Posts tonen met het label Stephanie Kelton. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stephanie Kelton. Alle posts tonen

dinsdag 8 december 2020

De "financiële markten" zijn terug - Maar niet zoals je zou denken. De jonge honden van Wall Street en de linkse politici zijn het eens: Overheid, maak meer schulden!

Dit bericht stond eergisteren in de Business Insider: Wall Street has always been progressives' 'Big Bad.' But a new generation in the finance industry is starting to sound more like allies than enemies. Na de tientallen jaren dat politici van het vulgair-economische neoliberale denken de "financiële markten" aanhaalden om te waarschuwen tegen overheidsbegrotingstekorten, zijn het nu de jonge financiële analisten die pleiten voor juist grotere begrotingstekorten.

Denk even terug aan het hoogtepunt van de eurocrisis, toen Griekenland terug in het bezuinigingshok werd geduwd. En denk aan onze toenmalige minister van Financiën Jan Kees de Jager die het om de paar zinnen over de financiële markten had die klaar stonden om de "zwakke" eurolanden die maar steeds niet genoeg "hervormden" (lees bezuinigden) om te laten vallen. En denk aan het bezuinigen als antwoord op de Grote Financiële Crisis van 2001-2010. Want ook de financiële markten waren in de ban van het vulgair-economische neoliberale denken dat alles goed zou komen als overheden maar niet teveel geld zouden uitgeven en zoveel mogelijk aan de markt zouden overlaten. 

Waardoor Griekenland, Italië en Spanje steeds maar hogere rentes moesten betalen omdat de fondsbeheerders naar Duitsland en Nederland uitweken. Pas het Whatever it takes van Mario Draghi maakte een einde aan die doodspiraal die met de opzet van de euro in het leven was geroepen. 

We leven nu in een overgangstijd waarin we kennis gemaakt hebben met de reële negatieve gevolgen van het heersen van de fantasiewereld van dat neoliberale denken. Economische stagnatie en instabiliteit, extreme ongelijkheid, klimaatverandering en achteruitgang van biodiversiteit, toegenomen bestaansonzekerheid en rechtsextremistisch populisme. 

Een tijd dus waarin velen zich achter de oren krabben. Want ook als overtuigingen rotsvast en wijdverbreid zijn, gaan ze toch na verloop van tijd botsen met de empirische werkelijkheid. En dan kan blijken dat we met een sociale zeepbel te maken hadden, die ik in 2011 al de bezuinigingszeepbel noemde. Want ook toen al waren er de, meestal academische, economen die waarschuwden voor het neoliberale huishoudboekjesdenken, waarin genegeerd werd dat de overheidsbegroting niet als een huishoudboekje behandeld dient te worden, maar een belangrijke macro-economische functie heeft. Niet de overheidsbegroting hoort in evenwicht te zijn, nee, de economie hoort naar een evenwicht geleid te worden waarin mensen een baan hebben en een dak boven hun hoofd en waarin voedselbanken niet nodig zijn. Een evenwicht dat dus niet als vanzelf tot stand komt.

Afijn, nu in 2020 zijn het dus zelfs de jonge honden op diezelfde financiële markten die in staat zijn om uit die negatieve gevolgen van dat neoliberale denken de juiste conclusies te trekken. Hoe kan dat? Welnu, als je voor je werk afhankelijk bent van het maken van goede voorspellingen over te behalen rendementen, dan helpt het niet als je met het verkeerde economische model werkt. Dat Wall Street-bericht daarover:

A trader developing a forecasting model based on faulty economic assumptions will suffer losses to their bottom line if they are wrong, while academics, especially prominent ones like Harvard austerian Kenneth Rogoff, remain insulated from consequences even when their errors are widely publicized.
As young hedge funder Naufal Sanaullah put it, "Macro guys trade this stuff and if our framework isn't working, it will hurt our [profit and loss]." He said that macro traders — those who trade based primarily on global economic conditions — regardless of their personal politics, get that old concerns about debt-to-GDP don't mean much in 2020, and that the federal government can spend plenty more than it does now.

Als je in de financiële machinekamer werkt, dan merk je het wel als je handboek niet deugdelijk is. Je kunt nog een tijdje meedoen met de piramidespel-achtige vermogensopbouw die we zo goed hebben leren kennen, maar op den duur laat toch de echte economie van zich horen. En als die fundamenteel niet in orde is, dan kun je nog zo'n slimme handelaar zijn, je rendementen zullen tegenvallen.

Die Kenneth Rogoff was een van de weinige academische macro-economen die voeding gaf aan het  huishoudboekjesdenken  Maar in zijn onderzoek, samen met Carmen Reinhart, dat zou moeten hebben aangetoond dat grote begrotingstekorten fatale gevolgen zou hebben, bleek hij majeure fouten te hebben gemaakt. Dat heeft hem zeker reputatieschade berokkend, maar zijn baan aan de universiteit kwam niet in gevaar.

Interessant is dat die jonge financiële honden te rade gingen bij de Modern Monetary Theory (MMT) van Stephany Kelton en anderen, waarover ik het had in het bericht Het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden. 

En dat is misschien niet toevallig, want de grondlegger van de MMT is, zoals je kunt lezen in Keltons The Deficit Myth (p. 23-4), Warren Mossler. En Warren Mossler was geen econoom, maar: een Wall Street-handelaar. En een heel succesvolle handelaar.

Wat we nu zien is dat zowel de jongen honden van Wall Street als de linkse politici, zoals die rond de Amerikaanse Senator Bernie Sanders, overheden oproepen om meer geld uit te geven.

donderdag 17 september 2020

Het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden

Koen Haegens, economiejournalist van de Volkskrant, besprak het boek The Deficit Myth. Modern Monetary Theory and how to build a better economy van Stephany Kelton. Dat boek is een grondige weerlegging van wat ik, zo ongeveer vanaf 2014,  het huishoudboekjesdenken over de overheidsbegroting noemde. Volgens dat denken moet de overheid net zo als een huishouden het huishoudboekje op orde houden. Er moet niet meer uitgaan dan er binnenkomt. 

Want anders maak je schulden en als die teveel oplopen, dan zadel je toekomstige generaties op met de last daarvan.

In dat denken ontbreekt het inzicht dat de overheidsbegroting belangrijke en gewenste of ongewenste effecten heeft op de economie als geheel. Bij overschotten is er geld aan de economie onttrokken en bij tekorten is er geld ingepompt. En er ontbreekt het inzicht dat de overheid de valuta-uitgever (currency issuer) is, dat wil zeggen dat hij "geld kan drukken". Dat laatste betekent dat het argument dat "het geld er niet is" op zich nooit klopt. En het houdt in dat de overheid niet het geld uitgeeft dat door belastingheffing is binnengekomen, maar uitgaven doet om de overheidsvoorzieningen te bekostigen en vervolgens belastingen heft op de daardoor ontstane inkomens. Waarbij belastingheffing dient om inflatie tegen te gaan, om een redelijke inkomens- en vermogensverdeling te bewerkstelligen en om schadelijk en ongezond gedrag te ontmoedigen.

Dat alles en veel meer legt Stephanie Kelton uit in dat pas verschenen boek. Daarbij verwijst ze vooral naar andere economen die zich scharen achter de Modern Monetary Theory, waarvan ze Warren Mosler de vader noemt. Mosler schreef in de jaren 90 van de vorige eeuw het boekje Soft Currency Economics, wat voor Kelton de eerste kennismaking was met deze inzichten (p. 23)..

Haegens is sterk onder de indruk van het boek, dat voor hem duidelijk heel nieuwe inzichten bevat. Hij besluit zijn bespreking met:

Gaandeweg de ruim 300 pagina's, terwijl ik steeds wanhopiger naar de zwakke plek in Keltons argumentatie zocht, bekroop me een extreem ongemakkelijke vraag. Een waar ik nog steeds niet uit ben. Moet ik nu mijn economische wereldbeeld overhoopgooien?

En dat is toch wel opvallend. Want Koen Haegens is bepaald niet de minste onder de Nederlandse economiejournalisten. En hoewel dat boek van Kelton dus pas is verschenen, zijn de inzichten helemaal niet zo nieuw. Ze gaan deels terug tot het werk van Abba P. Lerner in de jaren 40 van de vorige eeuw. Die bepleitte een functional finance benadering van de overheidsbegroting, inhoudende dat de overheid niet naar evenwicht op haar begroting moet streven, maar integendeel met die begroting naar dat evenwicht in de economie dat samen gaat met volledige werkgelegenheid. Kelton verwijst daar ook naar (p. 242). Ik stond er bij stil in dit bericht uit 2016: Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn. 

Maar ook onder meer mainstream-economen is er natuurlijk al heel lang kritiek uitgeoefend op het huishoudboekjesdenken. Kritiek die grotendeels in dezelfde lijn ligt als die van Kelton. Denk aan Paul Krugman, die al die politici bekritiseerde die dachten dat je met bezuinigingen moest reageren op de kredietcrisis van 2008 - 2010. Omdat de schulden niet te hoog mochten oplopen. Lees zijn End this depression now! uit 2012. Al die bezuinigingen die ook in Nederland zoveel schade hebben aangericht, kwamen voort uit het huishoudboekjesdenken dat in de politiek als "verantwoordelijk beleid" werd omarmd. En denk in ons land aan Bas Jacobs, Coen Teulings en aan wijlen Johan Witteveen.

Hoewel er wel discussie is over wat er wel of niet nieuw is aan die Modern Monetary Theory, is toch het overheersende beeld dat de hoofdlijn ervan tot de reeds bekende inzichten mag worden gerekend. En dat maakt het opvallend dat Koen Haegens zich afvraagt of hij nu, na het lezen van dit boek, zijn economische wereldbeeld overhoop moet gooien. Blijkbaar was hij nog in de ban van dat huishoudboekjesdenken. En hij niet als enige. Het is nog steeds gemeengoed onder de economiecommentatoren. 

En in de politiek. Ik heb de algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer niet zo goed gevolgd. Maar in het NOS-journaal werd "het probleem van de oplopende staatsschuld" en van "het doorschuiven naar de volgende generaties" weer eens flink uitgemeten.

Maar het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden.