vrijdag 30 november 2012

De kolossale kosten van slechte economische ideeën in de jaren 30 en nu - Matthew O'Brien

Wat we tegenwoordig meemaken is dat ideeën grote gevolgen hebben. En vooral dat slechte economische ideeën kolossale kosten veroorzaken. Ook als je meent vandaag geen tijd te hebben, toch beslist dit stuk van Matthew O'Brien lezen. Zie de link onderaan. Hij besluit met (mijn vertaling):
Op de lange termijn moeten we in de buurt van begrotingsevenwicht zien te komen. Maar die lange termijn is er nu niet, niet zolang we betaald worden om geld te lenen. Dit is niet een academische kwestie. Slechte ideeën zijn duur, of het nu om de jaren 30 (van de vorige eeuw) gaat of om de jaren tien (van deze eeuw).
Update. Zie nu ook Paul Krugman.

The Stunning Cost of Bad Economic Ideas in the 1930s—and Today - The Atlantic

donderdag 29 november 2012

Bevordert publicatiedruk onderzoekscultuur van sloppyness en fraude? De affaire-Stapel

De Commissie-Levelt, die de fraude door de sociaal-psycholoog Diederik Stapel onderzocht en daarvan gisteren verslag uitbracht, is ook nagegaan in hoeverre de werkwijze van Stapel onderdeel was van een onderzoekscultuur, dus niet alleen maar een geïsoleerd incident is. Hierover is de conclusie van de Commissie glashelder:
Het gaat om een meer algemeen falen van de wetenschappelijke kritiek en om een onderzoekscultuur die te zeer gericht is op het onkritisch vaststellen van het eigen gelijk en, zoals uit de gesprekken met de Commissies bleek, op het vinden van interessante maar theoretisch oppervlakkige ad hoc resultaten. (p. 49 van het eindrapport)
De Commissies kunnen niet anders concluderen dan dat er van laag tot hoog sprake was van een algemene veronachtzaming van fundamentele wetenschappelijke standaarden en methodologische eisen. (p. 55) 
Die cultuur zoals die uit de bevindingen van de Commissie naar voren komt, kun je beschrijven als een waarin het doel, publiceren, de middelen heiligt. Waarin van alles gedaan mag worden om interessante resultaten te behalen en gepubliceerd te krijgen, ook als dat met wetenschappelijke eisen van transparantie, controleerbaarheid en repliceerbaarheid onverenigbaar is. Het verzinnen van data en het rapporteren van niet uitgevoerd onderzoek, waar Stapel zo bedreven in was, blijkt een extreem geval te zijn van een gedragspatroon dat veel meer voorkwam.

Hoe kan zo een cultuur ontstaan? In een tak van sport die juist het bestaansrecht ontleent aan de idealen van integriteit en waarheidsvinding? Waarvan het de bedoeling is om mensen aan te trekken die het als een roeping voelen om die idealen te verwezenlijken? (Ik denk even aan Max Webers Wissenschaft als Beruf, waarvan net een nieuwe Nederlandse vertaling is verschenen en waarop ik aan het slot terugkom.)

Is deze cultuur bevorderd door de sterk toegenomen publicatiedruk aan de universiteiten? Die publicatiedruk heeft er toe geleid dat onderzoekers meer worden afgerekend op de meetbare resultaten van hun werk (hun output). Dat kan, net als in de bankensector waar prestatiebeloning en bonussen werden ingevoerd, leiden tot een oriëntatie op het gemeten eindproduct samen met een puur instrumentele houding tegenover de middelen waarmee dat tot stand is gekomen. En het is bekend dat daarmee in de bankensector fraude en onethisch gedrag in de hand zijn gewerkt. Zie ook nog eens dit bericht en dit bericht.

Nu is aan de universiteiten de financiële beloning niet direct gekoppeld aan de prestaties (de publicaties), maar het prestige en de reputatie zijn dat wel. (Trouwens, uit het eindrapport van de Commissie-Levelt blijkt dat de "top-onderzoeker" Stapel behoorlijk financieel werd "gefaciliteerd".)

Het zou dus goed kunnen dat die publicatiedruk een rol heeft gespeeld. Wat zegt de Commissie-Levelt daarover? Het woord publicatiedruk komt op twee plekken in het eindrapport voor, hier:
In gesprekken met betrokkenen en met de heer Stapel kwam duidelijk naar voren dat veel van de hiervoor genoemde procedures, die overigens door hen niet als onzorgvuldig onderzoek werden gekwalificeerd, vooral gericht waren op een snelle positieve afhandeling van dataverzameling, -analyse en -rapportage, met het oog op het halen van publicatiecriteria. Ook het nauwelijks uitvoeren van replicatieonderzoek kan hieronder worden gerangschikt. De publicatiedruk werd door velen genoemd als belangrijke oorzakelijke verklaring voor de door hen gevolgde werkwijzen. De Commissies doen geen uitspraak over of deze verklaring steek houdt, dan wel alleen als excuus wordt gebezigd. Het verdient aanbeveling hiernaar in groter verband nader onderzoek te verrichten.( p. 53)
en hier:
Visitatiecommissies die de sociale psychologie hebben beoordeeld hebben er onvoldoende blijk van gegeven een aantal van de in dit rapport gesignaleerde feiten te hebben doorzien. Te denken valt aan het onkritisch volgen van de door tijdschriften verrichte beoordelingen zowel op het punt van de methodologie als de bijdrage aan de theorievorming. Een ander aandachtspunt in dit verband is voorts in hoeverre de visitatiecommissies bijdragen aan het in stand houden van de veronderstelde grote publicatiedruk en daarmee verbonden conventies. Met name betreft dit conventies ten aanzien van het aantal, de volgorde en de verantwoordelijkheid van de coauteurs en het meervoudig publiceren van soortgelijke onderzoeksresultaten.
De Commissies adviseren de VSNU extra aandacht te besteden aan die aspecten van het SEP-protocol die de inhoudelijke kwaliteit voorop stellen. (p. 63)
Hoewel de Commissie dus zelf geen standpunt inneemt, dringt ze wel aan op nader onderzoek naar de ongewenst effecten van die publicatiedruk. En ze vindt dat die Visitatiecommissies niet alleen maar publicaties moeten tellen, maar ook moeten beoordelen naar inhoudelijke kwaliteit.

Dat de Commissie het punt van die publicatiedruk serieus genoeg neemt om nader onderzoek aan te bevelen, lijkt mij van groot belang. Want als je een keer prestaties beoordeelt op grond van gemeten output, dan zet je een proces in werking waarmee de onderzoekers die daarmee het beste scoren, aan de top van de statushiërarchie terecht komen. En zij zijn dus ook precies degenen die bij het in standhouden van dit beoordelingssysteem belang hebben. Als er dus terechte kritiek op het systeem mogelijk is, dan is de kans klein dat die kritiek gehoor vindt. De Commissie heeft gelijk om nader onderzoek te laten doen.

Datzelfde proces van het ontstaan van die statushiërarchie zorgt er trouwens ook voor dat verdenkingen van wangedrag van "top-onderzoekers" niet gemakkelijk gemeld worden. De Commissie maakt zich juist daarover behoorlijk druk:
Er zijn in 2010 en 2011 drie meldingen verricht aan leden van de wetenschappelijke staf binnen de psychologie. De eerste twee hebben in eerste of tweede instantie niet geleid tot follow-up. Daarin heeft de haast onaantastbare positie van de heer Stapel wellicht een rol gespeeld. De derde melding, aan de departementsvoorzitter en buitengewoon zorgvuldig voorbereid door een drietal jonge en zeker in hun positie kwetsbare klokkenluiders, is wel direct professioneel opgepakt met het bekende resultaat.
Ook bij collega-hoogleraren zijn gedurende het laatste jaar tweemaal verdenkingen gerezen ten aanzien van door de heer Stapel aangereikte data. Aan die verdenkingen is geen follow-up gegeven. De Commissie concludeert dat de drie jonge klokkenluiders meer moed, alertheid en speurzin hebben getoond dan zittende hoogleraren. (p.46-47)
Ja, als je statushiërarchieën laat ontstaan, dan heb je die "onaantastbare posities" er altijd gratis en voor niets bij. En die kunnen heel subtiel werken. Ik had zelf enige twijfel toen ik dat destijds net verschenen Science-artikel las waarin het (gefingeerde) onderzoek naar het verband tussen chaos en geneigdheid tot discriminatie werd gerapporteerd. Hoe kon dat, op het Utrechtse Centraal Station, zijn uitgevoerd? Hoe kon je precies tellen hoeveel plekken stationsbezoekers van iemand met een donkere huidskleur af gaan zitten? Als de nabijgelegen plekken wisselend bezet kunnen zijn? Ik zocht in het artikel en in het Supplement naar nadere uitleg, maar vond die niet. Maar mijn twijfel werd volledig overheerst door ontzag voor het prestige van de onderzoekers.

Wat dat nadere onderzoek zal uitwijzen, ik weet het niet. Rudi Wielers wijst in zijn bespreking in Sociologie Magazine van de nieuwe vertaling van Webers Wissenschaft als Beruf op het gevaar dat door de affaire-Stapel niet de publicatiedruk wordt verminderd, maar dat de universitaire bureaucratie door meer en meer regels gaat proberen om desondanks integer gedrag af te dwingen:
Op dergelijke regels zit geen inhoudelijk geïnteresseerde wetenschapper te wachten, en die regels zullen het bedrijven van wetenschap ook bepaald niet aantrekkelijker maken. Een wetenschappelijke praktijk, waarin goede trouw moet worden afgedwongen door bureaucratische regels, is geen prettig vooruitzicht.
Een terugkeer van het door Weber benoemde ideaal van wetenschap als beargumenteerde bezinning over de werkelijkheid zou daarom meer dan welkom zijn. Het zou helpen voorkomen dat collega’s de verkeerde afslag nemen, en wetenschap waarschijnlijk ook voor jonge mensen weer tot een aantrekkelijke praktijk kunnen maken. We zouden als wetenschappers moeten beginnen dat ideaal uit te dragen.

woensdag 28 november 2012

Waar blijft de doelstelling van de volledige werkgelegenheid?

Een paar weken geleden vroeg ik me af hoe het kon gebeuren dat de Partij van de Arbeid zo kritiekloos de bezuinigingsstrategie omarmt, zowel op nationaal als op Europees niveau. Waar komt die fixatie op het overheidstekort vandaan? Terwijl het economisch denken van de sociaal-democratie altijd sterk Keynesiaans georiënteerd is geweest en daardoor altijd de doelstelling van de volledige werkgelegenheid hoog in het vaandel had staan. Niet begrotingsevenwicht ten koste van alles, maar anti-cyclisch beleid om het kwaad van de (massa-)werkloosheid buiten de deur te houden.

Ik weet het antwoord niet. Wat ik wel eens denk, is dat de PvdA, net als vrijwel de hele Nederlandse politiek, alleen nog maar georiënteerd is op wat op korte termijn electoraal succes lijkt op te leveren. Als de VVD opeens de grootste partij wordt met valse leuzen als "orde op zaken", ja, dan is dat een voorbeeld om na te volgen. Laten we dan ook maar roepen dat bezuinigen nu eenmaal onvermijdelijk is. Ook als dat de werkloosheid doet oplopen. Tot jaren-dertig niveau's in de zuidelijke eurozonelanden. Als kiezers daar in trappen, ja, wie zijn wij dan om daar tegenin te gaan?

Zijn ze bij de PvdA gewoon vergeten hoe centraal die doelstelling van de volledige werkgelegenheid altijd gestaan heeft in de sociaal-democratie? Ik begin dat te geloven.

Maar misschien is er een kentering. Want wat hoor ik gisteravond vlak voor het slapen gaan Ad Melkert zeggen in Met het oog op morgen? Hij werd door Maartje van Weegen Mieke van der Weij geïnterviewd omdat hij even terug keert bij de PvdA als voorzitter van een commissie die 'linkse oplossingen' moet bedenken voor de internationale economische crisis. Zo stond het in NRC/Handelsblad. En Maartje Mieke vroeg hem in welke richting de voorstellen van de commissie zouden gaan. Daar wilde hij natuurlijk niet op vooruitlopen, maar hij kon al vast wel zeggen dat het bereiken van volledige werkgelegenheid wel heel centraal zou staan.

Kijk, daar dacht ik toch nog even over na voor ik in slaap viel. En ik bedacht dat mijn vermoeden juist is: dat waren ze bij de PvdA gewoon vergeten. Waardoor dat wat in de sociaal-democratie altijd gemeengoed was, nu als een 'linkse oplossing' opnieuw moet worden bedacht.

dinsdag 27 november 2012

Een eerlijk verhaal over hoe je verblind was en dat begon in te zien - Bruce Bartlett en het Republikeinse rechts-extremisme

Gisteren las ik het fascinerende verhaal van Bruce Bartlett, die vertelt hoe hij als conservatieve Republikein steeds meer in de gaten kreeg hoe sinds de regering-Bush (G.W.) zijn partij zich van de wereld afsloot om zo steeds meer in een extremistische (anti-overheids)zeepbel ("epistemic closure") terecht te komen. Zie de link onderaan dit bericht. Hij blijkt een eerlijk en zelfstandig denkend mens te zijn en raakt er door in een intellectuele crisis. En hij begint o.a. in te zien dat Keynes, de grote boeman van de Republikeinen omdat hij belangrijke taken voor de overheid zag weggelegd,  in de jaren dertig van de vorige eeuw gelijk had en dat dat gelijk nu weer heel actueel is. Het is een lang verhaal, maar indringend van de eerste tot de laatste zin.

Vandaag schrijft ook Krugman er over. Zijn oordeel: Bruce Bartlett is een Mensch, dat wil zeggen iemand die de verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, inclusief zijn fouten. Een helaas zeldzame deugd in het huidige Amerika, zeker in de politiek.
Update. En nog eens Paul Krugman.

Revenge of the Reality-Based Community | The American Conservative:

'via Blog this'

Menselijk vermogen tot samenwerking en pro-sociaal gedrag is aanpassing aan onderlinge afhankelijkheid

Michael Tomasello, over wie ik eerder schreef (zie hier en hier), heeft samen met co-auteurs een prachtig artikel (pdf) geschreven over de evolutionaire grondslagen van het menselijk vermogen tot samenwerking en pro-sociaal gedrag. De link is naar het manuscript; het artikel is nu verschenen in Current Anthropology.

De auteurs laten zien dat het unieke menselijke vermogen tot gedeelde aandacht, communicatie, samenwerking en pro-sociaal gedrag kon ontstaan als aanpassing aan de mogelijkheid om er in situaties van onderlinge afhankelijkheid gezamenlijk beter van te worden. Het speltheoretische model voor zulke situaties is dat van de Hertenjacht (Stag Hunt). In dat model kan iedereen individueel overleven door op hazen te jagen, maar je kunt ook met zijn allen op herten jagen. Dat vereist samenwerking en coördinatie en de bereidheid om de veel grotere opbrengst eerlijk te delen. Of de bereidheid dat eerlijke delen af te dwingen als dat nodig mocht zijn. De oplossing van die gezamenlijk hertenjacht is precair, want zodra het vertrouwen in elkaar afbrokkelt, heeft iedereen nog altijd dat individuele alternatief van de hazenjacht.

Ik heb het artikel nu eenmaal en vrij snel gelezen, maar het is een uitvoeriger bestudering waard. Het sluit naadloos aan bij deze eerdere berichten over onderlinge afhankelijkheid als voorwaarde voor zelf-organisatie:

Mensen zijn bereid tot sanctionering in zelf-organisatie
Elkaar bij de les houden in zelf-organisatie

Ik heb in het verleden over de evolutionaire grondslagen van pro-sociaal gedrag altijd sterk in de richting gedacht die nu zo voortreffelijk door Tomasello c.s. wordt uiteengezet. Spannend dus om te volgen. Zie voor mijn eigen zeer bescheiden pogingen, samen met Evelien Zeggelink, Donald Elsas en Rita Smaniotto, waarin we onderlinge afhankelijkheid nog als een Prisoner's Dilemma modelleerden :

The emergence of reciprocal altruism and group-living (1994)
Reciprocal altruism in human social evolution (1997)
Reciprocal altruism under conditions of partner selection (2001)

Update. Oei, daar geef ik in de laatste zin zo maar een verkeerd beeld van het eigen werk. Die onderlinge afhankelijkheid modelleerden we juist niet als een gevangenendilemma. Dat kon ook niet omdat we de spelers in het model hun interactiepartners zelf wilden laten kiezen. Dat was toen in simulaties van het evolutionaire ontstaan van pro-sociaal gedrag nog nooit gedaan. Eigenaardig dat ik dat dan verkeerd opschrijf.

maandag 26 november 2012

Terugblik op "De Opvoeding draait door"

Zoals hier gemeld was ik vorige week donderdag inleider en vaste tafelgast bij de Talkshow De opvoeding draait door die gehouden werd in Het Poortje Jeugdinrichtingen in Groningen. Aanwezig waren (voorzover ik kan nagaan): CJG-medewerkers en -vrijwilligers, wethouders en andere afgevaardigden van gemeentes, mensen uit het onderwijs, medewerkers van Het Poortje, van Family Factory, van Home Start en van Positive Behavior Support. De meesten uit de drie noordelijke provincies.

De (uitstekende!) gespreksleider Yvonne van der Weerd vroeg mij aan het begin om drie vragen te noemen waarop ik graag een antwoord zou willen hebben en om aan het eind van de bijeenkomst te melden wat de discussie aan beantwoording van die vragen had bijgedragen (of woorden van gelijke strekking). Ik kwam toen met de volgende drie vragen:
  1. Kan de jeugdzorg de stap maken van gezin naar buurt? (Zie ook dit bericht.)
  2. Zullen de gemeentes de decentralisering ("Transitie") gaan benutten om jeugdzorg, buurtwerk, welzijnswerk, sportbevordering, opbouwwerk, maatschappelijk werk (en wat nog meer?) te laten samenwerken (of zelfs te laten samengaan), zodat in de uitvoering geprofiteerd kan worden van de samenhang van activiteiten en doelen? En dan gedecentraliseerd naar buurten?
  3. Zal het nog gebeuren dat de veel te academische en in de praktijk lastige term "pedagogische civil society" vervangen wordt door het meteen voor iedereen begrijpelijke "Buurten voor kinderen"?
Zoals dat vaak gaat, kwam het er aan het eind niet meer van om expliciet op deze drie vragen terug te komen. Daarom nu een korte terugblik.
  1. Een antwoord is natuurlijk nog niet mogelijk. Maar mijn indruk was ook nu weer dat mensen gemakkelijk inzien dat het bevorderen van het buurtnetwerk voor kinderen heel belangrijk is en dat het de manier is om preventief te werken. Na afloop kreeg ik ook reacties in de trant van "ja, zo'n "dorp" om kinderen heen, dat hoort toch eigenlijk volstrekt normaal te zijn. Natuurlijk moeten we helpen om dat tot stand te brengen."
  2. Mijn indruk was dat de aanwezige wethouders en jeugdzorgmanagers het belang hiervan goed inzagen. (Maar ja, het kan zijn dat degenen die er sceptisch tegenover stonden, meer hun mond hebben gehouden.)
  3. Ik had de stellige indruk dat iedereen de eerste term graag voor de tweede zou inruilen. Laten we dat ook inderdaad gewoon doen. Dat maakt de communicatie en de public relations een stuk gemakkelijker.
Vanwege de lokatie kregen we ook een indruk van Het Poortje Jeugdinrichtingen. De catering werd verzorgd door jongeren van Het Poortje en die deden dat met grote toewijding. Er was een muzikaal intermezzo van twee meiden die door de muziekleraar van Het Poortje werden begeleid. En twee jongeren deden aan tafel hun verhaal. Ik vond het indrukwekkend.

zondag 25 november 2012

Muziek voor de zondagochtend - Beethoven Symfonie nr. 2 - Vrijheid, gelijkheid en broederschap

Daartoe geïnspireerd door Leonard Leutscher van de muziekluistercursus Luisterrijk, leende ik in de Muziekbibliotheek de CD met de eerste twee symfonieën van Beethoven in de uitvoering van het Orchestre Révolutionare et Romantique onder leiding van John Elliott Gardiner. Die uitvoering, van vooral de Tweede Symfonie, benadrukt hoe Beethoven geïnspireerd werd door de muziek van de Franse revolutie. "Vrijheid, gelijkheid en broederschap" heeft hij bij het componeren voortdurend in zichzelf gemompeld, stel ik me voor. Eigenlijk wel heel actuele muziek!

Die uitvoering vond ik niet op YouTube. Wel twee ook heel mooie van oudere datum, die van het Concertgebouworkest onder leiding van Rafael Kubelik en die van de Wiener Philharmoniker onder leiding van Leonard Bernstein. Allemaal prachtig en een goede tijdsbesteding op een stormachtige zondag. Maar deze mag er ook zijn: die van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder leiding van Paavo Järvi.

vrijdag 23 november 2012

Kinderen steeds eerder in puberteit: snellere levensloop-strategie door vroege sociale stress?

Er verschijnen met enige regelmaat studies waaruit blijkt dat de leeftijd waarop kinderen in de puberteit komen aan het afnemen is. Laura Bell geeft in Science News een overzicht van enkele onderzoeken. Zie de link onderaan dit bericht.

Voor die trend zijn drie verklaringen te geven: kinderen worden steeds dikker, kinderen staan meer bloot aan schadelijke chemische stoffen en: kinderen ervaren op jonge leeftijd steeds meer psychologische en sociale stress.

Die derde verklaring berust op de theorie van de levensloop-strategie, waarop ik eerder in deze berichten inging:

Mannen opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid
Pubers en levensloop-strategie
Pubers en levensloop-strategie: het positieve en het negatieve ontwikkelingstraject
Onze pubers, hun brein en onze maatschappij
Instabiliteit van sociale omgeving, niet armoede, maakt kinderen opportunistischer
Leeftijdssegregatie is slecht voor kinderen
Sociale ontwikkeling en pro-sociaal gedrag

Die theorie houdt in dat een instabiele en onveilige sociale omgeving op vroege leeftijd een zogenaamde snelle levensloop uitlokt. Die snelle levensloop heeft als gedragscomponent de geneigdheid tot opportunisme, bedrog en wantrouwen. Als je vroege jeugd je inprent dat je anderen niet kunt vertrouwen, dan "investeer" je niet in stabiele relaties. Maar er is ook een fysieke component, die van dat sneller zich aandienen van de puberteit. Die twee samen zorgen ook voor een eerdere aanvang van seksuele activiteit en het eerder voortbrengen van nageslacht. Als je integendeel in je vroege jeugd krijgt ingeprent dat dat je sociale omgeving stabiel en veilig is, dan "kies" je voor de langzame levensloop. En dus, ook via die latere aanvang van de puberteit, voor uitstel van de voortplanting.

Laura Bell gaat ook in op een aanwijzing voor deze theorie die ik nog niet kende. Ze noemt een onderzoek dat laat zien dat kinderen die meer gevoelig zijn voor hun omgeving (een verhoogde biologische reactiviteit op stress hebben), eerder in de puberteit komen als de relatie met hun ouders slechter is.

Oké, maar als je die theorie als verklaring noemt voor de waargenomen vervroeging van de puberteit, dan moet je ook onder ogen willen zien dat de vroege sociale omgeving van onze kinderen minder stabiel, minder veilig en meer stressvol is geworden. Maar daar besteedt Laura Bell geen aandacht aan. Dat is opvallend, omdat ze wel ingaat op die trends van toegenomen obesiteit en van blootstelling aan schadelijke chemische stoffen.

Dat zie je vaker, dat het moeilijk is om onder ogen te zien dat maatschappelijke veranderingen negatieve effecten kunnen hebben op de sociale omgeving en daarmee op ons gedrag. (Zie ook het tweede comment onder aan het artikel.) Ook meer dan een eeuw na Emile Durkheim, de grootste van de klassieke sociologen, is het nog altijd wat ongemakkelijk om de werking van sociale oorzaken te accepteren.

Early Arrival | Science News

Workers Must Get a Bigger Slice of the Pie - Simon Tilford

Een heel goed stuk van Simon Tilford in de New York Times over de economische problemen in Europa. Volg de link onderaan. Wat er uit springt:
  • Stop de excessieve beloningen
  • Hogere belastingtarieven voor de hogere inkomens. Lagere BTW en hogere belasting op kapitaal en vermogen
  • Stop met de obsessie met concurrentievermogen (competitivenes). Leidt tot nog meer achteruitgang van het aandeel van arbeidsinkomen en tot nog grotere ongelijkheid. Houd op met bezuinigen en stimuleer de vraag.
  • Laat niet zo je oren hangen naar de lobby's uit het bedrijfsleven. Wat goed is voor individuele bedrijven is niet altijd goed voor de economie als geheel.
Workers Must Get a Bigger Slice of the Pie - NYTimes.com:

'via Blog this'