Posts tonen met het label Hans van den Doel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans van den Doel. Alle posts tonen

maandag 9 november 2020

De democratie heeft fatsoen en integriteit en politieke deugd nodig. Maar dat inzicht ontbreekt in de economische theorie van de democratie

Die mistroostige visie van het vulgair-economische neoliberale denken dat het in de democratie alleen maar om het eigen belang draait, vindt weinig steun in het empirisch onderzoek. Zie hier het vorige bericht. 

Die eigen belang-visie is typisch een door economen geconstrueerde, werkelijkheidsvreemde veronderstelling. Die constructie begon in 1957 met An economic theory of democracy van Anthony Downs. In Nederland stond Hans van den Doel met zijn Demokratie en welvaartstheorie met beide benen in deze benadering. Strikt genomen gingen zij niet uit van eigen belang, maar van de assumptie van rationeel of consistent gedrag. Maar in de vulgaire variant ervan, die de meeste invloed had, draait het denken gemakshalve om eigen belang. 

In ieder geval ontbreekt een besef van de innerlijke tegenstrijdigheid van de menselijke sociale natuur. De tegenstrijdigheid dus tussen goedaardigheid (gemeenschapsgedrag) en kwaadaardigheid (statuscompetitiegedrag). En daarmee de complicatie die ontstaat doordat mensen beïnvloed worden door het gedrag dat ze het meest om zich heen zien, waardoor er in plaats van dat ene optimale evenwicht dat economen zo koesteren, twee evenwichten mogelijk zijn, het betere gemeenschapsevenwicht en het slechtere statuscompetitie-evenwicht.

Gewapend met dat besef kun je de democratie, en met name de democratische verzorgingsstaat, zien als een op het niveau van de nationale staat vormgegeven gemeenschapsevenwicht. In de democratische verzorgingsstaat telt iedereen mee, zorgen we er met zijn allen voor dat iedereen een fatsoenlijk leven kan leiden en dat we de onderlinge verhoudingen als rechtvaardig ervaren. De gemeenschap, georganiseerd in de staat. 

Dat besef bestaat natuurlijk bij velen. Het klinkt door in de column die Hans Goslinga in Trouw schreef, waarin hij ingaat op de weigering van Donald Trump om de verkiezingsuitslag te accepteren:

Machtsbehoud is een sterke drijfveer in de politiek. Een democratisch bestel alleen is niet genoeg om dat verschijnsel in de menselijke natuur te beteugelen. Als vorm van beschaving kan de democratie niet zonder fatsoen en integriteit, waardoor de regel van een vreedzame overdracht van de macht na verkiezingen als vanzelf spreekt. Deze gratie in de vuurlinie, zoals Hemingway het omschreef, is de huidige president vreemd.
Zijn optreden heeft laten zien hoe kwetsbaar een democratie is zonder politieke deugd.

De drijfveer van het machtsbehoud als "verschijnsel in de menselijke natuur" komt natuurlijk voort uit dat amorele streven naar eigenbelang. En wat blijkt? Met die drijfveer kan de democratie niet functioneren. De democratie heeft fatsoen en integriteit en politieke deugd nodig. Dus die andere kant van de menselijke natuur, die van de goedaardigheid van het morele gemeenschapsgedrag.

Het blijft pijnlijk om in te zien dat die morele kant van de democratie zo radicaal ontbreekt in die economisch theorie van de democratie. Terwijl die theorie wel veel invloed heeft gehad. In een volgend bericht over hoe dat kon gebeuren. Hier het volgende bericht.

vrijdag 30 maart 2012

Hans van den Doel overleden

Vanochtend in de Volkskrant de overlijdensadvertentie voor Hans van den Doel. Hij was van 1967 tot 1973 kamerlid voor de PvdA. Werd daarna hoogleraar politiciologie in Nijmegen en later hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Zie hier het wel heel korte In Memoriam van Ed van Thijn op de website van de PvdA.

Ik heb zijn boek Democratie en Welvaartstheorie jarenlang als tentamenliteratuur gebruikt in mijn colleges. Het was een intellectueel feest om dat boek aan studenten uit te leggen. Ik heb de derde druk uit 1990 nu voor mij liggen en zie op bol.com dat er in 1998 ook nog een vierde druk van is verschenen. Ik ben nog steeds een groot bewonderaar van dat boek. Het geeft een heldere en systematische uiteenzetting van de werking van de democratie op basis van de economische welvaartstheorie. Van den Doel was een leerling van Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, bij wie hij promoveerde. Maar dit boek is vooral ook beïnvloed door Pieter Hennipman, de grote Nederlandse econoom en welvaartstheoreticus, die in 1994 overleed.

Als ik het me goed herinner, kwam ik door Hans van den Doel in aanraking met die welvaartstheorie. En die bracht me er op dat er naast een economische welvaartstheorie hoognodig een sociologische welvaartstheorie nodig is. Die op sociaalwetenschappelijke gedragstheoretische inzichten gebaseerd zou moeten zijn. En dat leidde tot het vak Sociale Welvaart, dat ik jaren heb gegeven en dat ook nu nog onderdeel is van de opleiding sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hans van den Doel kreeg in 1981 een beroerte. Volgens een interview met hem in NRC/Handelsblad van 11 februari 1993, waarvan ik het knipsel heb bewaard, gebeurde dat tijdens het bespelen van het orgel van de gereformeerde kerk in Bloemendaal. Hij lag twee maanden in coma en is er nooit meer volledig van hersteld.

Hans van den Doel was ook een van de "oprichters" van Nieuw Links. Omdat ik als (verlegen) HBS-scholier de bijeenkomsten van Nieuw Links eind jaren zestig in Trianon (Utrecht) bezocht, moet ik hem toen  ook wel persoonlijk hebben gesproken. Maar persoonlijk contact hebben we verder nooit gehad.
Correctie. Eind jaren zestig was ik nog wel behoorlijk verlegen, maar niet meer scholier. Ik studeerde toen al sociologie en Nieuw Links begon al eerder. Dat laatste klopt, want het boekje Tien over rood. Uitdaging van Nieuw Links aan de PvdA verscheen in 1966 en was het resultaat van bijeenkomsten in de jaren daarvoor.