijn voor jou als socioloog vanaf nu alleen maar de inzichten, de "sociale feiten", die door sociologisch onderzoek tot stand zijn gekomen. Je gaat een nieuw rijk binnen, net zo nieuw als het rijk van de kwantummechanica.
Hayek bespreekt in het tweede deel van zijn boek uitvoerig de bronnen van die scientistische fout, in het werk van Saint-Simon en Comte, waar hij ook ingaat op de verrassende overeenkomsten met het werk van Hegel. En eerder al komen we die fictie van het eigen domein tegen als The Collectivism of the Scientistic Approach (hoofdstuk 6) en The Historicism of the Scientistic Approach (hoofdstuk 7).
In dat hoofdstuk 6 treffen we fraaie karakteriseringen van wat ik de variabelensociologie noemde. In het streven om net zo "objectief" te willen zijn als de natuurwetenschappen, behandelt de variabelensocioloog sociale verschijnselen (p.94-104):
not as something of which the human mind is a part and the principles of whose organization we can reconstruct from the familiar parts, but as if they were objects directly perceived by us as wholes. (...)
... there is the rather vague idea that since "social phenomena" are to be the object of study, the obvious procedure is to start from the direct observation of these "social phenomena," where the existence in popular usage of such terms as societu of economy is naively taken as evidence that there must be definite "objects" corresponding to them. (...)
The endeavor to grasp social phenomena as wholes finds its most characteristic expression in the desire to gain a distant and comprehensive view in the hope that thus regularities will reveal themselves which remain obscure at closer range. Whether it is the conception of an observer from a distant planet, (...) , or whether it is the survey of long stretches of time through which it is hoped that constant configurations or regularities will reveal themselves, it is always the same endeavor to get away from our inside knowledge of human affairs and to gain a view of the kind which, it is supposed, would be commanded by somebody who was not himself a man but stood to men in the same relation as that in which we stand to the external world.
En in hoofdstuk 7 gaat het in feite over wat ik de richting van de (marxistische) macrosociologie noemde. Zie De richting van de macrosociologie en de fout van de misplaatste concreetheid en Van Marx' visie op de menselijke sociale natuur naar zijn macrosociologie.
En in de hoofdstukken 3 (The Subjective Character of the Data of the Social Sciences) en 4 (The Individualist and "Compositive" Method of the Social Sciences) maken we kennis met hoe een sociale wetenschap wel te werk zou moeten gaan. Door de maatschappij als mensenwerk te beschouwen en te bestuderen. Waardoor ook de opdracht in zicht kan komen om dat mensenwerk niet alleen te bestuderen, maar ook om daarmee inzichten te verwerven waarmee het kan worden verbeterd.
Het treft mij als opvallend dat in de tijd dat het vak sociologie zo veelbelovend leek, en in de tijd dat ik dat vak ging studeren, er van buiten dat vak al zo'n fundamentele kritiek op was gegeven. Ik ben er vrij zeker van dat ik tijdens mijn studie, van 1965 tot 1971, noch in de colleges noch in de tentamenliteratuur de naam van Hayek ben tegengekomen. Het vak werd gepresenteerd als een gevestigd en succesvol vak.
Natuurlijk kwamen die drie mankementen aan de orde, alleen:niet als problemen, maar integendeel als verworvenheden. Pas nadat ik aan de universiteit was aangesteld, begon die kritiek tot me door te dringen en ging ik Hayek lezen. Zodat ik het in 1981 in mijn proefschrift over de compositieve methode kon hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten