maandag 20 juni 2016

Het basisinkomen is een (de?) oplossing voor het probleem van de toegenomen bestaansonzekerheid

Onder de titel Ik werk, dus ik ben organiseert De Balie a.s. donderdag een avond over het basisinkomen. Omdat ik daar als panellid een rolletje in speel, boog ik me vanochtend over de toelichtende tekst van de organisatoren.

In zijn beknoptheid is die tekst interessant, omdat vrijwel alle vragen die er rond dat basisinkomen de ronde doen, aan de orde komen. Hier mijn poging om een en ander op een rijtje te zetten, met een aanvulling:
  1. De vraag voor welk probleem het basisinkomen geacht wordt te zijn.
  2. De vraag of het basisinkomen uitvoerbaar is, in het bijzonder of het betaalbaar is. Subvraag: Zet het basisinkomen niet teveel aan tot niet-werken, met negatieve economische gevolgen?
  3. Is er voor het basisinkomen wel een moreel draagvlak? Moet niet gelden: "Wie niet werkt, zal ook niet eten?"
  4. Wat zijn de gevolgen als werken een keuze wordt? Is het niet zo dat mensen hun identiteit voor een groot deel ontlenen aan hun werk en hun baan? Komt daar wel iets voor in de plaats als je een basisinkomen invoert?
  5. Mijn aanvulling: Wat zijn de gevolgen als mensen niet meer zoals nu gedwongen zijn om slecht betaalde banen en/of banen met slechte arbeidsomstandigheden te accepteren? Zal de invoering van het basisinkomen niet een kwaliteitsverhogend effect hebben op het aangeboden werk?
Dat zijn vragen die nog al wat overhoop halen. Daar zullen we donderdagavond dus niet helemaal uitkomen.

Maar laten we eens kijken hoe ver we komen als we de berichten die in de loop van de jaren op dit blog zijn verschenen gebruiken als bron van informatie en inspiratie. Te beginnen met die vraag voor welk probleem het basisinkomen een oplossing zou kunnen zijn.

Wat zeggen de organisatoren daarover? Ze openen hun tekst met een verwijzing naar de Panama-papers en dus naar de grote bedragen die door belastingontwijking en -ontduiking aan de staatskassen worden onttrokken. "Kan al dat geld niet eerlijker verdeeld worden onder de bevolking in de vorm van een onvoorwaardelijk basisinkomen?"

Dat wijst op het basisinkomen als oplossing voor het probleem van de in veel landen sterk gestegen ongelijkheid. Daar zit wat in. Als je de middelen voor het basisinkomen haalt uit het terugdringen van belastingontwijking en -ontduiking en uit verhoging van de hoogste tarieven van de inkomstenbelasting, en die als een basisinkomen over iedereen verdeelt, dan zal dat wel inkomensnivellerend werken.

Maar je haalt wel veel overhoop door met een basisinkomen de ongelijkheid terug te willen dringen. Dat zou ook met andere middelen kunnen.

Ligt het niet meer voor de hand om het basisinkomen te zien als een mogelijke oplossing voor het probleem van de toegenomen bestaansonzekerheid? Die vertoont wel enige samenhang met de toegenomen ongelijkheid, maar is een probleem waarvoor het basisinkomen wel heel direct een oplossing verschaft.

Is die bestaansonzekerheid dan zo toegenomen? En zou dat dan ook verklaren waarom dat idee van een basisinkomen zo in de belangstelling is komen te staan?

Ja, daar valt veel voor te zeggen. Je kon al vermoeden dat de opkomst van die bizarre ideologie van het neoliberalisme (minder overheid, minder bescherming, meer markt) sinds zo ongeveer 1980 (Thatcher, Reagan) negatief heeft uitgewerkt op de bestaanszekerheid van mensen. Dat vermoeden is nu voor Nederland bevestigd door Cok Vrooman in zijn oratie Meedoen in onzekerheid.

Vrooman laat daar voor Nederland zien dat na 1980 voor de bevolking tussen 18 en 64 jaar de inkomensbescherming door middel van sociale zekerheidsregelingen sterk is afgenomen. In rapportcijfers uitgedrukt daalde die van 7,1 in 1980 naar 4,7 in 2015. Met als gevolg dat de inkomenszekerheid voor dezelfde groep met 34 procent daalde. Bovendien daalde de werkzekerheid met 27 procent.

Schrikwekkende cijfers. Dat ze doen schrikken als je ze zo voor je ziet, zal er mee te maken hebben dat ze beetje bij beetje tot stand zijn gekomen. Dan weer is die regeling verslechterd en dan weer die bescherming en dan weer die voorziening. Alles bij elkaar opgeteld, zie je wat de neoliberale hersenspinsels van de politiek hebben aangericht.

Wat je trouwens ook ziet, is dat die toename van onzekerheid in deze periode veel minder geldt voor de ouderen (65 jaar en ouder). Wat is namelijk het geval? Die hebben, in de vorm van de AOW, eigenlijk al een soort basisinkomen.

Deze ontwikkeling verklaart natuurlijk heel goed hoe het idee van een basisinkomen zo in de belangstelling kon komen te staan.

Want we weten hoe belangrijk bestaanszekerheid voor mensen is. We hebben op dit blog immers gezien dat mensen liever een gestage geringere inkomensgroei hebben dan een per saldo grotere, maar met meer schommelingen. En dat mensen gelukkiger worden van economische groei, maar alleen dan als die gestaag is, zonder recessies er tussen door.

Ook weten we dat economische bestaansonzekerheid met fysiek lijden gepaard gaat en dus met een groter gebruik van pijnstillers. En we kennen de grote negatieve effecten van werkloosheid en van baanonzekerheid.

Kortom, dat het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen nu zo in de belangstelling is komen te staan, dat kan niet verbazen. Mensen zoeken naar oplossingen voor de bedreigingen van hun meest fundamentele behoefte, die van bestaanszekerheid.

De verzorgingsstaat is een stelsel van oplossingen om aan die behoefte tegemoet te komen. Als je denkt dat die verzorgingsstaat zijn langste tijd gehad heeft, omdat die neoliberale ideologie je dat influistert, dan moet je niet vreemd opkijken als veel mensen op het idee komen van een basisinkomen.

1 opmerking:

  1. En volgens mij is het nog wel voor meer problemen een oplossing! Bijvoorbeeld: armoedeval en het onmogelijk te maken onderscheid tussen arbeidsgeschikt en arbeidsongeschikt.

    BeantwoordenVerwijderen