maandag 15 oktober 2018

Wat het voor jou en voor anderen uitmaakt of je meer gemeenschapsgericht bent of meer statuscompetitiegericht

Soms denk je dat je de wetenschappelijke literatuur op de gebieden die je interesseren wel zo ongeveer overziet. Maar zo nu en dan ontdek je dat je iets belangrijks gemist heb.

Zo krijg ik nu pas dit fraaie overzicht onder ogen dat Jennifer Crocker en Amy Canevello in 2012 samenstelden van hun onderzoek naar de effecten van het meer gemeenschapsgericht dan wel meer statuscompetitiegericht zijn in je omgang met anderen: Consequences of Self-image and Compassionate Goals. Het levert meer stof tot nadenken op dan ik in een blogbericht kwijt kan. Er volgt dus meer, maar ik maak nu een begin.

Het oftewel meer gemeenschapsgericht oftewel meer statuscompetitiegericht zijn stelden Crocker en Canevello vast door mensen naar hun zogenaamde interpersonele doelen te vragen. Dus naar wat ze in hun omgang met anderen nastrevenswaardig vinden. Het gaat dan om enerzijds compassionate goals (in mijn woorden: gemeenschapsgericht) en anderzijds self-image goals (in mijn woorden: statuscompetitiegericht).

In het eerste geval ben je gemotiveerd om het welzijn van anderen te bevorderen of hen voor schade te behoeden. Gemotiveerd dus door zorg voor anderen, op grond van je vermogens tot empathie, compassie en generositeit. Daarmee hangt samen dat je graag met anderen samenwerkt en dat je ervan uitgaat dat er veel mogelijkheden zijn om gezamenlijk voordeel te behalen. Anders gezegd: je gelooft in win-win situaties. Crocker en Canevello noemen dit een ecosysteem motivatie, daarmee uitdrukkend dat je jezelf ziet als deel van een groter geheel. Vandaar: gemeenschapsgedrag.

In het tweede geval daarentegen ben je erdoor gemotiveerd dat anderen van jou een hoge dunk hebben. Ze moeten bij jou opkijken, je bewonderen, je respecteren en je hoog achten. Je ziet jezelf dus verwikkeld in een statusstrijd, want niet iedereen kan bewonderd worden. Anders gezegd: je neemt aan dat de wereld een nul-som spel is. Wat de een aan status wint gaat ten koste van de status van de ander. Je bent dus bezig met je met anderen te vergelijken en meer te willen dan anderen. In plaats van met anderen samen te werken. Vandaar: statuscompetitiegedrag. Crocker en Canevello noemen het een egosysteem motivatie.

Volgens de Dual Mode-theorie is de menselijke sociale natuur ambivalent. Beide motivaties zijn aanwezig, maar de een is meer gemeenschapsgericht en de ander meer statuscompetitiegericht. In het onderzoek van Crocker en Canevello komt dit erin tot uiting dat het nastreven van compassionate goals (gemeten als: anderen willen ondersteunen, willen samenwerken, anderen niet willen schaden) en het nastreven van self-image goals (gemeten als: respect, bewondering van anderen willen, niet je zwakheden willen laten zien) positief met elkaar samenhangen (r = 0.53, p < 0.001). Mensen zijn tot beide gedragspatronen in staat. En als je hen dus vraagt naar wat hun "interpersonele doelen" zijn, dan blijkt dus ook dat ze beide doelen "kennen".

In een volgend bericht meer over wat het zoal betekent om meer het ene dan wel meer het andere doel na te streven en over wat de effecten ervan zijn voor jezelf en voor anderen.
Update. Zie hier het volgende bericht: Wat ben je voor iemand als je meer gemeenschapsgericht bent dan wel meer statuscompetitiegericht?

Geen opmerkingen: