Posts tonen met het label Ultimatum-spel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ultimatum-spel. Alle posts tonen

dinsdag 27 september 2016

Testosteron is niet het agressie-, maar het statuscompetitiehormoon

Het mannelijk geslachtshormoon testosteron staat bekend als het hormoon dat agressief gedrag opwekt. Er is inderdaad veel onderzoek dat in die richting wijst.

Maar er zijn ook aanwijzingen dat het agressie
opwekkende effect alleen onder bepaalde omstandigheden optreedt, namelijk in die gevallen waarin statuscompetitie tussen soortgenoten een rol speelt. Bij andere vormen van agressie, zoals van een roofdier dat een prooi belaagt of van een prooidier dat zich verdedigt, zou testosteron geen rol spelen. Zie het mooie overzichtsartikel The role of testosterone in social interaction.

Er is nu nieuw onderzoek dat die aanwijzingen versterkt: Testosterone causes both prosocial and antisocial status-enhancing behaviors in human males. Testosteron is waarschijnlijk niet het agressiehormoon, maar het statuscompetitiehormoon.

Het is zeker zo dat agressief gedrag kan helpen in de strijd om status. Zo zagen we in het bericht
Het biologische proces van statuscompetitie en leiderschap - over testosteron en cortisol dat Amerikaanse ondernemingsbestuurders met een hoger testosterongehalte een hogere statuspositie hadden bereikt, gemeten aan het aantal ondergeschikten.

Maar in de strijd om status kunnen zich ook andere middelen aandienen. Zo kunnen zich gelegenheden voordoen waarin je juist status verwerft door genereus te zijn, dus door pro-sociaal gedrag of gedrag dat daarop lijkt. Door goedgeefs te zijn, dwing je bij anderen bewondering af en dat verhoogt je status. Een hoog testosteronniveau zou dan dus ook gepaard moeten gaan met meer goedgeefsheid. Dat wil zeggen, als de gelegenheid zich voordoet om daarmee respect af te dwingen en indruk te maken (showing off).

En dat is in dit nieuwe onderzoek aangetoond. De onderzoekers lieten 40 jonge mannen een versie van het Ultimatum-spel spelen. Dat hield in dat ze moesten reageren op verdelingen van een som geld over henzelf en de persoon die de verdeling voorstelde. Als ze de verdeling accepteerden, dan werden de bedragen volgens die verdeling uitgekeerd. Maar als ze de verdeling weigerden, bijvoorbeeld omdat hij oneerlijk was, dan kreeg niemand iets.

Bovendien konden ze op een voorgesteld verdeling reageren met een "bestraffing" of een "beloning". Dat wil zeggen dat ze een straf als de verdeling hen niet aanstond omdat ze minder kregen dan de ander. Dat hield in dat de ander er op achteruitging, maar het toedienen van die straf kostte henzelf ook geld. Andersom konden ze op een genereuze verdeling reageren met generositeit, namelijk door een beloning te geven, die natuurlijk van het eigen geldbedrag afging.

Van te voren was verteld dat de voorgestelde verdelingen waren voorgeprogrammeerd. Daardoor werd mogelijk strategisch gedrag uitgeschakeld.  Het had geen zin om te proberen het gedrag van de ander te beïnvloeden, dus door straffen en beloningen gunstiger verdelingen uit te lokken. Je zou kunnen zeggen dat daardoor de reacties puur emotioneel waren.

Verder kreeg de experimentele groep een dosis testosteron geïnjecteerd en de controlegroep een placebo (een zoutoplossing). Dat gebeurde dubbelblind, dat wil zeggen zo dat noch de proefpersonen, noch de uitvoerders van het onderzoek konden weten wie tot welke groep behoorde. 

Wat bleek? De groep met toegediend testosteron gaf niet alleen meer straffen, wat je kunt zien als een agressieve reactie, maar ook meer beloningen. En precies de combinatie van die reacties kun je zien als een patroon van pogingen tot statusverwerving. In de trant van "Als jij denkt dat je mij kunt kleineren, dan leer ik jou een lesje" en "Als jij je tegenover mij netjes gedraagt, dan laat ik zien hoe goedgeefs ik ben." De onderzoekers daarover:
This increase in generosity represents a demonstration that testosterone can cause male behavior that is prosocial or beneficial to others. In addition, this behavior satisfies a distinguishing prediction of the status theory of testosterone (28), namely that testosterone should stimulate nonaggressive behaviors in males if, like generosity, those behaviors are status enhancing.
Dit resultaat kon nog eens worden bevestigd doordat van te voren de testosteronniveau's waren gemeten. Het bleek toen dat binnen de placebogroep degenen met een hoger testosteronniveau ook degen waren die meer bestraften en meer beloonden.

Kortom sterke aanwijzingen dat testosteron niet het agressiehormoon is, maar het statuscompetitiehormoon.

Bedenk daarbij wel dat dat pro-sociale of genereuze gedrag als element van de statuscompetitie een ander soort gedrag is dan het zeg maar authentieke pro-sociale gedrag dat voortkomt uit zorg voor en empathie met de ander.

(De afbeelding, een model van het testosteron molecule, C19H28O2, is ontleend aan Testosterone found to increase both social and antisocial behavior in men.)

maandag 29 september 2014

De stress van onrechtvaardigheid - van economiestudenten

Zoals we hebben gezien (zie Waar komt ons rechtsvaardigheidsgevoel vandaan?) werkt ons rechtvaardigheidsgevoel over het algemeen zo dat wij het onaangenaam vinden om onrechtvaardig te worden behandeld. Maar ook ervaren we het over het algemeen als onaangenaam om zelf anderen onrechtvaardig te behandelen. Dat uit zich er in dat we het niet prettig vinden om meer toebedeeld te krijgen dan anderen.

Dat alles wordt voor de helft bevestigd door nieuw onderzoek waarin gekeken is naar wat verdelingskeuzes in het Ultimatum Spel met onze hartslag doen. In het Ultimatum Spel, dat in laboratoriumonderzoek vaak aan proefpersonen wordt voorgelegd, legt de ene persoon, de Proposer, een zelf gekozen verdeling van een bepaalde som geld voor aan een andere persoon, de Responder. Die kan dan het bod accepteren, waarna het bedrag volgens dat geaccepteerde bod verdeeld wordt. Maar hij kan het ook weigeren, waarna het bedrag in de pot blijft. Geen van beide krijgt dan iets. Zie ook het bericht Hoe leren kinderen eerlijk delen? voor meer uitleg.

Voor de studie Heartbeat and Economic Decisions: Observing Mental Stress among Proposers and Responders in the Ultimatum Bargaining Game lieten onderzoekers eerstejaars economiestudenten het Ultimatum Spel Spelen, waarbij ze hun hartslag registreerden. Het ging met name om de hartslagvariabiliteit, die een maat is voor de ervaren stress. Je kunt er namelijk aan aflezen in welke mate de activiteit van het het sympathisch zenuwstelsel toeneemt (vechten of vluchten) en die van het para-sympatisch zenuwstelsel (rust en ontspanning) afneemt.

Het bleek toen dat de Proposer meer last van stress had, hoe lager de verdeling die hij voorstelde. Dat laatste kwam dus wel voor, maar die egoïstische keus, die bovendien gepaard ging met een groter risico op het niet accepteren van het bod, leidde tot verhoogde stress.

Van de kant van de Responder ging het accepteren van zo een onrechtvaardige verdeling ook gepaard met een hoge mate van stress. Dat is de stress van de verontwaardiging over het oneerlijke bod, samen met de verzuchting dat je het wel moet accepteren omdat je anders helemaal niets krijgt. De stress dus van het moeten berusten in onrechtvaardigheid.

Maar hoe reageerden de Responders op een heel genereus bod? Waarbij dus de Proposer jou meer toebedeelt dan hij zelf overhoudt? Opvallend is dat het verwerpen van dat bod gepaard ging met een verhoging van het stressniveau. En niet het accepteren. Het incasseren van een onrechtvaardig voordeel, jij meer dan de helft, kostte dus in dit onderzoek, bij economiestudenten (!), geen moeite. Maar het handhaven van rechtvaardigheid, ten koste van je eigen opbrengst, door een genereus bod te weigeren, dat kostte flink wat moeite.

Je zou dat onderzoek ook eens op andere faculteiten moeten doen. Ik ben benieuwd wat er uit zou komen.

woensdag 28 maart 2012

Van het Ultimatum-spel naar het Dictator-spel in de realiteit: afnemende vakbondsmacht en zelfverrijking in de V.S.

Harald Meyersohn in de Washington Post (zie de link onderaan dit bericht) bespreekt het onderzoek van Emmanuel Saez, waaruit blijkt dat van de inkomensgroei in 2010 in de Verenigde Staten 97% naar de 1% rijkste Amerikanen ging. De resterende 3% moest worden verdeeld over de 99% anderen.

Het gaat er op lijken dat de Amerikanen in een wel heel realistische variant van een verschuiving van Ultimatum-spel naar Dictator-spel (zie mijn vorige bericht) terecht zijn gekomen. Meyersohn noemt ook onderzoek waaruit blijkt dat de sociaal-economische mobiliteit tussen generaties in de V.S. sterk is afgenomen. De rijken weten dus hun rijkdom steeds beter door te geven aan hun kinderen. En hij noemt gegevens die laten zien dat in 1968, toen 28 procent van de werkende bevolking lid was van een vakbond, er 53% van het nationale inkomen naar de middenklasse ging. In 2010, toen nog maar 11,9% lid was van een vakbond, was het aandeel van de middenklasse gedaald tot 46,5%.

Tja, hoe meer de macht van vakbonden afneemt, en dus hoe meer je opschuift naar het Dictator-spel, hoe meer je in een dictatuur van de rijken, een plutocratie, terecht komt.

En die dictatuur doet zijn werk ook door met onbeperkte middelen de werking van de democratie in zijn voordeel te beïnvloeden. Zie daarover de laatste column van Paul Krugman.

Concentrated wealth is a long-term threat to America - The Washington Post:

'via Blog this'

dinsdag 27 maart 2012

Hoe leren kinderen eerlijk delen? Eerst: hoe verdelen volwassenen?

Over het algemeen leren kinderen bij het opgroeien om eerlijk te delen. Hoewel ze aanvankelijk nog vooral op eigen voordeel georiënteerd zijn, ontwikkelen ze tussen het derde en het achtste levensjaar een aversie tegen ongelijkheid. Zie hier. Die aversie is een van onze morele intuïties. En gedurende het opgroeien zie je dat ze ook meer gaan delen met anderen. Zie hier. Wat is verantwoordelijk voor deze ontwikkeling? Ligt het aan sociale vaardigheden als het je kunnen verplaatsen in een andere persoon en het kunnen meevoelen met een ander (empathische bezorgdheid)? Of ligt het aan het verstandelijk begrijpen wat eerlijk en rechtvaardig is?

Uit dit recente onderzoek van Steinbeis, Bernhardt en Singer valt op te maken dat het eerst en vooral ligt aan de ontwikkeling van het vermogen tot impulsbeheersing. De onderzoekers lieten kinderen van tussen de zes en dertien jaar oud twee verdelingsopgaven uit de speltheorie spelen, het Dictator-spel en Ultimatum-spel.

In het Dictator-spel moet je een bedrag verdelen tussen jou en een andere persoon. Die andere persoon kan niets anders doen dan accepteren wat hij krijgt. Er staat jou dus niets in de weg om egoïstisch te verdelen: veel voor jezelf en weinig voor de ander. Dat wil zeggen, als je vindt dat eerlijk delen belangrijk is, dan staat dat gevoel je in de weg en zul je het bedrag minder egoïstisch of zelfs precies gelijk verdelen.


De gever kan hier 10 dollar naar eigen goeddunken verdelen. Hij kan 8 zelf houden en dan krijgt de ontvanger 2. Of hij houdt het hele bedrag voor zichzelf. (Je zou het niet een "spel" noemen, maar die naam heeft het nu eenmaal omdat het door speltheoretici is bedacht.)


In het Ultimatum-spel moet je ook een bedrag verdelen, maar heeft de ontvanger de mogelijkheid om de verdeling af te wijzen. En in het geval dat hij dat doet, krijgt geen van beide spelers iets uitgekeerd. Als de ontvanger de verdeling wel accepteert, dan krijgen beiden het bedrag volgens die verdeling (net zoals in het Dictator-spel). In een voorbeeld is speler 1 de verdeler en speler 2 degene die accepteert of afwijst. Speler 1 kan 10 dollar verdelen. Hij kan een bedrag van tussen de 1 cent en 10 dollar aan speler 2 aanbieden. In het plaatje geeft hij een bedrag x (ongeveer 3 dollar) weg en houdt de rest. Als speler 2 het aanbod accepteert, krijgt hij dus dat bedrag x (zeg, 3 dollar) en krijgt speler 1 het bedrag 10-x (zeg, 7 dollar). Maar speler 2 kan het bod ook afwijzen en dan krijgen beide spelers niets.

Bedenk dat in beide gevallen de spelers elkaar niet kennen en elkaar ook niet voor of na het spel ontmoeten. Alles speelt zich af op een computerscherm.

Als je volwassenen beide spelen als gever laat spelen, wat Steinbeis, Bernhardt en Singer gedaan hebben, dan kun je nagaan hoe hun verdelingen verschillen. Het blijkt dan dat ze gemiddeld genomen in het Ultimatum-spel meer aanbieden dan in het Dictator-spel. Je kunt zeggen dat ze er rekening mee houden dat de andere speler hun verdeling kan afwijzen, waardoor ze beide niets krijgen. Je kunt ook zeggen dat ze in het Dictator-spel de mogelijkheid om meer aan zich zelf te geven, benutten. (De onderzoekers geven informatie over de gemiddelde verdeling in het Supplement bij het artikel, maar dat is kennelijk nog niet beschikbaar, want ik krijg geen toegang.)

Hoe dan ook, dit laat zien dat mensen weliswaar houden van eerlijk delen, maar dat ze in hun verdelingsgedrag wel degelijk worden beïnvloed door de macht van de ander. Als die niets heeft in te brengen, dan verdelen ze egoïstischer dan wanneer die wel iets heeft in te brengen. Anders gezegd: als je mensen de kans geeft om zich ongestoord zelf te verrijken ten nadele van anderen, dan hebben ze de neiging om die kans te benutten. Dat zegt toch iets over hoe we de maatschappij moeten inrichten, lijkt me.

In een volgend bericht ga ik in op wat de onderzoekers te melden hebben over hoe kinderen van verschillende leeftijden zich in deze beide spelen gedragen.