Posts tonen met het label discriminatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label discriminatie. Alle posts tonen

zaterdag 15 december 2018

De Onderwijsraad heeft gelijk dat leerlingen meer met klasgenoten met andere achtergronden in aanraking zouden moeten komen

De Onderwijsraad waarschuwt voor Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Want daardoor draagt het onderwijs bij aan de toch al toenemende sociale segmentering. Een citaat:
mensen uit verschillende sociale lagen in de samenleving bewegen zich steeds meer in gescheiden groepen en treffen elkaar niet meer vanzelfsprekend. Ook in het onderwijs zien we deze sociale segmentering. Dit begint al bij de voorschoolse voorzieningen. Deze voorzieningen zijn gefragmenteerd en georganiseerd rond verschillende doelstellingen en verschillende doelgroepen, waardoor kinderen met een risico op achterstanden vaak gescheiden blijven van andere kinderen. In het basis- en voortgezet onderwijs gaan kinderen en jongeren uit diverse sociale groepen vaak naar verschillende scholen. Dit komt deels doordat kinderen en jongeren met eenzelfde sociale achtergrond in dezelfde wijk wonen en ook in die wijk naar school gaan. Daar komt bij dat scholen soms expliciet inspelen op de keuzevrijheid en wensen van (groepen) ouders. Zo profileren scholen zich als cultuurschool, technasium, bieden Cambridge English of nieuwe vakken, categoraal onderwijs of onderwijs op religieuze of pedagogische didactische grondslag. Dit gevarieerde aanbod leidt soms tot segmentering met ongewenste gevolgen. 
Ook de scheiding tussen sectoren, schoolsoorten, leerwegen en opleidingen in het onderwijsstelsel heeft tot gevolg dat verschillende groepen leerlingen elkaar niet meer vanzelfsprekend treffen. Cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) laten zien dat bijna driekwart van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs is ingeschreven aan een brede scholengemeenschap waar alle schoolsoorten zijn vertegenwoordigd (zie onderstaand figuur). Maar ze laten ook zien dat het overgrote deel van die scholengemeenschappen de verschillende schoolsoorten aanbiedt op aparte locaties. Slechts 18% van de leerlingen op brede scholengemeenschappen zit op een locatie met alle schoolsoorten bij elkaar. 
Als jongeren met verschillende sociale achtergronden elkaar op school niet meer ontmoeten, komen ze minder in aanraking met leerlingen of studenten die andere inzichten en waarden hebben. Terwijl de school een plek zou moeten zijn waar jongeren kunnen oefenen in het omgaan met conflicten, het voeren van een dialoog, afwijkende meningen en gedragingen tolereren, respect opbrengen voor andersdenkenden en tot consensus komen. Scholen zijn bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen. Wanneer daartoe minder gelegenheid is, kan het onderwijs jongeren maar beperkt voorbereiden op een pluriforme en democratische samenleving en maar beperkt bijdragen aan sociale samenhang in de samenleving.
Kunnen scholen inderdaad bijdragen aan sociale cohesie door leerlingen met verschillende achtergronden met elkaar in contact te brengen?

De toevallig net verschenen studie Familiarity Does Not Breed Contempt:Generosity, Discrimination and Diversity in Delhi Schools geeft inderdaad sterke aanwijzingen in die richting.

De onderzoeker, Gautam Rao (Harvard University, Cambridge) maakte gebruik van een dataset van 2300 leerlingen verspreid over 17 scholen in Delhi, India. Er was een beleidswijziging die inhield dat elitescholen verplicht werden om gratis plaatsen aan te bieden aan arme leerlingen. Maar doordat sommige scholen hiervan werden vrijgesteld en andere scholen een jaar later aan deze nieuwe verplichting mochten voldoen, kon door een vergelijking tussen die twee groepen scholen (wel of geen arme leerlingen) nagegaan worden wat de effecten waren van de verandering.

Rao keek in het bijzonder naar de effecten van contact met arme klasgenoten op het gedrag van de rijke leerlingen. En zijn resultaten zijn nogal opvallend.

Zo bleek dat de rijke leerlingen met arme klasgenoten zich meer pro-sociaal gedroegen dan de rijke leerlingen zonder arme klasgenoten, gemeten aan hun bereidheid om vrijwilligerswerk en liefdadigheidswerk te doen. Ook waren ze rechtvaardiger in een afgenomen Dictator-spel, waarin je gevraagd wordt om iets te verdelen over jezelf en "een andere persoon", waarbij het niet uitmaakte of die andere persoon arm of rijk was.

Bovendien bleek dat het hebben van arme klasgenoten ertoe leidde dat rijke leerlingen minder arme leerlingen discrimineerden.

Gingen rijke leerlingen minder presteren door de aanwezigheid van arme klasgenoten? Een vaak gehoord mogelijk bezwaar van rijke ouders. Op een samengestelde index van prestaties op de vakken Engels, Hindi en wiskunde bleek dat niet het geval.

In India zijn de verschillen tussen arm en rijk aanzienlijk groter dan in ons land. Maar dat is eigenlijk geen reden om te denken dat de resultaten in ons land geheel anders zouden uitvallen.

De Onderwijsraad heeft dus wel een punt met het advies om het onderwijs meer zo in te richten dat leerlingen van verschillende groepen meer met elkaar in contact komen. Dat zou inderdaad bevorderlijk zijn voor de sociale cohesie.

Geheel in overeenstemming overigens met de bekende contacthypothese.

zaterdag 25 november 2017

Vooroordelen kun je bestrijden. Neem nu het afnemende draagvlak voor Zwarte Piet

Het discrimineren van bevolkingsgroepen komt voort uit vooroordelen. En onderzoek suggereert dat uitingen van vooroordelen vallen te bestrijden door er wat van te zeggen. In veel gevallen is het niet meer dan een slechte gewoonte, die je kunt afleren als anderen je ermee confronteren. Zie het bericht van gisteren: Vooroordelen zijn te bestrijden door mensen ermee te confronteren.

Een mooi voorbeeld daarvan is de afname van het draagvlak voor Zwarte Piet. Volgens de peiling van EenVandaag van een paar dagen geleden is het percentage dat het uiterlijk van Zwarte Piet wil behouden, gedaald van 89 procent in 2013 tot 68 procent nu.

Zwarte Piet dateert uit een tijd dat Nederland een etnisch homogeen land was en dat in landen als de Verenigde Staten en Zuid-Afrika nog rassenscheiding bestond. En dat we ons in onze overzeese gebiedsdelen als overheersers gedroegen. Dat we met de traditie van Zwarte Piet een groep mensen op een negatieve manier stereotypeerden, viel nog niet zo op.

Maar toen ons land verscheidener begon te worden, begonnen we ons achter de oren te krabben. Oproepen om ermee te stoppen confronteerden ons met wat we eigenlijk aan het doen waren: uiting geven aan een vooroordeel. Een slechte gewoonte.

En die confrontaties blijken te werken.

Waarschijnlijk was die werking nog groter geweest als niet een groepje rechtsextremisten, met een hoge Sociale Dominantie Oriëntatie, die slechte gewoonte tot een essentieel onderdeel van onze "volkseigen" tradities had verheven. En daarmee enig succes boekte.

dinsdag 20 mei 2014

Discriminatie de wereld uit! Waarom dat waarschijnlijk nooit zal lukken

Onze afkeer van discriminatie van "anderen" is intens en algemeen. We vinden dat mensen gelijk horen te worden behandeld. Dat is onderdeel van onze morele gemeenschapsintuïties. Maar toch komt discriminatie veel voor. En het lijkt maar niet te lukken om discriminatoire praktijken met wetgeving de wereld uit te helpen. Hoe komt dat?

Een mogelijke verklaring geven Greenwald en Pettigrew in de studie With Malice Toward None and Charity for Some. Ingroup Favoritism Enables Discrimination (betaalpoort). Ze weerleggen de populaire gedachte dat discriminatie altijd voortkomt uit vijandigheid tegenover "anderen", leden van andere groepen of sociale categorieën, met negatieve stereotypen. Ze laten zien dat in het onderzoek deze gedachte altijd voorop heeft gestaan. Waardoor er weinig aandacht voor is geweest dat discriminatie ook kan optreden in situaties waarin mensen een voorkeur hebben voor leden van de eigen groep, zonder dat er enige vijandigheid bestaat tegenover leden van andere groepen.

Dat is herkenbaar. Het kan gemakkelijk gebeuren dat je iemand "voortrekt" boven een ander omdat hij/zij een kennis van een vriend is. Terwijl die ander een onbekende is, waar je neutraal tegenover staat. Vandaar dat we zo druk bezig zijn met "netwerken". Dat we dat doen, betekent dat we eigenlijk discriminatie beschouwen als iets wat nu eenmaal bestaat. Een moreel verwerpelijk gedrag, dat onderdeel is van het sociale leven.

Natuurlijk bestaat er ook discriminatie die voortkomt uit vijandigheid. Maar Greenwald en Pettigrew maken aannemelijk dat de niet-vijandige discriminatie veel meer voorkomt. Discriminatie dus op grond van ingroup favoritism.

Dat zal er mee te maken hebben dat onze morele gemeenschapsintuïties zijn ontstaan in de Paleo Sociale Omgeving, de omgeving van jagers-verzamelaars (volg de link!). In die omgeving groeiden we op te midden van bekenden en kwamen we nauwelijks met vreemden in aanraking. Omdat belendende groepen geregeld contact met elkaar hadden en er onderlinge uithuwelijking was, bestond er ook geen scherpe scheiding tussen "de onzen" en "de anderen". Enige voorkeur voor degenen die dichter bij je stonden dan anderen zal er wel geweest zijn. Maar teveel daarvan werd sociaal afgekeurd, want iedereen hoorde gelijk te worden behandeld.

In onze huidige samenleving komen we veel vaker in situaties terecht waarin die morele intuïtie dat je "elkaar hoort bij te staan" er onvermijdelijk toe leidt dat er ook anderen zijn die je (daardoor) niet bijstaat. Je kunt nu een keer niet iedereen omarmen. Dat is de tragiek van het uitgerust zijn met morele drijfveren die niet meer naadloos passen bij de sociale omgeving waarin je bent terecht gekomen.

Wat overigens helemaal niet wil zeggen dat die anti-discriminatie wetgeving nergens goed voor is. Want we kunnen en willen er met zijn allen, als overheid, wel iets tegen doen. En vijandige discriminatie bestaat ook.