Posts tonen met het label vroegste herinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vroegste herinnering. Alle posts tonen

dinsdag 3 mei 2022

Over heel vroege herinneringen en de invloed van de "cultuur" van het ouderlijk gezin

Hoe kwamen die geweren een paar maanden voor de Bevrijding naast ons huis terecht? En hoe raakte mijn vader (Heit) bij het verzet betrokken? Dat waren de vragen waarmee ik het vorige bericht afsloot.

Maar voor ik daarop inga, even terug naar die heel vroege herinnering van mij. Ik moet op een kleine twee maanden na twee jaar zijn geweest. Dat is de leeftijd waar vanaf je beschikt over een zelfbewustzijn en je bewuste herinneringen kunt hebben. Het is een dag in de eerste helft van april 1945. Ik zit met mijn moeder (Mem) verscholen in de kelder, kijk omhoog naar het kelderraam en zie, en hoor, soldatenlaarzen voorbijkomen. 

Zoals ik al vertelde, gingen die Duitse soldaten van deur tot deur om eventueel nog aanwezige fietsen te vorderen. Ze waren bij het binnenkomen van de straat mijn vader tegengekomen die met vrienden een dag ging vissen. Hij was doorgelopen om geen argwaan te wekken. Er lagen namelijk in onze bijkeuken wapens verborgen. Mem had die soldaten zien aankomen (wij woonden aan het eind van de doodlopende straat), had de deuren afgesloten en zich met mij verstopt in de kelder. Die soldaat die om het huis heenliep, zal aan de gesloten achterdeur gerammeld hebben en op zijn schreden zijn teruggekeerd. Of Mem wist dat ze alleen maar op fietsen uit waren of vermoedde dat ze naar wapens zochten, weet ik niet. 

Heit was niet alleen doorgelopen, maar was ook "gewoon" gaan vissen. Ook om maar geen argwaan te wekken. Hij zal, mentaal geblokkeerd en in knagende onzekerheid over de afloop, een moeilijke dag gehad hebben. Nadat de soldaten waren vertrokken, ging Mem uithuilen bij de buurvrouw, haar "tweede moeder". Ze liet mij even alleen en een andere vroege herinnering is dat ze weer de kamer binnenkwam. Ik vermoed dat ze mijn vader naderhand kwalijk nam dat hij niet eerder was teruggekomen. Het had immers ook heel anders kunnen aflopen. Het besef daarvan moet het gebeuren voor beiden tot een welhaast traumatische ervaring hebben gemaakt.

Ik zal nog te jong zijn geweest om goed te beseffen welke gevaren er dreigden. De angst van mijn moeder moet ik haast wel gevoeld hebben, maar een bewuste herinnering is daar van niet overgebleven. In ieder geval vonden Heit en Mem mij nog te jong om "het er over te hebben". De enkele keren dat het gebeuren later ter sprake kwam, gaven zij een lezing ervan die met mijn herinnering in strijd was. De Duitse soldaten zouden halverwege de straat zijn gestopt. En ons huis dus niet hebben bereikt. Onwaarschijnlijk. Maar in die tijd, en zeker in ons gezin, moesten kinderen worden gevrijwaard van alles "wat erg was".  In het bijzijn van de kinderen, en al helemaal met hen, werd daar niet over gesproken. Vandaar ook dat Mem mij niet meenam naar de buurvrouw. Een huilende moeder moest mij bespaard blijven. En er werd aangenomen dat ik nog te jong was om een herinnering aan het gebeuren te kunnen overhouden.

Die sfeer van "het er niet over hebben" zal er voor gezorgd hebben dat ik nooit de moed kon opbrengen om iets tegen die ouderlijke lezing in te brengen. Ik had een keer kunnen zeggen: "Maar we zaten toch in de kelder? Ik zag die soldatenlaarzen voorbijkomen." Dat was onbestaanbaar. Ik ging er niet tegenin. Ik "parkeerde" die herinnering ergens in een hoekje. En liet het daarbij. Er kwamen allerlei uitdagingen en verantwoordelijkheden, van school, studie, werk, gezin, kinderen, die meer aandacht vroegen dan wat zich zo lang geleden had afgespeeld.

Het is denk ik een mooie illustratie van het sociaalwetenschappelijke inzicht dat ouders, of meer algemeen, de "cultuur" van het ouderlijk gezin, een geweldige invloed op kinderen kunnen hebben. Zeker in de heel vroege jeugd zijn je ouders het venster op de wereld. Je kunt niet anders dan daar blindelings op vertrouwen.

Een invloed waar je je pas op latere leeftijd, als die uitdagingen en verantwoordelijkheden zijn weggevallen, en als je ouders niet meer in leven zijn, min of meer aan kunt onttrekken. Ik ben nu 78 en pas, zeg, vijf tot tien jaar geleden wurmde die herinnering zich uit dat hoekje naar boven. Pas toen was er de ruimte om dat conflict met die ouderlijke lezing echt onder ogen te zien.

Nogmaals, deze berichten zijn veel persoonlijker dan wat op dit blog meestal voorbijkomt. Maar sociale wetenschap beoefenen zonder aandacht voor relaties met persoonlijke ervaringen is ondenkbaar. Of zou dat moeten zijn.

In het volgende bericht dan toch over die wapens en over de rol die mijn vader in het verzet speelde. Hier het volgende bericht.

donderdag 7 maart 2013

Het ontstaan van zelfbewustzijn bij kinderen en de vroegste herinnering

Toen we geboren werden, hadden we nog geen zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn kun je omschrijven als zowel de beleving van wat er in je lichaam en geest omgaat als het besef van het eigen bestaan. Als je dit leest, ben je in staat om het besef te hebben "ik lees dit". Net zo als je in staat bent om het besef "ik besta" te hebben. Maar een pasgeborene lijkt niet het besef te hebben "ik lig", noch het besef "ik besta".

Zelfbewustzijn ontstaat bij kinderen laat in het tweede levensjaar. Onderzoekers gebruiken de spiegelproef om zelfbewustzijn vast te stellen. Ze brengen dan bijvoorbeeld een post-it papiertje aan op de haargrens van het kind zonder dat die dat in de gaten heeft. Of een stip op het puntje van de neus, zoals op de afbeelding.

En ze kijken dan hoe het kind reageert als het zichzelf vervolgens in de spiegel ziet. Als het kind dan doorheeft dat dat papiertje op het eigen hoofd zit, er met de hand naar toe gaat en het eventueel verwijdert, dan wijst dat er op dat het kind zelfbewustzijn heeft.

De meeste kinderen doorstaan na 22 maanden de spiegelproef. De meeste dieren doorstaan die proef niet. Onze ene poes Stip, dochter van Pompom, vergezelt mij elke ochtend bij het tandenpoetsen, omdat ik daarna de kraan een heel klein beetje open laat staan zodat zij daaruit kan drinken. Daarop met enig ongeduld wachtend kan ze zichzelf en mij in de spiegel zien. Maar daar is ze niet bijzonder in geïnteresseerd. Die interesse in het eigen spiegelbeeld is er wel bij o.a. dolfijnen en olifanten, die ook inderdaad de spiegelproef doorstaan. (Dat post-it papiertje heb ik bij Stip nog niet geprobeerd.)

Hoe kan het dat wij aan het eind van het tweede levensjaar die overgang naar zelfbewustzijn doormaken? Waarom dan wel en waarom bijvoorbeeld niet meteen na de geboorte? (Of waarom niet prenataal?) Het antwoord daarop lijkt te zijn dat zelfbewustzijn zich ontwikkelt in en door de sociale interacties waar het kind in wordt betrokken. Als wij, volwassenen en oudere kinderen, het kind maar genoeg engageren, wat het trouwens gemakkelijk zelf uitlokt, dan "groeit" dat zelfbewustzijn. Hoe dat groeien gaat, dat weten we niet. Maar er komt dan een moment dat je kunt zeggen dat het er is. En dat "het" lijkt gebaseerd te zijn op het vermogen om de plaats van de ander in te nemen en van daaruit naar jezelf te kijken. Wat Cooley het looking-glass self noemde. Anders gezegd: zelfbewustzijn is niet een individuele, maar een sociale verworvenheid.

Er is een aardig onderzoek (Sociale awareness and early self-recognition) van Philippe Rochat, Tanya Broesch en Katherine Jayne dat dat sociale karakter van zelfbewustzijn onderstreept. Ze deden die spiegelproef bij kinderen van tussen de 14 en 52 maanden oud in twee condities. In de ene, normale, conditie zijn de onderzoeker en de moeder aanwezig en wordt nagegaan hoe het kind reageert als hij/zij zichzelf ziet met dat post-it papiertje. In de andere conditie hebben de onderzoeker en de moeder ook dat post-it papiertje op hun voorhoofd, wat het kind doorkrijgt als het zichzelf in de spiegel ziet.

Als zelfbewustzijn inderdaad dat sociale karakter heeft, dan zouden die twee condities verschil moeten maken bij het doorstaan van de spiegelproef. En dat blijkt ook zo te zijn. In die normale conditie gaan kinderen er met hun hand naar toe om het papiertje te verwijderen. Maar in die andere conditie aarzelen ze, gaan ze er met hun hand naar toe en laten het zitten of verwijderen ze het om het daarna terug te doen. Dit is er een aanwijzing voor dat ze bezig zijn met hoe anderen naar hen kijken en hen beoordelen. "Zo'n papiertje daar, dat hoort hier blijkbaar zo." Zelfbewustzijn is niet een solipsistisch mentaal of introspectief proces. Daarmee komt overeen dat kinderen rond de zelfde leeftijd ook de sociale gevoelens ontwikkelen van schaamte, schuld, trots en verlegenheid.

Ik moest hierbij erg denken aan de mogelijke samenhang met de vroegste herinnering. Het lijkt waarschijnlijk dat je vroegste herinnering nooit verder kan teruggaan dan tot het moment dat je zelfbewustzijn aanwezig is. Daarvoor is er die periode van de childhood amnesia. Mijn eigen vroegste herinnering is er een waarin mijn oudere nichtje in de gang naar de keuken tegen mij zegt dat "ze" (mijn moeder en mijn tante, die in de keuken staan; de deur is open) het over mij hebben. Hoe sociaal wil je het hebben? Ik stel mij voor dat op dat moment mijn zelfbewustzijn doorbrak. Ik verplaatste me in degenen die het over mij hadden en werd me dus vanuit de keuken van mezelf bewust. Mijn bewuste leven nam een aanvang.

Ik ging er eigenlijk van uit dat iedereen wel zo'n zelfde sociale soort vroegste herinnering zou hebben als die van mij. Maar als ik mensen daar naar vraag, dan krijg ik toch vaak een ander antwoord. Mijn theorie dat de vroegste herinnering die is aan het moment dat je zelfbewustzijn ontstond, lijkt dus niet te kloppen.
(De afbeelding is afkomstig van Mirror, Mirror... Who’s the Fairest of Them All?)