Posts tonen met het label echtscheiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label echtscheiding. Alle posts tonen

dinsdag 10 augustus 2021

In een sociaal vluchtige maatschappij vergroot echtscheiding de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening

 Als je met wat afstand kijkt naar onze huidige manier van samenleven, dan valt op dat die gekenmerkt wordt door een grote mate van sociale vluchtigheid. Dat houdt in dat de stabiliteit, en dus vertrouwdheid, van ons sociale netwerk niet gegarandeerd is. In onze levensloop krijgen we te maken met verlies van relaties met vertrouwde anderen (familie, vrienden), met sociaal isolement en eenzaamheid en met het zoeken en  aangaan van nieuwe relaties. 

In de mensheidsgeschiedenis is dat een behoorlijk nieuwe toestand, die sterk afwijkt van de sociale stabiliteit en dus vertrouwdheid van de jagers-verzamelaarssamenlevingen (de Paleo Sociale Omgeving) waarin mensen verreweg het grootste deel van die geschiedenis hebben doorgebracht. Omdat wij een fundamenteel sociale diersoort zijn, die erop is ingesteld om in een vertrouwde sociale omgeving op te groeien, stelt die sociale vluchtigheid van onze huidige maatschappij ons voor grote uitdagingen. 

Dat wij fundamenteel sociaal zijn, betekent dat we hebben "geleerd" om veiligheid te associëren met het deel uitmaken van een kring van vertrouwde anderen. En dat betekent weer dat we in de problemen komen als die kring ontbreekt. Dat wil concreet zeggen dat we een psychische aandoening kunnen ontwikkelen. En op het niveau van de maatschappij betekent het concreet dat psychische aandoeningen veel voorkomen.

In de reeks berichten over psychische aandoeningen en de mismatch tussen aanleg en omgeving (hier het eerste bericht) zagen we dat al die verschillende psychische aandoeningen, die zo keurig in de DSM-5 geclassificeerd worden, een gemeenschappelijke factor lijken te hebben, met "verlies, geïntimideerd en/of vernederd en/of verraden worden - fundamentele bedreigingen van iemands fysieke en psychologische veiligheid -" als gemeenschappelijke oorzaak. En daarin herkennen we precies de uitdagingen van de sociale vluchtigheid: sociaal isolement, eenzaamheid en statuscompetitie.

Dit alles wijst erop dat de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening het grootst is in die fasen van de levensloop waarin die gemeenschappelijke oorzaak het vaakst de kop opsteekt. We zagen al dat dit het geval is in de fase van de adolescentie en de jonge volwassenheid, de fase waarin we de sociale veiligheid van het gezin verlaten en op zoek zijn naar nieuwe bronnen van die veiligheid. En we zagen dat het ontbreken van die veiligheid in het gezin een sterke voorspeller is van het ontwikkelen van een psychische aandoening. Beide wijzen er op dat in een sociaal vluchtige maatschappij gezinnen sterk sociaal geïsoleerd zijn. Daardoor maakt het veel uit of een gezin wel of niet sociale veiligheid verschaft. En daardoor is de fase van de adolescentie zo cruciaal in de levensloop.

Maar evenzeer maakt het daardoor veel uit of mensen wel of niet de veiligheid en vertrouwdheid van een partnerrelatie ervaren. Als er weinig andere vertrouwde relaties zijn, komt er veel neer op het wel of niet deel uitmaken van een partnerrelatie.

Precies in dat verband is er het vele onderzoek dat laat zien dat het verlies van een partnerrelatie, door echtscheiding, naast dus die fase van de adolescentie, sterk de kans vergroot op het ontwikkelen van een psychische aandoening. De nieuwe studie Relationship Dissolution and Psychopathology geeft van dat onderzoek een overzicht. 

Heel kort samengevat: hoewel ook het lijden aan een psychische aandoening de kans op echtscheiding vergroot, is er daarnaast een duidelijke bijdragen van het ervaren van een echtscheiding op de kans daarna een psychische aandoening te ontwikkelen. Uiteraard met allerlei factoren ("moderatoren") die die kans beïnvloeden, zoals of die echtscheiding zelf gewild is of niet en of er wel of niet ondersteunende vriendschapsrelaties zijn. 

Dat het verschil maakt of iemand na de echtscheiding wel of niet een nieuwe partner vindt, wijst op het grote belang van een partnerrelatie in een sociaal vluchtige maatschappij. 

maandag 15 februari 2016

Wat maakt het uit waar je je partner hebt ontmoet? Over gezinnen en sociale netwerken

Het CBS geeft een mooi diagram van hoe of waar mensen de partner hebben ontmoet met wie zij nu maximaal vijf jaar samenwonen.


We zien dat uitgaan/vakantie/recreatie de omvangrijkste categorie is waar mensen hun partner hebben ontmoet. Dat lijkt er op te wijzen dat we onze partner meestal niet in ons eigen bestaande en lokale sociale netwerk vinden. En dat zal vaak ook het geval zijn bij de categorieën school/opleiding, internet en werk. Grof opgeteld komen zo'n driekwart van de partners "van buiten".

Het overige kwart komt misschien overwegend van dichtbij: via familie, vereniging en via vrienden/kennissen/ buren.

Wat maakt het uit waar je je partner hebt gevonden? Daarover schreef Elizabeth Bott in 1957 haar boek Family and Social Network. Dat boek wordt wel gezien als het begin van de sociale netwerktheorie in de sociologie. Het is nu nagenoeg vergeten, maar dat is niet terecht. Want het geeft een mooi, zij het schetsmatig, beeld van de grote verandering die zich zo ongeveer vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw heeft voorgedaan in, zeg maar, de sociale inbedding van het gezin. Of anders gezegd, in de ontwikkeling van het sociale isolement van het gezin in de tweede helft van de vorige eeuw.

Want Bott beschrijft in dat boek een patroon dat toen nog veel meer gewoon was dan nu. Man en vrouw deelden al een sociaal netwerk op het moment dat ze elkaar "vonden" en een gezin stichtten. Ze kenden elkaar dus ook al langer, vaak omdat ze in hetzelfde dorp of buurt woonden. Dat al voor het huwelijk delen van het sociale netwerk betekent, in de woorden van Bott, dat:
the marriage will be superimposed on these pre-existing relationships, and both spouses will continue to be drawn into activities with people outside their own elementary family (family of procreation). Each wil get some emotional satisfaction from these external relationships and will be likely to demand correspondingly less of the spouse.
De echtelijke relatie dus als een toevoeging aan het bestaande door beiden gedeelde sociale netwerk.

Dat bestaande gedeelde sociale netwerk ontbreekt als de partner "van buiten" komt:
If husband and wife come to marriage with such loose-knit networks or if conditions are such that their networks become loose-knit after marriage, they must seek in each other some of the emotional satsifaction and help with familial tasks that couples in close-knit networks can get from outsiders. Joint organization becomes more necessary for the succes of the family as an enterprise.
Daarmee is in een notendop de transitie verwoord van het sociaal geïntegreerde gezin naar het sociaal geïsoleerde gezin.

We kennen de gevolgen van die transitie. Partners zijn voor hun sociale behoeften sterker op elkaar aangewezen dan goed lijkt te zijn. Wat een verklaring zou kunnen zijn voor  de toename van echtscheidingen vanaf zo ongeveer eind jaren zestig. Update. En een verklaring voor het verschijnsel van het alles-of-niets huwelijk: The All-or-Nothing Marriage.

En kinderen groeien minder op in een sociaal netwerk rondom het gezin. Wat ongunstig is voor hun sociaal-emotionele en morele ontwikkeling. Wat weer een verklaring is voor de toegenomen jeugdproblematiek en de toename van overheidsbemoeienis met de jeugdzorg.

En het verklaart waarom jonge ouders tegenwoordig zo veel energie moeten steken in het opbouwen van een sociaal netwerk.

maandag 7 mei 2012

Door sociaal isolement van gezinnen meer echtscheidingen?

Bob Horjus mailde me met de vraag wat er bekend is over de vraag of de kans op echtscheiding en/of relatieproblemen groter is in buurten met weinig sociale cohesie. Aanleiding was het vermoeden van welzijnswerkers dat echtscheiding meer voorkomt bij eenzame en betrekkelijk geïsoleerde tweeverdieners.

Er zijn inderdaad aanwijzingen dat het sociale isolement van gezinnen de kans op relatieproblemen en echtscheiding vergroot. In dit artikel uit 2003 (p. 299) verwees ik al naar onderzoek waaruit blijkt dat partners gemakkelijker conflicten met compromissen oplossen als ze meer gezamenlijke vrienden hebben. En naar onderzoek dat laat zien dat de kans op echtscheiding groter is als gezinnen meer sociaal geïsoleerd zijn.

Mijn vermoeden is dat sociaal isolement er toe leidt dat partners teveel op elkaar zijn aangewezen voor de vervulling van hun sociale behoeften en daardoor te hoge eisen aan elkaar gaan stellen. Mensen zijn er denk ik nooit voor "bedoeld" om een sociaal leven te hebben dat zo samenvalt met het gezinsleven als tegenwoordig soms het geval is. Toen ik naar aanleiding van de vraag van Bob nog wat verder ging zoeken, kwam ik die redenering tegen in het artikel Social Integration and Divorce
uit 1991. De onderzoekers (Booth, Edwards en Johnson) spreken over "communicatieve integratie", wat in het onderzoek neerkomt op het aantal goede vrienden (niet-familieleden) dat mensen aangeven te hebben. En ze vinden dat inderdaad de kans op echtscheiding (iets) groter is als de partners minder goede vrienden hebben, vooral als het gaat om huwelijken die minder dan zeven jaar geleden gesloten zijn.

Ander onderzoek waarin het sociale isolement indirect is gemeten, wijst in dezelfde richting. Zo blijkt bijvoorbeeld uit dit Finse onderzoek dat stellen die op het platteland bleven wonen, de laagste kans op echtscheiding hadden, tegenover stellen die verhuisd waren met de hoogste kans.

Ik moest ook denken aan de klassieke studie Family and Social Network van Elizabeth Bott uit 1957. Bott beschrijft daar Londense echtparen die meer of minder sociaal zijn ingebed. Aan de ene kant zijn er stellen die hun bestaande sociale netwerken geheel hebben behouden nadat ze gingen trouwen. Ze trouwden in de gemeenschap waarin ze opgroeiden en blijven daar deel van uit maken. Aan de andere kant zijn er de stellen die hun sociale netwerken, meestal door verhuizing, geheel hebben (moeten) laten vallen. Ik sloeg het boek er nog even op na (ik heb de editie van 1968) en vond in het laatste hoofdstuk een korte passage over de kans op echtscheiding van deze verschillende stellen. In mijn vertaling en bewerking:
Sociaal geïsoleerde stellen zouden een kleinere kans op echtscheiding kunnen hebben doordat ze veel emotioneel in elkaar investeren; maar aan de andere kant verwachten man en vrouw zo veel van elkaar dat desillusie en teleurstelling hen uit elkaar zouden kunnen drijven. De veel meer sociaal geïntegreerde stellen verwachten minder van elkaar en zouden dus minder snel uit teleurstelling uit elkaar gaan, maar aan de andere kant krijgen ze emotioneel minder van elkaar, waardoor ze misschien juist makkelijker uit elkaar zouden gaan.
Volgens Bott kon het dus nog beide kanten op gaan. Maar ondertussen lijken de aanwijzingen sterker te zijn geworden voor een grotere kans op echtscheiding bij een groter sociaal isolement.